Voor een humanistische organisatie is het essentieel om niet alleen op morele waarden te focussen, maar ook thema’s als wetenschap, rede, atheïsme, individuele verantwoordelijkheid, autonomie en secularisme aan bod te laten komen, aldus filosofe Stine Jensen.
Bert Goossens
Met de pamfletreeks Nieuw licht willen de Nederlandse filosofen Frank Meester en Coen Simon ingaan tegen de ‘vertwittering van het maatschappelijke debat’. Aan Stine Jensen, hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, columnist voor NRC en auteur van vele non-fictieboeken, leggen ze volgende vraag voor: “Kunnen we de vraag naar het bestaan van God niet gewoon voor gezien houden?”
Meester en Simon stellen vast dat humanisten vroeger een duidelijke missie hadden, een strijd tegen God en gebod. Dat is ondertussen wel anders. In Nederland zijn atheïsten sinds 2022 voor het eerst in de meerderheid. Een strijdlustig atheïsme wordt ingeruild voor een ‘vriendelijke interesse’ in religieuze praktijken. Maar is dat wel terecht? Er gebeuren nog altijd verschrikkelijke dingen in naam van God. De katholieke kerk houdt nog steeds vast aan een oeroude patriarchale visie en oorlogen zoals in Gaza en Oekraïne worden nog steeds met een religieus sausje overgoten.
Het pamflet van Stine Jensen werd Goddeloos gedoopt, met als ondertitel Waarom we atheïsme nodig hebben. Zo is het meteen duidelijk dat Jensen vindt dat atheïsme wel degelijk een belangrijke rol in onze samenleving heeft te spelen.
Jensen omschrijft haar eigen overtuiging als areligieus, strijdvaardig, maar niet militant. Zelf is ze ongelovig opgevoed. In haar jeugd kreeg ze, zoals zovelen, een afkeer van de katholieke kerk met haar conservatieve moraal. Die aversie werd nog versterkt door op haar achttiende in het religieuze Ohio te gaan studeren. Zo werd ze een fervente aanhanger van de zogenoemde ‘four horsemen’, namelijk Richard Dawkins, Christopher Hitchens, Daniel Dennett en Sam Harris. Die club van militante atheïsten neemt maar al te graag de verbale bokshandschoen op om religiekritiek te uiten en het belang van atheïsme te benadrukken.
In haar dertiger jaren kwam een omslag. Jensen ervaarde grenzen aan de rede en kreeg meer behoefte aan verbinding. Met yoga, mantra, rituelen en meditatie werd ze een ‘spiritueel atheïst’.
Aan Leven zonder God. Wat je kunt leren van atheïsten van Rik Peels, filosoof en theoloog, ontleent ze de biografische oefening. Door haar eigen verhaal tegenover de bevindingen van de gelovige Peels te plaatsen, komt ze tot enkele cruciale inzichten. Bijvoorbeeld dat het belangrijk is om een onderscheid te maken tussen een afkeer hebben van ultraconservatisme en van religie.
Ze gaat in op de diverse invullingen die atheïsme kan krijgen en komt zo uiteindelijk bij het humanisme terecht. Ze stelt vast dat het Nederlandse Humanistisch Verbond het thema religie steeds meer links laat liggen. Het gaat meer over diversiteit, inclusie en klimaat. Jensen stoort zich niet zozeer aan die thema’s, maar wel aan het feit dat de beweging ‘de’ humanistische mening lijkt te geven in plaats van mensen aan te sporen om zelf na te denken. Ze pleit ervoor om terug te keren naar enkele kernwaarden zoals die ook in The Oxford Handbook of Atheism uit 2015 worden opgesomd. In plaats van alleen op ‘de morele waarden’ te focussen, is het voor een humanistische organisatie essentieel om ook thema’s als wetenschap, rede, atheïsme, individuele verantwoordelijkheid, autonomie en secularisme aan bod te laten komen.
Het pamflet roept interessante vragen op die ook in de Belgische context herkenbaar en relevant zijn. Al zijn er ook bedenkingen te maken bij de oproep van Jensen aan het georganiseerde humanisme om geen of alleszins minder morele standpunten in te nemen. Blijf je zo niet te veel in het filosofische salon toeven?
Goddeloos
Waarom we atheïsme nodig hebben
Stine Jensen
Prometheus, 2024
ISBN 9789044657623
Lees hier meer recensies.
