Interview

“Pleegzorg zie ik nu als iets hoopvols”

Nelle Devisscher

19 december 2025

Toen de jeugdrechter zijn dochter aan een pleeggezin toewees, voelde Steven de grond onder zijn voeten wegzinken. Hij voelde zich verraden, genegeerd en miskend. De kwaadheid zat diep: op de instanties, de wereld, de hulpverlening, het pleeggezin, maar misschien ook op zichzelf. “Ze wordt van me afgepakt”, was de overheersende gedachte. Maar achter die gedachte school iets anders: een rauw en immens verdriet.

Bondgenoten in de zorg

Vandaag, enkele jaren later, zit een andere man voor ons. Iemand die zichzelf opnieuw leerde kennen. Steven zette zijn wanhoop langzaam om in mildheid. Hij leerde dat liefde soms ook betekent: loslaten uit zorg.

Zijn dochter woont nog steeds bij hetzelfde pleeggezin, waar ze zich veilig voelt, zichzelf mag zijn en kan groeien. Stevens blik is veranderd. Hij kijkt niet langer naar het pleeggezin als zijn concurrenten, maar als bondgenoten in de zorg voor zijn dochter.

“Hope woont sinds haar zeventien maanden bij haar pleeggezin”, vertelt hij. “Ze had dezelfde leeftijd als ik, toen ik zelf als kind werd geplaatst. Dat maakte de wonde voor mij alleen maar dieper. Ik vond het ontzettend onrechtvaardig dat ze werd weggehaald, want ik was zelf degene die had aangegeven dat het bij ons niet goed ging. Ik ging aankloppen om hulp te krijgen, maar in plaats daarvan werd mijn dochter aan iemand anders toegewezen. Het voelde alsof er niet naar mij werd geluisterd. Elk contact met de jeugdrechtbank en pleegzorg mondde uit in frustraties en conflict. Ik voelde me machteloos.”

“Het keerpunt kwam, toen ik besloot in een traject te stappen om mijn problemen aan te pakken. Die lagen op verschillende gebieden. Deels in mijn verleden, maar ook bij foute keuzes die ik maakte. Ik kan nu naar mijn aandeel, mijn fouten en kwetsuren kijken. Op een dag schreef ik een brief aan pleegzorg en de consulent van de jeugdrechtbank. Geen aanklacht, maar een poging om mijn kijk op de zaken te verwoorden. Dat heeft de deur naar gesprek weer geopend.”

 

Steven: “Ik zie nu dat mijn dochter het echt goed heeft waar ze woont. Ze is veilig en gelukkig. Dat is alles wat telt”

 

Vertrouwen en kansen geven

Het was niet gemakkelijk. “Ik heb mijn dochter lang niet gezien. Dat was heel pijnlijk. Maar ik begrijp dat mijn woede veel heeft kapotgemaakt. Vertrouwen groeit traag. Toch is dat stap voor stap teruggekeerd. En met dat herstel groeide ook mijn inzicht. Ik zie nu dat mijn dochter het echt goed heeft waar ze woont. Ze is veilig en gelukkig. Dat is alles wat telt.”

Steven glimlacht. “Omdat ik haar graag zie, kan ik haar onmogelijk wegtrekken uit het warme nest waar ze nu woont. Haar pleegbroertjes en -zusje zijn voor haar familie. Haar pleegmama zorgt met zoveel toewijding voor haar. Ik denk soms dat het me helpt dat er geen pleegpapa is die mijn plaats inneemt. Dat voelt net een tikkeltje minder scherp. Maar mocht die er ooit komen, dan hoop ik dat we met respect met elkaar omgaan. Ik wil nooit meer in strijd leven.”

“Het inzicht dat mijn dochter beter bij haar pleeggezin kan blijven, heeft me in staat gesteld om de strijd neer te leggen. Dat zorgde voor een soort opluchting, maar dat betekent niet dat ik er geen verdriet meer bij voel. Het heeft een andere kleur gekregen. Het is verweven met een zachte gerustheid en met dankbaarheid dat ze daar kansen krijgt die ik haar nooit zou kunnen geven. Ze krijgt een jeugd die ik nooit heb gehad. Dat besef doet iets met me. Ik ben dankbaar voor al wat haar pleegmama voor haar doet. Ik had nooit gedacht dat ik het zo zou verwoorden, maar ik ben diep erkentelijk voor wat haar pleegmama Hope allemaal geeft.”

Vandaag deelt Steven opnieuw kleine stukjes van zijn leven met Hope. “We telefoneren vaak, we doen uitstapjes. Ik wil dat ze weet dat ik haar papa ben en dat ze op me kan rekenen als op een beste vriend. Pleegzorg zie ik nu als iets hoopvols. Niet als het einde van mijn rol, maar als een nieuwe vorm ervan. Samen, elk op onze manier, helpen we Hope groot worden.”

 

Hope: “Ik wil graag dat andere mensen ook weten dat pleegkinderen hun zorgen kunnen loslaten”

 

Blij met een veilig huis

Hope is komen aanschuiven. Ze is bijna tien en praat met de levendigheid van iemand die weet dat ze gezien wordt. “Overmorgen ben ik jarig. Papa en ik zijn vanmiddag naar een burgerrestaurant gegaan, we kochten samen make-up en gaan straks nog even naar de winkels in de stad. Het is een verwendagje”, vertelt ze met fonkelende ogen. “We bellen elkaar vaak of we gaan trampolinespringen in een trampolinepark. Soms gaan we wel eens shoppen of doen we uitstapjes die ik leuk vind. Ik ben blij dat papa ziet dat ik het goed heb. Met mijn pleeggezin ga ik af en toe op reis, ik heb broertjes en een zusje en ook een leuke tante die me grappige verjaardagskaarten schrijft. Ik ben blij dat ik een veilig huis heb. Ik ga graag naar school en heb veel vriendinnetjes. Ik ben ook trots op mezelf dat ik voor anderen durf op te komen. Vroeger was ik verlegen, dat gaat nu beter.”

Hope is zich heel bewust van het feit dat het niet altijd zo goed liep met haar papa. “Vroeger was ik bang dat hij me hier zou weghalen, omdat ik zíjn kind was. Nu weet ik dat hij dat niet zal doen. Ik ben er trots op dat hij zijn leven weer heeft opgebouwd.”

Steven is zichtbaar ontroerd door wat zijn dochter zegt en werpt haar een knipoog toe. Hope besluit met een blik op haar papa: “Ik ben blij dat hij ziet dat pleegzorg goed is en ik wil graag dat andere mensen ook weten dat pleegkinderen hun zorgen kunnen loslaten. Pleegzorg is iets goeds.”

Heb je ook interesse in pleegzorg? Overweeg je om pleegouder te worden? Surf dan naar de website pleegzorg.be voor meer informatie, het aanvragen van een infopakket of het inschrijven voor een infosessie.

Om privacyredenen is Hope een schuilnaam.