Wat drijft een mens om zich in het donkerste van de menselijke geschiedenis te verdiepen? Voor Christophe Busch – criminoloog, historicus, voormalig directeur van Kazerne Dossin en huidig directeur van het Hannah Arendt Instituut – begon het met een boek uit zijn jeugd. Een confronterende kennismaking met de gruwel van de Holocaust die uitmondde in een levenslange zoektocht naar begrip.
Joke Goovaerts
In je onderzoek en ook in je boek De duivel in elk van ons focus je je op daderschap en collectief geweld: concentratiekampen, genocide, terrorisme. Kan je ons meenemen naar het begin van die fascinatie?

Christophe Busch: Hoe ver in mijn verleden kan ik teruggaan om te zien waar het zaadje is geplant? Voor mij begon het met een boek uit de Lekturama-reeks over de Tweede Wereldoorlog, verzameld door mijn grootmoeder. Ze had die encyclopedieën gekocht in een tijd dat mensen ze nog aan de deur aanschaften. Als kind bladerde ik erdoor. Eerst de beelden van uniformen, massabewegingen, de aantrekkingskracht van zo’n beweging. Maar dan in het tweede deel kwam de gruwel: foto’s van de kampen, de vervolging, het onmenselijke. Dat contrast liet me niet los.
En dat leidde tot een centrale vraag: hoe is dat mogelijk?
Busch: Inderdaad, een vraag die me nooit meer verlaten heeft. Hoe kunnen gewone mensen zulke buitengewone gruweldaden begaan? En dat was voor mij het begin van een zoektocht. Later las ik Susan Sontags On Photography, waarin ze beschrijft hoe ze op elfjarige leeftijd voor het eerst bevrijdingsfoto’s uit de kampen zag. Ze noemt dat een epifanie – een openbaring. Je leeft in een wereld vóór die beelden en in een andere erna. Dat herkende ik meteen. Die gruwelfotografie openbaarde een wereld die we ons voorheen niet konden voorstellen.
En dat was het begin van je traject?
Busch: Op de middelbare school schreef ik al werkstukken over het nazisysteem. Ik organiseerde een tentoonstelling over de kampen en vrede. Daarna ging het snel: criminologie, Holocaust- en genocidestudies, daderhulpverlening … Ook in de forensische psychiatrie heb ik gewerkt. Maar de rode draad is altijd gebleven: begrijpen. Zoals de Duits-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt zei: “Ich muss verstehen.” Zonder begrip eindigt alles. Als je niet begrijpt wat je overkomt of wat er in de wereld gebeurt, dan raakt die wereld geblokkeerd. Dan maken mensen soms bizarre mentale sprongen of vallen ze in complottheorieën omdat ze houvast zoeken.
Begrijpen is een actief proces?
Busch: Zeker. Het is wat Arendt ‘zelfdenken’ noemde: durven twijfelen aan je eigen aannames, jezelf voortdurend bevragen, oog hebben voor je blinde vlekken. En tegelijk de ander als mens blijven zien, ook als die een totaal ander perspectief heeft. Door de wereld ook door de ogen van andere mensen te leren bekijken en begrijpen, krijg je zelf een veel breder begripsvermogen. Dat is het moeilijkste, zeker als het over thema’s als geweld en daderschap gaat. Maar het is ook het begin van echte dialoog. Als we het kwaad altijd buiten onszelf plaatsen en zeggen dat het aan de overkant zit, dan begint het kwaad pas echt.
Welke factoren bepalen wanneer een toeschouwer een dader wordt? En herkennen we dat potentieel ook in onszelf?
Busch: We moeten daarbij twee dingen onderscheiden. Om tot collectief geweld te komen, heb je daders nodig – mensen die geweld plannen, beslissingen nemen en het geweld ook daadwerkelijk uitvoeren. Maar daarnaast heb je nog een veel grotere groep nodig, de omstanders – mensen in de samenleving die wegkijken en niet ingrijpen. Ze zijn niet direct betrokken, maar ze maken het wel mogelijk door zwijgen en passiviteit. In de Holocauststudies wordt daar ook over gesproken. De Duitse onderzoeker Rolf Sachsse had het over ‘Erziehung zum Wegsehen’ – opgevoed worden om weg te kijken. In totalitaire regimes word je niet gestimuleerd om kritisch te denken of lastige vragen te stellen. Integendeel, wie zich uitspreekt, belandt in de marge – of erger.
Mensen kijken vaak weg omdat ze bang zijn, zich machteloos voelen of omdat het simpelweg te gruwelijk is. En de samenleving biedt allerlei vluchtwegen aan: je kan eindeloos bingewatchen op Netflix, gaan shoppen in de winkelstraten … Allemaal manieren om het echte ongemak niet onder ogen te hoeven zien. En begrijp me niet verkeerd, niemand moet voortdurend met zijn neus op de gruwel zitten. Maar we zouden ons wél vaker de vraag moeten stellen: wat kan ik doen?
Ons afvragen welke verantwoordelijkheid we in de samenleving kunnen nemen?
Busch: Precies. De Franse filosoof Emmanuel Levinas noemde dat de ‘kleine goedheid’. Geen groot heldendom, maar mensen die op een cruciaal moment besloten om niet weg te kijken. Die optelsom van kleine keuzes en acties redde levens. En vandaag, in wederom donkere tijden – met oorlog, klimaatdreiging, toxische polarisatie – is dat opnieuw ons morele kompas. Als je lang genoeg naar de donkere sterrenhemel kijkt, zie je eerst de poolster en dan zie je nog een lichtpuntje … en nog één. Als we die punten verbinden, krijgen we samen een krachtige lichtbundel.
Ook in tijden van conflict is er ruimte voor menselijkheid?
Busch: In oorlog komt het meest destructieve in de mens naar boven, maar óók het meest altruïstische. Als ik beelden uit Gaza bekijk, zie ik natuurlijk de dood en het verlies. Maar ik zie ook mensen die elkaar helpen, die in hopeloze omstandigheden het kleine verschil blijven maken. En dat is ook wie we zijn als mensen.
Na de Holocaust dachten we: dat overkomt ons nooit meer. En toch zijn we weer terug bij af. Wanneer leren we luisteren? Wanneer trekken we nu echt lessen uit het verleden?
Busch: Wat we intussen wel geleerd hebben, is waar collectief geweld vandaan komt. We begrijpen steeds beter wat daders drijft en hoe radicalisering werkt. En om dat complexe proces een beetje behapbaar te maken, zeg ik vaak: het is een samenspel van heel veel factoren en actoren. In mijn boek De duivel in elk van ons probeer ik die allemaal te benoemen, vandaar ook de dikte ervan. (lacht)
Mijn droom was ooit om een soort periodiek systeem te maken met alle ingrediënten die tot geweld kunnen leiden: dehumanisering, groepsdynamiek, conformiteitsdruk, gehoorzaamheidsmechanismen, hoe denkpatronen en informatie je wereldbeeld en emoties beïnvloeden … noem maar op. Je zou er twee of drie tabellen mee kunnen vullen. Niet alleen met sociale, maar ook met biologische factoren. Zelfs het zogenoemde ‘knuffelhormoon’ oxytocine speelt een rol in hoe we in bepaalde situaties denken, voelen en reageren. We hebben dus een berg aan kennis. Sinds 1945 is er enorm veel onderzoek verricht – historisch, psychologisch, sociologisch, biologisch. Er is haast geen enkele wetenschappelijke discipline die zich níét op een of andere manier met collectief geweld bezighoudt.

Kennis alleen is niet genoeg?
Busch: Kennis betekent niet automatisch wijsheid. We horen het vaak: “Nooit meer.” Of spreuken als: “Wie niet leert uit het verleden, is gedoemd het te herhalen.” De intentie is er meestal wel – mensen voelen aan dat iets fout zit, dat iets niet had mogen gebeuren. Maar toch worden we telkens weer slachtoffer. Ook vandaag nog. In 1945 werden miljoenen mensen vermoord om wie ze waren of wat ze dachten. En daarna? Cambodja, Rwanda, de Jezidi’s, vandaag Gaza. Het blijft zich met schrikbarende regelmaat herhalen.
Wat we goed moeten beseffen: streven naar een wereld zonder conflict of geweld is nobel, maar het blijft een illusie. Het is geen natuurlijke toestand. Conflict hoort nu eenmaal bij een diersoort die samenleeft op een planeet met schaarse middelen. Zeker in menselijke samenlevingen, die extreem complex zijn. Maar als mens beschikken we ook over iets unieks: verbeeldingskracht, betekenisgeving. We zitten nu in het antropoceen, het tijdperk van de mens. Misschien komt er daarna een ander tijdperk. Maar goed, dat is voor later. Wat nú telt, is dat we de complexiteit van de wereld onder ogen zien.
En de rol van media en technologie daarin?
Busch: We willen de wereld sturen, beheersen – maar beheersen is onmogelijk. Wat we wel kunnen, is door patronen te (h)erkennen, pogen om een net iets grote invloed op dat complexe samenspel te hebben. Zoals de combinatie van dehumanisering met nieuwe technologieën die informatie razendsnel verspreiden. Dat is een klassieke cocktail voor geweld. Vroeger was dat de radio, geluidsversterking op afstand. Daarna de opkomst van beeld, emotie in media en literatuur. En dan komen er weer nieuwe technologieën met dezelfde risico’s. Vandaag zijn het de sociale media. Die lijken onschuldig, zelfs leuk: we vinden elkaar terug, we delen beelden. Maar tegelijk ontstaan er giftige culturen waar emoties en verontwaardiging razendsnel circuleren. En dan herhaalt de geschiedenis zich opnieuw met een andere vorm en technologie, maar met dezelfde mechanismen.

Het is allemaal erg complex. Hoe leg je dat uit aan jongeren bijvoorbeeld?
Busch: Er zijn twee elementen van belang: verhalen gebruiken en metaforen inzetten. Waarom? Omdat wij mensen een verhalende soort zijn. Verhalen zijn essentieel. Als je een les begint met: “Welkom, vandaag gaan we honderd dingen leren over …”, dan verlies je die jongeren meteen. Maar als je begint met: “Er was eens …”, dan spitst de klas de oren. Ze weten: er komt een verhaal. En verhalen trekken onze aandacht.
De kracht van het verhaal?
Busch: Je moet verhalen vertellen die mensen doen nadenken. Neem het logo van het Hannah Arendt Instituut: vijf gesloten ogen en één oog dat open is. Dat is geïnspireerd op een bekende foto uit 1936. Je ziet een massa mensen de Hitlergroet brengen – op één man na. Dat was August Landmesser. Hij was met een Joodse vrouw getrouwd en hij wist wat de nazistische ideologie betekende. Hij deed niet mee met de groet. Al die andere mensen waren gestopt met denken. Hannah Arendt noemt dat gedachteloosheid: je geeft het denken uit handen aan de beweging, aan de leider. Maar Landmesser bleef zelf nadenken. Als ik dat verhaal vertel en die foto toon, dan zie je dat het binnenkomt bij de toehoorders. Mensen vergeten dat beeld nooit meer. En eigenlijk is dat de kernboodschap: je moet altijd zelf blijven nadenken.
Welke rol zie je hier voor het vrijzinnig humanisme?
Busch: Een essentiële rol. Vrijzinnig humanisme draait rond kritisch denken. De mens centraal zetten – niet als individu, maar als deel van een groter geheel. We leven in het antropoceen, het tijdperk van de mens, en dat betekent ook dat we verantwoordelijkheid voor onze wereld en voor elkaar dragen. De mens is in staat tot gruwel, maar ook tot grootse verwezenlijkingen zoals wetenschap, technologie, ruimtevaart. Waarom? Omdat we van elkaar leren. Omdat we verbonden zijn – in tijd en ruimte. De eerste vijfentwintig jaar van je leven spendeer je aan leren. Niet alleen uit boeken, maar ook van de geschiedenis, van anderen. Dat is onze kracht als soort: samenwerking, kennisdeling, collectief nadenken. Het vrijzinnig humanisme kan dat bevorderen door vragen te stellen, niet door dogma’s te prediken. Mensen leren denken. In dialoog gaan, ook als het schuurt.

Tot slot, je bent voortdurend bezig met de donkere kant van de mens. Hoe verwerk je dat persoonlijk?
Busch: Als je naar de donkere hemel kijkt, moet je ook leren zien dat er sterretjes in zitten. Dat is echt belangrijk. Er is altijd licht. Niets is ooit totaal duister. Het gaat om je focus. En voor mij is dat op een heel natuurlijke, organische manier gegroeid.
Wat ook helpt, zijn betekenisvolle relaties. Iets hebben om op terug te vallen. Je gezin, je kinderen, je partner, een paar duurzame vrienden – dat zijn geen honderden mensen, maar een paar heel waardevolle. Samen dingen doen, genieten van schoonheid rondom je.
Als ik naar mijn bibliotheek kijk … ja, het is een verzameling van miserie. Maar in die boeken zit ook heel veel schoonheid – als je die wil zien. Wat mij hoop geeft, is hoeveel mensen er met die thematiek bezig zijn en waarom ze dat doen. In de wereld van genocideonderzoek – een kleine wereld, dat wel – zijn zovelen ongelofelijk gedreven. Topmensen die zeggen: “Wij moeten hiermee aan de slag.” Je bent technisch-instrumenteel met moeilijke thema’s bezig, maar je voelt dat het over een hoger doel gaat. Over zingeving. En dat kan ook echt genieten zijn. Van de mensheid, van de natuur rondom je.
Bekijk ook Het pleidooi en De inzichten van Christophe Busch.
Lees hier de recensie van De duivel in elk van ons.
Foto’s © Jeroen Vanneste