Interview Freddy Mortier

"Het opleggen van geloofsregels aan wie dat geloof niet deelt: dát is het probleem"

Bert Goossens en Dimitri De Smet

24 november 2025

Wat is de plaats van religie in onze samenleving, op school en aan de universiteit? Dat is de kernvraag van Het grote godsdienstdebat, dat op donderdag 4 december plaatsvindt aan de VUB. Volgens Freddy Mortier, emeritus hoogleraar ethiek aan de UGent, wint religie opnieuw terrein en komt daardoor het recht op vrijheid van meningsuiting onder druk te staan.

De eerste sneeuw van het jaar is net gevallen wanneer Freddy Mortier, samen met zijn twee British Shorthairs, ons met een glimlach en een kop koffie ontvangt. De kilte maakt snel plaats voor de warmte en scherpte waarmee Mortier spreekt. Hoewel hij een overtuigd vrijzinnig humanist is, blijkt zijn visie op religie opvallend genuanceerd.

“Voor een algemene moraal, de basisregels die iedereen nodig heeft om samen te leven, heb je geen godsdienst nodig. Maar als persoonlijke levensbeschouwing kan het wél grote betekenis hebben. Het helpt je namelijk te herkennen welke mensen op een vergelijkbare manier in de wereld staan, met wie je samen dingen kunt opbouwen.

Daarnaast biedt een levensbeschouwing ook een manier om naar de wereld te kijken. Het maakt een enorm verschil of je de wereld ziet als iets dat toevallig tot stand is gekomen door natuurlijke processen, zoals in het vrijzinnig humanisme, of als het knutselwerk van een god. Dat levert een heel andere blik op je omgeving.

Ik heb veel respect voor gelovigen. Waar ik wél een probleem mee heb, is wanneer mensen uit hun eigen levensbeschouwing regels halen, bijvoorbeeld over de betekenis van een embryo, en die vervolgens opleggen aan anderen die een totaal andere manier van kijken hebben. Dan ga je ervan uit dat jij de waarheid in pacht hebt. Dat is precies het soort denken dat in het verleden leidde tot inquisities en vervolgingen: men dacht dat men gelijk had, en daarom ook het recht had om mensen te verbranden voor hun zielenheil.

Dat opleggen van toevallige geloofsregels aan wie dat geloof niet deelt: dát is de kern van het probleem.”

Vandaag zien we dat ook nog: politieke wetgeving rond abortus, euthanasie, draagmoederschap … worden telkenmale tegengehouden of vertraagd vanuit christelijke hoek.

“Ja, dat is volgens mij inderdaad een voorbeeld van religieuze invloed die nog altijd doorwerkt in onze samenleving. Die standpunten komen uit een traditie, bij ons vooral het katholicisme. Maar interessant genoeg: in de Bijbel staat helemaal niets over abortus. Men baseert zich vooral op geschriften van kerkvaders, terwijl die mensen totaal geen kennis hadden van de baarmoeder, van hoe een embryo zich ontwikkelt, of van voortplanting in het algemeen.

Vandaag hebben we daar wél wetenschappelijke inzichten over, én een parlementair rapport waarin experten expliciet aanbevelen om de abortustermijn uit te breiden. Waarom zouden opvattingen van kerkvaders zwaarder wegen dan wat we vandaag weten?

Het Vaticaan zegt dat elk begin van leven een spoor is van de aanwezigheid van God in het universum. Maar waarom zou dat dan betekenen dat abortus nog net tot 12 weken “mag” en daarna niet meer? Als we nog verder teruggaan: is een cel die net bevrucht is dan ook al zo’n spoor? Moeten we dan ook rekening houden met alle miljarden zaadcellen die verspild worden bij elke poging om zwanger te worden? Niemand gelooft dat echt.

Protestantse kerken verschillen sterk van opvatting hierover. Er zijn kerken waar abortus totaal geen probleem is, en dat zijn evenzeer christenen. Zij zien hoe die ideeën historisch gegroeid zijn uit kerkelijke opvattingen over seksualiteit, huwelijk en voortplanting.

Wetenschappelijk of rationeel gezien hebben die oude standpunten dus geen betekenis. Mensen die dat geloven mogen dat uiteraard blijven doen, dat is hun recht. Maar ze mogen die regels niet opleggen aan anderen die die overtuiging niet delen. In een diverse samenleving met heel uiteenlopende overtuigingen kan je wetten niet baseren op de leer van één godsdienst.”

Onze Belgische samenleving is enorm geseculariseerd. Maar hoe zit het met de verhouding tussen gelovigen en ongelovigen op wereldschaal?

“Ik denk dat religie een comeback maakt. Niet noodzakelijk omdat mensen er plots meer nood aan hebben, al kan dat wel nog een factor zijn, maar vooral als je kijkt naar de demografie. De voorspellingen zijn duidelijk: tegen 2050 zal de islam ongeveer even groot zijn als alle christelijke groeperingen samen, elk goed voor zo’n 30% van de wereldbevolking. De enige groep die relatief kleiner wordt, zijn de ongelovigen.

Even een nuance: we moeten altijd opletten met die grote labels. Er bestaat niet zoiets als het christendom of de islam. Dat zijn enorme verzameltermen waaronder heel verschillende manieren van geloven vallen.

Binnen elke godsdienst heb je stromingen waar ik als ongelovige meer of minder in mee kan gaan. Neem nu de theoloog Peter Schmidt, die het christendom wil demythologiseren en alle onzin eruit wil halen. De schepping in zeven dagen, de zon die rond de aarde draait … Wat overblijft zijn solidariteit, verbondenheid, liefde … daar kan ik inkomen. Maar je hebt evengoed mensen die alles letterlijk nemen. In de Verenigde Staten zijn veel christenen van dat type.

Het probleem is: door migratie komen die letterlijke, irrationele vormen, ook naar België. Ik zie ook in mijn omgeving allerlei evangelische kerken ontstaan die een manier van geloven hanteren die in mijn ogen bijna middeleeuws is. En hetzelfde geldt voor fundamentalistische interpretaties van de Koran of andere heilige teksten. Die varianten waren we hier grotendeels kwijt, maar ze worden geïmporteerd door nieuwe gemeenschappen die nog veel dichter bij die tradities staan.

Het wordt een uitdaging om daarmee om te gaan. Tegelijk zal binnen diezelfde gemeenschappen ook secularisering, twijfel, diversificatie ontstaan. Het is complex.

Eén ding staat wel vast: ongelovigen zullen relatief afnemen, gewoon omdat gelovigen gemiddeld meer kinderen krijgen. Dat maakt de toekomst uitdagender voor wie niet gelooft. Geen opbeurend vooruitzicht, maar ik vrees dat het wel klopt.”

Hoe moeten we ons als vrijzinnige gemeenschap voorbereiden op die veranderende, religieuzere toekomst?

“Ik denk dat we vooral ons eigen verhaal moeten blijven ontwikkelen, en ons niet te veel laten leiden door wat andere levensbeschouwingen allemaal opwerpen. Er is één fundamenteel punt: de vrijheid van spreken moet absoluut gevrijwaard blijven.

Met de terugkeer van sterk religieuze stromingen bestaat het gevaar dat bepaalde groepen beginnen te zeggen: “Je mag niet lachen met Jezus”, of “Je mag niet lachen met de profeet”, of “Uit respect mag je de bronnen van onze religie niet bestuderen.” Als het die richting uitgaat, dan komen we opnieuw in een bijzonder gevaarlijke situatie.

Neem dat voorbeeld van de kunstenaar Tom Herck die een beeltenis van een koe aan een kruis spijkert om dierenleed aan te klagen. Sommigen zeggen dan: “Dat mag niet, uit respect voor het christendom.” Maar natuurlijk mag dat. Als we dat soort expressievormen verbieden, dan ondermijn je elke mogelijkheid tot onderlinge overeenstemming. Dan zit iedereen opgesloten in zijn eigen overtuiging, en stopt de communicatie. De afbeelding van Herck heeft zin: als je leed een probleem vindt, en Jezus gekomen is om het onze te delen, dan moet je ook dierenleed een probleem vinden.

Daarom is tolerantie cruciaal en dan vooral tolerantie voor de “onnozelheden” van de ander. Om het met Voltaire te zeggen:  we zijn allemaal zotten en laat ons elkaar onze zottigheden vergeven.”

Is kritiek en satire op godsdienst moeilijker geworden ?

“Ja, en ik denk dat we dat goed in het oog moeten houden. De vrijheid van spreken over godsdiensten moet absoluut gevrijwaard blijven.

Neem nu de koranverbrandingen in Denemarken: Gelovigen slikken dat natuurlijk heel moeilijk: wat voor hen sacraal en onaantastbaar is, wordt door anderen bewust aangetast. Maar ik vind samen, met veel anderen vandaag, dat er geen heilige boeken bestaan en dat moet je minstens kunnen zeggen. Exemplaren van de Koran verbranden vind ik wel een provocatie en daar schiet niemand iets mee op. Niettemin: zij mogen dat doen.

Want hoe meer je toegeeft aan de eis om bepaalde zaken niet te mogen aanraken of bekritiseren, hoe slechter. Ook niet-provocerende kritiek wordt onmogelijk als je die symbolen onaantastbaar verklaart. En het moet mogelijk blijven om te zeggen of tonen dat het een onnozele gedachte is dat een aartsengel het Heilig Woord echt is komen dicteren aan ergens een handelaar. Het is heel raar dat mensen zoiets voor waar aannemen. Maar zij maken van de twijfelaar de misdadiger en willen het gezond verstand verdoemen. De Mohammed-cartoons zijn daarin een treffend voorbeeld. Het feit dat mensen zeggen “laat dat maar” uit angst, is precies wat je niet wil.

De regel moet zijn dat gelovigen dezelfde tolerantienorm aanvaarden als iedereen: kritiek moet mogelijk zijn. En dat geldt omgekeerd natuurlijk ook, vrijzinnig humanisten moeten eveneens kritiek op hun overtuigingen verdragen.”

Hoe staat het vandaag met de scheiding van kerk en staat in België?

“Ik denk dat dat in België redelijk goed werkt. Als je kijkt naar het Freedom of Thought-rapport van Humanists International, dan staan België, Nederland en Taiwan altijd helemaal bovenaan als landen met sterke vrijheid van meningsuiting en levensbeschouwing.

Natuurlijk kan het nog beter. Er zijn details die storen, bijvoorbeeld bij ceremonies aan het Koninklijk Paleis waar vrijzinnigen niet altijd helemaal gelijk behandeld worden met vertegenwoordigers van de erkende erediensten. Maar dat zijn details.

Wat voor mij wél belangrijk is dat de scheiding niet zo strak wordt gemaakt dat levensbeschouwingen níét gefinancierd mogen worden. België heeft een actief pluralistisch model, en dat vind ik een goede zaak. Het maakt het mogelijk om verschillende levensbeschouwingen, ook de vrijzinnige, te ondersteunen, zodat ze een rol kunnen spelen in de samenleving.

Sommige liberalen, en zelfs vrijzinnigen, zouden liever een absolute scheiding zien: nul overheidsgeld voor welke religie of levensbeschouwing dan ook. Maar dat is niet alleen onrealistisch, het is ook niet verstandig. Als wij niets financieren, dan zoeken sommige groepen wel financiering elders, in Saoedi-Arabië bijvoorbeeld. Dan ben je nog veel verder van huis.

Het Belgische systeem zorgt er juist voor dat religies en levensbeschouwingen hier in een vorm ontwikkelen die geschikt is voor overleg en samenleven. Kijk naar de Verenigde Staten: daar is de scheiding tussen kerk en staat bijna absoluut, maar nergens floreert godsdienst zo sterk. Juist omdat religies er geen overheidsfinanciering krijgen, worden ze aangezet tot zieltjeswinnerij.

Daarbij aansluitend: hoe kijkt u naar het voorstel om de levensbeschouwelijke vakken in het officieel onderwijs anders te gaan invullen?

“Ik vind dat niet verstandig. Ik denk niet dat jongeren zich op dezelfde manier betrokken voelen bij een louter theoretisch, vergelijkend vak als bij het levensbeschouwelijk onderwijs dat er nu is. Dat creëert afstand en het verbreekt verbindingen tussen school en thuissituatie. Het is een van de weinige integratiemechanismen die we hebben, die men wil afbouwen.

Bovendien vind ik het gegeven dat mensen er een diepe en gemeende overtuiging op na houden een goed. De gevaren van ernstige overtuiging kun je beperken door die mensen in aanraking te brengen met anderen die dat ook doen, en hen te laten spreken met elkaar. Als je leerlingen die niet of oppervlakkig gelovigen zou samenbrengen met leerlingen met een diep geloof, in een cursus die geen standpunt inneemt, dan is dat een recept voor radicalisering. Blijkbaar heeft men niet geleerd uit de aantrekkingskracht van IS voor Europese jongeren: oppervlakkige secularisering leidt tot afscheuring en conflict. Ik denk hier aan het werk van Olivier Roy over fundamentalisme.

Bovendien is er een belangrijk punt van gelijkheid. Stel dat men in het officieel onderwijs levensbeschouwing terugbrengt tot één uurtje, en daarnaast nog iets anders invoert dat er eigenlijk niets mee te maken heeft, dan overschrijdt men een non-discriminatieregel. Want als men dat doet, dan moet men ook kijken naar de financiering van het katholiek onderwijs.

Het zou onaanvaardbaar zijn dat het katholicisme, via zijn eigen onderwijsnet, in de praktijk dubbel zoveel middelen krijgt als andere levensbeschouwingen. Ofwel behandel je iedereen gelijk, en dat kan betekenen: iedereen evenveel, of eventueel zelfs niemand iets. Maar wat niet kan, is dat één groep structureel het dubbele krijgt van de andere. Dan keren we terug naar een toestand die democratisch en levensbeschouwelijk niet te verantwoorden is.”