Interview
Geert Dewaele en Dimitri De Smet
Tien jaar geleden kruisten hun levens op de meest dramatische manier. Midden in de nacht reed Sanne, zwaar onder invloed, de fietsende Gerbrich aan. Het ongeval veranderde alles. Gerbrich, die als vrijzinnig humanist voor het Gentse Geuzenhuis werkt, belandde in coma en ontsnapte ter nauwer nood aan de dood. Sanne werd geconfronteerd met schuld en schaamte. Vandaag zitten ze samen aan tafel.
Sanne: Het is vreemd, maar ik weet niet eens meer wat we vierden. We hadden een feestje met vrienden en er werd gedronken. Veel te veel gedronken. Het plan was om bij een vriendin te blijven slapen. We kwamen aan bij haar huis, maar ik wilde haar man niet wakker maken. Dus ik ben in mijn auto gaan zitten, schoenen uit, met het idee: ik slaap hier. Voor mij ging het licht uit. Het volgende wat ik me herinner, is een harde bonk en een gebarsten ruit. Paniek. Ik ben op straat gaan lopen, besefte dat ik iets had aangereden. Toen kwam de politie. Ik had iemand aangereden. Dat iemand bleek Gerbrich te zijn. Ik had veel te veel gedronken. Het is een zwart gat met flitsen. Dat blijft zo.
Gerbrich: Ik herinner helemaal niets. Ik was bijna thuis, op de fiets. Daarna: niets. Mijn herinneringen beginnen pas weken later. Alles wat ik weet, komt uit verhalen en het dossier. Ik lag een week in kunstmatige coma. Ze hebben een stuk van mijn schedel tijdelijk verwijderd om de druk te verlagen. Acht maanden revalidatie. Leren lopen, opnieuw leren functioneren. Het was heftig. Maar wat mij vooral trof: hoeveel mensen zich inzetten om je te redden. Chirurgen, verpleegkundigen, onbekenden die naast je bed komen zitten. Dat gevoel van verbondenheid heeft mij veranderd.
Sanne, hoe sijpelde het besef binnen over wat je gedaan had?
Sanne: Eerst word je wakker met een gigantische kater. Van de alcohol én van het besef: ik heb iets gedaan waarvan ik dacht dat ik er niet toe in staat was. Je verliest je rechten, je wordt ‘dader’. Ze lieten me tijdens de verhoren voelen dat ik niets waard was, maar die schuld had ik mezelf al opgelegd. Ik wilde meteen iets doen, een brief schrijven, contact zoeken. Maar juridisch mocht dat niet. Alles liep vast. Acht jaar duurde het voor we elkaar echt ontmoetten.
Gerbrich, wanneer wilde jij weten wie het gedaan had?
Gerbrich: Dat kwam later. Eerst was er verwarring, zelfs bizarre verhalen. Uiteindelijk vertelde de politie me wie Sanne was. Dat stelde me gerust. Ik wist: zij is ook slachtoffer van iets wat onze maatschappij nog altijd toelaat: dronken achter het stuur kruipen. Dat besef verbindt ons.
Hoe was die eerste ontmoeting, na acht jaar?
Sanne: Ik was enorm zenuwachtig. Maar ik wilde tonen dat ik geen monster ben. Dat ik spijt heb. Dat ik niet die ene fout ben.
Gerbrich: Het was bijzonder. We zijn voor het leven met elkaar verbonden. Niet als vrienden, niet als lotgenoten, maar als twee mensen in hetzelfde verhaal.
Hoe heeft dit jullie leven veranderd?
Sanne: Ik drink nog, maar ik stap nooit meer dronken in de auto. Dat is een levensles. Ik wil mensen laten zien wat de gevolgen zijn. Eén verkeerde keuze kan je hele leven en dat van iemand anders verwoesten.
Gerbrich en Sanne: “We zijn geen geïsoleerde individuen. We zijn schakels in een geheel.”
Gerbrich: Ik ben er sterker uitgekomen, maar het trauma blijft. Het geluid van een ziekenwagen kan me nog altijd panisch maken.
Gerbrich, jij werkt bij het Geuzenhuis in Gent, een vrijzinnig humanistisch huis. Heeft dit ongeval ook iets gedaan met jouw levensbeschouwing?
Gerbrich: Absoluut. Ik stond altijd al kritisch in het leven, maar dit heeft mijn gevoel van verbondenheid versterkt. Ik voel me nu meer een schakel in een groter geheel. We zijn geen geïsoleerde individuen. We zijn schakels in een geheel. Dat is ook wat ik in mijn werk bij het Geuzenhuis wil uitdragen: vrijheid en verantwoordelijkheid gaan samen. Zelfbeschikking is belangrijk, maar we moeten ook beseffen dat onze keuzes impact hebben op anderen. Dit ongeval heeft dat besef nog dieper verankerd.
Jullie getuigen ook samen met Tom Waes voor de nieuwe VRT-campagne ‘Er zijn geen excuses’. Wat heeft jullie overtuigd?
Gerbrich: Persoonlijke verhalen doen mensen nadenken. Ze maken het concreet.
Sanne: Als mijn verhaal één iemand doet beslissen om niet te rijden na het drinken, dan is dat winst. Ik ben trots op de VRT-campagne. Want dat is de essentie: er zijn inderdaad geen excuses.
Sanne: Ik hoop dat die bewustwording blijft groeien. Maar het mag daar niet stoppen. We moeten nadenken over nultolerantie, alcoholsloten, betaalbare alternatieven. Een taxi betalen is goedkoper dan een leven.
Gerbrich: Ik geloof dat verandering mogelijk is. Als het een gemeenschappelijk gevoel wordt: nee, we doen dit gewoon niet meer.
Hoe kijken jullie naar de toekomst?
Sanne: Ik wil blijven getuigen, op scholen, in campagnes. Misschien ooit een boek schrijven. Het helpt om er iets mee te doen.
Gerbrich: Ik laat het op me afkomen. Maar één ding weet ik zeker: dit verhaal moet verteld worden. Voor onszelf, en voor anderen.