“Wie hier binnenstapt, ziet geen cijfers of dossiers, maar gezichten, verhalen en veerkracht”

Dit is een archiefbericht. Sommige afbeeldingen kunnen ontbreken en bepaalde links werken mogelijk niet meer.

We dalen de Kruisstraat in Ronse af. Bovenaan de weg kan je de hele stad zien liggen, aan de voet van de helling vinden we het opvangcentrum voor asielzoekers in het voormalige zorghotel Prinsenhof. We ontmoeten er begeleider procedure Alex Kesteloot, integratiemedewerker Daphnée Blomme en centrummanager Erwin Temmerman van Rode Kruis Vlaanderen. Wat volgt is een gesprek over het reilen en zeilen in het centrum.

Dimitri De Smet

Wat is de rol van het Rode Kruis bij de opvang van mensen die asiel aanvragen?

Sinds 1989 verzorgt Rode Kruis Vlaanderen, op vraag van Fedasil, een deel van de opvang van mensen die internationale bescherming aanvragen. We werken binnen een wettelijk kader, maar zijn onafhankelijk. Onze vrijheid zit in de manier waarop we de opvang organiseren: bed, bad, brood én begeleiding.

 

Hoe verloopt het samenleven in zo’n diverse gemeenschap?

We leven hier momenteel met 29 nationaliteiten, elk met hun eigen cultuur, gewoonten en tradities. Samenleven is niet altijd vanzelfsprekend. Daarom hanteren we een huishoudreglement dat structuur biedt en duidelijkheid schept. Het helpt conflicten te vermijden en geeft bewoners een houvast in een periode van grote onzekerheid. We proberen ook actief te bemiddelen wanneer er spanningen ontstaan en zetten in op dialoog en respect.

 

Wat houdt die onzekerheid in?

De mensen die hier verblijven hebben een verzoek om internationale bescherming ingediend. Tijdens de procedure leven ze in onzekerheid: mogen ze blijven of niet? Die periode kan lang duren en veroorzaakt veel stress.

Wij proberen veiligheid en duidelijkheid te bieden, onder meer via begeleiding door een multidisciplinair team. We merken dat die mentale rust essentieel is om überhaupt aan een goede integratie te kunnen beginnen.

 

Hoe ondersteunt het centrum de bewoners bij hun procedure?

Onze collega’s van de procedureafdeling volgen dossiers op, informeren bewoners over hun rechten en plichten, en begeleiden hen bij een eventuele transfer of verhuis naar een privéadres. We zijn ook de brug naar de stad, bijvoorbeeld voor het verkrijgen van de ‘oranje kaart’, een bewijs van legaal verblijf dat nodig is om te mogen werken. We zorgen ervoor dat bewoners weten wat hen te wachten staat en dat ze hun afspraken nakomen.

 

Is het hier een open of gesloten centrum?

Het is een open centrum. Bewoners mogen vrij komen en gaan. Sommigen kiezen ervoor om zelfstandig te wonen, bijvoorbeeld bij familie. Wie werkt, draagt financieel bij aan de opvangkosten.

We bieden materiële hulp, geen leefloon; dat is een misverstand dat we vaak horen. Integendeel, we stimuleren werk als sleutel tot integratie. Dat is niet altijd makkelijk, vaak zijn hun diploma’s niet geldig of beheersen ze de taal nog niet voldoende. Maar we zien dat het gevoel van autonomie veel doet voor het zelfvertrouwen van onze bewoners.

 

Welke rol spelen onderwijs en werk in het centrum?

School, vorming en tewerkstelling nemen een belangrijke plaats in. Alle 79 kinderen hier aanwezig zijn schoolplichtig en worden ingeschreven zodra ze hier aankomen. Volwassenen worden gescreend en kunnen vervolgens les volgen bij Ligo (centra voor basiseducatie), CVO (centra voor volwassenenonderwijs) of Kisp (volwassenenonderwijs). Wekelijks is er ook Nederlandse les in het centrum.

Tewerkstelling is eveneens van belang, al zijn diploma’s vaak niet erkend en is de taal een barrière. Toch merken we bij onze mensen een sterke motivatie om te werken en bij te dragen. Werk is niet alleen een economische factor, maar ook een manier om zin te geven aan het dagelijkse leven.

 

Hoe wordt medische en psychosociale zorg georganiseerd?

Er zijn verpleegkundigen en huisartsen die het medische luik opvolgen. Voor psychosociale ondersteuning zijn er de collega’s die gesprekken met bewoners voeren. Indien nodig schakelen we een psycholoog of psychiater in, soms met tolk.

We proberen mensen mentaal te ondersteunen in hun moeilijke en onzekere situatie. De verhalen die ze meedragen zijn vaak zwaar en het is onze taak om hen daarin te begeleiden. We zien ook hoe belangrijk het is om trauma’s te erkennen en niet te minimaliseren.

 

Worden er ook groepsactiviteiten georganiseerd?

Het groepsgebeuren in het centrum zorgt voor het beter samenleven, veiligheid en zinvolle tijdsbesteding. De activiteiten vinden plaats op woensdagnamiddag, ’s avonds en in het weekend. Bewoners mogen zelf voorstellen doen en ook zelf organiseren. Dat bevordert de participatie en verbondenheid. We voorzien ook wel eens culturele activiteiten rond ramadan, sinterklaas of kerst om elkaars tradities te leren kennen. Of bewoners bereiden en delen gerechten uit hun land van herkomst. Die momenten van verbinding zijn cruciaal om de muren tussen mensen af te breken.

 

Hoe verloopt de integratie in de buurt?

We zetten steeds in op openheid en dialoog. De opendeurdagen die we organiseren zijn daar een belangrijk onderdeel van. We werken samen met de stad, bijvoorbeeld inzake crisisopvang.

We hebben drie kamers ter beschikking voor mensen in noodsituaties zoals bij huiselijk geweld of woningbrand. Dat heeft het beeld van ons centrum positief beïnvloed. Belgische bewoners delen dan het centrum met mensen die een asielaanvraag deden en dat verloopt verrassend vlot. Het is een mooi voorbeeld van hoe samenleven kan werken als er vertrouwen is.

 

Hoe is de relatie met de lokale stadsdiensten?

We hebben een goede verstandhouding met politie, scholen en ziekenhuizen. Bij incidenten doen we soms een beroep op de politie, want we hebben geen eigen bewakingsdienst. Met 210 mensen samenleven in een gebouw is niet voor de hand liggend en dan is veiligheid cruciaal. Open communicatie is de sleutel. We proberen met zoveel mogelijk partners samen te werken om de integratie en werking te versterken. Ook met organisaties zoals VDAB (tewerkstellingsdienst), KOPA (begeleiding naar duurzame tewerkstelling) en SAAMO (maatschappelijk opbouwwerk) is er een nauwe samenwerking.

 

Welke nationaliteiten zijn momenteel het sterkst vertegenwoordigd?

Het gaat vaak over conflictgebieden. Tot voor kort waren er veel Syriërs, nu zien we meer mensen uit Palestina, Somalië, Eritrea, Irak, Ivoorkust en Afghanistan.

Elk van hen heeft een uniek verhaal, maar ze delen allemaal dezelfde hoop op een betere toekomst. Die hoop is vaak het enige wat hen nog drijft.

 

Wat wil je zeggen tegen mensen die nog nooit een vluchteling hebben ontmoet?

Kom eens langs. Vluchtelingen zijn mensen zoals jij en ik, met dezelfde dromen: veiligheid, een goede toekomst voor hun kinderen, en verlangen naar een beter leven. Overal ter wereld zijn mensen op zoek naar hetzelfde. Een ontmoeting maakt van een abstract begrip een menselijk verhaal. Wie hier binnenstapt, ziet geen cijfers of dossiers, maar gezichten, verhalen en veerkracht.

Foto’s © Dimitri De Smet