Ethiek
Bert Goossens en Dimitri De Smet
14 januari 2026
Euthanasie, abortus en draagmoederschap: de regering De Wever is er voorlopig niet in geslaagd een doorbraak te forceren in deze ethische dossiers. Nochtans wachten heel wat mensen op verbeterde wetgeving die mensen toelaat eigen keuzes te maken in uiterst persoonlijke levenskwesties.
Freddy Mortier, emeritus hoogleraar ethiek aan de UGent, belicht met de nodige nuance waar we vandaag staan, welke spanningen het debat bepalen en waar er ruimte is voor vooruitgang.
België heeft al sinds 2002 wetgeving rond euthanasie. Wat kan er nog verbeterd worden?
De belangrijkste kwestie is euthanasie bij gevorderde dementie. Men spreekt soms over “verworven incompetentie” als men het breder wil trekken, maar dementie is wel het belangrijkste. Door de veroudering van de bevolking worden meer mensen vroeg of laat dement, en meer gezinnen en naasten worden daarmee geconfronteerd.
De vraag is nu: waarom kan euthanasie wel wanneer iemand het schriftelijk gevraagd heeft en daarna in coma raakt, maar niet bij dementie? Zeker wanneer iemand zegt: “Ik wil zo niet door het leven gaan.” Dan zijn mensen verplicht om, binnen de voorwaarden van onze wet, te vroeg uit het leven te stappen. Namelijk op een moment dat ze nog competent zijn, dus voordat de ziekte echt toeslaat. Met andere woorden: mensen zijn verplicht om te vroeg te sterven. Als manier om de waarde van het leven te beschermen, kan dat tellen!
Het zou dus een goede zaak zijn om de wetgeving op dat vlak aan te passen?
Ja, zeker. Maar ik ben niet naïef. Kijk naar Nederland: het kan daar al lang, maar artsen blijven vaak terughoudend omdat het praktisch moeilijk is. Denk aan de zaak die leidde tot het “koffie-arrest”: een arts respecteerde een wilsverklaring van een dementerende patiënt, maar moest sedatie toedienen in haar koffie omdat de patiënt anders weerstand bood. Geen makkelijke situatie voor hulpverleners.
De Hoge Raad van Nederland heeft belangrijke voorwaarden aan de wet toegevoegd. Ten eerste moeten er heel duidelijke criteria in de wilsverklaring staan. Bijvoorbeeld “wanneer ik mijn naasten niet meer herken” is te vaag. Ten tweede moet sprake zijn van ondraaglijk lijden. Dat lijden kan de arts vaststellen via symptomen zoals angst, pijn, benauwdheid, enzovoort. Alleen als er sprake is van ondraaglijk lijden én een duidelijke wilsverklaring kan de arts ingaan op een verzoek tot euthanasie bij gevorderde dementie.
Ik heb trouwens niet de indruk dat de cijfers door die bijkomende bepalingen stijgen. Euthanasiewetgeving is immers geen “recht op euthanasie”: je hebt het recht om het te vragen, maar het is uiteindelijk een toelating die de wet geeft aan de arts. Als die het niet ziet zitten, gebeurt er niets. Dat zal in België waarschijnlijk ook zo zijn. Het voordeel van een wet is dat artsen die wél bereid zijn, een extra mogelijkheid krijgen.
Is in België een arts verplicht om door te verwijzen bij een aanvraag tot euthanasie?
Niet helemaal. Er is geen échte doorverwijsplicht bij euthanasie. Het enige is: als de patiënt of familie een andere arts vindt die de zaak wil overnemen, dan moet de eerste arts het dossier doorgeven. Maar de patiënt of familie moet zélf iemand vinden.
Dat is een algemeen probleem van de Belgische en Nederlandse wet: het is een toelating aan de beroepsgroep van dokters, maar geen afdwingbaar recht. In Canada en Spanje daarentegen wordt binnen publieke ziekenhuizen, als je aan de voorwaarden voldoet, gezorgd dat je geholpen wordt. De instelling moet je naar een arts brengen die bereid is om euthanasie uit te voeren. Dat is volgens mij de enige manier om ervoor te zorgen dat euthanasie breed verzekerd wordt. Vandaag hangt het vaak af van de arts die je toevallig ontmoet. Ook het opleidingsniveau van patiënten speelt een rol: niet iedereen is even goed op de hoogte welke keuzes men heeft met betrekking tot het levenseinde.
Zelfbeschikking betekent niet dat je alleen staat en je het allemaal op je eentje moet zien te klaren.

Sommigen willen nog een stap verder gaan en pleiten voor euthanasie bij een “voltooid leven”. Wat is uw visie daarop?
Ik ben voorstander dat het mogelijk wordt gemaakt, maar met een leeftijdscriterium. Filosofisch: iemand van 75 die zegt “mijn leven is voltooid” klinkt voor mij geloofwaardiger dan iemand van 20. Het gevoel kan even sterk zijn, maar bij 20 is de kans groter dat men zich vergist: er zijn nog veel kansen in het leven. Bij 75 is dat verlies kleiner.
Men heeft ook vastgesteld dat méér sociaal contact aanbieden niet altijd helpt. Het gaat niet om méér bezoek, maar om bevredigend contact: relaties die persoonlijk aanspreken. Het is vaak onwaarschijnlijk dat je dat nog fundamenteel verandert, als iemand echt stabiel bij die wens blijft.
Het moet in elk geval zorgvuldig gebeuren: met voorafgaande toetsing, over meerdere maanden, waarbij men nagaat of de wens stabiel is en waarbij men ook nieuwe mogelijkheden probeert aan te reiken.
Euthanasie bij psychisch ondraaglijk lijden is al mogelijk sinds 2002, maar blijft nog steeds beroeren.
De kern van de maatschappelijke discussie is of je ooit kan zeggen dat iemand echt ‘uitbehandeld’ is. Het is uiteraard geen goede zaak om mensen te vroeg te laten vallen. Maar dat betekent niet dat je iemand die vele jaren zwaar lijdt in het leven moet houden als die dat zelf niet wil. Je moet wel eerst alle mogelijke wegen bewandelen, zonder de patiënt aan het lijntje te houden met therapieën die er geen zijn. Als de echte wegen bewandeld zijn en het blijft zo, dan kan je zeggen: dit is een authentieke wens, en dan moeten we die volgen.
Ook draagmoederschap ligt op de regeringstafel. Wat is hier juist het probleem?
Er zijn al jaren voorstellen. Ik heb zelf ook ooit mee aan een advies gewerkt. Het punt is: draagmoederschap gebeurt ook zonder wet. In de voorbije dertig jaar zijn er in België misschien ongeveer 150 kinderen via draagmoederschap geboren. Dat is niet veel, maar het gebeurt. Bovendien kunnen mensen ook naar het buitenland. In de meeste Amerikaanse staten is commercieel draagmoederschap mogelijk. Wie genoeg geld heeft, kan daar een traject doorlopen, en als een rechter het ouderschap vaststelt, wordt die band doorgaans ook hier erkend.
Als je geen wet maakt, reserveer je die mogelijkheid voor wie geld heeft of wie toevallig de juiste informele weg vindt, bijvoorbeeld via een vriendin. Wie van die beperkingen wil afstappen, moet andere wegen openen.
Daarnaast is er de bescherming van de draagvrouw. Als je misbruiken wil uitsluiten, moet je zorgen dat die bescherming er is. Fertiliteitscentra bieden vandaag al een zekere bescherming, maar wensouders kunnen ook naar landen waar uitbuiting van de draagvrouw reëel is. Daar zie je problemen zoals onderbetaling, afhankelijkheid en meervoudige zwangerschappen.
Daarom is een wettelijk kader zinvol: duidelijke voorwaarden voor overdracht van ouderschap, beperkingen op contracten, en een vorm van rechterlijke controle, zoals in het Verenigd Koninkrijk. Daar kijkt men ook naar hoeveel geld effectief wordt overgedragen, om commerciële transacties te vermijden. Bovendien behoudt de draagvrouw na de geboorte een periode waarin ze nog kan terugkomen op haar beslissing om het kind af te staan. Bij draagmoederschap komt bijzonder veel kijken.
Ik ben dus voor een regeling van altruïstisch draagmoederschap die in de eerste plaats de draagvrouw beschermt en onkosten vergoedt. Maar niet het model waarbij één contract alles bepaalt zonder controle achteraf.

Bij het abortusdossier ligt nog altijd de afschaffing van de bedenktijd en een uitbreiding van de termijn op tafel.
Die termijnuitbreiding is belangrijk en eigenlijk evident. In veel landen varieert de wettelijke grens: soms 10 weken, soms 12 of 14. In België ligt die vandaag op 12 weken zwangerschap, uitzonderlijk 13. Maar wanneer men zoekt naar een rationeel uitgangspunt, lijkt levensvatbaarheid het meest consistente referentiepunt. Dat ligt rond de 22 weken.
Hoe men het ook draait of keert: zolang een vrouw zwanger is, maakt het ongeboren kind deel uit van haar lichaam. Het gaat in eerste instantie om lichamelijke integriteit. Natuurlijk betekent levensvatbaarheid niet dat een kind automatisch geboren wordt of zal overleven, maar het blijft een zinvol ijkpunt. Twintig weken kan daarbij als veilige grens gelden.
Op dat moment is er geen sprake van bewustzijn: de hersenen, en meer bepaald de hersenschors, zijn onvoldoende ontwikkeld. Er bestaan studies die iets anders suggereren, maar geen enkele toont overtuigend aan dat het om bewust ervaren pijn gaat. Het gaat om reflexmatige reacties.
Er is dus geen reden om te denken dat foetussen vóór ongeveer 24 à 25 weken daadwerkelijk pijn kunnen ondergaan of bewustzijn hebben in de betekenis waarin bio-ethici spreken over ‘sentience’. Zelfs als men dat anders zou zien, blijft dat geen argument om de termijn te verkorten. Wanneer pijn mogelijk is bij een medische ingreep, kan er verdoving worden voorzien.
Daarnaast blijft de beschikking van de vrouw over haar eigen lichaam het fundamentele uitgangspunt. Het toelaten van abortus tot 20 weken verplicht niemand om een abortus te ondergaan. Wie daar principieel tegen is, kan die overtuiging behouden.
Het argument dat een korte termijn noodzakelijk zou zijn “in het belang van het kind” is zelf controversieel en wetenschappelijk niet eenduidig onderbouwd. Net omdat er hierover fundamentele onenigheid bestaat, is het niet logisch om één morele visie dwingend op te leggen. Twintig weken kan in dat opzicht als een redelijk compromis gelden.
Tot slot: is zelfbeschikking voor u een ‘absoluut’ recht?
Over zelfbeschikking doen veel rare verhalen de ronde. Zelfbeschikking betekent niet dat wanneer iemand nadenkt over het beëindigen van zijn leven het antwoord luidt: “doe maar, ik hou je niet tegen.” Mensen in moeilijke situaties zoeken steun, communicatie en informatie. Dat doet geen afbreuk aan zelfbeschikking: het zorgt er net voor dat een beslissing wordt genomen met kennis van zaken, en niet louter vanuit omstandigheden die van voorbijgaande aard kunnen zijn.
Zelfbeschikking betekent niet dat je alleen staat en je het allemaal op je eentje moet zien te klaren. Het veronderstelt ook dat je met anderen kan spreken, dat je goed geïnformeerd bent, en dat je redenen hebt die voor jezelf aanvaardbaar zijn.
Dat verschilt van het personalisme binnen het katholicisme. Daar spreekt men over ‘zelfbeschikking binnen het kader van een communicatienetwerk’. Waarmee men eigenlijk bedoelt: we gaan u euthanasie of abortus proberen afraden. Dat is geen respect voor zelfbeschikking maar een persoon onderwerpen aan de beslissing van een groep.