Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie

“We hebben decennialang beleid gevoerd, maar de discriminatie is niet gedaald”

Joke Goovaerts

20 maart 2026

Voor de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie spreken we met Pieter-Paul Verhaeghe (41), socioloog aan de VUB en expert in discriminatie en ongelijkheid. Hij onderzoekt al jaren hoe racisme zich manifesteert in België, van subtiele uitsluiting tot structurele barrières op de arbeids- en woningmarkt. “De verkiezing van Trump was een kantelpunt: plots durven mensen weer openlijk racistische uitspraken doen.”

Hoe kunnen we racisme volgens jou definiëren?

Racisme definiëren is tegelijk eenvoudig en complex. Je kunt vertrekken van een enge definitie, waarbij je enkel kijkt naar racistische attitudes: mensen die groepen hiërarchisch indelen als ‘hoger’ of ‘lager’ op basis van biologische of culturele kenmerken. In de sociale wetenschappen hanteren we echter een bredere definitie. Dan spreken we over een historisch gegroeid systeem van uitsluiting van raciale of etnische groepen, dat tegelijk werkt op individueel, institutioneel en maatschappelijk niveau.

Kan je een concreet voorbeeld geven van wat racisme in de praktijk betekent?

Racisme uit zich op heel uiteenlopende manieren: van discriminatie op de arbeids- of huurmarkt tot de stereotypen die in de media circuleren. Wanneer mensen met een migratieachtergrond in het nieuws komen, worden ze vaak geassocieerd met werkloosheid, misbruik van sociale zekerheid of criminaliteit. Die beelden nestelen zich in ons hoofd en versterken attitudes die vervolgens weer leiden tot discriminatie. Zo blijft het systeem zichzelf in stand houden.

Unia kreeg in 2025 een recordaantal van 2.502 meldingen van racisme, ruim 300 meer dan in 2024. Wat zeggen deze stijgende cijfers over de evolutie van racisme in onze samenleving?

Omdat racisme breed werkt, kan je er geen allesomvattend cijfer op plakken. Maar we kunnen wel kijken naar specifieke indicatoren, zoals discriminatie op de arbeids- en woningmarkt, domeinen waar al decennialang onderzoek naar gebeurt.

Neem de arbeidsmarkt: twee mensen solliciteren met exact hetzelfde cv. De ene heet Mohammed, de andere Maarten. Als Maarten systematisch vaker wordt uitgenodigd, spreken we van discriminatie, een vorm van racisme die zich uit in ongelijke behandeling. Dat is verboden gedrag.

Wat zien we? De mate van discriminatie op zowel de arbeids- als de woningmarkt is de voorbije 30 à 40 jaar opvallend stabiel gebleven. En dat ondanks jaren van beleid, sensibilisering en campagnes. Als het gaat over de vraag wie een job of woning krijgt, is er nauwelijks vooruitgang. Alle studies komen tot dezelfde conclusie: het niveau van discriminatie is niet gedaald.

In de jaren 90 was discriminatie vaak expliciet. In advertenties stond soms gewoon “geen vreemdelingen”.

Wat wél veranderd is, is de vorm. In de jaren negentig was discriminatie vaak expliciet. Werkgevers zeiden letterlijk: “Ik neem je niet aan omdat je tot die groep behoort.” In advertenties stond soms gewoon “geen vreemdelingen”. Vandaag gebeurt het subtieler. Werkgevers of verhuurders zeggen het niet meer openlijk, maar laten het gewoon stilvallen. De meest voorkomende vorm van discriminatie is nu: géén antwoord krijgen. Radiostilte. Dat noemen we ‘ghosting’.

Racisme is minder expliciet?

Als we kijken naar attitudes, wat mensen openlijk zeggen over bijvoorbeeld Marokkaanse of zwarte buren,  dan zien we wél verbetering over de voorbije vijftig jaar. Mensen drukken zich minder expliciet racistisch uit. Critici zeggen soms dat dit enkel schijn is, dat mensen hun racisme verbergen. Maar ik denk dat het discours op dat vlak echt veranderd is.

Tegelijk zien we dat expliciet racisme opnieuw terrein wint, vooral onder invloed van radicaal-rechtse bewegingen. De verkiezing van Trump was daar een kantelpunt in: plots durfden mensen weer openlijk racistische uitspraken te doen. Voor België hebben we nog geen recente studies over de laatste vijf jaar, maar mijn hypothese is dat we een gelijkaardige verharding zien, zeker met de doorbraak van Vlaams Belang. Op sociale media is het discours vandaag veel rauwer dan twintig jaar geleden.

In het rapport van de Vlaamse Scholierenkoepel blijkt dat één op vier leerlingen racisme ervaart op school. Hoe kunnen we beter samenleven in diversiteit?

Op school is het paradoxaal genoeg nog het makkelijkst om vooruitgang te boeken. Een school heeft relatief veel controle: een directie kan keuzes maken, leerkrachten kunnen klassen samenstellen en bepalen wie met wie samenwerkt. We weten dat diversiteit op school een succes kan zijn, op voorwaarde dat het goed begeleid wordt.

Een belangrijke sleutel is samenwerking. Leerlingen van verschillende achtergronden moeten samenwerken aan zowel moeilijke als makkelijke taken. Wanneer mensen een gemeenschappelijk doel hebben en elkaar nodig hebben om dat doel te bereiken, verbeteren de onderlinge attitudes.

Hoe gaan scholen om met verschillen tussen leerlingen?

Scholen hanteren verschillende benaderingen. Sommige kiezen voor een kleurenblind beleid, waarbij men ervan uitgaat dat iedereen gelijk is en dat verschillen dus geen aandacht hoeven te krijgen. Hoewel dat goedbedoeld klinkt, voelen leerlingen met een migratieachtergrond zich in zo’n omgeving vaak niet echt gezien of erkend, wat hun welbevinden verlaagt.

Andere scholen volgen een assimilatiebeleid, waarin verschillen wel worden erkend, maar leerlingen geacht worden zich volledig aan te passen aan één dominante norm. Denk aan regels zoals uitsluitend Nederlands spreken op de speelplaats of culturele bagage thuislaten. Onderzoek toont dat deze aanpak leidt tot de slechtste resultaten.

Het meest positieve effect zien we bij een inclusief beleid, waarin kleur en achtergrond bewust worden erkend en verschillen een plaats krijgen.

Het meest positieve effect zien we bij een inclusief beleid, waarin kleur en achtergrond bewust worden erkend en verschillen een plaats krijgen. Misschien is een leerling recent als vluchteling uit Afghanistan of Syrië gekomen. Een andere leerling woont hier al twee generaties en viert bijvoorbeeld het Suikerfeest. Soms gaat het om migratie, soms om religieuze tradities, soms om sociaal-economische factoren. Al die verschillen komen samen in één klas.

Door daar open over te praten, zien leerlingen dat hun achtergrond er mag zijn. Ze voelen zich dan merkbaar veiliger, meer gezien en meer bereid om met verschillen om te gaan en samen te werken. In zo’n omgeving voelen leerlingen zich beter, komen ze liever naar school en presteren ze sterker.

Wat is uw persoonlijke hoop voor de samenleving in verband met racisme?

Op beleidsniveau ben ik pessimistisch. In Europa en de Verenigde Staten zie ik de politieke wind niet in de juiste richting waaien. Het ontbreekt vaak aan visie, middelen en prioriteit om diversiteit echt te laten slagen.

Maar in het dagelijkse leven ben ik optimistisch. In mijn diverse buurt in Gent zie ik hoe mensen samenwerken en elkaar vinden. Wanneer mensen een straat, school of vereniging delen, blijken verschillen helemaal niet zo onoverbrugbaar. De meeste mensen willen gewoon het beste voor hun omgeving.

 

 

Activiteiten n.a.v. Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie: Limburg Staat Op Tegen Racisme, Betoging tegen racisme in Brussel