Taboes voor (on)gelovigen

Dit is een archiefbericht. Sommige afbeeldingen kunnen ontbreken en bepaalde links werken mogelijk niet meer.

Ruimte voor vreedzame dialoog

Artikel verschenen in demens.nu/ Magazine jg14 nr2. Lees hier meer artikels over ‘taboes’.

Onderzoek toont aan dat atheïsme in veel delen van de wereld nog steeds taboe is. Ook andere taboes kunnen door een dominant religieus of ideologisch wereldbeeld in stand worden gehouden. In een seculiere rechtsstaat is er een wettelijke ruimte om vrij te spreken, maar het blijft essentieel om een cultuur te bevorderen waarin dialoog en meningsverschillen vreedzaam kunnen plaatsvinden.

Bert Goossens

Vrijheid van levensovertuiging

Het Freedom of Thought Report van Humanists International, de wereldwijde koepelorganisatie van humanistische en seculiere organisaties, bestudeert elk jaar de situatie op het gebied van wetgeving en mensenrechten voor humanisten, atheïsten en niet-religieuzen over de hele wereld.

Daaruit blijkt dat zeventig procent van de wereldbevolking in landen leeft waar de uiting van humanistische waarden ernstig wordt onderdrukt en waar de volledige verwezenlijking van iemands recht op vrijheid van godsdienst of overtuiging onmogelijk is. In veel landen staan er sterke straffen op, tot opsluiting en de doodstraf toe.

Waarom wordt er wereldwijd zo repressief tegen ongelovigen en andersdenkenden opgetreden? Machtsbehoud speelt daarin een centrale rol. Dictaturen gebruiken religie en ideologie om de bevolking te binden en afwijkende gedachten te onderdrukken. Sociale controle is daarbij van groot belang: het breken met religieuze normen kan tot een breuk met familie en sociale netwerken leiden. Op persoonlijk niveau is levensbeschouwing vaak diep in iemands identiteit verankerd, waardoor kritiek gevoelig ligt. (lees verder onder de foto)

 

Vrijheid van meningsuiting, ook persvrijheid, is een grondrecht: dat recht is niet absoluut, er zijn wetten tegen laster en eerroof, tegen het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld, en tegen negationisme © Shutterstock.com

 

Wettelijk kader

Taboes kunnen wettelijk worden vastgelegd. Wetten tegen blasfemie en het bekritiseren van religie worden in sommige landen nog steeds actief gehandhaafd en kunnen ernstige gevolgen hebben voor degenen die zich ertegen uitspreken.

In België voorziet de wet ruimte om vrij te spreken. Vrijheid van meningsuiting is een grondrecht, verankerd in artikel 19 van de Grondwet. Dat recht is niet absoluut. Er zijn immers wetten tegen laster en eerroof, tegen het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld, en tegen negationisme. Ook uitingen die de openbare orde verstoren, kunnen worden beperkt. De Belgische wetgeving streeft naar een balans tussen vrije meningsuiting en bescherming tegen schadelijke uitingen. In specifieke gevallen beoordeelt een rechter of iets onder het recht van vrije meningsuiting valt of in strijd met de wet is.

Een concreet voorbeeld daarvan is de recente hetze rond een ophefmakende column van Herman Brusselmans in het weekblad Humo. Het Joods Informatie- en Documentatiecentrum (JID) had Brusselmans rechtstreeks voor de rechtbank gedaagd, omdat het vindt dat de auteur in zijn column had opgeroepen tot haat en geweld tegen de Joodse gemeenschap.

Op zich is dat een gezonde manier van hoe onze democratie conflicten oplost: via een uitgebreid maatschappelijk debat en de rechtspraak. Wel is het problematisch als er een cultuur ontstaat waarin mensen worden aangeklaagd wanneer ze een scherpe mening uiten, zeker wanneer dat binnen een satirisch format gebeurt. Dat kan immers tot een cultuur van zelfcensuur leiden.

Humor en satire hebben een belangrijke functie in een open samenleving, ze zorgen ervoor dat taboes doorbroken kunnen worden. Dat blijkt ook uit het VRT-programma Taboe waarin comedian Philippe Geubels gevoelige thema’s aankaart en voor een breed publiek bespreekbaar maakt. (lees verder onder de foto)

 

De aanslag op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs in 2015 leidde tot wereldwijde steun voor persvrijheid, maar ook tot verhitte debatten over de grenzen van satire en religieuze gevoeligheid © Hadrian / Shutterstock.com

 

Religie en taboes

Op 7 januari 2015 drongen twee islamitische extremisten in Parijs het kantoor van het satirische weekblad Charlie Hebdo binnen. Ze vermoordden in totaal twaalf mensen. De aanval was een vergelding voor de publicatie van spotprenten van de profeet Mohammed, wat door de daders als godslastering werd beschouwd. De aanslag leidde tot wereldwijde steun voor persvrijheid, met de slogan ‘Je suis Charlie’, maar ook tot verhitte debatten over de grenzen van satire en religieuze gevoeligheid.

Wetten die de vrijheid van meningsuiting bewaken, zijn een belangrijke voorwaarde om onderwerpen bespreekbaar te maken, maar niet afdoende. Er kan ook een cultuur ontstaan waarin men bepaalde onderwerpen liever vermijdt. Sociale druk kan net zo effectief taboes handhaven als wetgeving.

Religieuze voorschriften en culturele tradities kunnen die sociale druk creëren. In West-Europa zorgde een dominante christelijke cultuur er eeuwenlang voor dat vrouwen niet dezelfde rechten als mannen genoten. Vaak werden die niet eens expliciet vastgelegd, maar sociaal opgelegd. Het was taboe voor een vrouw om ongehuwd te blijven en een eigen leven en carrière uit te bouwen. Evengoed was het een taboe om het als man voor vrouwenrechten op te nemen. Dat was ondenkbaar en onbespreekbaar.

Apostasie, geloofsverzaking of afstand nemen van het geloof dat men heeft aangehangen, is in veel religieuze gemeenschappen nog steeds een groot taboe. In haar debuutboek Ik ga leven geeft de Nederlandse auteur Lale Gül op openhartige wijze inzicht in haar worsteling met de islamitische en culturele verwachtingen binnen haar familie en in haar zoektocht naar vrijheid. Het leidt tot een radicale breuk met haar gemeenschap, intimidatie en doodsbedreigingen.

Niet alle religieuze voorschriften leiden tot dergelijke conflicten. Veel moslims vermijden varkensvlees en alcohol, terwijl ze wel aanvaarden dat er mensen zijn die er andere overtuigingen en gebruiken op nahouden.

 

Levensbeschouwelijke overtuiging als taboe

Ondanks de wettelijke ruimte waardoor in België het vrij beleven van een levensbeschouwing aanwezig is, voelen mensen zich niet altijd comfortabel om over hun diepste overtuigingen te praten.

In het online praatprogramma #BelRiadh getuigen jongeren dat ze scheef worden bekeken wanneer ze zeggen dat ze gelovig zijn. Spreken over geloof voelt soms aan als een coming-out. Imam Khalid Benhaddou bevestigt er dat stereotiepe beelden van gelovigen hardnekkig zijn.

Zit geloof in een seculiere samenleving in het verdomhoekje? Daar kunnen we toch enkele kanttekeningen bij maken. Religie, en het christendom in het bijzonder, blijft immers sterk verankerd in de Belgische samenleving. Ongeveer zeventig procent van de Belgische scholen is van katholieke signatuur. Ook in de zorgsector is een christelijke visie nog sterk aanwezig, van ziekenhuizen tot woonzorgcentra. In de politiek zijn er verschillende partijen en individuen die zich uitspreken als christelijk geïnspireerd. Paus Franciscus kreeg bij zijn bezoek aan België in september 2024 een bijzondere behandeling als religieuze leider door op het Koninklijk Paleis ‘de natie’ te mogen aanspreken. Zo zijn er nog tal van voorbeelden te bedenken.

Religie speelt dus wel degelijk nog een belangrijke rol in onze samenleving. Wel wordt er niet altijd makkelijker over gepraat. Geloofsovertuigingen zijn diep verankerd in onze identiteit en kunnen daardoor gevoelig liggen. Net zoals politieke discussies in sommige kringen worden vermeden om de vrede te bewaren, wordt ook levensbeschouwing vaak terzijde geschoven. Terwijl dialoog net zeer verrijkend kan zijn. (lees verder onder de foto)

 

Om een waardevolle en respectvolle dialoog met andersdenkenden aan te gaan, om bruggen naar anderen te bouwen, is het belangrijk om eerst de eigen levensbeschouwelijke taal te leren spreken © Shutterstock.com

 

Dialoog vanuit de eigenheid

Een wettelijk kader en voldoende ruimte voor kritische columns en scherpe satire zijn cruciaal om levensbeschouwelijke taboes te doorbreken, maar even belangrijk is het om als samenleving voldoende dialoog en uitwisseling te voorzien.

Het officieel onderwijs zet daar het jongste decennium sterk op in. Interlevensbeschouwelijke competenties zijn binnen het officieel onderwijs een verplicht onderdeel van de levensbeschouwelijke vakken, zoals zedenleer en godsdienst. In de derde graad van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap wordt sinds september 2024 een van de twee lesuren levensbeschouwing ingericht als interlevensbeschouwelijke dialoog. Met die initiatieven worden bruggen geslagen tussen denkbeelden en gemeenschappen.

Je zou denken dat het goed is om nog een stapje verder te gaan, zoals de Vlaamse regering wil doen, en een vak interlevensbeschouwelijke dialoog in te voeren (en de aparte levensbeschouwelijke lessen af te schaffen). Dat zou echter diepgang missen, omdat gevoelige onderwerpen vaak beter vanuit een eigen levensbeschouwelijk referentiekader besproken kunnen worden. Levensbeschouwing biedt immers een taal om over diepe existentiële vragen te reflecteren. In het vak niet-confessionele zedenleer is er bijvoorbeeld ruimte om het over gender- en transrechten te hebben, thema’s die elders vaak gevoeliger liggen.

Om een waardevolle en respectvolle dialoog aan te gaan, waarin moeilijke onderwerpen bespreekbaar worden, is het belangrijk om eerst de eigen levensbeschouwelijke taal te leren spreken. Pas dan kunnen er stevige bruggen met andersdenkenden worden gebouwd. De rol die de leerkrachten levensbeschouwing daarbij spelen, mag niet worden onderschat. (lees verder onder de foto)

 

Atheïstische spiritualiteit hoeft geen taboe te zijn: het biedt een alternatief voor religieuze zingeving door verwondering, ethiek en verbondenheid op rationele en wetenschappelijke inzichten te baseren © Shutterstock.com

 

Taboes voor atheïsten

Vrijzinnig humanisten staan voor het principe dat alles bespreekbaar moet zijn. Toch hebben ook zij rode lijnen, zoals de bescherming van mensenrechten en een correcte toepassing van de scheiding tussen kerk en staat. In België is het secularisme stevig ingebed, maar ook bij ons is er nog werk aan de winkel, bijvoorbeeld op het vlak van een gelijke behandeling van levensbeschouwingen.

Voor sommige militante atheïsten betekent secularisme niet alleen de scheiding van kerk en staat, maar ook het volledig terugdringen van religie uit de publieke sfeer. Zij begrijpen moeilijk hoe mensen, ondanks de overvloed aan kennis en wetenschappelijke inzichten, nog steeds in een god geloven. De zogenoemde nieuwe atheïsten, met Richard Dawkins als een van de prominente vertegenwoordigers, wijzen religie radicaal af. Dat kan leiden tot een vereenvoudigde analyse, waarbij wereldproblemen volledig aan religie worden toegeschreven.

Ook voor atheïsten kan interlevensbeschouwelijke dialoog verrijkend zijn. Het vergroot wederzijds begrip en kan ook inspireren tot nieuwe vormen van zingeving. Ook vormen van spiritualisme hoeven voor vrijzinnigen namelijk geen taboe te zijn.

Atheïstische spiritualiteit, een concept ontwikkeld door de Belgische filosoof Leo Apostel, verwijst naar een vorm van spiritualiteit zonder geloof in een god of bovennatuurlijke krachten. Het biedt een alternatief voor religieuze zingeving door verwondering, ethiek en verbondenheid op rationele en wetenschappelijke inzichten te baseren.

Secularisme en interlevensbeschouwelijke dialoog hoeven elkaar niet uit te sluiten. Integendeel, beide zijn nodig om een samenleving te creëren waarin we vrij kunnen spreken over onze diepste overtuigingen.