“Waarom vind ik het prima als iemand in een Gay Pride meeloopt, maar voel ik me ongemakkelijk bij een Straight Pride?”

Dit is een archiefbericht. Sommige afbeeldingen kunnen ontbreken en bepaalde links werken mogelijk niet meer.

“Met pijn in het hart neem ik afscheid van de Socratesbeker”, zegt Martha Claeys, die die prestigieuze prijs in 2024 voor haar debuutboek Trots won. Volgens de jury blijft ze in haar boek “heel dicht bij het alledaagse leven en bespreekt ze een emotie die ieder van ons aangaat.” Martha is dertig, filosofe en woont in Antwerpen. We ontmoeten elkaar voor een gezellige babbel in boekhandel Replica in Sint-Jans-Molenbeek.

Joke Goovaerts

Martha Claeys is veelzijdig: ze schrijft, geeft lezingen, modereert debatten en interviews, en maakt samen met Lotte Spreeuwenberg de bekroonde filosofische podcast Kluwen. Ze is opgeleid als filosofe aan de Universiteit Antwerpen. Na studies in Berlijn en Chicago schreef ze een doctoraatsthesis over de emotie ‘trots’.

In het programma Brainwash van de Nederlandse omroep Human zag ik hoe je op een boeiende en beknopte manier kon uitleggen wat de emotie ‘trots’ inhoudt.

Martha Claeys: Ik heb mijn doctoraat in het Engels geschreven, in wat Steven Pinker het ‘academees’ noemt. Voor mijn boek heb ik geprobeerd om die tekst naar het Nederlands te vertalen, maar ook om toegankelijker te schrijven. Ik wilde voorbeelden gebruiken die dichter bij de leefwereld van mensen staan. Mijn onderzoek begon vanuit mijn eigen worsteling met de emotie trots.

Op persoonlijk vlak vond ik het moeilijk om trots te zijn. Ik zag het vaak als een negatieve emotie, iets wat ik liever vermeed. Denk bijvoorbeeld aan de Amerikaanse president Trump die na zijn eerste ambtstermijn weigert verkiezingsuitslagen te accepteren of aan de Russische president Poetin die koste wat het kost zijn imperium wil uitbreiden. Dat soort trots voelde voor mij verkeerd.

Tegelijkertijd zag ik in de samenleving vormen van trots die ik niet zomaar als arrogant kon bestempelen. Dat zette me aan het denken. Waarom vind ik het prima als iemand in een Gay Pride meeloopt, maar voel ik me ongemakkelijk bij een Straight Pride, die ik als een uiting van witte trots ervaar? Ik stelde mij heel wat vragen. Mag ik trots zijn dat ik een boek heb geschreven? Dat ik een vrouw ben? Maar wat betekent het om trots te zijn op mijn etniciteit? Mag ik trots zijn dat ik wit ben? Dat voelt toch anders.

 

En vanuit die vragen ben je verder gaan onderzoeken?

Claeys: Wat ik interessant vond, is dat trots niet alleen een persoonlijke emotie is – hoe voel ik me tegenover mezelf of anderen? – maar ook sterk verbonden is met de sociale context. In onze maatschappij wordt trots anders geïnterpreteerd afhankelijk van wie die uit. Dat verschil fascineerde me. Het voelde als een kluwen dat ik wilde ontwarren.

 

Wat is de rol van trots in onze huidige samenleving?

Claeys: Trots speelt vandaag een complexe rol in onze samenleving. Emoties worden in de filosofische geschiedenis vaak als een obstakel voor rationeel denken gezien. Het idee is dat emoties misleiden – denk aan termen zoals ‘emocratie’ en politici die op emoties inspelen, vaak met een negatieve connotatie.

Maar door emoties te negeren, voelen veel groepen zich niet erkend, wat tot woede, verontwaardiging en gekrenkte trots leidt. Die emoties wijzen op diepere problemen in de samenleving. Woede bijvoorbeeld kan uit een gebrek aan sociale zekerheid of erkenning voortkomen. Het negeren van die gevoelens vergroot het gevoel van onzichtbaarheid en opent de deur voor populistische partijen, zoals Trump in de Verenigde Staten en vergelijkbare bewegingen in Europa. Het is essentieel om emoties serieus te nemen en te erkennen, zodat mensen zich gehoord en gewaardeerd voelen.

 

“De brug slaan tussen onderzoek, activisme en maatschappij”

 

In welke richting wil je verdergaan?

Claeys: Ik merk dat ik me steeds meer tot publieksfilosofie aangetrokken voel: filosofie toegankelijk maken voor een breder publiek. Filosofie kan ons namelijk veel leren over hoe de wereld werkt, maar zit nog te vaak in een ivoren toren opgesloten, waardoor ze moeilijk te begrijpen is. Ik vind het een uitdaging om die vertaalslag te maken.

Veel mensen zien filosofie als iets stoffigs en ontoegankelijks, een academische discipline van abstracte denkkaders, geschreven door oude, dode witte mannen. Maar publieksfilosofie wil daar verandering in brengen. Het gaat over het bevragen van vanzelfsprekendheden – de dingen waar we normaal niet bij stilstaan. Zoals de Britse filosofe Mary Midgley filosofie omschreef, als ‘loodgieterij’: het blootleggen van de vaak onzichtbare systemen achter onze denkbeelden, zoals een loodgieter de verborgen leidingen in een huis onderzoekt. Filosofie helpt ons om te zien waar ‘lekken’ in ons denken zitten en wat de wortels van onze overtuigingen zijn.

Martha Claeys: “Filosofie kan ons veel leren over hoe de wereld werkt, maar zit nog te vaak in een ivoren toren opgesloten.” © Joke Goovaerts

Het mooie is dat veel mensen al aan filosofie doen zonder dat ze het beseffen. Bijvoorbeeld door na te denken over emoties zoals trots. Toen ik daarover schreef, hoorde ik vaak: “Oh, ik wist niet dat dat ook filosofie is.” Door filosofie dichter bij het dagelijkse leven te brengen, laat ik zien dat ze niet stoffig hoeft te zijn, maar juist relevant en herkenbaar voor iedereen kan zijn.

 

Welke thema’s in de samenleving boeien jou?

Claeys: Ik ben gefascineerd door het snijpunt tussen het persoonlijke en het maatschappelijke. Neem bijvoorbeeld het klimaat. Wie draagt de verantwoordelijkheid? Individuen of grote vervuilers? Die spanning intrigeert me, net zoals bij emoties. Hoewel emoties privé lijken, weerspiegelen ze vaak bredere maatschappelijke verwachtingen.

Ik werk nu aan een boek over zelfverbetering. Het idee dat we altijd beter moeten worden, fascineert me. Wanneer leidt zelfverbetering tot groei? En wanneer wordt het een uitputtende jacht, vanuit de gedachte dat je niet goed genoeg bent? Waarom zouden we beter moeten worden? En voor wie doen we dat dan? En wat doet het met onze samenleving, al die mensen die zo op zichzelf en de eigen individuele ontwikkeling gericht zijn? Zelfs schijnbaar positieve trends zoals mediteren passen vaak in een systeem dat om productiviteit en consumptie draait.

 

Wie zijn jouw rolmodellen?

Claeys: Binnen de filosofie bewonder ik Amia Srinivasan, een Brits-Indiase filosofe aan de universiteit van Oxford. Ze behandelt complexe onderwerpen zoals pornografie, consent en relaties met studenten, met nuance én lef. Daarnaast kijk ik op naar mijn ouders (schrijvers Manu Claeys en Anne Provoost, red.) die een balans tussen activisme, schrijven en hun gezin hebben gevonden. Heel knap hoe ze dat doen. Ik respecteer ook mensen zoals historica Noëmi Willemen die zich als activiste en onderzoekster inzet voor het aanpakken van ongelijkheid in moederschap en kinderopvang. De manier waarop zij de brug tussen onderzoek, activisme en maatschappij slaat, inspireert me enorm.

Lees hier andere artikels over zelfzorg.