Democratie
Bert Goossens en Dimitri De Smet
9 februari 2026
In zijn nieuwste boek Absolute Democratie analyseert Ilja Leonard Pfeijffer (58) haarscherp hoe onze vertrouwde constitutionele democratie onder druk komt te staan. “Democratie is moeilijk en arbeidsintensief”, zegt hij. “Maar het gevaarlijkste moment is wanneer we haar vanzelfsprekend beginnen te vinden.”
Ilja Leonard Pfeijffer hoeft nauwelijks nog voorgesteld te worden. De Nederlandse schrijver en classicus, die al jaren in Genua woont, mengt zich geregeld in het publieke debat over Europa, democratie en de toekomst van de liberale rechtsstaat. Van zijn hand zijn literaire bestsellers als La Superba (2013), Grand Hotel Europa (2018) en het epische Alkibiades (2023). Twee jaar lang schreef hij essays voor De Morgen, nu gebundeld in Absolute Democratie. Daarin observeert en analyseert hij een wereld die stevig door elkaar wordt geschud door de opkomst van een nieuwe vorm van democratie:
“De traditionele constitutionele democratie wordt de laatste jaren in toenemende mate uitgedaagd door een alternatief model dat ik absolutistisch zou noemen. Volgens de aanhangers van dit model is het heel erg ondemocratisch als de winnaar van de verkiezingen zichzelf belemmerd ziet door regels van de rechtsstaat, door de grondwet, door uitspraken van ongekozen rechters, door bureaucraten in Brussel. Volgens aanhangers van een absolute democratie heeft de winnaar van de verkiezingen het democratisch mandaat om te doen wat hij wil. En om desnoods ook de rechtsstaat te negeren.
Waar de traditionele constitutionele democratie gekenmerkt wordt door een voortdurende zoektocht naar een evenwicht tussen verschillende deelbelangen – evenwicht tussen de belangen van de meerderheid en de minderheden – daar vestigt een absolute democratie de facto een dictatuur van de meerderheid.
Het is van cruciaal belang om te beseffen dat aanhangers van beide modellen zichzelf zien als de ware democraten en de anderen zien als de bedreiging. Dus je hebt aan de ene kant mensen die zich enorme zorgen maken over de staat van de democratie, omdat de rechtsstaat wordt aangetast. Aan de andere kant heb je mensen die zich zorgen maken over de staat van de democratie omdat de volkswil, die zich uit in een verkiezingsuitslag, wordt belemmerd door regels van de rechtsstaat en ongekozen rechters.
Dat ze beide naast elkaar bestaan en dat je in beide gevallen de manier van denken kunt begrijpen, wil natuurlijk nog niet zeggen dat ze gelijkwaardig zijn. Absolute democratie, die een dictatuur van de meerderheid realiseert, wordt al heel gauw een dictatuur. En we hebben nu het afschrikwekkende voorbeeld van de Verenigde Staten onder ogen om te zien hoe snel dat kan gaan en hoeveel daarbij op het spel staat.”

Ligt de kracht van de constitutionele democratie, de spreiding van macht, niet ook aan de basis van haar kwetsbaarheid?
“Ik ben het eens met Churchill, die gezegd heeft dat democratie de allerslechtste staatsvorm is, met uitzondering van alle andere staatsvormen die ooit zijn uitgeprobeerd. Democratie is niet automatisch perfect. Het is geen garantie voor de realisatie van het paradijs op aarde. En vooral: democratie is niet efficiënt.
Een dictatuur is veel efficiënter. Maar een democratie is niet ontworpen om efficiënt te zijn. Een democratie is ontworpen om concentratie van de macht te voorkomen, desnoods ten koste van efficiëntie. We kunnen het gebrek aan efficiëntie dus niet tegen de democratie in stelling brengen. Maar tegelijkertijd moeten we daar wel mee werken natuurlijk.
Ik denk dat het van het grootste belang is om te beseffen dat een democratie moeilijk is en arbeidsintensief, en dat je daar telkens weer in moet blijven investeren. Een democratie is nooit af. En het meest gevaarlijke punt voor een democratie is het moment waarop we ze als vanzelfsprekend gaan beschouwen. Dan moeten we oppassen.”
U vergelijkt regelmatig in uw essays onze tijd met de strijd tussen Athene en Sparta in de Oudheid. Kunt u dat nog eens uitleggen?
“Athene en Sparta, die aan het einde van de vijfde eeuw tegenover elkaar stonden in de Peloponnesische Oorlog, zijn symbolen geworden van twee verschillende soorten maatschappijen. Sparta is het prototype van een gesloten, militaristische, harde, masculiene samenleving. Athene: dat is de open democratische maatschappij waar het belang van kunsten en filosofie werd gevierd. Athene werd door de Spartanen gezien als ‘gedegenereerd’, ‘verwijfd’ en ‘soft’.
We zien in onze tijd een soort cultuurstrijd die je heel goed in die symbolische termen zou kunnen samenvatten. Extreemrechts heeft een cultuuroorlog ontketend tegen wat zij beschouwen als softe uitwassen van een gedegenereerde maatschappij: zoals wokeness, te veel begrip voor andersdenkenden en openstaan voor vluchtelingen. In deze cultuuroorlog is extreemrechts uit op een herwaardering van het oude mannelijke ideaal. Dat gaat ook zover dat in dat ideaal minder plaats is voor vrouwen, waarbij zij weer een traditionele rol achter het aanrecht innemen. De tegenstelling tussen Athene en Sparta is een symbool voor wat er vandaag gaande is. En het probleem is: de Spartanen zijn aan het winnen.”

Trump slaagt erin om op korte tijd de democratie in de Verenigde Staten te ontmantelen. Zou het in België ook zo snel kunnen gaan?
“Ik denk dat wij heel erg beschermd worden door het meerpartijenstelsel en door de evenredige vertegenwoordiging, waardoor telkens coalities gevormd moeten worden. Het is niet efficiënt, maar het helpt wel heel erg om het evenwicht te bewaren.
In een tweepartijenstelsel, zoals in de Verenigde Staten of in Engeland, kan het veel sneller gaan natuurlijk. Ik zie ook in Italië: Giorgia Meloni is sinds haar aantreden als premier bezig met het realiseren van een agenda die erop uit is om de democratie uit te hollen, naar voorbeeld van haar vriend en inspirator Viktor Orbán. Er is nu al jaren een gevecht gaande tussen de regering en de Italiaanse instituties. Maar de Italiaanse instituties zijn taai en het gaat heel traag en moeizaam. Ook dat heeft ermee te maken dat Italië een meerpartijenstelsel heeft, een stelsel van min of meer evenredige vertegenwoordiging. Dus dat biedt een soort veiligheidsnet.”
Meloni is een sterke stem in Europa. Moeten we haar zien als een verdediger van de Europese democratie of net als het grootste gevaar?
“Meloni heeft twee gezichten. Toen ze de verkiezingen won en premier werd, hield iedereen in Europa het hart vast, want zij had al jarenlang een programma tegen de EU, tegen de NAVO, tegen steun aan Oekraïne … Maar onmiddellijk na haar aantreden heeft ze een draai gemaakt van 180 graden en heeft ze zich een heel trouwe bondgenoot van Europa, de NAVO en Oekraïne betoond, tot opluchting van velen. Op het internationale podium geldt ze nu als iemand die redelijk is en met wie zaken valt te doen. Op een heel intelligente manier heeft ze zich in een positie gemanoeuvreerd waarin ze zowel het vertrouwen geniet van Donald Trump als van Ursula von der Leyen, waardoor ze op bepaalde momenten een bemiddelingsrol kan spelen. Dus op het internationale podium lijkt ze een steunpilaar te zijn van Europa en de NAVO.
Binnen Italië heeft ze een ander gezicht. Ze zal in de binnenlandse politiek haar harde kern van haar neofascistische aanhang nooit vergeten en nooit verloochenen. En ze is wel degelijk bezig met het realiseren van een antidemocratische agenda.”
Moet Europa volgens u meer inzetten op ‘hard power’ om de democratie te beschermen?
“In geopolitiek opzicht is er heel veel veranderd sinds de herverkiezing van Trump. Dat is toch wel echt een wake-upcall en hopelijk helpt het om ons uit onze lethargie te doen ontwaken. We waren misschien gewend geraakt aan een vijandige mogendheid in het oosten: Rusland. We waren misschien gewend geraakt aan China, dat van alles doet en misschien ook niet het beste met ons voor heeft. Maar wat echt een schok is voor Europa, is dat onze traditionele trouwste bondgenoot onze bondgenoot niet meer is: de Verenigde Staten hebben zich geschaard in het kamp van de vijanden van Europa. Het is officieel Amerikaans beleid om de Europese Unie te ontmantelen en aan te sturen op een overwinning van het fascisme in Europa.
We moeten realiseren dat we, om te overleven als Europa, zo snel mogelijk een supermacht te midden van supermachten moeten worden. Een voordeel hierbij is dat een waarlijk verenigd Europa voor geen enkele andere supermacht onder hoeft te doen, behalve misschien militair. Dus het is onze droeve taak om daar iets aan te doen.
Maar vervolgens kunnen we misschien ook wat meer zelfvertrouwen gebruiken. Als het lukt om een democratisch Europa te laten overleven, is Europa daarmee eigenlijk het laatste bolwerk van democratie, vrijheid en rechtvaardigheid.
We moeten beseffen hoe belangrijk dat is. Dat is een bron van inspiratie en een voorbeeld voor miljarden mensen elders in de wereld. Maar die rol moeten we dan wel heel serieus nemen: dan moeten we ons ook daadwerkelijk en consequent opstellen als een kampioen van de rechtvaardigheid. En dat is natuurlijk de afgelopen jaren niet altijd even goed gegaan, met name in de positie van Europa in de genocide in Gaza.”

Ook niet rechtvaardig: de vele asielzoekers die we, ook hier in Brussel, zeer letterlijk in de kou laten staan.
“Het is de klassieke zondebok die ons door extreemrechtse partijen wordt aangereikt. Er zijn allerlei problemen in onze samenleving en die problemen zijn ook reëel. Alleen is het natuurlijk niet zo dat die komen door asielzoekers, vluchtelingen of buitenlanders. Maar dat is de zondebok die extreemrechts ons aanreikt. Extreemrechts is er niet bij gebaat om dat probleem op te lossen. Dat zou electorale zelfmoord zijn. Extreemrechts is er juist bij gebaat om dat probleem zo zichtbaar mogelijk te maken.
Dus als je een crisis creëert in de opvang, mensen op straat zet en vervelende, onmenselijke toestanden creëert, moet je zo cynisch zijn om in te zien dat dat koren op de molen is van partijen die buitenlanders als grootste bedreiging willen afschilderen.”
Ik leg u graag een stelling voor: constitutionele democratie en kapitalisme kunnen niet samengaan.
“Ik denk dat ik het met die stelling eens zou moeten zijn. Ik denk dat we op een punt zijn aanbeland in de geschiedenis waarop we tegen de grenzen aan lopen van het kapitalisme, van de vrije markt. Dat is heel erg zichtbaar in ecologisch opzicht. De klimaatverandering zet de leefbaarheid van onze planeet op het spel vanwege het kapitalistische model van oneindige economische groei op een eindige planeet. En aan de andere kant leidt kapitalisme tot toenemende economische ongelijkheid die inmiddels vormen aanneemt die niet langer acceptabel zijn. Het probleem is dat beide crisisverschijnselen inherent zijn aan het kapitalistische systeem. En dat we derhalve de moed moeten hebben om het kapitalistische systeem als zodanig ter discussie te stellen. Alleen: dat durft niemand. Maar dat moeten we denk ik toch doen. En ik denk niet dat een democratie levensvatbaar blijft als de democratie niet in staat is om een rechtvaardige samenleving te garanderen. Een samenleving die de leefbaarheid van de planeet op het spel zet en die toenemende economische ongelijkheid toestaat, is geen rechtvaardige samenleving. Dus dat gaat heel moeilijk samen met democratische principes.”
U ging recent in de Bozar in debat met Guy Verhofstadt, een liberaal boegbeeld. Waar lagen volgens u de belangrijkste breuklijnen in dat gesprek?
“Het was een heel erg boeiend en spannend debat. Ik moet zeggen: Guy Verhofstadt is een moedig man. Die ideeën die hij nu in zijn nieuwste boek uiteenzet, daar zullen zijn vroegere liberale vrienden niet bepaald vrolijk van worden. Hij is het er volledig mee eens dat het kapitalisme een groot probleem is gaan vormen. Hij pleit zonder blikken of blozen voor de invoering van een basisinkomen. Dat zijn allemaal standpunten die niet klassiek liberaal genoemd kunnen worden; ik vind dat heel moedig.
Tijdens dat debat waren we het eigenlijk in grote lijnen eens over de diagnose van wat er mis is op dit moment. Vervolgens werd het een leuke clash over de oplossing. Hij is dan toch meer geneigd om de oplossingen te zoeken binnen het systeem. Ik denk, Einstein indachtig, dat het heel moeilijk is om oplossingen te vinden binnen het systeem dat de problemen heeft gecreëerd. Dus ik probeer alternatieven te vinden voor het systeem als zodanig en het systeem als zodanig ter discussie te stellen. Ik heb hem toen op het podium de conclusie moeten laten trekken dat hij blijkbaar een communist is – wat ik overigens als een compliment beschouw.”

U beschrijft in uw boek de aftakeling van democratie op verschillende vlakken. Welke rol speelt religie in dat proces?
“Wat ik in Italië zie, is dat religie – en als we het in Italië over religie hebben, hebben we het over de katholieke kerk – vaak als een alibi, als een bondgenoot, als een schaamlap wordt gebruikt voor extreemrechs. En ook misschien door een iets keuriger rechts als een advocaat voor de conservatieve waarden die zij voorstaan. Religie wordt misbruikt als argument voor conservatieve ideeën. In Italië is dat heel erg zo met ethische vraagstukken. Zolang de katholieke kerk nog macht heeft in Italië – zolang de paus nog in Rome woont – zal het heel moeilijk zijn om te komen tot wetgeving over euthanasie, abortus, het huwelijk van homoseksuelen en dat soort dingen. En je ziet dus ook dat de regering van Meloni van die verworvenheden probeert terug te draaien. Zelf ben ik een atheïst, godzijdank. Maar wel een katholieke atheïst. Ik ben niet zomaar een goddeloze heiden, ik ben een afvallige van de heilige moederkerk.”
Vaak wordt de geschiedenis beschreven als een slingerbeweging. Onze democratie zit vandaag in moeilijk weer, maar ziet u ook lichtpuntjes?
“Die slingerbeweging is geen natuurwet. Die slinger moeten we zelf de andere kant op duwen. De situatie in de Verenigde Staten is nu zo ontzettend afschrikwekkend dat we misschien beginnen te snappen wat er op het spel staat. Dat kan ons helpen om ons intern te wapenen tegen het verval van de democratie, en ons als verenigd Europa ook te wapenen tegen externe vijanden.
Het belangrijkste is: betrokken blijven. De autoritaire krachten die uit zijn op ontmanteling van de democratie en van onze vrijheden, zijn bij niets meer gebaat dan bij onze onverschilligheid.”
Absolute democratie, Kroniek van een aangekondigde afrekening verscheen op 3 februari 2026 bij De Arbeiderspers