Onze verantwoordelijkheid tegenover armoede en sociale uitsluiting

Een oproep vanwege de Vlaamse Interlevensbeschouwelijke Dialoog (VILD)

 

Sedert enkele jaren ontmoeten vertegenwoordigers van de levensbeschouwingen (d.w.z. de erkende erediensten en de vrijzinnig humanisten) elkaar geregeld binnen de Vlaamse Interlevensbeschouwelijke Dialoog (VILD) voor overleg over diverse aspecten van beleid en samenleving. De Vlaamse regering steunt dit overleg, zonder inhoudelijke inmenging. Uitwisseling van vragen en standpunten naar aanleiding van actuele kwesties is uiteraard wel voorzien.

Een charter, ondertekend door de leiding van alle zeven betrokken levensbeschouwelijke groepen, drukt het gezamenlijk engagement uit voor de waarden die een harmonische samenleving mogelijk maken: respect voor elkaars vrijheid en gelijkwaardigheid, solidariteit en een democratische rechtsstaat, onpartijdig t.a.v. levensbeschouwingen.

De VILD heeft al eerder, nl. in de bevoegde commissie van het Vlaams Parlement, aandacht gevraagd voor armoede en de daarmee dikwijls samengaande sociale uitsluiting, die nog veel te veel mensen treffen in dit nochtans rijke land.

Armoede blijft een grote bekommernis en recent hebben de vertegenwoordigers van de katholieke, protestantse, orthodoxe, anglicaanse, joodse en islamitische erediensten en de vrijzinnig humanisten het engagement tegenover mensen in armoede uitgedrukt, zoals dat wordt geïnspireerd door hun respectieve levensbeschouwing.

Daaruit blijkt, ondanks alle diversiteit van invalshoeken, een opvallende overeenstemming over volgende standpunten:

  1. Solidariteit met mensen in armoede is een morele plicht binnen elke levensbeschouwing. Die solidariteit gaat uit van een besef van gelijke waardigheid als mens. Bijgevolg: geen armoede moeten ondergaan is een recht, geen gunst.
  2. Mede vanwege die waardigheid als mens mag onze solidariteit zich niet beperken tot het materiële: ze moet ook gaan naar psychisch, sociaal en spiritueel welzijn.
  3. De impact van persoonlijke keuzen en gedragingen op het ontstaan van armoede is beperkt. Het zijn in de eerste plaats de maatschappelijke structuren, de heersende mentaliteit en de gevolgde regels in onze samenleving, die armoede uitlokken of bestendigen: vooral de financiële, de economische en de politieke sector vertonen ethisch onaanvaardbare praktijken.
  4. Onze bezorgdheid moet voor alle armen gelden, van gelijk welke origine, hier en elders in de wereld. Dat heeft uiteraard consequenties voor onze houding tegenover migranten en ons denken over ontwikkelingssamenwerking.
  5. De problematiek omtrent armoede overstijgt verschillen in levensbeschouwing: samenwerking is noodzakelijk, we moeten verder kijken en handelen dan in onze eigen gemeenschap.

Hoe kunnen we deze gemeenschappelijke inzichten omzetten in zinvolle en efficiënte actie? Individuele bijdragen verdwijnen in het niet tegenover de omvang en de complexiteit van de problematiek. De VILD moet daarom hopen veel medeburgers te kunnen sensibiliseren en te mobiliseren. Om wat te doen?

  1. Als burgers moeten we er bij de wetgevende en uitvoerende overheid op aandringen dat ze naar behoren haar taak vervult op drie gebieden:

a: Voor iedereen de voorwaarden scheppen voor een menswaardig bestaan, zoals dat omschreven is in artikel 23 van onze grondwet.

b: Door middel van wetgeving en internationale onderhandelingen de financiële en economische regels zodanig vastleggen, dat iedereen naar vermogen bijdraagt tot het algemeen belang, dat dit steeds primeert op privébelangen als die ermee in strijd zijn, en dat de menselijke waardigheid van burgers, werknemers en consumenten door iedereen wordt gerespecteerd. (We beseffen, dat dit in een gemondialiseerde context geen eenvoudige opdracht is, maar ook hier kan de overheid zich al inspireren op het internationaal verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten van december 1966.)

c: Voor iedereen toegankelijke gezondheidszorg, onderwijs en sociale voorzieningen garanderen, voldoende inspelend op verschillen in culturele achtergrond, draagkracht en competentie, zodat deze verschillen niet tot (ongewilde, onopgemerkte?) uitsluiting leiden.

  1. Middenveldorganisaties (al of niet levensbeschouwelijk gekleurd) hebben een dubbele functie:

a: Ons helpen inzicht te verwerven in de gevolgen van financiële en economische processen op de samenleving, die mee armoede veroorzaken, om zinvolle verwachtingen t.a.v. de overheid te formuleren.

b: Mede instaan voor hulp en dienstverlening die veel persoonlijke nabijheid vereisen: ondersteuning aan mensen om zich uit de armoede te werken, herstel van psychisch, sociaal en spiritueel welzijn, vooral door met mensen als gelijken om te gaan en in groepsleven op te nemen .

  1. Persoonlijke inzet binnen en naast middenveldorganisaties blijft het fundament van al het voorgaande.

Armoede door allerhande beperkte initiatieven verzachten en draaglijker maken is zeker waardevol, maar volstaat niet. Het (weliswaar moeilijk bereikbare) einddoel moet zijn: armoede doen verdwijnen, m.a.w. iedereen een menswaardige plaats in de samenleving geven.

 

voor de Rooms-katholieke eredienst:
kard. Jozef De Kesel, voorzitter van de Bisschoppenconferentie
Mgr. Herman Cosijns, secretaris-generaal van de Bisschoppenconferentie

voor de protestants-evangelische eredienst:
ds. Steven Fuite, voorzitter van de Verenigde Protestantse Kerk in België
dr. Geert W. Lorein, voorzitter van de Federale Synode van Protestantse en Evangelische Kerken

voor de Israëlitische eredienst:
Philippe Markiewicz, voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorie

voor de anglicaanse eredienst:
Canon Prof. Jack McDonald, voorzitter van het Centraal Comité van de Anglicaanse eredienst

voor de islamitische eredienst:
Mehmet Üstün, voorzitter van het Executief van de Moslims van België

voor de orthodoxe eredienst:
Mgr. Athenagoras Peckstadt, Metropoliet van België van het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel

voor het vrijzinnig humanisme:
Freddy Mortier, voorzitter van deMens.nu