De beelden van uitgehongerde kinderen in Gaza gaan door merg en been. Veel mensen voelen zich machteloos bij de onmenselijke ellende. Maar hoe kan je als mens toch iets doen dat een verschil maakt. We stellen de morele vraag aan filosoof Johan Braeckman.
Geert Dewaele
Professor Braeckman, hoe kan je als mens moreel correct reageren op beelden van uitgehongerde en stervende kinderen in Gaza?
“Het vermijdbare lijden van onschuldige slachtoffers, kinderen in het bijzonder, is op zichzelf volkomen onrechtvaardig en onacceptabel, dat is volstrekt duidelijk. De vraag die veel mensen bezighoudt, is: hoe kan je moreel handelen? Ik heb begrip voor emotionele reacties die vanuit wanhoop en frustratie ontstaan. Demonstreren, watermeloenen eten, je verontwaardiging uiten op sociale media, dat zijn allemaal heel menselijke en begrijpelijke uitingen. Maar of zulke acties werkelijk iets veranderen, valt te betwijfelen. Zoals Greta Thunberg in een gammel bootje richting Gaza varen, of zoals president Macron plots Palestina erkennen als staat, het zijn louter symbolische daden, momenteel toch. Maar wat heeft een uitgehongerd kind in een ziekenhuis in Gaza daar nu aan?”
De filosoof Peter Singer stelt dat er geen wezenlijk verschil is tussen een verdrinkend kind vlakbij en een stervend kind aan de andere kant van de wereld. In beide gevallen moet je proberen te helpen. Hoe doe je dat dan concreet voor een kind in Gaza?
“Ik heb veel geleerd van Peter Singer, onder meer dat je hulp effectief moet zijn. In Gaza is het momenteel niet helemaal duidelijk hoe je, als gewone burger, iemand kunt helpen. Als voedselhulp aan de grens wordt tegengehouden, heeft het weinig zin om geld in te zamelen voor voedselpakketten die toch niet binnenraken. Bovendien is het niet altijd duidelijk welke hulporganisaties volledig te goeder trouw zijn en zich niet mengen in het conflict tussen Israël en Hamas. Maar bij gevestigde, neutrale organisaties zoals Artsen zonder Grenzen of het Rode Kruis heb ik daar geen twijfels over. Hen financieel steunen is een directe en zinvolle manier om iets te betekenen. Als je een arts of verpleegkundige kunt steunen die daar onwaarschijnlijke risico’s neemt om mensenlevens te redden, dan ziet ook Peter Singer dat allicht als de juiste morele handelwijze.”
Kan je ook helpen zonder een politiek standpunt in te nemen?
“Absoluut. Vanuit een puur humanistisch perspectief is dat heel goed mogelijk. Ook een Israëliër die ervan overtuigd is dat de oorlog in Gaza noodzakelijk en gerechtvaardigd is, kan een organisatie als Artsen zonder Grenzen of het Rode Kruis steunen. Een uitgehongerde baby is onschuldig, los van zijn afkomst of identiteit. Het gaat om de mens, niet om zijn achtergrond. Veel volwassenen hebben niks te maken met de (mis)daden van Hamas en de Israëlische overheid, en kinderen al zeker niet, om het even welke religie, ideologie of identiteit hen zal worden aangeleerd of opgedrongen.
Maak je een verschil door bijvoorbeeld geen (Israëlische) Sodastream-cilinders meer te kopen?
“Ik betwijfel of je door het boycotten van Israëlische bedrijven werkelijk het lijden in Gaza verlicht. In Israël wonen ook heel wat mensen die geen enkele verantwoordelijkheid dragen voor wat daar gebeurt, en die ook door zo’n boycot getroffen worden. Als je stopt met geld geven aan een bedrijf dat bruiswater maakt, weet je helemaal niet zeker of je daarmee iets goeds doet. Het kan zelfs negatieve gevolgen hebben. En zelfs als je indirect een bedrijf steunt dat betrokken is bij de Israëlische wapenproductie, maakt dat je nog niet automatisch medeplichtig aan het leed in Gaza. Israël heeft ook wapens nodig om onschuldige burgers en kinderen te beschermen tegen bijvoorbeeld Iraanse raketten of om een volgende moordraid door Hamas te voorkomen. Ik pleit er vooral voor om positieve dingen te doen, waarmee je mensen direct en effectief kunt helpen.”
In 1985 leidde de hongersnood in Ethiopië tot de wereldwijde solidariteitsactie Live Aid van Bob Geldof. Waarom gebeurt dat nu niet?
“Misschien gewoon omdat er in onze tijd toevallig geen nieuwe Bob Geldof is opgestaan. Ik geloof niet dat mensen vandaag onverschilliger of cynischer zijn dan veertig jaar geleden. Integendeel, ik zie dat veel jonge mensen zich net sterk betrokken voelen bij wat er in de wereld gebeurt. Alleen zijn de media vandaag sterk versnipperd. Iedereen reageert op haar of zijn eigen manier, via een eigen kanaal of platform. Daardoor ontbreekt het gedeelde beeld van collectieve verontwaardiging. In 1985 waren er geen sociale media zoals Facebook of TikTok, en konden mensen zich makkelijker scharen rond één herkenbaar initiatief zoals Live Aid. Nu zijn er duizenden kleinere acties en betogingen, maar die zijn veel minder zichtbaar.”
Lees ook: