Hoe kick je af van de dopamineshots van je smartphone?

Dit is een archiefbericht. Sommige afbeeldingen kunnen ontbreken en bepaalde links werken mogelijk niet meer.

Onze samenleving is al jaren in de ban van technologie en de digitalisering van onze wereld loopt aan een rotvaart. Sinds corona lijkt die trein nog een nieuwe versnelling te hebben gevonden. Maar worden we met z’n allen ook gelukkiger van die evolutie? Of gezonder? Want er kwamen heel wat handige digitale tools op de markt die ons moeten helpen bij het monitoren van onze gezondheid. Nooit eerder waren we zo begaan met het opmeten van parameters en het verzamelen van data.

Dimitri De Smet

Hoe de wereld veranderde

Het is 1983, het merk Motorola brengt de eerste mobiele telefoon op de markt, de DynaTAC 8000X. Niet veel later, in 1994, brengt IBM reeds een eerste ‘smartphone’ in de handel die de naam Simon draagt. Dat opmerkelijke toestel had een touchscreen én een eerste vorm van softwareapps. We maken een sprong in de tijd en gaan naar 2007, het absolute kantelpunt voor het gebruik van de smartphone. Steve Jobs, medeoprichter van Apple, maakt zijn opwachting op de bühne in San Francisco en toont er de wereld zijn eerste iPhone. Daarvan gaan er prompt zes miljoen exemplaren over de toonbank. De wereld zal nooit meer dezelfde zijn.

In zijn boek Homo digitalis belicht Thierry Geerts, voormalige CEO van Google België en Luxemburg, de gevaren én de kansen van die digitale revolutie. In een TED Talk zegt hij daarover: “De homo sapiens is verleden tijd, lang leve de homo digitalis. We zijn geëvolueerd naar een nieuwe soort. We hebben alle informatie in de wereld onder onze vingertippen, we kunnen chatten met bijna elke persoon op de planeet, we kunnen in een vingerknip vertalen naar 130 talen en we kunnen zelfs moeiteloos een kijkje op andere planeten nemen. Onderzoek wees uit dat wanneer je de functionaliteiten in je smartphone vandaag zou omrekenen naar hun waarde in het jaar 1989 die maar liefst 30 miljoen euro waard zou zijn. Toch is er een keerzijde aan al die vooruitgang.”

 

De jaarlijkse Digimeter brengt het mediagebruik in Vlaanderen in kaart, waaronder ook de digitale gezondheidsmonitoring © Imec-Mict

Digitale afhankelijkheid

Volgens de Digimeter, een jaarlijks onderzoeksrapport over het mediagebruik in Vlaanderen, spendeerde de Vlaming in 2024 gemiddeld 182 minuten of drie uur en twee minuten per dag op de smartphone. Een van de opvallende conclusies van dat rapport is dat meer dan de helft van de Vlamingen zich intussen afhankelijk voelt van de smartphone.

Een terechte bezorgdheid, want te veel schermtijd heeft ook nadelen. Het kan de kwaliteit van je slaap aantasten, je ogen vermoeien, hoofdpijn veroorzaken en je algemene concentratie bij je dagelijkse taken verminderen. Onze aandachtsspanne heeft te lijden onder de flitsende natuur van al dat smartphonegebruik.

Uit onderzoek van de Universiteit van Californië – Irvine, onder leiding van psycholoog Gloria Mark, blijkt dat we steeds meer toegeven aan de digitale verleidingen. In 2004 deed haar team een onderzoek naar het gebruik van elektronische apparaten en naar hoelang het duurde voor personen hun aandacht naar een nieuwe taak op het scherm verplaatsen. Dat was toen gemiddeld 150 seconden of twee en een halve minuut. De afgelopen jaren bleek uit hetzelfde experiment dat het gemiddelde naar 47 seconden is gezakt.

Dat hoeft niet te verbazen, want heel wat van de platforms en apps zijn gemaakt om onze aandacht te trekken en vast te houden. Ze voeden ons verlangen naar verbondenheid, nieuwsgierigheid en opwinding. Een notificatie flitst voorbij op je scherm, een rood cijfertje geeft aan hoeveel gemiste berichtjes op je liggen te wachten … Al die kleine prikkels creëren een beloning voor ons brein in de vorm van een dopamineshot. Het verlangen naar meer stijgt.

Indien je net zoals heel wat mensen ook het gevoel hebt afhankelijk te worden van je smartphone, dan kan je enkele stappen ondernemen om je schermtijd weer onder controle te krijgen. Veel fabrikanten bieden tools aan waarmee je kan achterhalen hoeveel tijd je op je gsm doorbrengt én hoe je die kan inperken. Zo kan je op toestellen met zowel Android als iOS als besturingssysteem een timer instellen die je aangeeft wanneer je gewenste schermtijd voor die dag is verstreken. Ook is er een trend om de apps van sociale media van de smartphone te verwijderen en op die manier je tijd in de eindeloze feed aan berichten te beperken.

 

Gezondheid monitoren

We zetten technologie ook steeds vaker in om onze gezondheid te monitoren. Zo blijkt uit diezelfde Digimeter dat vier op de tien Vlamingen gebruikmaken van allerhande technologische snufjes om dat te doen. Dat kan door het gebruik van wearables en/of sport- en gezondheidsapps. Meer dan de helft van de ondervraagden doet ook een beroep op ‘dokter Google’ bij ziekte.

De wearable of digitale gezondheidsmeter maakt zijn opmars in verschillende vormen en 36 procent van de Vlamingen geeft aan er reeds één in bezit te hebben. De meest courante is de smartwatch. Die monitort meerdere gezondheidsparameters. Zo kan hij ons vertellen hoeveel stappen we zetten, hoeveel calorieën we verbranden, hoelang we slapen en hoe hoog onze hartslag of bloeddruk is. Diverse onderzoeken concluderen dat de gemiddelde gebruiker een 16-tal minuten per week meer beweegt dan anders dankzij die wearable. Het blijkt echter geen significante impact te hebben op het gewicht, het vetpercentage of de bloeddruk van de gebruiker.

 

Of het gebruik van digitale gezondheidsmeters onze gezondheid verbetert, blijft momenteel nog een vraag: de tools maken ons bewust van de situatie waarin we ons bevinden, maar dat maakt ons nog niet noodzakelijk gezonder of fitter © Shutterstock.com

 

Meten is weten

Het positieve aan die trend is dat het onze fysieke gezondheid zichtbaar maakt. Inzicht krijgen in je prestaties en inspanningen is een belangrijke motivator tot actie. Toch is ook hier een keerzijde aan verbonden. Want wat blijkt? Wie weinig vooruitgang boekt, kan teleurstelling ervaren of negatieve gevoelens ontwikkelen. Die kunnen dan weer een verlammend effect met zich meebrengen.

Of de wearables onze gezondheid verbeteren, blijft momenteel nog een vraag. Onderzoek is daar op dit moment niet eenduidig over. De tools maken ons dan wel bewust van de situatie waarin we ons bevinden, maar dat maakt ons nog niet noodzakelijk gezonder of fitter. Ze zouden ons in sommige gevallen zelfs kunnen demotiveren.

Lees hier andere artikels over zelfzorg.