Interview
Bert Goossens en Dimitri De Smet
18 februari 2026
Op zaterdag 7 maart is filosofe Alicja Gescinska (44) te gast op Vrij-Spraak in Het Predikheren. Het ideeënfestival brengt uiteenlopende denkers en doeners samen rond het thema verzet. In haar nieuwste boek laten tien vrouwen zien hoe ook in duistere tijden ruimte blijft voor weerstand en hoop. “Denk voor jezelf. Geef dat niet uit handen. Het is misschien wel de beste vorm van verzet die we hebben.”
We worden warm ontvangen door Gescinska, haar levenspartner en de familiehond Zizou. In de living staat een piramide dozen van haar nieuwste boek “Vrouwen in duistere tijden – tien denkers van blijvende betekenis”, dat vlot de weg vindt naar het leespubliek. Vijftien jaar geleden ontving Gescinska een prijs van deMens.nu voor haar filosofische debuut “De verovering van de vrijheid”. In dat boek hield ze een warm pleidooi voor positieve vrijheid, een thema dat centraal staat in haar visie op mens en maatschappij. Ze legt het graag nog eens voor ons uit:
“Er zijn meerdere vrijheidsvisies en we praten vaak naast elkaar. Neem de discussie rond mondkapjes tijdens corona. De ene groep zei: ‘Als de staat ons verplicht mondkapjes te dragen, dan worden we beroofd van vrijheid.’ De andere zei: ‘Het is net omdat we allemaal mondkapjes moeten dragen dat we vrijheid krijgen, zodat we op de bus kunnen, naar het ziekenhuis kunnen, buiten kunnen komen en de staat rekening houdt met de zwakkere.’
De ene vertrekt vanuit een negatieve vrijheidsvisie, de andere vanuit een positieve. Negatieve vrijheid kijkt naar de externe condities: verboden en geboden in een samenleving. Is er geen censuur, kan ik een bibliotheek of boekhandel binnenstappen, dan ben ik vrij om te lezen. Positieve vrijheid kijkt ook naar vaardigheden: heb je de vaardigheid om te lezen? Een analfabeet is niet vrij om te lezen.
In naam van vrijheid kan zoveel gezegd worden dat we botsen, en dat heeft te maken met hoe je vrijheid definieert. Dat is geen puur filosofische spielerei: het heeft echte impact op beleid. Iedereen mag studeren, maar als er in de universiteitsbanken heel weinig vrouwen of mensen met een migratieachtergrond zitten, hoe vrij is onze samenleving dan? Welke vrijheid, en voor wie? Het kan dus dat onder de vlag van vrijheid veel onvrijheid schuilt voor jou persoonlijk.”
Is er vanuit de Belgische politiek te veel focus op negatieve vrijheid?
“Dat hangt ervan af, want het is vaak thema-afhankelijk. Maar je ziet wel dat Europa aan het verrechtsen is en dat er een tendens is naar negatieve vrijheid, een vrijheid die vooral de sterken in de samenleving ten goede komt. Tegelijk zien we dat veel opgebouwde welzijnsnetwerken, die positieve vrijheid ondersteunen, worden afgebroken.
Een ander groot thema in mijn werk is betrokkenheid en medemenselijkheid: de incorporatie van de ander in je wereldbeeld. Als je puur naar jezelf kijkt — “ikke, wat heb ik nodig?” — denken we snel in termen van negatieve vrijheid. Maar we zijn geen eiland. We moeten samenleven met anderen, of we dat nu willen of niet. De vraag is dus welke vrijheid te verkiezen is in een samenleving, en dan kom je toch uit bij een positieve vrijheid. In een samenleving moet je vrij zijn met elkaar, niet naast elkaar en al zeker niet ten koste van elkaar.”

In je meest recente boek ‘Vrouwen in duistere tijden’ belicht je tien denksters uit de vorige eeuw. Wat is de rode draad die hen verbindt?
“Er lopen verschillende rode draden door elkaar, maar één van de belangrijkste thema’s is de slingerbeweging die in elke samenleving aanwezig is: die van humaniseren en dehumaniseren. We kunnen elkaar ontmenselijken, maar we kunnen elkaar ook meer tot mens maken.
De twintigste eeuw kende grote aardverschuivingen: twee wereldoorlogen en de opkomst van ismen zoals nazisme, fascisme en communisme. De vele slachtoffers konden vallen omdat ze eerst ontmenselijkt werden. Dat begon al decennia eerder, in de taal, in de manier waarop over een groep werd gedacht en gesproken.
Dat zie je bij alle genocides en oorlogen: ze beginnen niet met bommen of wapens, maar in de taal, in hoe we over een ander mens denken en spreken. De vrouwen uit mijn boek hebben dat aan den lijve ondervonden; sommigen maakten zelf deel uit van die ontmenselijkte groepen. Het zijn zeer moedige vrouwen die alles hebben ingezet om die slingerbeweging meer naar het humaniseren te brengen.
Veel van wat zich in de twintigste eeuw afspeelde, zien we vandaag opnieuw. We ontmenselijken nog altijd anderen of zien de menselijkheid in de ander niet als volwaardig. Ik vind het te makkelijk om te zeggen dat oorlog van alle tijden is. Net daarom moeten we ons afvragen wat er aan de bron ligt en hoe we dat kunnen veranderen. Hoe vermijden we dat de slinger opnieuw in de verkeerde richting uitslaat? Ik denk dat er op ieder van ons een verantwoordelijkheid rust, al is dat geen populaire boodschap.”
Waarom koos je voor tien vrouwen?
“Tijdens mijn studie moraalwetenschappen heb ik over geen enkele van die vrouwen les gekregen, en dat vond ik stuitend. Als je een overzicht krijgt van de filosofie, zijn dat bijna altijd mannen. De uitleg was dat er vroeger weinig vrouwelijke denkers waren omdat ze de kans niet kregen, op een paar uitzonderingen na.
Ik had toen het geloof dat het anders en beter zou worden, dat er meer appreciatie zou komen voor de vrouw als denkend wezen. Maar ik ben nu al twintig jaar professioneel met filosofie bezig en merk dat dat niet klopt. Vrouwen worden nog altijd minder gelezen, minder geapprecieerd en minder gezien als grote geesten. Terwijl die tien vrouwen leefden, dachten en schreven in de twintigste eeuw, een periode die wél vaak aan bod komt. Er is dus een vorm van seksisme in de filosofie geslopen.
Je ziet het vandaag ook nog in opleidingen: in het begin zitten er vaak evenveel of meer vrouwen, ze halen betere cijfers en schrijven sterke thesissen. Bij doctoraten is het nog fiftyfifty, maar daarna kantelt het: minder vrouwen bij postdocs, nog minder bij docenten en bij hoogleraren lopen we duidelijk achter.
Ik zeg dat niet alleen omdat we die vrouwen tekortdoen. We doen ook onszelf tekort, ons eigen denken. We verarmen onze wereld ermee. Die vrouwen zijn een enorme bron van rijkdom, niet alleen voor vrouwen, maar voor ons allemaal. Daarom heb ik bewust voor die tien vrouwelijke denkers gekozen: ze zijn voor mij belangrijk en ik wil ze delen, omdat ze ook voor anderen een inspiratiebron kunnen zijn.”

In de VS staat de democratie onder druk. Hoe kunnen mensen verzet bieden?
“De Verenigde Staten zijn altijd een goede case study, omdat we een zekere afstand hebben om te kijken wat er gaande is. Bovendien waaien ontwikkelingen vaak over naar ons oude continent, zoals Black Lives Matter, MeToo of de manosfeer.
Je ziet hoe macht en kapitaal zich clusteren rond figuren zoals Trump. Onze tijden worden duisterder en dat gaat hand in hand met autoritaire figuren. Ik schrijf vaak dat het niet goed gaat met onze liberale democratie: we schuiven op naar een illiberale democratie die kan evolueren naar meer autoritaire vormen, tot zelfs een dictatuur. Dat is geen paniekzaaierij: onderzoekers meten jaar na jaar hoe het gesteld is met onze vrijheden en burgerlijke rechten, en wereldwijd zien we die vrijheden verkruimelen.
Je leven kan er nog goed uitzien, terwijl de vrijheid in je land achteruitgaat. Dat vraagt burgerzin en de inspanning om geïnformeerd en kritisch te zijn.
Voor mij is de belangrijkste aansporing: denk voor jezelf. Kritisch denken betekent niet alleen scherpe meningen hebben, maar ook jezelf de vraag stellen waarom je denkt wat je denkt, welke bronnen je denken voeden en of je niet gevormd bent door een bubbel of traditie.
Door sociale media en artificiële intelligentie hebben we vaak de schijn dat we kritisch denken, terwijl we soms vooral een echo zijn van anderen. Iedereen vindt zichzelf open-minded, maar bijna niemand vraagt zich af of hij niet gewoon napraat wat zijn omgeving zegt. Echt kritisch denken betekent ook proberen te begrijpen waarom anderen denken wat ze denken, en waarom jij denkt wat jij denkt.
Als we naar extreme voorbeelden zoals Poetins Rusland of Trumps Amerika kijken, vragen we ons af hoe mensen dat kunnen toelaten. Maar zonder het te rechtvaardigen moeten we ook proberen te begrijpen waarom mensen zo stemmen. Hadden wij daar geleefd, dan hadden wij misschien ook anders gedacht.
Als publiek filosoof wil ik mensen uitnodigen: denk voor jezelf. Geef dat niet uit handen. Het is misschien wel de beste vorm van verzet die we hebben.”
In China en Rusland is het moeilijker om tot informatie en dus kritisch denken te komen. Is er nog hoop voor die samenlevingen?
“Dat klopt. Het is veel moeilijker om kritisch te denken in een land dat je afsnijdt van informatie, het internet controleert en mensen viseert en straft omdat ze vragen stellen.
Daarom hamer ik zo op vrije meningsuiting. Niets is zo belangrijk als voor jezelf kunnen denken en spreken. Dat is helemaal niet evident in veel regimes en landen. Zolang je het kunt, mag je dat niet als vanzelfsprekend nemen. Vrijheden die verworven zijn, kunnen ook verloren gaan.
Veel mensen maken geen gebruik van hun vrijheden: ze blijven zich niet informeren of waarderen niet wat we hebben. Men klaagt soms dat we hier in België niets meer mogen zeggen, maar je kan gerust kritiek geven op de politiek zonder dat de politie aan je deur staat of je in de gevangenis belandt.
Om op je vraag terug te komen: ja, er is hoop, ook voor Rusland en China, omdat niets eeuwig is, ook dictatoriale regimes niet. Er zijn er genoeg geweest die uiteindelijk gevallen zijn. Soms hebben die donkere hoofdstukken decennia geduurd, zoals het communisme in Polen, maar ook daar kwam een einde aan.
Zo kan er ook een einde komen aan donkere tijden in Rusland of China, maar dat is geen proces van één dag. Burgerzin en kritisch denken vragen tijd om te groeien, zeker in samenlevingen die lang zijn afgesneden van informatie of waar kritisch denken werd bestraft.
En natuurlijk zijn er vandaag nog kritische denkers in Rusland, Iran en andere landen die in de gevangenis zitten omwille van hun denken. Het is dus mogelijk om kritisch te blijven, maar vaak tegen een groot persoonlijk risico. Niet iedereen heeft de moed of wil om zijn leven in de schaal te leggen voor vrijheid. Sommigen verkiezen een comfortabel leven boven een leven in vrijheid.”

Hoe evalueer je de vrije meningsuiting in België?
“In België gaat het goed. We moeten durven toegeven wanneer dingen goed gaan, al zijn er natuurlijk ook knelpunten. In vergelijking met landen zoals Iran hebben wij hier zeer goede omstandigheden voor vrije meningsuiting.
Het grootste probleem is zelfcensuur. Als voorzitter van PEN-Vlaanderen sta ik in contact met veel schrijvers en merk ik dat sommigen bepaalde dingen niet schrijven. Niet omdat het verboden is of omdat ze in de gevangenis zouden belanden, maar omdat ze geen trollenleger over zich heen willen krijgen, geen strijd willen aangaan of niet misbegrepen willen worden.
Dat is nefast voor het debat. Iemand zegt A, iemand anders zegt B, en een derde probeert te nuanceren en zegt: misschien zit er in A én B iets. Maar net die genuanceerde stemmen worden vaak afgeschoten: “Dus jij steunt B?” Terwijl ze gewoon proberen te begrijpen en te nuanceren.
Gevolg: veel mensen denken dan “laat maar, ik hou me erbuiten”. En dat is jammer. We moeten het vermogen om met elkaar te praten en van mening te verschillen telkens opnieuw aanwakkeren, aan de gezinstafel én in het publieke debat.
Anders krijg je wat we in de VS zien: bubbels die naast elkaar leven, met hun eigen media en kanalen, en die elkaar niet meer ontmoeten. Dan leef je als samenlevingen naast elkaar. Daarom pleit ik voor genuanceerde stemmen en bruggenbouwers. Zij worden vaak van twee kanten onbegrepen, maar we hebben hen nodig om het gesprek gaande te houden.”
Welke rol speelt onderwijs in een gezonde democratie?
“De filosofie Edith Stein legde sterk de nadruk op empathie, ook in het onderwijs. Maar haar begrip van empathie verschilt van hoe we dat vandaag vaak invullen. Voor Stein was empathie geen loutere emotie of ontroering, maar ook een cognitief vermogen: het vermogen om te begrijpen wat er in een ander omgaat en daar gepast op te reageren. Het is niet hetzelfde als sympathie. Je kan geen sympathie voelen voor iemand en toch empathisch zijn, omdat je begrijpt wat er in die persoon leeft.
Als we naar ons onderwijs kijken, zie je dat we geëvolueerd zijn naar een zeer prestatiegerichte maatschappij. Alles moet gemeten worden. Of iemand een goede leerling is, leiden we af uit het rapport: de percentages voor wiskunde, Frans of Latijn. Goede punten maken een goede leerling. Maar dat kan misleidend zijn.
Een belangrijke vraag is ook: ben je een goed mens? Hou je rekening met anderen in je klas? Merk je dat iemand achterblijft of gepest wordt? Besef je dat niet iedereen in een warm bed slaapt of met een volle maag naar school komt? Dat bewustzijn en die affiniteit vind ik minstens even belangrijk als hoge cijfers.
In een prestatiegerichte maatschappij kunnen we geweldige bruggen bouwen en supersnelle technologie ontwikkelen, maar tegelijk in een samenleving met weinig warmte terechtkomen. Daarom moeten we die menselijke vaardigheden meer zien en waarderen, niet alleen in het onderwijs, maar ook in culturele centra, sportclubs en andere contexten. Empathie en medemenselijkheid zijn een opdracht voor ons allemaal.”
Kom op zaterdag 7 maart naar Vrij-Spraak in Het Predikheren in Mechelen. Alicja Gescinska gaat in debat met Samuel Baker Byansi over verzet in de journalistiek, Anuna De Wever en Monika Triest spreken over intergenerationeel verzet, Trudy Dehue en Rein Bellens hebben het over zelfbeschikking en abortus. De avond wordt literair afgesloten met Ellen Van Pelt en Aleksandr Skorobogatov. Koop je tickets.
Vrouwen in duistere tijden – Tien denkers van blijvende betekenis verscheen in november 2025 bij De Bezige Bij.