Het gevecht met eten

Dit is een archiefbericht. Sommige afbeeldingen kunnen ontbreken en bepaalde links werken mogelijk niet meer.

Invloed op het zelfbeeld

Artikel verschenen in demens.nu/ Magazine jg14 nr1. Lees hier meer artikels over ‘eten’.

“Dat vind ik mooi. Ik ga het eens passen.” En dan sta je daar in het pashokje, te vechten met jezelf, wanneer zelfs de grootste maat niet blijkt te passen. Het draait om meer dan het spiegelbeeld. We zouden iets kunnen zeggen over de oppervlakkigheid waarmee we onze medemensen in hun mens-zijn veroordelen, maar we geven liever een stem aan een persoonlijk verhaal. An Van Roey, 56 jaar, getuigt over haar levenslange gevecht met eten.

Laure Lytens

Wanneer is dat gevecht met eten begonnen?

An Van Roey: Dat startte ergens rond mijn tiende of elfde jaar. Op die leeftijd begon mijn gewicht toe te nemen. Ik zat toen niet goed in mijn vel. In die periode kampte ik met een depressie. Als ik naar mezelf op foto’s uit die tijd kijk, dan zie ik er slank uit. Waarschijnlijk omdat ik een beetje gegroeid was. (lacht)

Ik at graag en ik at ook snel. Dat tempo zit er nog steeds in. Mijn ouders zeiden vaak dat ik trager moest eten. “Minder gulzig.” Ik was erg impulsief en mijn vader had daar moeite mee. Als kind begrijp je niet altijd waarom je jezelf moet beheersen. Ik leefde sterk met het idee dat ík een probleem was. Ik voelde mij niet begrepen en daardoor ook wel eenzaam. Daar is het emo-eten begonnen. Ik at om mij beter te voelen.

 

Je hebt in je leven vaak met eten en diëten geworsteld. Herinner je je nog het allereerste dieet?

An: Toen was ik zeventien jaar oud, woog drieënzestig kilogram en werd op een streng dieet gezet. De eerste zeven dagen bestonden uit een dagelijkse inname van zeshonderd kilocalorieën. De weken nadien werd dat verhoogd naar achthonderd. Ik zag ze vliegen, zowel letterlijk als figuurlijk.

An Van Roey: “Ik vind het jammer dat mijn fysieke uiterlijk mijn zelfbeeld bepaalt – dat mijn eigenwaarde afhankelijk is van hoe ik eruitzie. Dat speelt mij nog steeds door het hoofd.”

Vandaag zouden diëtisten zo’n nefast dieet niet meer opleggen en bovendien niet verontrust zijn bij een gewicht van drieënzestig kilogram. Ik kan dat ook wel in die tijdgeest plaatsen. Het was een tijd waarin zeer slank zijn het schoonheidsideaal was. Ik paste niet in dat plaatje, omdat ik vrouwelijker en voller was dan veel meisjes van mijn leeftijd. Ik voelde mij letterlijk niet in de maatschappij passen.

Dat idee werd bevestigd door de scouts waar ik bij was. Die groep bestond voornamelijk uit jongens. Daar werden veel opmerkingen over mijn gewicht gemaakt. Op een keer kreeg ik zelfs een brief mee met de boodschap: “Eén tip: vermager.” Dat heeft een diepe indruk op mij nagelaten, vooral op hoe ik dacht dat de wereld mij zag.

Dat maatschappelijke idee heeft mijn zelfbeeld beïnvloed. De gedachte dat ik te dik was, heeft mij ooit zelfs tegengehouden om toegangsexamen bij Studio Herman Teirlinck te doen.

Het eerste dieet initieerde een jojo-effect. De vele diëten nadien hebben mijn metabolisme ontregeld. Van nature uit heb ik een trager metabolisme. Sommige mensen mogen zogezegd ‘alles’ eten zonder dat hun lichaamsgewicht daaronder lijdt. Helaas voor mijn zelfvertrouwen, maar die luxe heb ik niet.

Ik vind het wel jammer dat mijn fysieke uiterlijk mijn zelfbeeld bepaalt – dat mijn eigenwaarde afhankelijk is van hoe ik eruitzie. Dat speelt mij nog steeds het hoofd, hoewel ik nu minder weeg dankzij een gastric bypass.

 

Kan je uitleggen wat voor ingreep dat precies is?

An: Het is een operatie waarbij de maag wordt verkleind. Daarbij worden de twaalfvingerige darm en een deel van de dunne darm omgeleid. Je kan dan minder eten, waardoor je gewicht verliest. Het heeft ook enkele nadelen. Als je jezelf overeet, wat in de beginperiode soms gebeurt, word je ziek en kan je ‘in shock’ gaan. Daarnaast worden niet alle voedingsstoffen meer door het lichaam opgenomen, waardoor ik voedingssupplementen moet nemen.

 

Wat heeft je tot dat punt gebracht om zo’n operatie te ondergaan?

An: Ik had het idee dat mijn lichaam gewend was geworden aan diëten, alsof het zich aanpaste aan steeds kleinere hoeveelheden. Ooit verloor ik twintig kilogram met een proteïnedieet. Dat was een enorme succeservaring, want eindelijk zat ik op het gewicht dat ik wilde. Maar in de periode daarna kon ik het bijkomen van de kilo’s niet tegenhouden, ongeacht wat ik ook deed. Dat vond ik eigenlijk veel erger dan gewoon struis te blijven. De controle verliezen is zo frustrerend.

Toen leerde ik dat het niet alleen om voeding of calorie-inname draait. Het is niet zo simpel als ‘elk pondje gaat door het mondje’. In dieetprogramma’s op televisie zie je vaak mensen die exuberant eten, ook veel junkfood. Mensen lijken er dan vanuit te gaan dat alle vollere mensen zo eten, dat ik zo eet. Dat is niet het geval.

Het moeilijke aan diëten is dat je niet altijd zo streng voor jezelf kan zijn. Enkele jaren geleden had ik het bijna opgegeven. Ik probeerde het gevecht met de weegschaal los te laten en mijn lichaam te aanvaarden zoals het eruitzag. Tot ik bij een neuroloog kwam voor een carpaletunnelsyndroom en die mij in de deuropening van een volle wachtzaal toeriep: “Madammeke, zou jij niets aan je gewicht doen?” Dat was de druppel. Nadien ben ik meer ingrijpende opties gaan bekijken, waaronder een gastric bypass.

 

Hoe kijk je nu op die ingreep terug?

An: Vlak na de operatie heb ik een maagbloeding gekregen, waardoor ik de dagen nadien wel heb afgezien. Maar ik heb geen spijt van de ingreep. Voordien had ik het gevoel dat iedereen mij louter op basis van mijn gewicht beoordeelde mezelf wegstoppen, zodat ze niet zouden denken dat ik dik was. van mij afgevallen. Ik besef ook wel dat dat een weerspiegeling van mijn eigen onzekere gedachten is, want niet iedereen denkt zo over andere mensen.

Mijn gevecht met mijn gewicht speelt nog steeds mee. Vandaag zeggen mensen mij soms: “Jij was wel dik.” Dat kwetst mij nog altijd. Waarom willen mensen daar – jaren later – nog altijd een punt van maken?

Ik ben ervan overtuigd dat mijn gevecht met eten voornamelijk psychologisch is. Dat is de reden waarom ik heb geprobeerd om mijn kinderen tegen zo’n oordeel te beschermen. Dat oordeel zorgt er op den duur voor dat je niet meer naar jezelf kan kijken vanuit je eigen oogpunt, maar dat je over jezelf gaat oordelen vanuit het perspectief van iemand anders. Daarmee blijf ik worstelen. Ik weet niet of ik mezelf ooit mooi ga vinden. Ik zou wel graag verlost zijn van het denken vanuit verwachtingen.

In mijn hele verhaal ben ik mijn echtgenoot oprecht dankbaar. Die heeft in tweeëndertig jaar nooit een opmerking over mijn gewicht gemaakt. Als ik mezelf ook maar enigszins mooi durf te vinden, dan is dat voor een groot deel aan hem te danken.

Foto bovenaan © Shutterstock.com