Interview

“Negatief kijken naar ouder worden is een gezondheidsepidemie”

Joke Goovaerts en Dimitri Desmet

15 december 2025

Bijna 1,5 miljoen vrouwen in Vlaanderen zijn boven de vijftig. Een enorm grote groep die volgens Christel Geerts te weinig aandacht krijgt. Geerts, zelf 64 jaar jong, professor Gerontologie, voorzitter van Solidaris en moeder van Vooruit-voorzitter Conner Rousseau, wil daar verandering in brengen. Samen met Charlotte Brys schreef ze het boek Vintage Meisjes, over de mentale kracht van vrouwen van vijftig jaar en ouder. “Hun verhalen verdienen zichtbaarheid, erkenning en waardering.”

Wat was de aanleiding om Vintage Meisjes te schrijven, en waarom juist nu?
Er zijn drie belangrijke mijlpalen. In de jaren ’90 deed ik mijn doctoraat over vrouwen die met pensioen gingen, toen nog echte witte raven. In 1999 volgde een boek over ouder worden als vrouw, maar toen beschikten we nog over weinig data. Tijdens corona in 2020 konden we wél terugblikken met meer gegevens en maakten we een academisch werk.  En nu ben ik eigenlijk getriggerd door de uitgeverij. Ze hoorden mij spreken en vroegen: “Kun je dat niet eens opschrijven zoals je het uitlegt?”. Dat was een uitdaging, want ik ben academisch gevormd, maar de kern bleef: maak deze groep vrouwen zichtbaar. Ik hoop dat lezers zeggen: “Dit is herkenbaar, dit bevestigt mij.” Dat zou het mooiste compliment zijn.

Het gaat om een grote groep: vrouwen boven de vijftig. Hoe hebt u dat opgesplitst?     
Leeftijd is relatief, biologisch én psychologisch. Toch worden we maatschappelijk in hokjes gestopt. Om het bevattelijk te maken, kijken we naar generaties: de oudste vrouwen, vaak nog geboren tijdens de oorlog, hun dochters, die vooruitgang en democratisering meemaakten en de babyboomers. Maar niet alle babyboomers waren dolle mina’s. Het leven van een zestiger is anders dan dat van een honderdjarige, maar we moeten oppassen om het fragiele beeld van de alleroudsten niet over de hele groep uit te smeren. Ageism blijft een hardnekkig probleem.

Iedereen wil oud worden, maar niemand wil het zijn. Hoe keren we dat beeld om?
Dat vraagt ingrepen op verschillende niveaus. Ons lichaam, daar zit slijtage op, maar veel kwaaltjes zijn tegenwoordig onder controle. Een andere laag is de levensstijl: die heeft een grote invloed, maar preventieve gezondheidszorg blijft het kneusje van de geneeskunde. Eigenlijk zouden artsen vaker een “recept” moeten uitschrijven voor wandelen in het bos. En dan hebben we nog de mindset, misschien wel de meest interessante laag. Onderzoek toont dat hoe we van jongs af aan naar ouder worden kijken, een enorme invloed heeft. Negatieve denkpatronen veroorzaken stress en fatalisme: “Waarom zou ik bewegen, we gaan toch allemaal dood.” Dat versterkt zichzelf. Daarom moeten we ook werken aan de maatschappelijke beeldvorming. Als ik tijdens lezingen vraag om spontaan woorden te noteren bij “ouder worden”, is 95% negatief: versleten, eenzaam, arm. Terwijl in China dezelfde oefening vaak 95% positieve woorden oplevert: wijsheid, ervaring, vrijwilligerswerk. De Wereldgezondheidsorganisatie noemt ageism zelfs een gezondheids­epidemie. Dat negatieve beeld kruipt onder onze huid en beïnvloedt ons gedrag en onze gezondheid. Het is dus cruciaal om dat te doorbreken en dat is ook de rode draad van ons boek.

Dat gaat niet alleen over vrouwen?
Ook mannen voelen de druk van het jong en hip moeten zijn. De cosmetica-industrie heeft hen ontdekt, en zelfs eetstoornissen treffen intussen ook jongens. Maar de zichtbaarheid van vrouwen blijft een belangrijk uitgangspunt van Vintage meisjes.

Wat is het verschil tussen oud worden als vrouw en als man?
Er zijn duidelijke gender­verschillen. Ten eerste: vrouwen zijn met meer. We leven gemiddeld langer, waardoor ouderenzorg, thuiszorg en woonzorgcentra vooral over vrouwen gaat. In woonzorgcentra is zo’n tachtig procent vrouw.

Daarnaast zijn er structurele verschillen. Ondanks veel vooruitgang blijft het leven van oudere vrouwen gemiddeld meer risicofactoren bevatten dan dat van mannen. Het inkomen ligt vaak lager, al is er een inhaalbeweging. Vrouwen worden ook vaker alleen oud, en alleen zijn is op hoge leeftijd een risicofactor. Als je samen bent, kun je elkaar helpen, alleen wegen kwaaltjes en beperkingen zwaarder.
Maar er is ook de beeldvorming. Voor vrouwen is die nog altijd strenger dan voor mannen. Er is evolutie, maar het blijft een verschil. Daarom beginnen we het boek ook met een opsomming van redenen waarom deze groep terecht in de kijker staat.

U reikt in uw boek ook handvatten aan, tips rond denken, voelen en doen. Kunt u dat kaderen?
We hebben duidelijk gesteld: mensen die echt vastzitten in hun ontwikkeling hebben vaak therapie nodig. Ons boek is niet therapeutisch, maar wil herkenbaarheid bieden voor de dagelijkse worstelingen. Het moet lezers helpen zichzelf te relativeren. Een voorbeeld: we mochten een dagboekfragment gebruiken van een weduwe. Haar woorden waren zo eerlijk en raak dat we ze letterlijk hebben opgenomen. Toen ze het boek las, zei ze: “Het is zo herkenbaar. Ik mag dat voelen, ik mag daaraan twijfelen.” Ze legde het boek op haar salontafel, omdat er nog dingen in stonden waar ze voor zichzelf mee verder wilde. Dat vond ik het mooiste compliment: herkenbaarheid die mensen kracht geeft.

Voor wie is het boek bedoeld?
Het boek richt zich op vrouwen van vijftig jaar en ouder, een gigantische groep die vaak onzichtbaar blijft. In Vlaanderen gaat het om meer dan anderhalf miljoen vrouwen, in Nederland zelfs meer dan drie miljoen. Toch verdwijnt deze groep vaak door de mazen van het net. Wanneer we het over “ouderen” hebben, denken we meestal aan de alleroudsten, terwijl vijftigplussers nog volop actief zijn. Het zijn vrouwen die werken, zorgen voor hun familie en een centrale rol spelen in hun omgeving. Ze zijn de spinnen in een groot web van relaties en verantwoordelijkheden. Met dit boek willen we hen niet alleen zichtbaar maken, maar ook handvatten aanreiken om voor zichzelf te zorgen.

Toch blijft het een groep die maatschappelijk weinig aandacht krijgt. Hoe kijkt u naar die beeldvorming?
De beeldvorming rond ouder worden is voor iedereen moeilijk, maar voor vrouwen nog strenger. In het boek gebruiken we de boutade: “De man wordt gedistingeerd, de vrouw wordt oud.” Kort door de bocht, maar het vat wel een sentiment.
Tegelijk is het een heel diverse groep. Voor het eerst in de geschiedenis zijn vrouwen van deze leeftijd massaal aanwezig op de arbeidsmarkt. Toen ik mijn doctoraat maakte, waren vrouwen die tot 65 werkten nog uitzonderingen. Vandaag is ongeveer de helft van deze leeftijdsgroep aan het werk. Dat is belangrijk voor hun pensioenrechten, maar ook maatschappelijk relevant: we hebben hen nodig op de werkvloer. Toch worden vijftigplussers, en zeker vrouwen, nog vaak gediscrimineerd wanneer ze solliciteren. Daarnaast zijn veel van deze vrouwen mantelzorgers. Ze houden ons zorgsysteem mee recht en spelen een cruciale rol in sociale netwerken en vrijwilligerswerk. Kijk naar seniorenverenigingen: mannen zijn soms voorzitter, maar het zijn vooral vrouwen die de dagelijkse taken op zich nemen. Ze zijn de motor van het verenigingsleven.

Wat hebt u zelf geleerd tijdens het schrijven van dit boek?
Voor mij was het heel herkenbaar. Elk handvat dat je aanreikt, kan tegelijk ook een valkuil zijn. Gelukkig werkte ik samen met Charlotte Brys, een jongere co-auteur, klinisch psychologe, gerontologe en psychotherapeut. Pas na vijf jaar samenwerken besefte ik dat ze mijn dochter zou kunnen zijn, een gedachte die ik nooit eerder had gehad. Dat evenwicht was belangrijk: ik breng mijn eigen ervaringen en entourage mee, maar Charlotte voegde inzichten uit haar praktijk toe. Zo werd het geen eenzijdig verhaal. Het boek is niet autobiografisch, maar natuurlijk herken ik mezelf in bepaalde passages. Ik heb ook vriendinnen vermeld, soms onder een andere naam. Zij waren mijn inspiratiebron, ook al hebben ze daar niet om gevraagd. Misschien had ik dit boek niet kunnen schrijven toen ik dertig was, toen zat ik nog te veel in het academische. Nu kon ik mijn eigen levenservaring combineren met de frisse blik van een jongere collega.

Hoe ervaart u ouder worden zelf?
Voor mij voelt het onwezenlijk, maar niet negatief. Ik herken meer rust en relativering, al erger ik me soms nog te veel aan kleine dingen. We worden geen andere mensen door ouder te worden – hoogstens wat bijgeschaafd, hopelijk in de goede richting. Ik zeg vaak: onze carrosserie verandert, maar de motor blijft dezelfde. Iemand die altijd optimistisch was, blijft dat meestal ook op latere leeftijd. Iemand die het leven moeilijk vond, wordt geen optimist op zijn tachtigste. Zelf voel ik me jonger dan mijn kalenderleeftijd, en dat blijkt ook uit onderzoek: gemiddeld voelen we ons dertien jaar jonger dan we zijn. Mijn levenssituatie kleurt dat gevoel mee. Mantelzorg, werk, gezondheid, ze beïnvloeden hoe je ouder worden ervaart. Soms denk ik: het blijft onwezenlijk dat ik al die leeftijd heb, maar tegelijk besef ik dat omstandigheden en context veel bepalen.

Bij ouder worden denkt men ook vaak aan waardig levenseinde. Hoe kijkt u naar het ontbreken van een duidelijke regeling rond euthanasie bij mensen met dementie, en wat betekent dat voor een waardig levenseinde?
Euthanasie bij dementie is een thema dat mij nauw aan het hart ligt. Vandaag zitten we in een Kafkaiaanse situatie: mensen kunnen hun wens niet vooraf vastleggen zonder het te vroeg te moeten aanvragen. Al sinds 2005 liggen er voorstellen op tafel, maar het dossier blijft geblokkeerd. Terwijl ik niemand ontmoet die zegt dat mensen die keuze niet zouden mogen hebben. Het gaat niet om goed of slecht, maar om het recht op keuze. Dat dit nog steeds vastzit, frustreert me enorm.

Welke boodschap wilt u meegeven aan jonge mensen?
Doe wat je voelt dat je moet doen, stel het niet uit. Ik denk vaak aan Winnie The Pooh-beertje dat naar een ballon kijkt met de woorden “What if I fall?” en “What if you fly?” Dat vat het mooi samen. Misschien heb ik zelf niet altijd voldoende risico’s genomen, maar ik weet dat je tien jaar later vaak anders naar keuzes kijkt. Toch blijft mijn boodschap: durf, doe het, stel het niet uit.

Vintage meisjes – Mentaal sterk en vol energie na je 50ste is uitgegeven door Borgerhoff & Lamberigts