Overdag gidst hij leerlingen door ethische dilemma’s, ’s avonds laat hij Gent dansen en tussendoor kleedt hij de stad met het kledingmerk Negenduust. Thomas Beyls, alias dj Latomski, geeft niet-confessionele zedenleer in het Koninklijk Atheneum in Gentbrugge, de school waar hij ooit zelf leerling was.
Bert Goossens
Je staat al meer dan tien jaar voor de klas als leerkracht niet-confessionele zedenleer. Was je zelf een goede leerling?
Nee, absoluut niet (lacht). Mijn tienertijd was niet mijn beste periode. Ik ging vooral naar school om de leerkrachten het leven zuur te maken. Ik was eerlijk gezegd een beetje een eikeltje. Op mijn zestiende ben ik gestart met een leercontract als elektricien. Daar heb ik ook veel geleerd, vooral van mijn bazen.
Op mijn vierentwintigste haalde ik alsnog mijn diploma secundair onderwijs en begon meteen aan de lerarenopleiding. Vanaf het begin wist ik dat ik zedenleer wilde geven. Die existentiële vragen – ook de Godsvraag – vond ik altijd bijzonder boeiend.
Vanwaar die motivatie om toch dat diploma te halen?
Ik kom uit een goed nest. Mijn vader is professor en kunstenaar, een bijzonder intelligente man. Mijn familie is mij blijven steunen. Ik had zelf ook sterk het gevoel dat ik meer in mijn mars had. De jobs die ik deed – in de fabriek, of aan de kassa in de GB van Gentbrugge – lagen me niet. Ik ben een hyperkineet, ik moet kunnen schakelen tussen verschillende dingen. In de lerarenopleiding bloeide ik open. Plots was ik wél een goede student. Motivatie maakt echt het verschil.
Je draait al meer dan 20 jaar mee in de Gentse muziekscene. Waar is je passie ontstaan?
Mijn moeder leidde jarenlang Grabbelpas, een stadsdienst die kinderen opvangt en activiteiten aanbiedt. Op mijn twaalfde volgde ik daar een DJ-workshop. Ik was meteen verkocht. Toen ik op mijn zeventiende met leercontract werkte, verdiende ik 7000 Belgische frank (ongeveer 170 euro) per maand. Weinig, maar genoeg om mijn eerste platendraaiers te kopen. Zo begon ik als techno-dj. Later sloot ik me aan bij Rauw en Onbesproken, een Gents hiphopcollectief, en groeide ik als live-dj.
Hoe verliep dat muzikale parcours?
In 2010 wonnen we met Rauw en Onbesproken De Beloften, een muziekwedstrijd voor beginnende artiesten in Gent. Kort daarna scoorde Fatih een hit met het nummer 9000. We traden veel op: in het voorprogramma van Wu-Tang Clan, samen met De Jeugd van Tegenwoordig en Gers Pardoel … Nadien speelde ik ook bij Uberdope, waarmee we zelfs in de Melkweg in Amsterdam optraden.
Het was een drukke periode, want intussen volgde ik de lerarenopleiding. Ik herinner me nog hoe ik van Rock voor Specials in Evergem moest racen naar de Hogeschool om mijn eindwerk te presenteren.
Tien jaar geleden lanceerde je met ‘Negenduust’ een Gentse kledinglijn. Hoe is dat gegaan?
Oorspronkelijk was Fatih “meneer Negenduust”. Ik heb nu de fakkel overgenomen (lacht). Ik wou al lang iets met kleding doen en had enkele prototypes gemaakt. Ik gaf eens een petje aan mijn broer. Op een festival kwam er iemand naar hem toe, graaide het petje van zijn hoofd en liep weg. Toen wist ik: hier ziet misschien wel iets in.
Omdat ik nog geen voltijdse lesopdracht had, greep ik mijn kans. Als ik na een optreden in de backstage iemand zag die nog maar een beetje bekend was, kon die niet passeren zonder een T-shirt en een foto voor mijn Wall of Fame.
Het merk kende een hoge vlucht, zakte daarna wat in – door kinderen, fulltime lesgeven, te weinig vernieuwing – maar nu loopt het opnieuw zeer goed, mede dankzij sociale media.
Wat wil je bereiken met Negenduust?
Voor mij draait Negenduust altijd rond samenhorigheid. We zijn samen 9000, samen Gent. Iedereen hoort erbij. Daarom maakte ik ook speciale edities zoals Gayenduust of Arabduust. Ik wil iedereen een plek geven.
Dialect speelt daarin een belangrijke rol. Taal kan mensen verbinden, zelfs wie uit totaal verschillende culturen komt. Mijn buurman om de hoek is een Turkse Gentenaar en spreekt sappig Gents – dat vind ik de max. In tijden van polarisatie en globalisering wil ik me echt inzetten om het Gentse dialect en de Gentse cultuur levend te houden.
In november krijg ik het Gentse Handje van de Gentse sociëteit, een erkenning voor wie het dialect in stand houdt. Voor mij voelt dat als een waardering van de oudere generatie.
Gent is een warme stad met eigenzinnige mensen. Maar de laatste jaren lijkt ook in de Fiere Stede de polarisatie toe te nemen. Hoe kijk jij daarnaar?
Eerlijk? Ik probeer politiek op afstand te houden, al moet ik mijn leerlingen wel duiding geven. Polarisatie is natuurlijk een wereldwijd fenomeen. Wat me opvalt: mensen zijn vaak rigide.
Ik had onlangs een discussie: “Als een vriend op Vlaams Belang stemt, kan je dan nog bevriend zijn?” Sommigen zeggen: nee. Maar vriendschap is toch meer dan politiek alleen? Ik heb vrienden die PVDA stemmen en anderen Vlaams Belang. Dat maakt hen geen minder goede vrienden. Blijf praten, probeer elkaar te overtuigen, maar wordt ook niet boos als dat niet lukt.
Wat wil je jouw leerlingen meegeven?
Ik wil de leerlingen de wereld leren kennen. Dat is voor mij altijd het mooiste geweest aan zedenleer: dat we die vrijheid hebben. Natuurlijk gaat het ook over ethiek, dat spreekt voor zich. Maar wat ik echt geweldig vind, is wanneer een leerling met open mond zit te luisteren omdat ik iets vertel dat ze nog nooit hebben gehoord.
Deze week hadden we het bijvoorbeeld over het heelal. Dan vertel ik dat we met ongeveer 1050 km per uur rond onze as draaien, terwijl we tegelijk met ons zonnestelsel aan zo’n 800.000 km per uur door het heelal razen. Dat soort dingen meegeven, vind ik de max. Je ziet ze dan echt nadenken en hoor het daarboven een beetje kraken.
Maar evengoed praten we over de correlatie tussen IQ en welvaart, en dat zo’n 15 procent van de mensen moeite heeft om mee te draaien in ons samenleving.
Dit jaar sta ik ook in het vierde en vijfde middelbaar. Dan kan je al eens diepere gesprekken voeren. Na de moord op Charlie Kirk hadden we bijvoorbeeld heel boeiende discussies over vrijheid van meningsuiting en waar de grenzen liggen.
Leidt dat soms ook tot verhitte discussies?
Ja, natuurlijk, maar dat moet kunnen. Als leerkracht zedenleer speel je soms advocaat van de duivel. Een beetje porren hier, een beetje uitdagen daar. Zo zet je hen aan het denken en dwing je hen om een eigen mening te vormen. Welke mening dat ook is. Je mag iets stom vinden of ergens niet mee akkoord gaan, maar dan verwacht ik wel dat je kunt uitleggen en onderbouwen waarom je dat vindt.
Beschouw je jezelf als vrijzinnig?
Tijdens mijn opleiding was ik uitgesproken anti-theïst. Vandaag is dat minder. Ik respecteer dat religie voor veel mensen waardevol is. Niet dat ik me zelf een spiritueel atheïst voel, eerder een atheïst pur sang.
Wat brengt de toekomst?
Ik kijk enorm uit naar het Groot Gents Examen dat op zondag 23 november 2025 plaatsvindt in het Gentse Ledeberg. Een uniek en ludiek evenement voor alle Gentenaars, ter ere van de tiende verjaardag van De Week van het Gents en Negenduust. Een namiddag met een grote Gentse quiz, optredens en gepresenteerd door Freek Braeckman.
Daarnaast werk ik aan nieuwe muziekprojecten en wil ik jonge kunstenaars een platform bieden. Uiteindelijk draait het voor mij altijd om hetzelfde: samen Gent groter, wijzer en warmer maken.
Dit bericht op Instagram bekijken