Geert Dewaele en Dimitri De Smet
14 oktober 2025
Paul Griffiths is geen doorsnee muzikant. Hij speelt gitaar, zingt, bespeelt percussie-instrumenten en leidt muziekworkshops in scholen, conservatoria, vluchtelingencentra en gevangenissen, van Londen tot op de Westelijke Jordaanoever. Griffiths gebruikt de muziek als een krachtig middel om mensen samen te brengen. Vorige week streek Griffiths neer in Ronse, volgende week bouwt hij muzikale bruggen in Antwerpen.
“Ik ben een autodidact,” vertelt Griffiths. “Zoals zovelen in mijn generatie leerde ik gitaar spelen door platen te beluisteren en na te spelen.” Maar al vroeg voelde hij dat muziek méér kon zijn dan alleen artistieke expressie. In de jaren zeventig raakte hij geïnspireerd door Rock Against Racism, een beweging die via muziek sociale onrechtvaardigheid aankaartte. “Dat raakte me diep. Muziek werd een stem voor wie onderdrukt werd. Dat idee is altijd bij me gebleven.”
Geen podium, maar een kring
Griffiths koos bewust voor een andere weg dan de klassieke muzikant die optreedt voor een publiek. “Ik wil elke dag nieuwe muziek maken met mensen. Niet als leraar, maar als mede-artiest in een gedeeld creatief proces.” Zijn workshops beginnen niet met noten, maar met namen. “Eerst luisteren. Wie zit er in de ruimte? Een kop thee, een gesprek. Pas daarna komt de muziek.” Die muziek ontstaat vanuit ademhaling, stem, beweging en ritme. “Iedereen heeft een stem, zelfs wie moeite heeft met spreken. Muziek komt uit het lichaam, niet uit een instrument.” Griffiths geeft geen opdrachten, maar nodigt uit. “Mensen kiezen zelf of ze meedoen, welk instrument ze proberen, of ze gewoon luisteren. Die keuzevrijheid is essentieel.”
Van Ronse tot Ramallah
Zijn aanpak werkt overal: in Ronse of Antwerpen, in Londense buurten, in Braziliaanse conservatoria en zelfs op de Westelijke Jordaanoever. “In Israël en Palestina werkten we met gemengde groepen: Arabische, Palestijnse en Israëlische deelnemers. We maakten muziek zoals overal. Geen politieke agenda, gewoon mensen samenbrengen.”
De muziek hoeft daarbij niet altijd vrolijk te zijn. “Soms is de sfeer donkerder, afhankelijk van het thema of de groep. Maar zelfs dan brengt het proces van samen creëren een gevoel van verbondenheid.” Elke workshop is anders. “Ik weet nooit waar we zullen eindigen. Ik heb geen vast plan, maar wel artistieke ideeën die ik inzet om het groepsproces te sturen.”
Soms ontstaan er spanningen. “Dat hoort erbij. Mensen hebben verschillende ideeën, of er zijn persoonlijke conflicten. Dan probeer ik beide visies ruimte te geven, zonder iemand uit te sluiten.” Zijn ervaring leert hem hoe belangrijk het is om een veilige omgeving te creëren. “Niet door te zeggen ‘dit is een veilige plek’, maar door het te tonen. Door mensen te bedanken, hen te laten kiezen, en hen te laten zijn wie ze zijn.”
Hoop als drijfveer
Griffiths werkt vaak met mensen die minder kansen hebben: mensen met mentale of fysieke beperkingen, jongeren met moeilijke thuissituaties, daklozen. “Mijn werk is niet universeel. Ik probeer geen politieke breuklijnen te helen. Ik werk met mensen die baat hebben bij creatieve expressie.” En toch is er hoop. “Ik geloof dat een krachtig muzikaal moment iets kan veranderen in een mens. Misschien niet meteen, misschien zie ik hen nooit meer terug. Maar dat moment blijft bestaan. En misschien leidt het tot nieuwe vriendschappen, nieuwe inzichten, een andere manier van omgaan met anderen.”
Slotconcert van ZinG in Antwerpen op zondag 26 oktober.