fbpx

Vlaanderen verliest één van zijn grote intellectuele vrijzinnigen

Freddy Mortier, voorzitter deMens.nu Collega en vriend van Etienne Vermeersch. ©UGent – Hilde Christiaens

Met Etienne  Vermeersch verliest Vlaanderen één van zijn grote intellectuele vrijzinnigen, van het kaliber van Jaap Kruithof, Leo Apostel en Hugo Claus.

Hij had als classicus en filosoof een enorme eruditie, als oprecht liefhebber van de harde wetenschappen een ontstellende natuurkennis, en was eigenlijk geïnteresseerd in of curieus naar alles, of het nu over wielrennen en Adorni ging of over de dynamiek van barsten in albasten vazen. In een gesprek met Etienne ging het, speels en zonder pretentie, allerlei ingenieuze kanten op tot hij zijn ironische stempel kon plaatsen: “Weet gij dat niet?”. Geen prof die dat nog zou durven doen vandaag, op straffe van het verwijt van elitarisme, maar hij kwam er stijlvol mee weg, hoewel ik sommige mensen ook wel geïrriteerd heb gezien na zo’n socratisch gesprek.

Zonder Vermeersch zou België er waarschijnlijk anders uit zien vandaag. Hij was een heel belangrijke stem in de totstandkoming van de abortus- en euthanasiewetten. Hij geloofde zo sterk in de kracht van argumenten dat zijn geloof daarin alleen al menigeen moet hebben overtuigd.  Etienne had de kracht van zijn overtuiging en was een Verlichtingsfiguur.

Hij is één van de weinigen die ik ken die Voltaire écht gelezen heeft en een goed geïnformeerd boompje kon opzetten over hoe actueel die Verlichtingsperiode wel niet is. Ik zie hem dan ook een beetje als een Vlaamse Voltaire. Vermeersch had al in de jaren ’80 de kunst van het snedige format te pakken, waarmee hij zijn opinies over allerlei maatschappelijke vragen binnen de minuut of wat kernachtig kon neerzetten.

©Lichtpunt Archief

Ik heb er mij vaak over verwonderd hoe hij de bal zo treffend kon binnen trappen, waar anderen nog over nuances en grijsschakeringen aan het chicaneren waren.  Je wist altijd waar je aan toe was met hem. Hij was ook een geducht debater die uit zijn gesprekspartner onverwachte bekentenissen kon persen, zoals Mieke Van Hecke zich nog wel zal herinneren. Hij was misschien niet de eerste in Vlaanderen om de greep van Kerk en godsdienst aan de kaak te stellen, maar heeft dit wel zijn leven lang gedaan, en dit bovendien vanuit terreinkennis van de kerkelijke structuren, filologisch gefundeerde kritiek op de christelijke tekstoverleveringen en kennis van de filosofische debatten over natuurlijke religie.

Dat was geen afrekening met het instituut Kerk voor hem, maar een oefening in rationele analyse, zonder ressentiment. Spijtig dat het boek dat hij plande over Jezus van Nazareth er niet meer gekomen is. God was een filosofisch onderwerp en de bevoogding van mensen een voorwerp van kritiek. Belangrijk is ook dat hij één van de eersten was om de milieuproblematiek op de agenda te plaatsen. Zijn “De ogen van de panda” zou in het Engelse taalgebied beslist een klassieker in de milieufilosofie geworden zijn. Hij heeft het met Vlaanderen willen doen.

Last but not least was hij ook een goed  bestuurder, als decaan van zijn faculteit aan de Universiteit Gent, ook als vicerector van die instelling.