Migratie is een constante in alle tijden en culturen. Waar doorgaans minder bij wordt stilgestaan, is het feit dat gender bij migratie een grote rol kan spelen. Naast algemene redenen om te migreren, zijn er ook genderspecifieke motieven. Tevens heeft gender een invloed op bepaalde problemen, kansen, behoeften en risico’s die bij migratie komen kijken. Wij verdiepen ons hier in de positie van vrouwen die migreren.
Wendy Serraris
Wortels in het buitenland
Migratie kent verschillende vormen. Bij asielmigratie ontvluchten mensen hun land vanwege gewapende conflicten, vervolging of natuurrampen. Volgmigratie bestaat zowel uit gezinshereniging als gezinsvorming: mensen die hier al wonen laten hun familie of een partner om te huwen naar België komen. Bij arbeidsmigratie verlaten mensen hun land om elders te gaan werken. En dan is er ook nog mensenhandel.
Van de Belgische bevolking is 64 procent Belg met Belgische achtergrond, daarnaast is 22,1 procent Belg met een buitenlandse achtergrond en is 13,8 procent niet-Belg. Dat blijkt uit cijfers van Statbel, het Belgische statistiekbureau, op 1 januari 2025. Meer dan één op de drie inwoners van België of 36 procent heeft dus wortels in het buitenland.
Eveneens bij Statbel vinden we cijfers over de immigratie in 2024. Dat jaar waren er 194.212 personen die naar België immigreerden. Van die immigranten had 11,6 procent de Belgische nationaliteit. De op een na grootste groep betrof Roemenen met 9,7 procent, gevolgd door Fransen met 7,4 procent.
Het aantal vrouwelijke en mannelijke immigranten blijft al een aantal jaar ongeveer fiftyfifty, maar we zien wel dat het aandeel van vrouwen erg varieert naargelang hun land van herkomst. Vanuit Oost-Azië, Latijns-Amerika en Europese landen buiten de Europese Unie komen meer vrouwen dan mannen naar hier, terwijl uit de EU-landen dan weer meer mannen immigreren. Ook tussen de verschillende vormen van migratie zien we verschillen in functie van geslacht. Laten we daar dieper op ingaan.
Internationale bescherming
Migranten die internationale bescherming zoeken, dienen een asielaanvraag in bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). De beslissing kan drie uitkomsten hebben.
(1) Men krijgt een vluchtelingenstatus. Die geldt voor vijf jaar en daarna kan men een permanente verblijfsvergunning krijgen.
(2) De vluchtelingenstatus wordt niet toegekend, maar wel een subsidiaire beschermingsstatus omdat terugkeer naar het land van oorsprong gevaarlijk is. Die status geldt voor één jaar, maar kan daarna twee keer met twee jaar worden verlengd en kan dan in een permanente verblijfsvergunning worden omgezet.
(3) De asielaanvraag wordt geweigerd. Bij weigering kan men een tweede aanvraag indienen, maar alleen als men nieuwe elementen kan aanbrengen die de kans op een positieve beslissing vergroten. Er kan daarna ook nog in beroep worden gegaan.
De cijfers van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) voor 2024 vertellen ons dat er 33.146 mensen een eerste asielaanvraag indienden en 6.469 een tweede. In dat jaar kregen 15.620 personen een vluchtelingenstatus en 601 een subsidiaire beschermingsstatus. Van 16.542 mensen werd de asielaanvraag geweigerd. De top drie van landen waaruit de asielzoekers in 2024 kwamen, is Palestina, Syrië en Afghanistan.
Van januari tot juni 2025 waren er 14.113 personen die een eerste aanvraag indienden en 3.454 een tweede aanvraag. In die eerste zes maanden van 2025 kregen 15.530 mensen een beslissing over hun asielaanvraag: 4.817 kregen een vluchtelingenstatus, 294 een subsidiaire beschermingsstatus, 9.877 werden geweigerd en bij 542 is nog verder onderzoek nodig.
Over de verhouding tussen mannen en vrouwen die een verzoek om internationale bescherming indienden, zijn er cijfers beschikbaar bij het CGVS. In 2024 was 66,5 procent van de aanvragers een man tegenover 33,5 procent een vrouw. Maar voor sommige landen ligt het percentage mannen nog veel hoger. Van de asielzoekers uit Afghanistan was 83,1 procent een man en uit Palestina was dat 81,2 procent.
Van degenen die een positieve beslissing kregen, geeft het CGVS eveneens de man-vrouwverhouding aan: van de personen die in 2024 de vluchtelingenstatus kregen, is 46,9 procent een vrouw en 53,1 procent een man, van degenen die de subsidiaire beschermingsstatus kregen, is 34,9 procent een vrouw en 65,1 procent een man.

Specifieke vluchtmotieven
Naast algemene vluchtmotieven zoals oorlog en vervolging zijn er ook motieven die specifiek bij vrouwen voorkomen. Vrees voor genitale verminking, gedwongen huwelijk en seksueel of intrafamiliaal geweld zijn daar voorbeelden van. Een bijkomende voorwaarde voor erkenning is dan dat de vrouw in haar land van herkomst geen bescherming kan genieten, omdat het land die praktijken tolereert of weigert of niet in staat is om haar daartegen te beschermen.
Ook tijdens de asielprocedure krijgen vrouwen met een aantal problemen te maken. Onder vrouwelijke asielzoekers is er meer analfabetisme. Dat zorgt ervoor dat zij minder toegang tot informatie hebben en meer moeite ervaren om een asielverzoek in te dienen. Daarnaast vluchten vrouwen veelal samen met hun echtgenoot. Ze worden wel apart geïnterviewd, maar doorgaans ziet men hun verhaal eerder als een aanvulling op dat van de man en niet als een op zichzelf staand verhaal.
Vrouwen worden tijdens het interview ook vaak vergezeld door hun kinderen, waardoor ze sommige zaken niet willen of kunnen vertellen. Het geslacht van de interviewer kan eveneens een belemmerende factor zijn. Negatieve ervaringen of het feit dat ze nog nooit met een man spraken zonder echtgenoot erbij, kan ervoor zorgen dat de vrouwen feiten verzwijgen of verdraaien. De DVZ en het CGVS proberen vrouwen dan ook zoveel mogelijk door vrouwen te laten interviewen en tolken.
In de opvangcentra ten slotte, waar asielzoekers verblijven tot de procedure is afgerond, doen zich evenzeer problemen voor vrouwen voor. Een gebrek aan privacy creëert een gevoel van onveiligheid. Zeker alleenstaande vrouwen worden effectief regelmatig door mannen lastiggevallen. Vrouwen die met partner en kinderen in een opvangcentrum verblijven, ervaren dan weer vaak een verlies van identiteit, aangezien een groot deel van hun taken en rollen door de medewerkers in het centrum worden overgenomen.

Gezinshereniging en -vorming
Wanneer een persoon immigreert om zich bij iemand te voegen die wettig in België verblijft, dan hebben we het over volgmigratie. Zowel gezinshereniging als gezinsvorming vallen onder die vorm van migratie.
Uit de meest recente cijfers van Myria, het federaal migratiecentrum, blijkt dat er in 2023 in België 28.579 aanvragen tot gezinshereniging werden ingediend. Er werden dat jaar 26.063 beslissingen genomen, waarvan 76 procent positief en 24 procent negatief. Van die positieve toekenningen was 66 procent voor hereniging met een niet-EU-onderdaan en 34 procent met een Belg of EU-burger.
Volgmigranten zijn overwegend vrouwen. Dat komt omdat doorgaans eerst de mannen immigreren en daarna hun vrouw laten overkomen. Bij gezinsvorming gaat het vaak om mannen die trouwen of willen trouwen met een vrouw uit een ander land, waarna zij bij hem in België komt wonen.
Beide vormen van volgmigratie plaatsen vrouwen in een afhankelijkheidspositie. In de Vreemdelingenwet wordt voor gezinshereniging een controleperiode van drie jaar voorzien. Het familielid dat nakomt, vaak dus de vrouw, krijgt een verblijfsvergunning voor drie jaar. In die periode worden er controles uitgevoerd door de lokale politie die verslag bij de DVZ uitbrengt. Pas daarna krijgt men een verblijfsvergunning van onbeperkte duur. Dat betekent dat de vrouw die eerste drie jaar voor haar verblijfsstatus volledig afhankelijk is van haar man. Als die bijvoorbeeld wil scheiden of zelf niet langer in België mag blijven, dan vervalt ook de verblijfsvergunning van de vrouw.
Die afhankelijkheid wordt bovendien vaak nog versterkt doordat de vrouw in België dikwijls ook sociaal geïsoleerd en economisch afhankelijk van haar man is. Er ontstaat dus vanzelf een ongelijke machtsrelatie in het huwelijk, wat tot machtsmisbruik kan leiden – denk maar aan intrafamiliaal geweld, verbod om te werken, enzovoort. Die afhankelijke positie geldt zeker voor vrouwen die een partner in België vervoegen die geen EU-onderdaan is. Vrouwen van wie de partner een Belg of een EU-burger is, kunnen in sommige gevallen wel een persoonlijk verblijfsrecht krijgen.
Ook bij gezinsvorming zien we dezelfde afhankelijkheidspositie. Een extra risico ligt hier mogelijk in de reden waarom een huwelijk wordt gesloten. In sommige gevallen gaat het om witte mannen die een buitenlandse vrouw uitkiezen die letterlijk als koopwaar in een catalogus wordt aangeboden, met allerlei seksistische en genderstereotiepe omschrijvingen als sensueel, gehoorzaam, volgzaam… om nog maar van de foto’s te zwijgen. Dergelijke mannen verwachten een huis- en seksslavin en gedragen zich daar ook naar eens de vrouw in België is. Gezien de afhankelijkheidspositie waarin zo’n vrouw zich bevindt, heeft ze daar weinig verweer tegen.
Economische migratie
Mensen van buiten de Europese Unie kunnen alleen als arbeidsmigrant in België komen werken als onderzoek uitwijst dat een Belgische werkgever binnen een redelijke termijn geen werkkrachten zal vinden op de eigen arbeidsmarkt of op de arbeidsmarkt van de Europese Economische Ruimte (EU-lidstaten, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland). Dat lijkt meer en meer het geval te zijn, want in 2023 kregen bijna 16.700 niet-EU’ers een vergunning om in België te komen werken, 53 procent meer dan de jaren voordien.
Een aantal beroepscategorieën is vrijgesteld van dat arbeidsmarktonderzoek, vooral in het geval van hoogopgeleide functies en knelpuntberoepen. Het gaat om beroepen die echter vaak door mannen worden uitgeoefend. Een logisch gevolg is dan ook dat er meer mannelijke arbeidsmigranten zijn, met een uitzondering in de medische sector.
Huishoudelijk werk is niet als een knelpuntberoep omschreven en dat is net een beroep waarin veel vrouwen zonder papieren tewerkgesteld zijn. Het gevolg is dat het vaak om clandestiene arbeid gaat, waarbij de arbeidsters geen arbeidsovereenkomst noch sociale zekerheid hebben. Dat maakt het voor hen moeilijk om een regularisatie te krijgen, want een van de voorwaarden daartoe is dat ze een arbeidscontract kunnen voorleggen. Het systeem houdt zichzelf in stand: door de vele clandestiene vrouwelijke migranten in de huishoudelijke sector is er geen economische noodzaak om huishoudelijke hulp als een knelpuntberoep te erkennen.
Slachtoffers van mensenhandel
Ook bij mensenhandel zien we dat de migranten een overwegend vrouwelijk profiel hebben. Doordat vrouwen in hun land van herkomst dikwijls minder kansen op onderwijs en op de arbeidsmarkt hebben en er met discriminatie en ongelijkheid te maken krijgen, zijn ze vatbaarder voor mensenhandel. In dossiers rond mensenhandel is seksuele uitbuiting nog steeds het meest voorkomend, maar ook economische uitbuiting neemt toe.
Een vraag die daarbij rijst, is of de vrouwen die naar hier komen op voorhand weten in welke situatie ze zullen terechtkomen. Het stereotiepe slachtofferbeeld blijkt niet altijd te kloppen. Soms weten vrouwen maar al te goed dat ze in de prostitutie zullen worden tewerkgesteld of dat ze arbeid zullen moeten verrichten aan een loon dat onder het minimum ligt – zonder daarom de werkomstandigheden echt op voorhand te kennen. Toch kiezen sommigen daar vrijwillig voor, omdat de voorwaarden nog steeds beter zijn dan die in hun thuisland.
Slachtoffers van mensenhandel kunnen bescherming krijgen als ze meewerken met de overheden om de daders te vatten en te berechten. Echter, angst voor vergeldingen uit het milieu of het feit dat ze zich geen slachtoffer voelen, zorgt er vaak voor dat er geen klacht wordt ingediend. Uit cijfers van FOD Justitie blijkt dat er zich jaarlijks in België zo’n 1.500 slachtoffers van mensenhandel bij gespecialiseerde opvangcentra melden. Maar velen blijven onder de radar. Schattingen doen vermoeden dat er in ons land elk jaar ongeveer 11.000 mensen slachtoffer van mensenhandel zijn.
