Rouw
Joke Goovaerts en Dimitri Desmet
4 december 2025
Tweelingverlies is geen alledaagse gebeurtenis. Recent haalden de Duitse zingende tweelingzussen Kessler het wereldnieuws, omdat ze samen voor euthanasie kozen. Ze wilden niet zonder elkaar leven en wilden zelfs graag in één urne begraven worden. Voor Hilde is het een herkenbaar verhaal. Zelf is ze voor altijd verbonden met haar eeneiige tweelingzus Lieve.
“Onze relatie was goed, maar we hebben er bewust voor gekozen om als tweeling een eigen leven te leiden. Als kinderen werden we vaak gelijk gekleed en door de omgeving als één gezien. Op onze vijftiende besloten we: we willen onafhankelijk zijn. We gingen naar verschillende scholen, en later zelfs als uitwisselingsstudenten via AFS: zij naar Mexico, ik naar de Verenigde Staten. Daarna studeerde zij in Leuven en ik in Gent. We kozen dus bewust voor afzonderlijke paden, maar toch blijft er die bijzondere band die je als tweeling hebt. Al wil ik die band ook wel nuanceren: tweelingen komen niet automatisch altijd goed overeen. Maar ondanks onze onafhankelijkheid die we hadden opgebouwd, had ik nooit gedacht dat het verlies zo zwaar zou zijn. Het blijft iets waarvan ik denk: die band, die we bewust niet wilden uitdiepen, blijkt toch ongelooflijk sterk.”

Elf jaar geleden stapte je zus uit het leven. Had je het zien aankomen?
Niet echt. Ik wist dat ze het moeilijk had in de laatste twee jaar, maar haar overlijden was een aardverschuiving. Voor nabestaanden voelt zo’n verlies als een donderslag: het moment is er, en het is onomkeerbaar. Je zou zo graag nog iets doen, maar dat kan niet. Na twee à drie jaar in mijn rouwproces zei ik tegen mijn man: “Weet je wat ik zo erg vind? Dat ik eigenlijk niet besefte dat mijn tweelingzus voortijdig het leven verlaten heeft, omdat ze het op dat moment niet meer zag zitten.” Dat vind ik heel belangrijk: dat suïcide zo genuanceerd mogelijk bekeken wordt. Het feit dat ze dat helemaal alleen heeft gedaan, vind ik ongelooflijk triest. Had ze mij verteld dat ze het niet meer zag zitten, dan had ik een gesprek met haar kunnen aangaan. Misschien had er begeleiding kunnen zijn, zodat ze dat niet zelf had moeten doen. Dat blijft voor mij een moeilijk punt. Het heeft lang geduurd voor ik het woord suïcide kon uitspreken, en nog langer voor zelfmoord. Dat woord is zo beladen: moord op jezelf. Ik heb er maar één term voor gevonden die enigszins draaglijk voelt: het Duitse Freitod – vrije dood. Dat drukt beter uit wat er gebeurt: mensen die uit het leven stappen, zoeken vrijheid. Vrijheid in hun denken, in hun persoon. Als er dan iemand bij hen zou zijn die zegt: “Het is oké, je mag gaan,” dan is dat voor zowel de persoon zelf als voor de nabestaanden essentieel.
Hoe ben je met dat verlies omgegaan?
Ik was niet meer Hilde, totaal niet meer. Ik ben hulp gaan zoeken. Gelukkig heb ik het HuisvandeMens leren kennen. De gesprekken daar heb ik volledig omarmd, omdat het een plek is waar zonder oordeel geluisterd wordt. Daar kreeg ik erkenning dat tweelingverlies bestaat en dat het niet iets is dat onder de mat geschoven mag worden. Het werd erkend in zijn volle recht, en dat had ik nodig. In mijn opleiding rouw-verliesconsulent leerde ik over verschillende rouwervaringen, gespreksmethodieken en therapeutische benaderingen. Hieruit neem ik mee: wees kritisch in de therapie die je kiest wanneer je in een verliesperiode van je leven zoekende bent. Niet elke therapeut is vertrouwd met tweelingverlies, en toch is dat zo belangrijk. In veel therapieën ontbreekt aandacht voor dit specifieke verlies. Het gaat om het besef dat je geboren bent als tweeling, en dat je dat altijd blijft, ook al is je broer of zus er fysiek niet meer. Ik kwam ook tot de conclusie dat ik een dubbel traumatisch verlies heb meegemaakt: Het tweelingverlies, waarvoor nauwelijks hulp of erkenning bestaat. En het taboe rond suïcide, dat mij nog dieper in isolement duwde. Ik moest helderheid scheppen: wat is tweelingverlies, wat is suïcideverlies, en wat doet dat met mij? Ik merkte dat emotie pas in evenwicht komt wanneer je ze koppelt aan kennis.
Wat maakt tweelingverlies zo specifiek?
Een vriendin liet mij een zin lezen in het boek Tweeling alleen en dat raakte me diep: “We arriveren samen in het leven en op een vage en ondoordachte manier verwachten we ook samen weg te gaan.” Dat is precies het gevoel. Als tweeling denk je zelden na over wat er gebeurt als de ander er niet meer is. Therapeuten zouden dat moeten erkennen: je blijft een tweeling, ook na het overlijden. Je identiteit verandert, maar dat gevoel gaat nooit weg. Je moet leren je tweelingidentiteit deels om te vormen naar een identiteit als eenling. Dat is een proces dat tijd vraagt en dat vaak niet begrepen wordt.
Je moet je kunnen voorbereiden op het verlies van de andere?
In de rouwgroep tweelingverlies in het huisvandeMens meldde zich een dame van 74 jaar aan. Ze kwam om zich voor te bereiden op het nakende verlies van haar tweelingzus. Dat vond ik ongelooflijk sterk van haar: bewust zeggen “dit wordt een moeilijk proces, maar ik wil het omarmen.” Dat heb ik vaker gehoord: wanneer een tweelingzus of -broer heel ziek wordt, is het contact in die laatste levensfase vaak heel intens. Je begeleidt elkaar op een manier die uniek is. Er zijn eeneiige en twee-eiige tweelingen, er zijn mensen die hun tweelinghelft verliezen als kind, en zelfs heel vroeg in de zwangerschap. Dat bepaalt een leven totaal. Ik heb iemand ontmoet die pas via een familieopstelling ontdekte dat hij eigenlijk een tweelinghelft had verloren bij de geboorte. Dat gevoel had hij altijd gehad, maar het was nooit uitgesproken. Tweelingverlies kan dus op heel verschillende momenten en manieren plaatsvinden, maar telkens is het destructief en ingrijpend.
Wat vind jij het belangrijkste in jouw verhaal dat mensen moeten begrijpen?
Het belangrijkste is dat tweelingverlies heel specifiek is. Zelfs op een doodsbrief wordt vaak niet vermeld dat iemand een tweeling was. In de wetgeving bestaat er geen onderscheid: tweelingen worden beschouwd als broer of zus, maar niet als tweelingbroer of tweelingzus. Dat heeft gevolgen, ook bij afscheidsrituelen. Die problematiek heb ik zelf meegemaakt, en dat vind ik heel moeilijk. Er is geen erkenning, zelfs niet in de wet, dat tweeling zijn iets uniek is.
En binnen therapie?
Daar geldt hetzelfde. Als er een tweeling naar je toe komt met tweelingverlies, wees eerlijk: zeg dat je er misschien geen kennis over hebt, maar luister naar die persoon. Erken dat tweelingverlies iets specifieks is. Die erkenning heb ik gelukkig vanaf het eerste gesprek gekregen in het huisvandeMens. Daar begreep iemand meteen dat dit bestond en dat het belangrijk was.
Bestaat er veel onderzoek over tweelingverlies?
Er bestaat heel wat onderzoek over tweelingen maar blijkbaar vormt dit geen onderdeel in de gezondheidszorgberoepen en daardoor niet gekend. Dat maakt het des te belangrijker dat therapeuten en begeleiders openstaan om te leren en te luisteren.
Bestaat er een verschil tussen verlies van een broer of zus en verlies van een tweelingbroer of tweelingzus?
Het is moeilijk om die vraag te beantwoorden, omdat ik niet als eenling geboren ben. Mijn man en gezin zijn een ongelooflijke steun geweest in mijn rouwproces. Mijn man zegt vaak: “Ik zal nooit kunnen voelen wat jij voelt, want ik ben als eenling geboren.” Maar hij geeft mij wel volledige erkenning en respect, en dat is zo belangrijk.
De rouwgroep staat ook open voor familie en vrienden. Dat maakt het breed en toegankelijk, en zorgt ervoor dat ik zelf ook zoekende blijf. Ik heb verder opleidingen gevolgd rond rouw- en verliesbegeleiding, en de formule die ik nu in het huisvandeMens heb, wil ik graag een vaste inbedding geven. Ik hoop dat de rouwgroep rond tweelingverlies kan blijven bestaan, ook zonder mij. Daarom noteer ik specifieke ervaringen en inzichten, zodat er een bundeling ontstaat die kan worden doorgegeven.
Hoe voel je je na al die jaren?
Ik heb jaren nodig gehad om dit te verwoorden. Ik voel mijn tweelingzijn nog altijd, het is een zwaar gevoel, terwijl mijn eenlingidentiteit lichter aanvoelt. Ik heb geleerd dat ik mijn tweelingzijn mag blijven omarmen, ondanks de doodsoorzaak van mijn zus. Tegelijk moet ik mijn eenlingidentiteit verder ontwikkelen. Sommige tweelingen zoeken eigenschappen van hun overleden helft op en profileren zich daarmee. Ik doe dat niet, maar ik blijf bewust beide kanten erkennen: mijn tweelingzijn én mijn eenlingzijn.
Heb jij zelf je tweelinghelft verloren als kind, jongvolwassene of op latere leeftijd en wil je graag lotgenoten ontmoeten om dit specifieke verlies te delen? Of heb je binnen je familie te maken met tweelingverlies en wil je leren hoe je de overblijvende tweelinghelft kan ondersteunen? Neem contact met een huisvandeMens of mail naar tweelingverlies@gmail.com.