Rouw

“We leren mensen alles, behalve omgaan met verlies”

Joke Goovaerts en Dimitri De Smet

Wie Manu Keirse (80) zegt, is een wereldwijde autoriteit als het aankomt op rouw en verdriet. Als klinisch psycholoog en doctor in de geneeskunde schreef hij talrijke bestsellers die in meerdere talen werden vertaald. Al ziet hij de rouw absoluut niet als een ziekte of aandoening. “Mensen bewust maken van wat verlies en verdriet betekenen, is een manier om de wereld menselijker te maken.” Op 7 maart is hij te gast op de levenseindebeurs in Mol.

In zijn huis in Leefdaal, verscholen tussen bomen en water, ontvangt Manu Keirse ons met de rust die zijn werk al decennialang kenmerkt. Vanuit deze plek verdiept hij zich al jaren in één maatschappelijk thema: hoe we omgaan met rouw en verlies. “Thuis heb ik wellicht de grootste bibliotheek over rouw die je in Europa kunt vinden,” zegt hij.

U zegt dat rouw geen ziekte is?

Rouw is inderdaad geen ziekte. Het is een normale emotionele én fysieke reactie wanneer mensen geconfronteerd worden met het verlies van iemand of iets dat hen dierbaar is. Rouwen is bovendien veel breder dan enkel het overlijden van een geliefde. Ook een echtscheiding, een ernstige ziekte, het hebben van een kind met een zware beperking, of ervaringen van onrecht kunnen rouwprocessen op gang brengen. Rouw is de normale reactie op een verlies dat je diep raakt. Veel mensen denken dat rouw een aandoening is, maar dat klopt niet. Als je in staat bent om liefde te geven, is het volkomen normaal dat je verdriet ervaart wanneer die liefde wordt geraakt.

Hoe moeten we omgaan met dat verdriet? U spreekt over ‘rouwarbeid’.

Ja, ik spreek bewust over rouwarbeid. Men zegt vaak: “Je moet dat verwerken.” Maar dat woord heb ik verbannen. Afval verwerk je en dat suggereert dat je er een punt achter moet zetten. Dat is niet zo. Ouders die een kind verliezen, dragen dat verlies mee tot aan hun eigen sterven. Je laat dat niet achter; het gaat met je mee door het leven.Ik herinner me een vrouw die hier de ramen kwam opmeten. Op de vensterbank lag mijn boek Als je een prille zwangerschap verliest. Plots zag ik tranen. Ze vertelde dat haar eerste kindje 28 jaar geleden gestorven was na 14 weken zwangerschap. De tranen stroomden nog altijd. Dat ís de normaliteit. Het toont hoe diep mensen kunnen liefhebben en verbonden blijven.

Welke raad geeft u aan iemand die in een diep rouwproces zit?

Ik geef eigenlijk geen raad. De echte experten van verdriet, dat zijn de mensen die voor mij zitten. Ik luister naar hen. Ik laat hen vertellen wat hen bezighoudt. Af en toe geef ik een tip, gebaseerd op wat ik in vele jaren van luisteren en studeren heb geleerd. Ik heb thuis wellicht de beste bibliotheek over rouw die je in Europa kunt vinden, drie kamers vol boeken. Hoe meer je weet, hoe minder je geneigd bent om mensen advies te geven. Je laat verdriet verdriet zijn. En je helpt hen om opnieuw perspectief te vinden in het leven.

U verwijst naar vier rouwtaken. Wat houden die in?

Rouwarbeid  bestaat uit vier taken, maar hoe mensen die doorlopen is altijd uniek, als een vingerafdruk. Eerst is er het onder ogen zien van de werkelijkheid van het verlies, een proces dat lang kan duren. Ontkenning is daarbij geen zwakte, maar soms een tijdelijk geschenk wanneer de realiteit te overweldigend is. Daarna volgt het ervaren van de pijn, onvermijdelijk en vaak grillig: boosheid, prikkelbaarheid, schuldgevoelens, concentratieproblemen, golven van verdriet. Alles wat iemand doet om die pijn weg te duwen, maakt het rouwproces alleen maar complexer.

Vervolgens moet men zich aanpassen aan een wereld waarin dat verlies er onherroepelijk is. Elke confrontatie met iets wat men vroeger samen deed of waar men samen naar uitkeek, vraagt opnieuw aanpassing, een bijzonder moeilijke opdracht.

Tot slot is er het opnieuw leren genieten van het leven, terwijl herinneringen levendig blijven. Veel mensen worstelen met het idee dat ze niet mogen genieten omdat de ander dat niet meer kan, en met de vraag hoe je herinneringen bewaart wanneer de omgeving die persoon doodzwijgt. Iedereen moet door die vier taken heen, maar nooit op dezelfde manier. Zelfs twee kinderen die hun moeder begraven, rouwen anders: voor de dochter die nog thuis woont is dat een andere moeder dan voor de zoon die al twintig jaar in Duitsland leeft.

Hoe doorbreek je als omstaander het taboe om verlies te benoemen?

Mensen denken vaak: “Ik moet daar niet over beginnen, want dat is zo’n verdrietig onderwerp.” En wanneer ik zeg dat ze toch naar die persoon toe moeten gaan, hoor ik heel vaak: “Ik zou wel willen, maar ik durf niet.” Als ik dan vraag wat hen tegenhoudt, antwoorden ze meestal dat ze niet weten wat ze op zo’n moment moeten zeggen.

In mijn boek Helpen bij verlies en verdriet heb ik het laatste hoofdstuk gewijd aan drie vragen: wat kan je zeggen, wat kan je schrijven en wat kan je doen voor mensen in verdriet. Maar op die eerste vraag — wat kan je zeggen — is mijn belangrijkste boodschap eigenlijk dat we de vraag moeten omdraaien. Niet: “Wat moet ik zeggen?” maar: “Wat zouden deze mensen vanuit hun verdriet aan míj willen zeggen?” Het gaat erom dat je luistert naar wat hun verdriet te vertellen heeft. En luisteren naar verdriet is niet eenvoudig.

Een van de dingen die ik mensen altijd meegeef, is om niet binnen te stappen met de vraag: “Hoe is het? of Hoe gaat het?” Hoe kan iemand die vol verdriet zit daar eerlijk op antwoorden? Een betere vraag is: “Vertel eens hoe je de voorbije dagen bent doorgekomen.” Dan hoef je alleen maar te luisteren en in te gaan op wat iemand zelf wil delen.

Bij kinderen en jongeren ligt dat nog anders?

Ik hoor heel vaak: “Wat moet je kinderen vertellen? En wanneer?” Mijn antwoord is eenvoudig: kinderen hebben recht op de volledige waarheid, en die moet je vertellen vanaf het moment dat de volwassenen in hun omgeving het weten. Kinderen voelen dat er iets verandert. Ze stellen vragen. Ze zijn met die problematiek bezig, vaak veel meer dan volwassenen denken.

Ik herinner me mijn jongste kleindochter, toen ze vijf was. Op een zondagmorgen kwam ze mijn bureau binnen: “Opa, ik moet eerst iets met u bespreken. Mijn mama zegt dat jij alles weet over de dood. Elk kindje heeft twee opa’s. Ik zou ook twee opa’s moeten hebben, maar opa Louis is dood, want die is in zijn bord gevallen. De schoonvader van mijn dochter had ooit een infarct gekregen aan tafel. Heb jij opa Louis gekend? vroeg ze. Ja, zei ik. Dan moet je mij over hem vertellen, dan leer ik hem ook kennen. Dan heb ik ook twee opa’s.” Een kind van vijf.

Luisteren, vertellen, openheid… Het is niet aan iedereen gegeven.

Dat klopt. Veel mensen kunnen het niet, omdat ze er nooit iets over hebben geleerd. Ik vergelijk het vaak met iemand achter het stuur van een auto zetten tijdens de avondspits, zonder dat die persoon ooit de wegcode heeft geleerd. Dan ga je kapot van angst. De meeste mensen hebben nooit iets gelezen over rouw en verlies, en toch worden ze achter het stuur gezet om naar iemand in verdriet te gaan.

Het is begrijpelijk dat ze dat moeilijk vinden, dat ze het ontwijken. Mocht ik minister van Onderwijs zijn, dan zou dit onderwerp vanaf de kleuterschool tot aan de universiteit op het programma staan. Iedereen wordt ermee geconfronteerd. Ik kan me geen mens indenken die het niet meemaakt.

Dus geen antidepressiva tegen rouw en verdriet?
Antidepressiva zijn uitstekende geneesmiddelen voor mensen die een depressie doormaken. Maar een depressie is een psychiatrische stoornis. Verdriet is normaal gedrag van normale, evenwichtige mensen. Antidepressiva helpen daar niet tegen.

Waarom schrijven artsen ze dan toch zo vaak voor?

Omdat ze doen wat ze in hun opleiding geleerd hebben: antidepressiva voorschrijven. Ze hebben nooit geleerd wat rouw en verdriet zijn. In de woonzorgcentra krijgt ongeveer zeventig procent van de bewoners antidepressiva. Zijn dat allemaal psychiatrisch gestoorde ouderen? Of zijn het mensen die hun gezondheid hebben verloren, hun partner, soms zelfs een kind, en die hun thuis moesten achterlaten?

Wat kan de samenleving beter doen voor iets waar iedereen mee geconfronteerd wordt?

Ik las ooit boven een schoolpoort: Niet voor de school, maar voor het leven leren wij. Als dat de opdracht van een school is — en van de opvoeding in een gezin — dan hoort leren omgaan met verlies en verdriet daar onvermijdelijk bij. Het is een pedagogische opdracht, een levensopdracht. Op de school, op de werkvloer: Ik vind het onverantwoord om een leraar, directeur of teamleider voor een groep te zetten zonder vorming rond verlies en verdriet. Iedereen krijgt ermee te maken.

Welke inzichten heeft u zelf opgebouwd door dagelijks met deze thematiek bezig te zijn? Wat heeft het u persoonlijk gebracht?

Het heeft mij vooral de waarde van het menselijk leven en van menselijke relaties doen beseffen. Elke dag opnieuw voel ik hoe belangrijk verbondenheid is. Leren over verlies en verdriet is eigenlijk leren over liefde. Het is toch heel normaal dat mensen diep verdriet voelen wanneer ze van iemand houden. Verdriet toont hoe sterk die liefde en verbondenheid zijn.

Ik ben er ook van overtuigd dat wie leert omgaan met verlies, werkt aan een wereld waarin meer plaats is voor verbondenheid tussen mensen. Misschien zelfs voor meer vrede. Als iemand als Poetin meer zou weten over rouw en verdriet, dan zou hij nooit zo’n oorlog kunnen beginnen.

U ziet dit dus ook als een maatschappelijke opdracht?

Zeker. Mensen bewust maken van wat verlies en verdriet betekenen, is een manier om de wereld menselijker te maken.

U gaat binnenkort spreken op de Levenseindebeurs. Wat wilt u daar brengen?

Ik ben uitgenodigd om daar te spreken, en ik wil een bevlogen verhaal brengen. Ik hoop dat mensen die de zaal verlaten, anders zijn dan toen ze binnenkwamen. Dat ze voelen hoe belangrijk het is om er voor anderen te zijn in situaties van verdriet. En dat ze ook beseffen dat hun eigen verdriet er mag zijn, dat het een deel is van het leven en een teken van humaniteit dat je diep kunt voelen.

Van 5 tot 8 maart is er de Levenseindebeurs ‘Doodgraag geregeld’. Wil je meer weten over zorgplanning bij het levenseinde en over wat je nu al kan vastleggen voor wanneer je het niet meer zelf kan zeggen?
Wens je inspiratie over hoe je écht op jouw manier afscheid kan nemen? Wil je even stilstaan bij verhalen over afscheid, rouw en verlies? Meer info