Argentijnse immigratie door de jaren: een boeiend verhaal van kruisbestuiving
Toen ik in 2010 voor mijn studies naar Argentinië verhuisde, leerde ik Argentijnen met verrassende achternamen kennen. Ook al is het een Spaanssprekend land, namen als Ronconi, Kancepolski, Timmerman, Reimers of Cohen zijn er geen uitzonderingen. Dat heeft met het rijke migratieverleden van het land te maken. Reden genoeg om de geschiedenis in te duiken en het fascinerende migratieverhaal van Argentinië te vertellen.
Dietlinde Wouters
Eerste migratiegolf
In de Argentijnse geschiedenis spreekt men vanaf 1850 van verschillende migratiegolven. De eerste migratiegolf vond plaats van 1850 tot 1918 en bestond vooral uit Europese migranten. De grootste groep kwam uit Italië, daarnaast waren er ook migranten uit Spanje, Duitsland, Frankrijk, Rusland, Polen en uit Joodse gemeenschappen uit Oost-Europa. De meesten waren op de vlucht voor economische of politieke instabiliteit in hun land van herkomst. Veel Italianen kwamen bijvoorbeeld uit arme, landelijke gebieden uit het zuiden van Italië waar in die tijd veel werkloosheid heerste.
Waarom Argentinië?
Voor Europeanen die in de tweede helft van de negentiende eeuw hun geluk elders wilden beproeven, waren de Verenigde Staten een gedroomde bestemming. Toch was Argentinië ook een populaire keuze.
Argentinië was in die periode dunbevolkt, daarom probeerde de regering Europese migranten aan te trekken om het land te bevolken en de economie te stimuleren. Het stond zelfs in de grondwet: Europese migranten die bereid waren om mee te werken aan de economische ontwikkeling van Argentinië, mocht men de toegang tot het land niet ontzeggen. Er werden programma’s opgezet om de reiskosten van arbeiders voor te schieten.
Argentinië was in volle ontwikkeling en de Europese arbeiders pasten mooi in dat plaatje. Ze werden ingezet als werkkrachten in de bouw, landbouw, industrie, haven, spoorweguitbouw enzovoort.
Dat Argentinië een Spaanssprekend land is, was daarnaast ook een voordeel voor de migranten die al Spaans spraken, of een andere Romaanse taal. Er was vaak sprake van ‘kettingmigratie’. Mensen kwamen familieleden of dorpsgenoten achterna die een aantal maanden of jaren eerder de overtocht hadden gemaakt. Eens in Argentinië organiseerden migranten zich in gemeenschappen volgens land en streek van herkomst en hielpen ze nadien de nieuwkomers.

Groeiende bevolking en verstedelijking
De overheid wilde het land bevolken en dat leek goed te lukken. In 1914 woonden er ongeveer 7,9 miljoen inwoners in Argentinië, 6 miljoen inwoners meer dan in 1869 bij de eerste nationale volkstelling. Het aandeel van buitenlanders bedroeg in 1914 ruim dertig procent van de totale bevolking. Dat maakte Argentinië in die tijd een van de landen met het hoogste aandeel van buitenlandse bewoners.
De immigratie en de stijgende bevolkingsgraad stimuleerden de verstedelijking. Veel migranten vestigden zich in steden als Buenos Aires, Rosario en Cordoba, waar mensen met verschillende culturele achtergronden samenleefden. Af en toe leidde dat tot spanningen, maar net zo vaak tot interessante culturele kruisbestuiving.
Tango in La Boca
De wijk La Boca is een kleurrijke havenwijk in het zuiden van Buenos Aires. Tijdens de eerste migratiegolf kwamen daar veel migranten aan. Zij woonden samen in conventillos, oude grote koloniale huizen die onderverdeeld werden om gemakkelijk aan de nieuwkomers te verhuren. In elke kamer woonde één gezin en ruimten zoals de keuken, wasplaats en toiletten werden gedeeld. Overbevolking, slechte hygiëne en weinig privacy maakten het samenleven soms moeilijk, maar toch ontstond er over verschillende culturen heen een gedeelde volkscultuur. Kinderen met verschillende achtergronden speelden en voetbalden samen. Er werden verhalen gedeeld, er werd muziek gemaakt en samen gefeest.
In wijken zoals La Boca ontstond, uit die smeltkroes van culturen, de tango. In de tangomuziek vinden we invloeden terug van Italiaanse melodieën, Spaanse gitaren, Duitse accordeonmuziek, maar ook van de Cubaanse habanera, de milonga uit ruraal Argentinië en de Afrikaanse candombe. Heimwee naar het thuisland klinkt door in de melancholische klanken. Ook de teksten zijn belangrijk en vaak al poëzie op zich. Ze zijn geschreven in een speciaal dialect, het Lunfardo, dat ontstond op plekken waar migranten samenleefden en het Spaans zich met andere talen vermengde. De tango is een mooi voorbeeld van hoe culturele kruisbestuiving tot prachtige kunst kan leiden.

Tussenoorlogse migratie
In de periode van 1918 tot 1945 spreken we van de tussenoorlogse migratiegolf. De migratie verloopt dan trager, maar wel gestaag. Terwijl andere landen hun migratiewetten verstrengden, vervolgde Argentinië zijn open migratiebeleid. Ook in deze periode komt het merendeel van de immigranten uit Europa, waar de economische onzekerheid groeide en het opkomend fascisme aan terrein won.
Wie waren de migranten in die tussenoorlogse periode? Het gaat nog steeds om veel Italianen, maar daarnaast ook migranten uit Centraal- en Oost-Europa die het opkomende nazisme ontvluchtten. Na de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) vangt Argentinië ook duizenden bannelingen op. Het valt op dat de nieuwe stroom van migranten een ander profiel heeft. Terwijl de migranten voorheen vaak laaggeschoolde landarbeiders waren, gaat het in deze periode eerder over geschoolden die om politieke redenen migreren. Onder de nieuwkomers vinden we nu schrijvers, filosofen, docenten, artiesten …
Argentinië floreert
De toestroom van geschoolde migranten heeft natuurlijk een effect op de ontwikkeling van Argentinië. Geschoolde migranten brengen (technische) kennis en professionele ervaring mee die de groei van sectoren als industrie, techniek, bouwkunde, architectuur en geneeskunde stimuleren. Ingenieurs en architecten uit Italië en Duitsland drukken hun stempel op het ontwerp van steden als Buenos Aires. Technische kennis draagt bij tot de verdere modernisering van de stedelijke infrastructuur.
Het werk van wetenschappers en docenten die hun kennis en expertise uit hun thuisland meebrengen, resulteert dan weer in de verbetering en groei van de onderwijskwaliteit, het wetenschappelijk onderzoek en de medische kennis. In de steden ontstaan literaire cafés, theaters, uitgeverijen en filmclubs die bijdragen tot een bruisend en bloeiend cultureel leven met vele Europese invloeden. Kortom, Argentinië floreert.

Naoorlogse migratie
Na de Tweede Wereldoorlog verloopt migratie wereldwijd weer op grotere schaal. Ook de situatie in Argentinië verandert in de naoorlogse periode (1945-1970). Vlak na de oorlog ontvangt het land veel economische vluchtelingen uit landen als Italië, Spanje, Duitsland, Polen en Rusland. Er volgt ook een grote groep Joodse vluchtelingen. Opmerkelijk genoeg is Argentinië tegelijkertijd ook een populaire bestemming voor voormalige nazi’s en collaborateurs die vluchtten om vervolging te ontlopen.
Het was voor die laatste groep niet moeilijk om een onderkomen in Argentinië te vinden, omdat ze er op een aantal invloedrijke sympathisanten konden rekenen. Tot die sympathisanten behoorde ook president Juan Domingo Perón die een grote interesse en bewondering voor Benito Mussolini, de Führer en het nazisme koesterde. Onder zijn presidentschap en toezicht organiseerde de Argentijnse delegatie voor immigratie in Europa de overtocht van vele Europeanen, onder hen ook een aantal voormalige nazi’s zonder officiële papieren.
Eens in Argentinië onderhield de president met sommigen van hen zelfs persoonlijke contacten en vriendschappen. Onder anderen met Hans-Ulrich Rudel, die een belangrijke functie in de naziluchtmacht had vervuld. Rudel hielp zijn nieuwe vriend met de modernisering van de Argentijnse luchtmacht. Hij was daarnaast ook medeoprichter van een noodfonds om nieuwe vluchtelingen uit Duitsland te ondersteunen. De voormalige nazi’s vormden een soort van netwerk, ze hielden bijeenkomsten en hielpen elkaar.
Toevluchtsoord voor beruchte oorlogsmisdadigers
Het waren niet de minsten die naar Argentinië vluchtten. Een van hen was Josef Mengele, de beruchte kamparts die de gevangenen in het vernietigingskamp van Auschwitz als proefkonijnen voor zijn gruwelijke experimenten gebruikte. Mengele kon na de oorlog vluchten en kwam in 1949 in Buenos Aires aan onder de valse naam Helmut Gregor. Mengele werd een tijdlang dood gewaand, maar eind jaren vijftig ging het gerucht dat hij in Zuid-Amerika leefde. Hij voelde zich ondertussen zo veilig dat hij in Argentinië weer zijn oorspronkelijke naam was beginnen te gebruiken. In 1959 werd een arrestatiebevel uitgevaardigd door de rechtbank van Freiburg, maar Mengele vluchtte naar buurland Paraguay en kon ontsnappen.
Wie ook zijn weg naar Buenos Aires vond, was Adolf Eichmann, een van de hoofdverantwoordelijken voor de Holocaust, ook wel bekend onder zijn bijnaam ‘de boekhouder van de dood’. Hij kwam in 1950 in Buenos Aires aan onder de naam Ricardo Klement. Bij aankomst werd hij geholpen om een nieuw leven op te starten. Hij vond een job als fabrieksleider en deed zijn best om met zijn familie zo onopvallend mogelijk te leven. Maar toch, in de late jaren vijftig komen Israëlische en Joodse organisaties achter zijn verblijfplaats. Er was weinig vertrouwen dat een officieel uitleveringsverzoek tot een arrestatie zou leiden. Daarom zette de Israëlische geheime dienst Mossad in 1960 een operatie op. Geheim agenten ontvoerden Eichmann en brachten hem onder valse papieren naar Israël. Daar werd hij in 1961 berecht en ter dood veroordeeld.

De geschiedenis leeft door
Gelukkig zijn de oorlogsmisdadigers in Argentinië in de minderheid en wordt er tegenwoordig niet meer zo met het nazisme gedweept. Er zijn wel veel andere aspecten in het dagelijkse leven in Argentinië waaraan we merken dat de rijke migratiegeschiedenis verder leeft – of althans stukjes ervan. Als je in de prachtige stad Buenos Aires op wandel bent, voelen het stadsontwerp en de architectuur bijvoorbeeld heel Europees aan. Veel typisch Argentijnse gerechten zijn gebaseerd op oude recepten die de migranten naar hun nieuwe thuisland meebrachten. Denk maar aan verse pasta’s volgens Italiaanse recepten, aan tortilla’s, churros en empanada’s uit de Spaanse keuken, shepherd’s pie en lemon pie uit Groot-Brittannië, of typisch Duits gebak geserveerd in Patagonië.
Het gaat natuurlijk niet alleen over de recepten, maar ook om de tradities die nog steeds worden doorgegeven. Zo is zondag in vele gezinnen een dag om met de hele familie door te brengen en wordt er op de 29ste van elke maand huisgemaakte ñoquis gegeten – gnocchi, een Italiaanse traditie. Vele Argentijnen maken rond 17 uur tijd voor de merienda – even pauze voor koffie, thee of maté met iets zoets, een gewoonte die van de Britse tea time afstamt.
Uit Groot-Brittannië is ook de voetbalsport meegekomen, een sport die in Argentinië ondertussen zo belangrijk is geworden dat je het bijna een religie kan noemen. Verschillende gemeenschappen blijven ook trouw de feestdagen van hun voorouders vieren, vaak op exact dezelfde manier. Zo eet men met kerst in Argentinië ook gevulde kalkoen en andere winterse kost, worden er kerstmutsen als decoratie gebruikt en heeft de plastic kerstboom een laagje sneeuw. Ook al valt Kerstmis voor de Argentijnen in het midden van hun warme zomer.
Argentijnen kijken vaak terug naar hun migratieverleden. Toch is het land niet versnipperd of verdeeld. De Argentijnen zijn fier op hun afkomst, maar veelal zijn ze nog trotser om Argentijn te zijn. Over de migratieachtergronden heen bestaat er een sterke nationale identiteit en een groot eenheidsgevoel.

