In België is elke burger sinds de Orgaandonatiewet van 1986 automatisch een potentiële orgaandonor, tenzij je expliciet verzet hebt aangetekend. Toch gaan er nog steeds veel organen verloren, vaak omdat familieleden twijfelen of artsen uit voorzichtigheid geen donatie uitvoeren. Daarom is het belangrijk om je keuze niet alleen officieel te registreren, maar ook duidelijk te communiceren met je naasten.
Jeremy Celen
Orgaandonatie redt levens. Wie bij overlijden zijn organen doneert, kan mensen met ernstige hart-, nier- of leveraandoeningen helpen om langer en beter te leven. De ingreep gebeurt met de grootste zorg en respect voor het lichaam van de overledene. De kosten van de transplantatie zijn voor de ontvanger, niet voor de donor of diens familie.
Sinds 1 juli 2020 kan je via een wilsverklaring vier afzonderlijke beslissingen nemen over wat er met je lichaam mag gebeuren na je dood. Je kan aangeven of je instemt met orgaandonatie voor transplantatie, met weefseldonatie, met het gebruik van lichaamsmateriaal voor wetenschappelijk onderzoek, of voor de ontwikkeling van nieuwe behandelingen. Je kan elk van deze keuzes afzonderlijk bevestigen, weigeren of herroepen.
Je wilsverklaring kan je laten registreren bij je huisarts of bij het gemeente- of stadsbestuur. Wie dat liever digitaal doet, kan terecht op www.mijngezondheid.be. Minderjarigen of mensen die hun wil niet zelfstandig kunnen uitdrukken, moeten sowieso een afspraak maken bij het gemeentebestuur.
Een correct sjabloon voor de wilsverklaring vind je op leif.be. Maar zelfs als je alles officieel hebt vastgelegd, blijft het cruciaal om je keuze ook mondeling te delen met je familie of vertrouwenspersonen. Zo vermijd je verwarring of emotionele beslissingen op een moeilijk moment.
Wil je meer weten over orgaandonatie of hulp bij het invullen van je wilsverklaring? Bezoek www.beldonor.be, www.leif.be of neem contact op met je huisarts.