Filosofie

"Geduld is een vorm van actie"

Joke Goovaerts en Dimitri De Smet

18 november 2025

In een tijd van digitale stormen, geopolitieke onzekerheid en emotionele oververhitting pleit filosofe Tinneke Beeckman voor kritisch én mild  denken. Ze ziet hoe mensen zich terugtrekken uit het publieke debat, hoe sociale media polariseren en hoe jongeren worstelen met machteloosheid tegenover mondiale uitdagingen. Toch blijft ze geloven in de kracht van reflectie, ontmoeting en engagement: je hoeft niet alles alleen te kunnen, samen kunnen we veel. 

Wat valt jou vandaag het meest op in hoe mensen omgaan met onzekerheid en verandering?
Veel mensen trekken zich terug in het private domein. Ik krijg vaak vragen van mensen die zeggen dat ze het nieuws niet meer volgen. Dat is een opvallend verschil met enkele jaren geleden. Toen stonden mensen meer open voor wat er in de wereld gebeurde. Nu hoor ik: “Ik wil het niet meer horen, het nieuws is te deprimerend.”
Vroeger keek je bijvoorbeeld ’s avonds naar het nieuws op televisie, las je een krant en luisterde je wat naar de radio. Nu komt alles de hele dag door binnen. Mensen worden bewuster in wat ze toelaten en sluiten zich vaker af, omdat ze het gevoel hebben dat ze er toch niets aan kunnen veranderen.

We leven in een tijd van polarisering. Is dat volgens jou vooral een gevolg van sociale media, of zit er iets diepers achter?
Sociale media spelen zeker een grote rol. Berichten worden razendsnel verspreid en zijn vaak emotioneel geladen met angst of verontwaardiging, wat ze extra aanstekelijk maakt. Maar er is meer. Sociale media zijn sterk gepersonaliseerd. Je hebt niet gewoon een idee, je bént dat idee. Je tijdlijn weerspiegelt jouw overtuigingen. En de manier waarop aandacht werkt, is veranderd: als je naam wordt genoemd, als iets op jou persoonlijk gericht is, komt het veel harder binnen.
Vroeger waren debatten inhoudelijker en minder persoonlijk. Dat maakte het makkelijker om begrip op te brengen voor een ander perspectief. Je kon met iemand discussiëren, en wat er gezegd werd, bleef tussen wie aanwezig was. Maar op sociale media weet je niet of één persoon merkt dat je werd tegengesproken, of dat tientallen mensen die terechtwijzing hebben gezien. Dat maakt die tegenspraak confronterender, zeker als die beschimpend of vernederend werd geuit. Zo leidt confrontatie makkelijker tot radicalisering: mensen gaan nog steviger in hun standpunt staan als ze zich persoonlijk aangevallen voelen.

Tinneke Beeckman: Mensen worden bewuster in wat ze toelaten en sluiten zich vaker af.

Je ziet mensen radicaliseren?
Ja, ik zie dat gebeuren. Neem het conflict Israël-Gaza: mensen beginnen met een bepaalde mening, maar worden door felle, persoonlijke reacties steeds radicaler. Die gepersonaliseerde discussies, zichtbaar voor iedereen, maken het moeilijk om evenwichtig te blijven en empathie op te brengen voor het andere standpunt. Mensen merken vaak niet dat ze in een soort tunnel terechtkomen. Ze zeggen: “Maar ik héb toch gelijk?” Sociale media versterken dat, ook via algoritmes die tonen wat jou interesseert. Dat is al een vorm van eenzijdigheid. En doordat je naam steeds verbonden is aan je mening, wordt alles persoonlijk. Chris Hayes, een Amerikaanse journalist, beschrijft dat treffend in The Sirens’ Call.

Hoe kunnen we deradicaliseren?
Fysiek contact met anderen is echt onvervangbaar. Het menselijke in elkaar zien. Elkaar écht ontmoeten, ook als het gaat om andere culturen of visies, is cruciaal voor vertrouwen. Mensen zijn sociale wezens. We denken soms dat digitale communicatie volstaat, maar dat is absoluut niet zo. We hebben de ontmoeting nodig om dingen een plaats te geven, om vertrouwen op te bouwen. En ja, het klopt dat het debat vaak emotioneel is. Maar het helpt als we proberen begrip op te brengen voor de emoties van de ander, ook als we het inhoudelijk niet eens zijn. Tegelijk moeten we oog hebben voor onze eigen emotionaliteit. Dat is vaak een blinde vlek. We denken dat wat wij zeggen vanzelfsprekend en redelijk is, maar dat is het misschien helemaal niet voor de ander. Je ziet dus ook dat mensen bijvoorbeeld zeggen: de ander is emotioneel en ik ben eigenlijk heel evenwichtig. Mensen met heel uiteenlopende standpunten vinden dat van elkaar.

Veel mensen voelen zich machteloos tegenover grote problemen zoals klimaatverandering, oorlog en conflicten. Hoe kan filosofie daarbij helpen?
Ik heb erover geschreven in mijn boek Macht en Onmacht. Wat belangrijk is: zorg dragen voor jezelf. Dat klinkt misschien egoïstisch, maar dat is het niet. Het gaat erom te zien welke rol je wél kunt spelen, zelfs in kleine dingen.
In Ken jezelf stel ik existentiële vragen en laat ik zien hoe schrijvers en denkers mij daarbij geholpen hebben. Het besef dat veel vragen en problemen variaties zijn op thema’s die ook vroeger speelden, geeft mij rust. Die verbondenheid met anderen, ook doorheen de tijd, helpt.
Het idee dat mensen vroeger andere uitdagingen hadden, en dat samenwerking vertrouwen kan geven in de mens, is belangrijk. Je hoeft niet alles alleen te kunnen. Samen kunnen we veel. Maar door de sterke individualisering lijkt het alsof we elk probleem individueel moeten oplossen. En dat is volgens mij een illusie. Dat kan gewoon niet.

Denk voor jezelf, zorg voor elkaar?
Jezelf leren kennen is essentieel. Als je worstelt met vragen over sterfelijkheid, verdriet, woede of onmacht, dan helpt het besef dat je daar niet alleen in staat. Dat zijn menselijke ervaringen die mensen altijd al gehad hebben. Er bestaat een rijke schatkamer aan ideeën in de filosofie, literatuur, films en verhalen die ons kunnen helpen om uit die eenzaamheid te breken.
Het is niet alleen troostend, het brengt ook rust. En geeft je het gevoel dat je wél iets kunt doen, hoe klein ook. Dat is mijn manier om met de wereld om te gaan. Want het is moeilijk om vandaag realistisch te blijven. De problemen zijn zo groot, vaak niet meer lokaal of nationaal op te lossen. Denk aan de geopolitieke spanningen tussen Amerika en China, of de dalende macht van Europa. Dat roept niet alleen individuele machteloosheid op, maar ook collectieve onzekerheid. We zijn dat niet gewend. Het vraagt een herziening van ons zelfbeeld, individueel én cultureel.

Kan je een voorbeeld geven van een verhaal dat je persoonlijk raakte en inspireerde?
Toen ik twintig was, zat ik in een restaurant met een vriend en zag een oudere vrouw helemaal alleen eten. Ik werd overvallen door verdriet; ik dacht dat ze eenzaam en droevig was. Dat beeld raakte me diep. Ik las toen veel Schopenhauer, die zegt dat medelijden de bron is van liefde voor de ander.
Later las ik Aldous Huxley, die meer in contact stond met oosterse filosofie. In Island, één van zijn romans, beschrijft hij een personage dat zich verzet tegen medelijden en zelfmedelijden. Hij pleit voor een houding van meditatie, van aanwezig zijn in het hier en nu, en het onderscheid maken tussen wat reëel is en wat fantasie of verbeelding is. Dat was voor mij een keerpunt. Ik besefte: die vrouw, die ik zo zielig vond, zat daar misschien gewoon te genieten van haar maaltijd.
Die oosterse kijk bracht me rust en vertrouwen. En paradoxaal genoeg: hoewel ik nu veel meer reden heb tot verdriet, omdat ik meer mensen verloren ben ben ik gelukkiger dan ik toen was.

Tinneke Beeckman: Voor mij is kritisch denken een liefdevolle vorm van denken

Technologie evolueert razendsnel: kunstmatige intelligentie, genetische manipulatie… Zijn we ethisch voldoende voorbereid?
Ik vrees van niet. Technologische ontwikkelingen worden vaak gestuurd door winst en het idee van maakbaarheid. De ethische reflectie komt pas achteraf, als ze al komt. Mensen die technologisch sterk zijn, hebben een soort intelligentie om iets te ontwikkelen. En dat is vaak niet hetzelfde als ethisch of filosofisch denken. Er is een kloof ontstaan tussen wie innoveert en wie nadenkt over de gevolgen.
Bij AI zie je een wedloop tussen Amerika en China. Wie daar de leiding neemt, domineert. Maar die technologie wordt niet ontwikkeld vanuit ethische bekommernissen. Dat baart me zorgen.

Moet techniekfilosofie meer aan bod komen in het onderwijs?
Absoluut. Al is mijn visie soms pessimistisch, ik zie ook positieve ontwikkelingen. Neem sociale media: die kunnen jongeren onzeker maken, maar je merkt dat er ook bewustwording groeit. Sommige jongeren nemen afstand, omdat ze voelen dat het hen ongelukkig maakt. In het onderwijs zie je maatregelen zoals het verbod op smartphones. Vaak moeten er eerst incidenten gebeuren voor er regels komen. Maar mensen leren wel bij.

Je pleit vaak voor kritisch denken. Hoe bewaak je dat zonder cynisch te worden in een wereld vol fake news en propaganda?

Tinneke Beeckman: Ik leef met het besef dat de tijd beperkt is, en ik zou het niet anders willen.

Voor mij is kritisch denken een liefdevolle vorm van denken. Het verschil met complotdenken is fundamenteel. Complotdenken vertrekt vanuit wantrouwen, vanuit de veronderstelling dat mensen kwaadwillig zijn. Ik geloof dat mensen fouten maken, soms tekortschieten, maar meestal met de beste bedoelingen. Door dat vertrouwen te behouden, word ik niet cynisch.
Ik volg denkers en websites met uiteenlopende visies, soms heel rechts, soms heel links. Dat helpt om mijn perspectief te verruimen. Cynisme ontstaat wanneer je niet meer gelooft in de goede wil van mensen.
Complotdenken ís cynisch. Het veronderstelt dat er een elite is die de wereld bewust manipuleert. Dat is voor mij een te beperkte kijk. De cynicus is vaak een ontgoochelde idealist. Ik ben nooit een grote idealist geweest, eerder een realist. En dat maakt het misschien makkelijker om niet cynisch te worden.

Welke boodschap zou je vandaag meegeven aan jongeren die zich willen engageren voor een betere samenleving?
Allereerst: de wereld heeft jullie nodig. Ik geloof sterk in jongeren. Er heerst soms een neerbuigende houding van oudere generaties, alsof zij het allemaal beter wisten. Maar jongeren moeten het doen met de wereld die ze geërfd hebben, en ze proberen op hun manier een rol te spelen.
Verandering vraagt tijd. Geduld is geen nederlaag, maar een vorm van actie. Het is een actieve houding: blijven werken, blijven sleutelen, ook als het resultaat niet meteen zichtbaar is. Denk aan het vrouwenstemrecht of de onafhankelijkheidsstrijd van Gandhi, dat heeft decennia gekost. Fundamentele verandering vraagt volharding, toewijding en tijd. Alles wat waardevol is, relaties, maatschappelijke verandering, persoonlijke groei, vraagt inspanning en geduld.
Laat je niet ontmoedigen als iets niet meteen lukt. Falen is geen mislukking, maar een kans om bij te leren.

Hoe kijk je zelf aan tegen ouder worden?
Ik ben gelukkiger geworden met ouder worden. Jong zijn vond ik moeilijker. Nu heb ik meer perspectief. Ik leef met het besef dat de tijd beperkt is, en ik zou het niet anders willen.
Onsterfelijkheid? Nee, dat is niet alleen een griezelige gedachte, maar ook een gebrek aan generositeit tegenover jongeren. Er moet ruimte komen voor hen. Ouderen moeten op een bepaald moment plaats maken.
Die generatie die altijd wil blijven leven,  dat kan gewoon niet. Dankbaarheid en mildheid voor wat je gekregen hebt, maken je gelukkiger dan het idee dat je nog van alles te goed hebt. Klassieke filosofen inspireren me daarin. Spinoza bijvoorbeeld vertrekt niet vanuit een recht op wat je niet hebt, maar vanuit verwondering en dankbaarheid voor wat er wél is.