“Amerika is ons beste slechte voorbeeld”

Geert Dewaele en Dimitri De Smet

2 februari 2026

Historicus en criminoloog Christophe Busch volgt de recente evoluties in de Verenigde Staten met groeiende bezorgdheid. Volgens de directeur van het Hannah Arendt Instituut vertonen de VS vandaag zowel duidelijke parallellen als belangrijke verschillen met de opkomst van het nazisme in Duitsland. Precies die combinatie maakt het zo gevaarlijk. “Amerika toont ons hoe snel een democratie kan afglijden als de institutionele remmen verdwijnen.”

Wanneer we Christophe Busch spreken heeft hij net een lezing gegeven over de dynamieken van massa‑agressie, die hij ook haarfijn heeft beschreven in zijn boek ‘De duivel in elk van ons’. Het onderwerp laat hem nooit los. Hij ziet patronen, onderstromen, machtsverschuivingen en vooral waarschuwingssignalen. “We bevinden ons op een punt waarop de vraag niet langer is óf democratieën vandaag opnieuw kunnen afglijden,” zegt hij. “De vraag is hoe snel, en of we het op tijd doorhebben.”

Als je naar de recente ontwikkelingen in de Verenigde Staten kijkt, welke evoluties baren jou het meest zorgen?

Het meest verontrustende is niet eens het politieke theater dat iedereen op televisie ziet, maar wat er zich onder de motorkap afspeelt. Je ziet hoe democratische correctiemechanismen zoals rechtbanken, onafhankelijke departementen en inspectiediensten stap voor stap worden verzwakt. En dat gebeurt niet toevallig. Het is een strategische afbouw van de remmen die een democratie beschermen.

Tijdens de eerste Trump‑administratie zag je nog vaak: hij kondigt iets aan, maar een rechtbank houdt het tegen. Vandaag bestaat die remmende functie steeds minder. Er ligt zelfs een gedetailleerde blauwdruk klaar die beschrijft hoe die instellingen moeten worden omgevormd zodat ze loyaler worden, of minder tegenspreken. Dat maakt de situatie veel preciezer én veel gevaarlijker dan de historische parallellen die soms gemaakt worden.

Christophe Busch: “We kijken vaak naar Amerika als het grote voorbeeld, maar vandaag is het misschien beter om het te zien als het beste slechte voorbeeld.”

Veel waarnemers zien Trump vooral als een chaoot, iemand die geen consistente strategie heeft. Vind jij dat een onderschatting?

Het chaotische is vooral façade. Natuurlijk: hij is impulsief, soms incoherent, en dat is verwarrend. Maar je mag je niet blind staren op de vorm. De echte verschuiving gebeurt doordat hij zich heeft omringd met mensen die niet loyaal zijn aan de democratische instituties, maar aan hem persoonlijk.

En dát is een patroon dat we uit de geschiedenis kennen: leiders omringen zich met pionnen die niet geselecteerd worden op competentie, maar op trouw. Ze hebben geen vakinhoudelijke expertise, maar ze zijn wel bereid om wetten te buigen of te negeren. Zodra je zo’n netwerk creëert in gezondheidszorg, justitie, binnenlandse veiligheid, krijg je een systeem dat niet langer zichzelf corrigeert. En dan ontstaat het gevaar dat één figuur de volledige politieke cultuur vervormt.

De Amerikaanse immigratiedienst ICE zorgt bijna dagelijks voor controverse. Hoe kijk jij naar die immigratiedienst?

Wat ik zie, is snelheid. Een razendsnelle instroom van nieuwe rekruten, haastige selectieprocedures, enorme militarisering. Het doet me denken aan organisaties die niet alleen bedoeld zijn om een immigratiepolitiek te handhaven, maar ook om een symbolische boodschap uit te dragen: ‘wij hebben het geweldsmonopolie’. Dat is een elementair democratisch principe. Maar dan moet je wel zeker zijn dat degenen die dat monopolie krijgen handelen volgens democratische waarden.

Wanneer ik rekruteringsvideo’s zie die bijna identiek zijn aan die van extreemrechtse groeperingen, dan moeten er toch alarmbellen weerklinken. Niet omdat die mensen op voorhand extremisten zijn, maar omdat je door dat verhaal een bepaald soort persoon aantrekt. Voeg daarbij dat agenten vaak gemaskerd opereren en dat er al incidenten zijn waarbij burgers het leven lieten… Dan moet je je de vraag stellen: welke cultuur ontstaat hier? En wie draagt de verantwoordelijkheid als dingen mislopen? Dat zijn geen academische vragen, dat zijn vragen over de veiligheid van burgers.

Zijn die parallellen met de jaren dertig volgens jou terecht, of is dat een te zwaar geladen vergelijking?

Je moet altijd oppassen met historische parallellen, maar mechanismen herhalen zich vaak. Niet de gebeurtenissen zelf, wel de dynamieken. In de jaren dertig zag je hoe een samenleving met economische zorgen, polarisatie en verlies aan vertrouwen vatbaar werd voor leiders die orde en duidelijkheid beloofden. Je zag hoe paramilitaire organisaties een rol kregen in de straat en in het politieke decor. Je zag hoe instituties langzaamaan steun verloren.

Vandaag zijn de context en de actoren anders, maar de mechanismen lijken soms verontrustend veel op elkaar. Het gevaar zit niet in één persoon. Het zit in de erosie van de democratische cultuur, in het normaliseren van leugens, in het aanvaarden van geweld als politiek middel, in het geloof dat de waarheid onderhandelbaar is. Dat zijn de echte parallellen.

Christophe Busch: “Het gevaar zit niet in één persoon. Het zit in de erosie van de democratische cultuur, in het normaliseren van leugens, in het aanvaarden van geweld als politiek middel.”

Welke les kan Europa hieruit trekken?

Ik denk dat Europa die les dringend moet willen trekken. We kijken vaak naar Amerika als het grote voorbeeld, maar vandaag is het misschien beter om het te zien als het beste slechte voorbeeld. Het toont hoe snel een democratie kan verschuiven wanneer machtshebbers de spelregels willen herschrijven. Dat gaat niet van de ene dag op de andere. Het begint met twijfel zaaien over onafhankelijke rechters, journalisten, academici. Het gaat verder met aanvallen op minderheden, op tegenstanders, op de legitimiteit van verkiezingen.

Europa is niet immuun. De grote vraag is of wij in staat zijn om op tijd in te grijpen, door transparanter te worden, door burgers meer te betrekken, door de democratie te vernieuwen in plaats van te verdedigen met oude structuren. Democratie is geen museumstuk. Het is een levend systeem.

Wat moeten we verstaan onder ‘democratische vernieuwing’?

Democratische vernieuwing betekent dat je niet alleen kijkt naar de instituties, maar ook naar de burgers. Als mensen het gevoel hebben dat de democratie niets voor hen betekent, dan ontstaat er ruimte voor populistische bewegingen die zeggen: ‘Wij spreken voor u.’ Dan wordt het systeem kwetsbaar.

Vernieuwing vraagt participatie. Burgers moeten niet alleen mogen stemmen, ze moeten kunnen praten, meedenken, invloed hebben. Je moet democratie dichter bij mensen brengen. Want als dat niet gebeurt, krijg je dijkbreuken: momenten waarop vertrouwen omslaat in woede. Dat zie je nu al in verschillende Europese landen. We staan nog aan het begin van dat proces. Het voordeel is: we kunnen het nog keren.

Wat geeft jou ondanks alles nog hoop?

Dat we zien wat er gebeurt. Dat we erover praten. Dat mensen vragen stellen die tien jaar geleden niet gesteld werden. Ik ben geen fatalist. Ik denk dat we nog altijd de capaciteit hebben om onze democratie te versterken. Maar we moeten het wel willen. Democratie is een keuze. Elke dag opnieuw.

Lees ook het opiniestuk van Dirk Verhofstadt: 1933 is dichterbij dan ooit