Column verschenen in demens.nu/ Magazine jg14 nr2. Lees hier meer columns.
Tinneke Beeckman
Een taboe is een sociaal verbod dat samenhangt met een verlangen naar zuiverheid. Als je bepaalde uitspraken doet of daden stelt, bezoedel je de groep. Je brengt de groep in gevaar en je mag een straf verwachten. Vroeger werd die straf door God (of door Goden) voltrokken; de pleger kreeg pech, werd waanzinnig of ziek, of kon zelfs overlijden. Tegenwoordig bestaan taboes nog steeds. De sociale straf – uitsluiting – wordt door mensen uitgevoerd.
Een recent voorbeeld van een taboe – al valt dat woord niet – las ik in het boek Morning After the Revolution: Dispatches from the Wrong Side of History van de jonge, progressieve journaliste Nellie Bowles.

Bowles werkte sinds 2017 voor The New York Times. Ze beschrijft hoe de sfeer na de moord op George Floyd in 2020 veranderde. Met Black Lives Matter en de antifascistische beweging Antifa ontstonden overal protesten. Het debat werd erg gepolitiseerd, ook in de media.
Activisten pleitten onder meer om de politie af te schaffen – Defund the police. In sommige steden stemden lokale bewindvoerders daarmee gedeeltelijk in. Bowles trok als reporter naar Seattle om die hervormingen in een bepaalde wijk van nabij mee te maken. Ze moest echter vaststellen dat het machtsvacuüm tot nieuwe problemen leidde; dat de criminaliteit, het geweld en de chaos overal toenamen (intussen is de politie overal opnieuw actief). Maar toen ze daarover wilde publiceren, kwam haar dat op felle kritiek te staan, vooral van jongere collega’s. Het leek taboe om genuanceerd en realistisch over de keerzijde van de intense protesten te berichten – Bowles dreigde als extremist of racist te worden weggezet.
Tegelijkertijd voelde Bowles druk – van sommige collega’s en van vrienden – om zich publiek voor de ‘goede zaak’ in te zetten. De tijd vroeg om heldere stellingnames en dat betekende dat wie een foute opmerking maakte of wie een onwenselijke stelling verdedigde, gecanceld moest worden. Bowles geeft daarvan heel wat concrete voorbeelden.
En ze is ontwapenend eerlijk over haar eigen rol. Ze ervoer die periode eerst als een prachtige tijd. Gewillig cancelde ze een witte schrijfster nadat die een zwarte vrouw fout had geciteerd. Die daad gaf Bowles naar eigen zeggen een zalig gevoel: ze had de goede zaak gediend door de vrouw openlijk te veroordelen en ze voelde zich ook erg geliefd binnen de groep. Maar stilaan begon de twijfel te knagen. Het verlangen naar zuiverheid had ook een lelijke kant. Uiteindelijk overkwam Bowles wat Franse revolutionairen tijdens de periode van de Terreur meemaakten: je voert anderen genadeloos naar de guillotine tot je er zelf op belandt. Want onvermijdelijk schiet je vroeg of laat tekort in de vereiste ideologische ijver. Bowles’ exit uit de groep werd door vriendschap ingegeven: via privéberichten in WhatsApp werd ze aangemaand om een jonge vriend op het toenmalige Twitter te excommuniceren. Bowles kon het echter niet meer opbrengen. Haar Twitter-stilte klonk oorverdovend luid en ze nam ontslag.
Bowles’ getuigenis levert een scherpe analyse van het sociale spel op. Binnen de groep leeft een duidelijke eis: je moet publiek afstand nemen van wie het taboe overtreedt of je wordt zelf onzuiver. Maar het taboe werkt alleen binnen de groep. Zodra het je niet meer kan schelen of je nog tot die groep behoort, verliest het taboe zijn beklemmende werking. En kan je schrijven wat je wil.
Tinneke Beeckman is filosofe en schrijfster. Meer lezen?