Hoop is mijn houvast

Dit is een archiefbericht. Sommige afbeeldingen kunnen ontbreken en bepaalde links werken mogelijk niet meer.

Artikel verschenen in demens.nu/ Magazine jg14 nr2. Lees hier meer columns.

Op het terrein

Moreel consulenten bij Defensie nemen de pen op en geven een inkijk in hun werk en werkomgeving.

Lees hier meer over de morele dienstverlening bij Defensie.

 

Alexandra Rondas

 

Woensdagmorgen 29 januari 2025 brak de zon zachtjes door het grijze wolkendek boven onze Vlaamse velden, terwijl ik van de Oostkust naar de Westhoek reed. Het was de dag waarop vele uren voorbereidend werk tot één geheel zouden samenvloeien.

Het was een bijzondere week, want die maandag waren in onze hoofdstad, waar de NAVO haar hoofdkwartier heeft, meer dan honderdtwintig militaire opperaalmoezeniers samengekomen. Vertegenwoordigers van maar liefst dertig verschillende levensbeschouwingen afkomstig uit meer dan veertig landen. Een aantal maanden daarvoor ontvingen zij een officiële uitnodiging vanwege de Belgische divisie Dienst voor Religieuze en Morele Bijstand waarin stond: “In samenwerking met de United States European Command (USEUCOM) zijn wij vereerd om u uit te nodigen op de jaarlijkse International Military Chiefs of Chaplains Conference (IMCCC). Het centrale thema is: de rol van mondiale, interlevensbeschouwelijke dialoog voor wereldvrede.”

Mijn collega – een diaken – en ik – een moreel consulent – werden gevraagd om één dag in het programma te organiseren in de vorm van een culturele uitstap. We zijn beiden woonachtig en werkzaam in militaire kwartieren in West-Vlaanderen en twijfelden niet lang over de invulling ervan. Ons vlakke landschap is immers een stille getuige van de talloze slachtoffers van oorlog en conflict. De Spaanse schrijver-filosoof George Santayana (1863-1952) zei het al: “Wie zijn geschiedenis niet kent, is gedoemd haar te herhalen.” En dus trokken we naar de Westhoek.

Na een bezoek aan het Passchendaele Museum in Zonnebeke ontvingen we de militaire opperaalmoezeniers, maar ook de lokale militaire en civiele autoriteiten en vaderlandslievende verenigingen voor een interlevensbeschouwelijke ceremonie op Tyne Cot Cemetery, de grootste Commonwealth-begraafplaats op het vasteland.

De zon was inmiddels verdwenen en er stak een gure wind op, waardoor de zakdoekjes met een interval van drie minuten uit de broekzak werden gehaald. Rechts van de Stone of Remembrance stonden zeventien vaandeldragers en links ervan het zestienkoppige Ypres Male Voices koor. Op de trappen van de Stone of Remembrance stond een eredetachement van de Marine met witte handschoenen, witte riem en wapen in de hand. Schuin voor hen twee trompetters van de Koninklijke Muziekkapel van de Gidsen die de Last Post door hun koperen instrumenten bliezen. Statig en sereen.

Nadat de onderofficier aan het eredetachement het bevel gaf om in ‘geef acht’ te staan en het geweer te schouderen, namen de padre en ik het woord. In ons discours lag de nadruk op Tyne Cot als plaats van herdenking voor alle slachtoffers van oorlog en conflict, of het nu meer dan honderd jaar geleden of vandaag gebeurde, of het nu militairen of burgers betreft, of ze religieus of niet zijn.

Wat de ceremonie enorm veel symbolische kracht gaf, waren de bijdragen van de Canadese, Britse, Zuid-Afrikaanse en Malawische aalmoezeniers en van een Duitse rabbijn. Ook zij benadrukten allen vanuit hun context het belang van wederzijds begrip en van dialoog om wereldvrede te promoten.

In de onvoorspelbare wereld van vandaag met geopolitieke spanningen is het onze plicht om – samen met vele anderen – onvermoeid aan dat doel te blijven werken. Vanuit onze rol als militaire aalmoezeniers en moreel consulenten hebben we een voorbeeldfunctie als het op interlevensbeschouwelijke dialoog aankomt. Samenleven in vrede is niet louter een ideaal, maar een essentieel fundament voor onze toekomstige generaties. En hoop is mijn houvast.

Foto bovenaan © Defensie