Pride

“Een LGBTQIA+-staking? Vlaanderen zou het voelen.”

7 augustus 2025

Wat als de Pride niet alleen een viering is, maar ook een ongemakkelijke spiegel? Radio- en televisiemaker Tom De Cock gaat de confrontatie aan, dieper dan de regenboogvlag: over activisme dat schuurt, religie die botst met vrijheid en de stille dreiging die zelfs in een ogenschijnlijk tolerant Vlaanderen voelbaar is.

Tom, de Antwerpse Pride staat voor de deur. Wat betekent die dag voor jou?

Voor mij is de Pride geen mijlpaal in het jaar. Ik vind het fantastisch dat het georganiseerd wordt en ik wens iedereen die erheen gaat een fijne, betekenisvolle ervaring toe. Maar ik voel me er niet toe aangetrokken. Mijn geaardheid is maar een klein stukje van wie ik ben, en ik heb het geluk dat ik zo kan leven. Dat is niet voor iedereen zo. Voor sommigen wordt hun geaardheid hun hele leven, omdat ze er zo hard voor moeten vechten. Maar voor mij voelt het niet als iets om te vieren met techno op een truck.

Je lijkt moeite te hebben met het beeld dat de Pride oproept. Wat stoort je precies?
Pride is ontstaan als protest tegen politiegeweld tegen homo’s in New York. Vandaag gebeurt dat helaas nog steeds. Maar ik geloof niet dat je die strijd aanvuurt door schaars gekleed te dansen op Madonna. De eerste meters van de parade zijn vaak een cliché: techno, glitter, ontblote lichamen. Maar daarachter loopt een diverse groep mensen, gezinnen, kinderen met ballonnen. Die zouden vooraan moeten lopen. Het is aan de organisatoren om dat beeld te kantelen.

Is dat waarom je zelf niet deelneemt?
Ja, het past totaal niet bij mijn gewoonten. Ik kan me niet identificeren met het beeld dat daar wordt opgehangen. En het is jammer dat de media vooral de eerste honderd meter van de parade filmen, en niet het culturele of academische programma dat er ook aan gekoppeld is.

Je pleit voor een Pride die terugkeert naar haar activistische roots. Hoe zie je dat concreet?
We hebben nood aan stevige politieke representatie, zeker op Europees niveau. Gelukkig zijn er politici die hun Hongaarse collega’s durven aanspreken. Maar we hebben meer nodig: cijfers, onderzoek, rationele discussies over seksualiteit en gender. En vooral: een grondwettelijke verankering van onze rechten.

Waarom is die grondwettelijke verankering zo belangrijk voor jou?
Omdat het over basisrechten gaat. Het homohuwelijk moet in de Grondwet. Niet als trofee, maar als bescherming. Zodat niemand ooit nog kan twijfelen aan mijn recht om mijn man te begraven, om te erven, om gewoon samen te leven. Dat zijn geen symbolen, dat zijn fundamentele mensenrechten.

Je bent kritisch voor het concept ‘coming-out’. Waarom?
In een ideale wereld bestaat coming-out niet. Er is niets om op te biechten. Niemand zou zenuwachtig aan de keukentafel moeten zitten om te vertellen dat hij met een man thuiskomt. Dat is gewoon normaal. En toch maken we er iets groots van. Hollywood viert coming-outs alsof het een heldendaad is. Maar waarom moet een jonge vrouw in een podcast voor Studio Brussel haar geaardheid nog op fluistertoon opbiechten aan haar progressieve collega’s? Dat is geen overwinning, dat is een symptoom van een probleem.

Voel je je verplicht om te spreken voor anderen?
Ja. Ik heb het geluk dat ik in een omgeving leef waar mijn geaardheid nooit een probleem was. Maar dat geeft me ook de verantwoordelijkheid om te spreken voor wie dat geluk niet heeft. Er zijn nog altijd kinderen in pinkstergemeenschappen die naar gebedskampen gestuurd worden om hun transidentiteit ‘weg te bidden’. Dat is onaanvaardbaar.

Je spaart je kritiek op religie niet. Wat is voor jou de kern van het probleem?
Alle godsdiensten hebben ergens in hun geschriften een hoofdstuk ‘homoseksualiteit’ en daar staat nooit iets goeds in. Dat moeten we durven benoemen. We subsidiëren die instituten, nodigen ze uit op feestdagen, laten ze spreken in onze instellingen. Maar waarom zouden zij mogen bepalen of ik mag trouwen, kinderen opvoeden, euthanasie plegen? Dat is absurd. Dat zijn de allerlaatste mensen aan wie je zoiets zou moeten vragen.

Merk je dat religieuze dogma’s ook invloed hebben in het onderwijs?
Zeker. Ik kom vaak in scholen, en zodra er een bepaald percentage moslims in de klas zit, merk ik dat sommige jongens naar adem moeten happen als ik een foto toon van mijn gezin. Leerkrachten spreken minder over deze thema’s, uit angst om te schofferen. Maar dan zeg ik: dat is het probleem van die godsdienst, niet van ons. We moeten dat durven benoemen.

Is de homofobie een existentiële angst voor jou?
Ik ben daar zeker mee bezig. Mijn kinderen gelukkig niet, en mijn man begrijpt mijn opwinding daarover soms niet helemaal. Maar toen de Pride in Boedapest verboden dreigde te worden, heb ik overwogen om te gaan. Dat was geen feestje, dat was een echte politieke demonstratie. Als dat ooit terugkomt, zal ik er zeker bij zijn.

Je schuwt het activisme duidelijk niet…
Ik zou echt willen dreigen met een LGBTQIA+-staking. Als we ons morgen zouden verenigen en niet komen opdagen op het werk, dan zou Vlaanderen merken hoe afhankelijk het is van ons. In de kinderopvang, de gezondheidszorg, het onderwijs, de media, de politiek, zelfs op de bouw en in het profvoetbal. Wij zijn geen niche. Wij zijn overal. En hoe meer mensen dat beseffen, hoe meer begrip er zal zijn. Onbekend is onbemind. Daarom zeg ik elke dag in mijn radioprogramma iets als ‘mijn man zei daarnet nog…’ Niet om te provoceren, maar om te tonen: wij zijn er. Wij bestaan. We voeden kinderen op, we betalen belastingen, we maken radio. We zijn gewone burgers.