Democratie
Bert Goossens en Dimitri De Smet
9 november 2025
Op zaterdag 22 november gaat defensiespecialist Michelle Haas (29) tijdens de Nacht van de Vrijdenker in debat over de vraag: “Is onze democratie in gevaar?” Ze pleit voor een weerbare democratie mét een sterk defensiebeleid als antwoord op desinformatie, polarisatie en hybride dreigingen.
Bert Goossens en Dimitri De Smet
Strak in het pak stapt Michelle Haas het Geuzenhuis binnen, waar de herinneringen aan haar studententijd spontaan naar boven komen. Tien jaar geleden verhuisde de Nederlandse naar Gent. Ze noemt het “de beste keuze van haar leven”, en dat kunnen we moeilijk tegenspreken. Na een master in Conflict & Development aan de UGent leerde ze de politieke kneepjes van het vak kennen als medewerker bij de federale fractie van Groen. Vandaag combineert ze een doctoraatsonderzoek met een prominente rol als defensie-expert in de media, die deze week volop berichten over de drones in ons land.
“Drones zijn een visualisatie van hybride oorlogsvoering die we al langer zien. Voor Oost-Europa is dit naast een conventionele dreiging al langer de realiteit. Technisch is het complex: welke capaciteiten heb je nodig om te antwoorden? Kwetsbaarheden zullen blijven. Nu zijn die groot en is het goed dat onze regering ermee aan de slag gaat.
Je hebt ook een politiek antwoord: niet in paniek raken, tonen dat we niet onrustig worden. Daar maak ik me zorgen over: hoe we als maatschappij omgaan met die dronesignalen. We moeten weerbaarheid tonen.”
De oorlog komt nu wel heel dichtbij.
“Hybride oorlogsvoering neemt toe, drones zijn daar een duidelijk voorbeeld van, maar er gebeurt meer onder de radar. Drones kunnen ook onopgemerkt blijven en andere kwetsbaarheiden, zoals Russische schepen en spionage in de Noordzee, zijn enorm toegenomen. Doel kan zijn: onrust creëren en inlichtingen vergaren. Sabotage zelfs, we zagen al cyberaanvallen op democratische instellingen. Dat kan escaleren en zelfs dodelijke slachtoffers veroorzaken. Klinkt pessimistisch, maar het is de realiteit. We moeten ons op allerlei manieren beter voorbereiden.”
Niet iedereen is overtuigd dat de drones die ons luchtverkeer in de war sturen van Rusland afkomstig zijn. Wat zegt dat over onze democratie?
“Het fundament van democratie is vertrouwen in instituties, veiligheid en saamhorigheid. Dat fundament staat onder druk door desinformatie, dat nog grotere proporties aanneemt door AI.
Daarom moet de overheid nog pro-actiever beleid uitleggen, zeker bij dreigingen die niet tastbaar zijn. Je kan niet verwachten dat iedereen geopolitiek kadert of wakker ligt van de Russische dreiging. Je moet uitleggen waarom je artillerie aankoopt en waarom dat miljarden kost.
Als verhalen ontstaan dat de drone-incidenten ‘opgezet spel’ zijn, is dat problematisch. Dat is exact wat onze ‘tegenstanders’ willen horen. Er is soms weinig vertrouwen in onafhankelijke media, maar dat mogen we niet verliezen.
Defensiebeleid begint bij de ‘waarom’-vraag: waarom hebben we investeringen nodig en wat betekent de dreiging voor België of onze Oost-Europese bondgenoten? Nu gaat het debat soms te snel over kooplijstjes en specifieke systemen. Dan verlies je mensen. Blijf focussen op de ‘waarom’.”
Belgisch minister van defensie Theo Francken vocht onlangs online een robbertje uit met de Russische ex-president Medvedev. Wat denkt u daarvan?
“Dat is een evenwichtsoefening: als Europese leider communiceren richting Rusland. Je wil tonen dat je sterk staat en je niet laat doen, maar je wil ook geen conflicten uitlokken.
Ik denk dat de media ook een rol heeft en geen misleidende titels te plaatsen bij interviews. Zelf moet ik ook alert zijn, om in analyses voorzichtig te zijn om sensatie en clickbait te vermijden. Daar hebben analisten, politici en media een gedeelde verantwoordelijkheid.
Wat ik soms mis in de communicatie van de minister is een positiever verhaal: we kunnen het aan. In Nederland won Rob Jetten (D66) net de verkiezingen door een positiever beeld te brengen naar de bevolking. In crisistijd heeft het publiek nood aan een positief verhaal, handelingsperspectief (wat kan jij doen) en transparant beleid. We hebben lang een fase van alarmisme gehad, daar blijven we misschien in hangen, wat mensen onzeker maakt.”
De Belgische regering heeft beslist om fors te investeren in ons defensiebeleid. Is dat een goede zaak?
“Ja. De capaciteiten die je opbouwt als staat moeten een reflectie zijn van de rol die je wil spelen in je bondgenootschap of in de wereld. Als de strategische context onder druk staat, moet je mee bewegen en capaciteiten aanpassen.
En dat hebben we lang niet gedaan, er was een mismatch: de dreiging is enorm gestegen en eigenlijk al langer dan 2022 toen Rusland Oekraïne binnenviel. We hebben veel afgebouwd: vroeger hadden we luchtafweer, tanks, meer gevechtsvliegtuigen, reservisten, logistieke ondersteuning … Dat hebben we afgebouwd na het einde van de Koude Oorlog. Begrijpelijk, maar wellicht te ver en te laat terug opgebouwd. Daarom zit je nu met een disbalans. Dat vraagt meer van politiek én maatschappij om samen die inhaalslag te maken.”
Critici zeggen: in plaats van nationaal te investeren, moeten we meer inzetten op Europese samenwerking.
“De aanname sinds de grootschalige invasie in Oekraïne was dat er nu strategische eensgezindheid is in Europa, maar dat is niet zo. Er is wel nagenoeg consensus dat Rusland geen partner meer is, maar een dreiging. Maar kijk je naar de prioriteit en urgentie die eraan gegeven wordt, zie je veel verschillen tussen staten. Dat verklaart waarom we nog in nationale silo’s zitten en waarom inspanningen zoveel variëren. De grootste barrière voor Europese defensiesamenwerking is altijd geweest dat er geen eensgezinde strategische visie is tussen Europese staten.
In 2003 was er al een European Security Strategy die pleitte voor een eensgezinde visie, maar dat kan je niet forceren. Je kan ook niet dezelfde urgentie in België implementeren als in Finland. We hebben 27 democratieën met hun eigen publieke opinie en logischerwijs ook eigen industrieën.
Maar dit is belangrijk: Europese defensiesamenwerking gebeurt al heel veel. Namelijk in de vorm van EU-beleid voor coördinatie en stimulans voor investeringen, maar vooral ook regionale samenwerkingen zoals de Belgische en Nederlandse marine-integratie. Het idee van doorgedreven EU-samenwerking als wonderoplossing klopt niet. Maar nu defensiebudgetten fors stijgen, is het wel belangrijk om grensoverschrijdende projecten te stimuleren. Heel belangrijk bijvoorbeeld is dat we geen eengemaakte Europese markt voor defensieproducten hebben. Dat besliste men ooit vanuit “nationale veiligheid”, maar intussen ondermijnen we onze veiligheid net door vast te houden aan die administratieve beperkingen. Er is dus groeimarge, maar Europese defensie blijft de som van nationale inspanningen.”
Investeren we volgens jou in de juiste zaken? We kopen gevechtsvliegtuigen aan, terwijl er drones boven ons luchthavens circuleren.
“Die reflectie is logisch: er wordt enorm veel geïnvesteerd dus het moeten dan wel de juiste capaciteiten zijn. Hebben we naast drones nog gevechtsvliegtuigen nodig? Zeker wel.
Een van de sterke punten van Europa is dat we veel gevechtsvliegtuigen op een hoog niveau hebben, iets wat Rusland niet heeft. Dat is belangrijk in een mogelijk toekomstig conflict met Rusland én als afschrikking. Dat is een specialisatie en sterkte die we absoluut niet moeten afbouwen. In een conflict kan air dominance (controle over het luchtruim) cruciaal zijn.
We moeten lessen trekken uit Oekraïne, wat deels een drone-oorlog is. Maar een mogelijk conflict tussen de NAVO en Rusland zou er anders uitzien, mede omwille van onze sterkte in gevechtsvliegtuigen.”
De investeringen in defensie gaan misschien wel ten koste van zorg, justitie, pensioenen, middenveldorganisaties … Verzwakt dat de democratie niet?
“Je moet balans vinden: stijgende defensie-investeringen om je systeem te beschermen, zonder tegelijk je systeem af te bouwen. Het is niet de bedoeling heel je sociale vangnet af te bouwen om militair materieel te kopen. Dat systeem willen we net beschermen.
Er was een surplus omdat we jarenlang bespaarden op Defensie; daardoor konden we elders meer investeren. Nu moet je de balans wat terugtrekken. Dat vertaalt zich concreet in besparingen op thema’s die dicht bij mensen liggen.
In de Belgische context is er wel wat ruimte om kosten in de sociale zekerheid te proberen beperken. In buitenlandbeleid vind ik het problematisch dat er wel echt enorm geschaafd wordt aan ontwikkelingssamenwerking. Tegelijk kan je kaderen dat een buitenlands beleid gericht op solidariteit en mensenrechten nu vertaald wordt in steun aan Oekraïne: een democratie en bondgenoot die letterlijk is aangevallen, en aan onze bijdrage aan collectieve afschrikking, dat kunnen kleine Baltische staten echt niet alleen. Dan investeer je meer in Defensie en minder in ontwikkelingssamenwerking, omdat we daar minder aanwezig zijn. Het zijn moeilijke trade-offs. Ik zou niet graag in de schoenen van beleidsmakers staan, maar ik ben wel overtuigd dat je op Defensie nu echt een inhaalslag moet maken.”
Hoe zie je de oorlog met Rusland verder evolueren?
“Ik zie het komend halfjaar niet ineens verbeteren of tot een staakt-het-vuren komen. Maar de coalition of the willing en Europese leiders moeten nu al nadenken over veiligheidsgaranties op langere termijn. Zo beïnvloed je het conflict.
De diplomatieke pogingen die er waren vanuit Trump heeft Rusland niet doen bewegen in zijn oorlogsdoelen, en het heeft Oekraïne zeker aanvankelijk vooral verzwakt. Voor een diplomatieke oplossing moeten actoren dichter naar elkaar toe bewegen: dat zie je niet. Dan moet je de ene actor onder druk zetten door de andere te versterken en je voor te bereiden op een mogelijk staakt-het-vuren.
We onderschatten hoe Rusland kijkt naar de kost die ze willen maken. Dat is een andere mindset dan de onze. Ze zijn bereid veel meer economische schade en slachtoffers te dragen om de oorlog voort te zetten. Sommige economen zeggen dat de Russische economie volgende lente kan instorten, dat kan, maar dat hoeft niet te betekenen dat ze stoppen met de oorlog. Er is bovendien geen ruimte waarin mensen op straat mogen komen om te protesteren. Al wankelt Rusland, we moeten niet te snel concluderen dat ze daarom de rationele keuze zouden maken om de oorlog te stoppen. Zo werkt het niet.”
Op de Nacht van de Vrijdenker neem je deel aan het debat ‘Is de democratie in gevaar?’
Wat denk je?
“De democratie staat onder druk, maar misschien staat ze dat per definitie altijd, omdat je haar constant moet verdedigen. Nu moeten we meer inspanning leveren, omdat intern en extern verschillende krachten proberen te ondermijnen. Soms zijn die krachten ook gelinkt aan elkaar. Denk aan blootgelegde linken tussen China en Belgische parlementsleden, of Russische beïnvloeding en rekrutering op ons grondgebied.
Maar benader het ook positief: democratie is de mooiste vorm die we tot nu toe hebben uitgevonden. Het is iets waard om voor te vechten. Vechten is natuurlijk een breed concept. Ik bedoel niet letterlijk dat iedereen reservist moet worden, maar wel ervoor zorgen dat je je systeem beter beschermt, en dat start bij beter voor jezelf en elkaar zorgen.”
Uiterst rechts heeft op veel plekken in Europa een vaste plek in het electoraat gewonnen. Is dat een probleem voor onze democratie?
“Zeker. De uitersten van het politieke spectrum winnen aan invloed. De Nederlandse verkiezingen zijn nu gewonnen door (het links-liberale) D66, maar je ziet ook stijgende invloed van extreemrechts.
Eén van de dingen die je in Nederland echt ziet is de onbestuurbaarheid. We leven in crisistijd: energie, COVID, veiligheid … Als partijen veel stemmen halen maar niet in staat zijn mee oplossingen te bieden — soms kaarten ze terechte problemen aan, maar hun oplossingen sluiten grote groepen uit — dan krijg je onbestuurbaarheid.
Hopelijk worden de begrotingszaken in België snel opgelost, je hebt nood aan stabiliteit. Buurlanden keken nu naar België als een land met een stabiele regering. Alternatief is dat extreme partijen nog meer stemmen winnen, terwijl daar geen bestuurbare oplossing in zit. Polarisatie neemt toe en weerbaarheid is het tegengif. Die twee staan tegenover elkaar. Dat is een uitdaging.”
Hoe kijk je naar de evoluties in de Verenigde Staten?
“De democratie staat daar enorm onder druk en dat is zeer zorgwekkend. Ik doe geen onderzoek naar Amerikaanse binnenlandse politiek, maar ik kijk naar trans-Atlantische verhoudingen en solidariteit in het bondgenootschap. Een thema dat de komende jaren zeker op de voorgrond zal komen is de Amerikaanse terugtrekking uit Europa. Er was onlangs een eerste aankondiging vanuit Roemenië dat een deel van de Amerikaanse troepen teruggetrokken zou worden.
De impact van Amerikaans beleid zie je in Europa. Als binnenlands de democratie zó ondermijnd wordt, voel je dat ook als bondgenoot. Ik weet niet hoe het verder loopt, maar je moet rekening houden dat dit misschien het nieuwe normaal is. Je kan ondersteuning bieden aan democratische krachten om te beschermen wat we samen hebben opgebouwd, waar Europa ook een rol in speelt.”
Er zijn bewegingen zoals Antifa en Code Rood die, naar eigen zeggen, geweld gebruiken ter bescherming van de democratie. Hoe kijk je daarnaar?
“Ik geloof in activisme. Doorheen de geschiedenis spreken mensen zich uit en protesteren ze, soms ook disruptief of creatief. Maar vanaf het moment dat je mensen in gevaar brengt, of grote materiële schade aanricht bij ondernemingen of mensen die er niets mee te maken hebben, dan overschrijd je een grens.
Zoals bij de aanval op Dienst Vreemdelingenzaken: waarbij mensen angstig werden en zich bedreigd voelen. Aan de UGent werd het rectoraat aangevallen; mijn kantoor is daar vlak naast. Voor veel protesten heb ik wel sympathie, aanvankelijk ook voor de UFO-bezetters, die meer aandacht vroegen voor de situatie in Gaza, maar je valt geen beveiligers fysiek aan. Dat is voor mij echt een grens. Het is contradictorisch om de democratie te verdedigen en tegelijk zulke acties uit te voeren.”
Wanneer is geweld wel te verantwoorden?
“Dat is een lastige vraag, een kader dat je kan gebruiken is: geweld om je te bevrijden van onderdrukking is moreel anders of meer te verantwoorden dan geweld om te onderdrukken. Maar hoe definieer je dat? Dat is lastig. Zowel in internationale als in binnenlandse contexten. Het is moeilijk te zeggen wanneer de grens is bereikt.
In onze democratische contexten, in België en Nederland, heb je volgens mij gewoon “common sense” nodig als je aan activisme doet: houd je aan grenzen. Hier is veel ruimte om te protesteren; dat kan op andere manieren. In staten waar protest verder wordt onderdrukt, kan disruptie misschien een stap verder gaan, de grenzen hangen dan af van de situatie.”
Je zei eerder dat het belangrijk is dat we weerbaar zijn. Wat bedoel je daar precies mee?
“We moeten de term weerbaarheid terugclaimen van extreemrechts. Als ik erover spreek, krijg ik soms reacties: “Let op met die term,” omdat mensen hem linken aan de vechtsportclub van Dries Van Langenhove in Opwijk die de naam ‘Weerbaar’ draagt. Dat is níet weerbaarheid. Het is niet trainen in een gym om ‘krachtig’ te worden en dan een groep uit te sluiten. Dat is het tegenovergestelde.
Weerbaarheid is voor mij een sociaal verhaal, waarin je om hulp vraagt als het slecht gaat, waarin je zelf blijft groeien en een kader hebt waarin mensen kunnen groeien. Het is ook iets wat je kan trainen, door jezelf regelmatig eens uit te dagen. Voor iedereen betekent dat iets anders: wie met mentale problemen worstelt heeft iets anders nodig dan iemand die ruimte heeft om extra EHBO-opleidingen te volgen om oudere mensen in de buurt te helpen. Een van de belangrijkste zaken nu is ook dat we vertrouwen in de instituties blijven behouden, hoe stroef dat soms ook loopt, een open deur voor desinformatie is echt geen goed alternatief.
We moeten een inhaalslag maken als maatschappij: wat beschouwen we als weerbaarheid, en hoe zorgen we dat iedereen daar zijn invulling in mag hebben?”
Op zaterdag 22 november neemt Michelle Haas deel aan het panelgesprek ‘Is onze democratie in gevaar?’ op De Nacht van de Vrijdenker in Gent, samen met Jan Balliauw, Ico Maly en Anton Jäger. Meer info en tickets.