Interview
Geert Dewaele en Dimitri De Smet
23 september 2025
Bij de start van een nieuw academiejaar blikt Jan Danckaert, rector van de Vrije Universiteit Brussel, vooruit. In zijn kantoor op de campus in Etterbeek spreekt hij over de uitdagingen die de universiteit te wachten staan: van onderfinanciering en artificiële intelligentie tot de groeiende polarisatie in de samenleving en op de campus. “We zijn geen neutrale instelling,” zegt hij. “We zijn een vrijzinnig humanistische universiteit, en dat willen we ook actief uitdragen.”
Geert Dewaele en Dimitri De Smet
De VUB groeit sterk. Hoe gaat u om met de druk die dat met zich meebrengt?
We zijn in twaalf jaar tijd verdubbeld in studentenaantal. De campus was ooit gebouwd voor 5.000 studenten, vandaag tellen we er meer dan 22.000. Maar de financiering volgt slechts gedeeltelijk. Door besparingen en een financieringsmodel dat rendement beloont, zitten we met een structureel tekort. De slaagcijfers van onze studenten liggen gemiddeld iets lager dan op andere Vlaamse universiteiten, vaak door hun sociaal-economische situatie. Onze studenten combineren meer hun studies met werk, wat natuurlijk ook een effect heeft op de studieprestaties. We begeleiden hen intensief, bijvoorbeeld via remediëring in academisch Nederlands, maar die inspanningen worden niet voldoende vergoed door de overheid. Dat is een typisch probleem voor universiteiten in grootstedelijke contexten, zoals ook de Universiteit Antwerpen dat ervaart.
U heeft intussen ook al bespaard binnen de universiteit, maar waar ligt de grens?
We hebben een besparingsplan opgesteld waarbij we expliciet niet raken aan de kerntaken: onderwijs en onderzoek. Die blijven prioritair. We kijken vooral naar het administratief en technisch personeel, waar we in vergelijking met andere universiteiten relatief veel mensen hebben. Tegelijk voeren we een interne hervorming door met efficiëntere structuren en kortere beslissingsketens. Dat is geen eenvoudige oefening, maar wel noodzakelijk om duurzaam te kunnen blijven functioneren. We willen de universiteit toekomstbestendig maken, zonder de kwaliteit van ons onderwijs en onderzoek aan te tasten.
Welke rol ziet u voor artificiële intelligentie binnen de universiteit?
AI is geen hype, maar een fundamentele revolutie. Het zal niet alleen repetitieve taken vervangen, maar ook creatieve processen beïnvloeden. AI kan nu al teksten schrijven van hoge kwaliteit, en dat heeft gevolgen voor hoe we evalueren, lesgeven en zelfs hoe we curricula vormgeven. De klassieke masterproef, een boek van zeventig pagina’s of meer, verliest aan betekenis. We moeten nadenken over nieuwe vormen van evaluatie, zoals mondelinge toetsing, om echt te peilen naar de verworven inzichten.

Is AI ook een risico? Hoe gaat de VUB daarmee om?
Zeker. AI bouwt op bestaande data, en daarin zitten uiteraard fouten. We hebben aan de VUB onderzoeksgroepen die zich specifiek bezighouden met de ethische aspecten van AI. We werken aan algoritmes die rechtvaardigheid en transparantie bevorderen. Maar de eindtoets moet altijd door de mens gebeuren. AI is een hulpmiddel, geen vervanging van kritisch denken. We hebben het oudste AI-lab van Europa, we zijn dus goed geplaatst om die discussie wetenschappelijk te voeren.
De VUB is een uitgesproken vrijzinnig humanistische instelling. Hoe gaat u om met diversiteit en mogelijke spanningen?
We aanvaarden de mens in al zijn diversiteit. Dat is fundamenteel voor het humanisme. Tegelijk willen we duidelijker uitdragen wie we zijn. We zijn geen neutrale instelling. Religie faciliteren we niet op campus. Spanningen zijn er soms, zeker binnen de grootstedelijke context waarin we werken. Maar we zetten in op dialoog, op respectvolle uitwisseling van standpunten. We werken samen met het Hannah Arendt Instituut om lesgevers te ondersteunen in het omgaan met moeilijke discussies in de aula.
Zijn er grenzen aan die dialoog?
Ja. Respect voor de ander is fundamenteel. Homofoob gedrag of het in vraag stellen van de integriteit van anderen tolereren we niet. We grijpen in via dialoog, en indien nodig via tuchtprocedures. Vrijheid van meningsuiting is belangrijk, maar ze stopt waar de vrijheid en veiligheid van anderen in het gedrang komt.
Ziet u polarisatie toenemen, ook binnen de universiteit?
We merken dat sommige discussies die vroeger vanzelfsprekend waren, nu opnieuw gevoerd moeten worden. Denk aan zelfbeschikking, abortus, seksuele vrijheid. Die waarden staan opnieuw onder druk, ook in Europa. In de aula’s merken we dat sommige debatten moeilijker worden. Soms ontploffen discussies, en dan moeten lesgevers handvatten hebben om de dialoog te herstellen. Polarisatie is een realiteit, maar ook een uitdaging die we moeten aangaan.
De situatie in Gaza zorgt wereldwijd voor spanningen. Hoe gaat de VUB daarmee om?
We hebben als universiteit vrij snel een standpunt ingenomen, samen met het Hannah Arendt Instituut. We veroordeelden de terreurdaden van Hamas, maar ook de disproportionele reactie van Israël, die volgens internationale experts aan het uitmonden is in een genocide. Dat zijn geen losse meningen, maar analyses gebaseerd op feiten en juridische kaders. We hebben ons beleid verstrengd: geen nieuwe samenwerkingsprojecten met Israëlische instellingen die rechtstreeks onder de overheid vallen, en een strenge screening door onze ethische commissie, waarin ook mensenrechtenexperts zetelen.
Is samenwerking met Israëlische wetenschappers nog mogelijk?
Ja, één-op-één samenwerking blijft mogelijk, mits ethische toetsing. Niet alle Israëlische academici zijn het eens met hun regering. We moeten dat onderscheid blijven maken. Als onderzoekers hier samenwerken met kritische collega’s in Israël, dan moet dat kunnen. Maar institutionele samenwerking, waarbij mijn handtekening als rector vereist is, ligt stil zolang er geen duurzaam staakt-het-vuren is en humanitaire hulp onbelemmerd Gaza binnen kan.
Zal dit thema ook tot nieuwe spanningen leiden op de campus?
We hebben een bezetting gehad, en ik ben lang in dialoog gegaan met de bezetters. Gezonde vormen van protest moeten kunnen, maar we moeten ook onze maatschappelijke opdracht blijven vervullen: onderwijs en onderzoek. Er is altijd een spanningsveld, maar dat hoeft niet destructief te zijn. Het is onze taak om dat spanningsveld te begeleiden, niet te vermijden.
U sprak zich ook uit over de situatie in de Verenigde Staten. Wat is uw positie?
Toen de Trump-administratie begon met maatregelen tegen universiteiten, heb ik als een van de eerste Europese rectoren publiek gereageerd. Vrij onderzoek is essentieel. Het kan niet dat een regering fondsen ontzegt omdat een universiteit een standpunt inneemt dat haar niet zint. Ik ben niet zeker of ik zelf nog een visum zou krijgen voor de VS, gezien mijn publieke uitspraken. Dat zegt veel.

Is er door de Amerikaanse spanningen een kentering in de academische mobiliteit?
De brain drain richting de VS lijkt gestopt. Jongeren denken twee keer na voor ze vertrekken. De situatie is complex en afhankelijk van het domein en de instelling. Maar er is een groeiende bewustwording dat academische vrijheid niet overal vanzelfsprekend is. We moeten als Europese universiteiten ook durven zeggen: hier is plaats voor vrij onderzoek, hier is ruimte voor kritische stemmen.
Hoe verloopt de samenwerking met de ULB?
Die verloopt uitstekend. We werken samen in het Learning Innovation Center en Usquare. We structureren die samenwerking in een vzw die de naam krijgt van verzetsstrijdster Andrée Geulen. Dat is symbolisch en verbindend. We delen niet alleen infrastructuur, maar ook waarden. De fysieke verbinding tussen onze campussen is letterlijk ingebouwd in de architectuur. Studenten van beide instellingen studeren samen, en dat werkt inspirerend.
Is dat niet tegen de stroom in, gezien de politieke context?
Misschien wel. Maar net daarom is het belangrijk. We zijn geen concurrenten, want we vallen onder verschillende financieringssystemen. We hebben ook een brugfunctie tussen de taalgemeenschappen. Dat is niet altijd eenvoudig, maar wel waardevol. We moeten respect hebben voor elkaars gevoeligheden, en tegelijk blijven samenwerken rond gedeelde waarden.
U heeft een moeilijke periode achter de rug, zowel medisch als persoonlijk. Hoe kijkt u daar nu op terug?
Het was niet evident. Ik ben hersteld van gezondheidsproblemen dankzij bekwame artsen. Ik ben ook door een echtscheiding gegaan en mijn dochter heeft een moeilijke periode gekend. Dat zijn ervaringen die je doen nadenken over de kwetsbaarheid van het leven. Mijn humanistische levensvisie helpt me daarbij: je moet zelf je leven in handen nemen, en er zijn voor anderen. Het is geen noodlot dat je treft, maar een opdracht om verantwoordelijkheid op te nemen.
Heeft dat uw kijk op leiderschap veranderd?
Zeker. Leiderschap is niet alleen strategisch denken, maar ook menselijk nabij zijn. Je moet ruimte maken voor kwetsbaarheid, voor reflectie, voor zorg. Dat geldt in je persoonlijke leven, maar ook in hoe je een universiteit leidt. Dat is ook een boodschap voor de vele collega’s in een leidinggevende rol. Aan de VUB kan er alleen plaats zijn voor mensgericht leiderschap. Iedereen mag vrijuit spreken, ook collega’s in leidinggevende posities, maar toxisch leiderschap, machtsmisbruik en grensoverschrijdend gedrag mogen we nooit tolereren. We zijn een gemeenschap van mensen, en dat mogen we nooit vergeten.
Lees ook het interview met de Gentse rector Petra De Sutter: “Sommige professoren overschrijden grenzen zonder het zelf te beseffen”