“De gevangenis maakt me geen betere mens”

Geert Dewaele

18 december 2025

In de gevangenis van Hasselt zitten op dit ogenblik zo’n 650 gevangenen, al is er eigenlijk maar plaats voor 450. Danny en Maarten (*) zitten al een tijd achter de tralies en weten wat het is om de hele dag samengepakt te zitten in een cel van nauwelijks 10 vierkante meter. Ze praten over binnenkomen, overleven, over hoop en wanhoop. Maar ook over hun band met Germaine Drieskens, hun moreel consulent. “De gevangenis vreet aan onze waardigheid.”

Wie de eerste keer een gevangenis binnenkomt, vergeet het nooit. Het is een betonnen wereld met lange gangen, tralies, sloten en een intercom die af en toe ‘Code Rood’ afroept, het noodsignaal voor de cipiers dat er ergens gevaar is. De gevangenis van Hasselt is nog relatief nieuw, gebouwd in 2005, maar ook hier voel je hoe het detentiesysteem uit zijn voegen barst. Danny toont ons zijn cel die hij deelt met een andere gevangene. Een stapelbed, een kleine tafel, één stoel, een klein toilet, een koelkast en een microgolf. Meer kan er niet in. En dan mogen zij nog van geluk spreken, want in andere cellen wordt er nog een matras bijgelegd voor extra capaciteit.

Herinneren jullie nog de eerste dag dat jullie binnenkwamen?
Maarten: “Alsof het gisteren was. Je wordt ingeschreven, gefotografeerd, spullen die niet mee mogen worden apart gelegd. Je krijgt een tandenborstel, handdoek, lakens, rokers krijgen een pakje tabak. En dan kom je meteen in een gedeelde cel terecht. Dat is slikken: je kent die persoon niet, soms spreek je elkaars taal niet, en je leven verandert plots volledig. Ik heb die paniek ook gevoeld. Door mijn verleden kon ik me misschien wat sneller wapenen, maar voor veel mensen is die overgang ronduit traumatisch.”

Danny: “Mijn eerste binnenkomst dateert van 2012. Binnen voelde tegelijk vreemd én vertrouwd, je ziet oude bekenden. Het grote verschil met vandaag? Toen was er veel agressie vanuit het personeel; nu is het menselijker. De cipiers zijn beter opgeleid.  Een ‘goedemorgen’ en minder dreiging. Alleen is er intussen wel de overbevolking.”

Maarten: “Ik leef dag per dag. Dromen heb ik niet.”

Hoe ziet een gewone dag eruit voor jullie?
Danny: “We leven bijna de hele tijd in onze cel. Leven, eten en slapen, het gebeurt allemaal binnen de vier muren. Er zijn vaste appélmomenten: ’s ochtends en ’s avonds, soms heel vroeg. Tussendoor gaan de sloten open en dicht. Voor eten, voor controle. Veel gaat via routines; dat geeft houvast, maar je verliest ook de regie. Zelfs kleine dingen zoals een lichtknop of verluchting zijn niet vanzelfsprekend.”

Maarten: “Je plant je hele dag rond die appélmomenten, zoals de wandeling. Als je met twee of drie op cel zit, spreek je af wie wanneer belt. Maar als je partner werkt wanneer je celgenoot op wandeling is, wordt zelfs bellen een puzzel. Soms wacht je tot de ander weg is om even op adem te komen.”

Samen op cel: hoe maak je dat leefbaar?
Maarten: “Het zijn micro‑samenlevingen: afspraken over wie wanneer televisie kijkt, wanneer het licht aan en uit mag, schoonmaken, wie de stoel gebruikt. Als er iemand op de grond ligt, is er letterlijk geen uitwijkplek. Je leert geduld hebben, maar er zijn ook grenzen. Soms is er een taalbarrière; dan praat je met handen en ogen.”

Danny: “Je hebt geluk nodig met wie je naast je krijgt. Ik heb goede en minder goede celgenoten gehad. Het is aftasten: wie is een nachtmens, wie wil praten, wie niet. Maar privacy bestaat niet.”

Wat doet de overbevolking met een gevangene?
Maarten: “Met twee kan je nog een ritme zoeken. Met drie, waarvan één op een matras op de grond, verdwijnt alles. Eén stoel, een toilet naast het bed. Dan ga je afspraken maken, maar eigenlijk heb je geen eigen plek meer. Spanning zit dan onderhuids in alles: bellen, slapen, eten, stilte.”

Danny: “Op de inkomsectie liggen mensen soms standaard met drie. Je moet over iemand heen stappen om naar het toilet te gaan. De ramen hebben roosters; verluchting is miniem. Warmte, geuren, frustraties. Het is improviseren over het onmogelijke. En dat vreet aan je waardigheid.”

Maarten samen met moreel consulente Germaine Drieskens: “Bij haar kan ik even mezelf zijn. Zonder masker. Dat lucht op.”

Wat betekent het contact met de moreel consulent?
Danny: “Tegen Germaine kan ik alles zeggen, zonder oordeel. Als ik eens niet kom, komt ze aan de cel checken wat er scheelt. Die bezorgdheid doorbreekt het regime. Het is het moment dat je echt ventileert en dingen kan plaatsen.”

Maarten: “Voor mij is ze ook een echte vertrouwensfiguur. Je kan ook wel een goede band hebben met een cipier, maar daar is er toch altijd die machtsverhouding, waardoor je ook niet alles durft zeggen. Germaine heeft me ook praktisch geholpen, zoals bijvoorbeeld bij mijn papers die ik moet schrijven voor een academische cursus die ik hier volg. Maar het belangrijkste is: even jezelf kunnen zijn, zonder masker. Dat lucht op.”

Schuld, schaamte en herstel: kun je daaraan werken in de gevangenis?
Danny: “Je schuldbesef reist mee, ook in je slaap. Er zijn dagen dat het je lam legt. Ik schaam me diep voor wat ik gedaan heb, maar ik kan het niet meer terugdraaien. Veel nachten slaap ik niet of nauwelijks. Praten helpt, al is het maar om te zeggen dat je het even niet aankan.”

Hoe houd je jezelf mentaal rechtop?
Maarten: “De cursus die ik volg verplicht me om te denken, lezen en schrijven. De filogroep, georganiseerd door de moreel consulenten, is een plek waar je samen met anderen kan praten. Zo spraken we recent over ‘de zin van het leven’. Je leert luisteren en denken, ook al hoef je niet altijd te praten. Dat houdt me mentaal actief.”

Danny: “De filogroep voelt huiselijk. Er zijn chips, je kan iets drinken. Het klinkt banaal, maar je ontsnapt heel even aan de gevangenissfeer. Je bent dan weer mens, geen nummer. Humor helpt ook. Lachen is soms de enige manier om de dag door te komen.”

Contact met buiten: hoe houd je relaties en familie overeind?
Maarten: “Bellen en bezoek zijn levenslijnen. Maar ondertussen leeft buiten alles door. Je bent vaak machteloos.”

Danny: “Ik krijg gelukkig nog bezoek van mijn vriendin, maar een relatie vanuit de gevangenis in leven houden is absoluut niet evident. Vriendschappen verwateren, partners haken af. Toch zijn die momenten met buiten, hoe kort ook, zuurstof. Ze herinneren je eraan dat je meer bent dan een nummer.”

Door de juridische achterstand, moet je vaak ook lang wachten op een straf. Hoe beleef je die periode?
Maarten: “De periode vóór de uitspraak is mentaal het zwaarst. Je zit in onzekerheid en weet nooit wanneer het gedaan is. Toen de uitspraak er was, kwam er paradoxaal rust bij mij. Onzekerheid maakt mensen kapot; duidelijkheid geeft een kader, ook al is het zwaar. Dat is trouwens een van de redenen waarom veel gevangenen kiezen om hun volledige straf uit te zitten, in plaats van een aanvraag in te dienen voor vervroegde vrijlating bij de Strafuitvoeringsrechtbank. Zo’n procedure eindigt vaak in ontgoocheling, en dan heb je liever de zekerheid van een vaste einddatum.

Danny: “Op de inkomsectie liggen mensen soms standaard met drie. Je moet over iemand heen stappen om naar het toilet te gaan.”

Hoe verloopt de voorbereiding op buiten, in de praktijk?
Maarten: “Als je vervroegd wil vrijkomen, moet je zelf zorgen voor je re‑integratie: werk, woning, begeleiding. Maar het is de Strafuitvoeringsrechtbank die beslist. Krijg je een negatief advies, dan ben je soms alles kwijt wat je regelde en mag je weer opnieuw beginnen.”

Danny: “Omgekeerd ben ik eens zonder enige voorafgaande verwittiging vrijgelaten. Ik werd letterlijk van het ene moment op het andere aan de poort gezet, met mijn spullen. Geen adres, geen vangnet. Buiten bots je op flashbacks, zo bleef ik voor deuren staan tot ze voor mij werden opengedaan. Of een kraan die je niet uitzet omdat dat in de cel altijd vanzelf gaat. Dat is detentieschade: binnen ingeprent, buiten niet te integreren. Maar nazorg moet beginnen vóór de deur opengaat.”

Maakt de gevangenis je een betere mens?
Maarten: “Mijn antwoord blijft nee. Je zit bij het slechtste wat de samenleving te bieden heeft. Gedrag wordt overgenomen, frustratie groeit, onzekerheid woekert. Zonder persoonlijk plan en echte ondersteuning stap je buiten met meer littekens dan waarmee je binnenkwam.”

Danny: “Helaas kom je hier niet beter uit, wel integendeel. Je trekt wel lessen uit je daden, maar het systeem stuwt je niet vooruit. Als hulp maanden op zich laat wachten en als je op het einde van je straf zonder vangnet wordt buitengezet, dan word je echt niet vanzelf beter.”

Kun je nog dromen over later?
Maarten: “Ik leef dag per dag. Dromen heb ik niet. Ik heb mezelf aangeleerd ze niet te koesteren, elke mislukte wens is een extra teleurstelling. Maar praten helpt. Met Germaine en in de filogroepen.”

(*) De namen zijn gewijzigd om anonimiteit te garanderen. Het gesprek vond plaats in de gevangenis van Hasselt samen met moreel consulent Germaine Drieskens.

Lees ook het interview met moreel consulent Germaine Drieskens: “Een toilet naast het bed, matrassen op de grond. Dat is mensonwaardig”

De Stichting Morele Bijstand voor Gevangenen biedt morele bijstand aan gedetineerden in alle Belgische gevangenissen. Gevangenen kunnen terecht bij morele consulenten voor een gesprek. Steun de Stichting via deze link.