Geert Dewaele en Dimitri De Smet
29 september 2025
Dirk De Wachter spreekt zacht, maar zijn woorden snijden diep. De bekende psychiater leeft met uitgezaaide kanker, de wereld lijkt in brand te staan, maar toch blijft hij spreken over hoop, over menselijkheid en verbondenheid. Over hoe we omgaan met elkaar, met technologie, met ethische dilemma’s en met de eindigheid van ons bestaan. We spreken met Dirk De Wachter bij hem thuis in Antwerpen over wat het voor hem betekent om vandaag mens te zijn.
Na een gesprek dat we hadden met Petra De Sutter werd ze op sociale media overspoeld met persoonlijke aanvallen. Verbaast u dat nog?
Spijtig genoeg verbaast het me niet meer. De hardheid waarmee men tegenwoordig reageert, is schrijnend. Sociale media maken het mogelijk om zonder remming te spuien, te beledigen, te kwetsen. Goede communicatie vraagt om waarachtige ontmoeting. Om elkaar echt te zien, te horen, te voelen. De virtualiteit van onze communicatie laat weinig ruimte voor empathie. Toch kunnen we sociale media niet zomaar afschaffen – ze bieden ook veel goeds. Maar we moeten leren ermee om te gaan. Technologie loopt soms met ons weg. We moeten leren wachten, nadenken, overleggen. Mijn naam is De Wachter, ik zeg altijd: wacht even. Denk na. Spreek erover met iemand. En dan pas reageren.
Het woord polarisatie valt steeds vaker als het gaat over hoe we met elkaar communiceren. Is er een verband met die digitale communicatie?
Zeker. Tien jaar geleden schreef ik Borderline Times, waarin ik splitting beschreef: zwart-wit denken, het verlies van nuance. Dat is sindsdien alleen maar toegenomen. Het overleg verdwijnt, mensen sluiten zich op in hun eigen gelijk. Sociale media versterken dat mechanisme. Je ontmoet gelijkgestemden, of gelijk ontstemden, en dat bevestigt je standpunt. Er is geen ruimte meer voor het “ik ben niet akkoord, maar ik luister wel”. We verliezen de kunst van het aftoetsen, van het respectvol omgaan met verschil. Polarisatie is een wereldwijd fenomeen. In de hele westerse wereld zie je hoe mensen hun eigen mening als absoluut beschouwen, zonder nog voeding te zoeken bij de ander. Dat is zorgwekkend. Maar het is ook een uitnodiging: om opnieuw in gesprek te gaan, ook met mensen die anders denken. Niet achter het scherm, maar in echte ontmoeting.
Merkt u die tendens ook in uw praktijk als u praat met patiënten?
Wat ik vooral zie, is eenzaamheid. Mensen die zeggen: “U bent de enige die naar mij luistert.” Dat raakt me. De menselijkheid van de mens bestaat in het met anderen zijn. Individualiteit is belangrijk, maar het geloof in het ‘ik alleen’ is een illusie. We zijn sociale wezens. Het relationele maakt ons menselijk. Als we uit het netwerk raken, verliezen we betekenis. Onze maatschappij zet sterk in op individualiteit, maar dat schiet door. We moeten terug naar verbinding, naar samenhorigheid.
Ik zie ook hoe dat zich vertaalt in schrijnende cijfers. In Brussel sterven elke dag drie mensen zonder dat er iemand bij is. Geen familie, geen buur, geen collega. Dat is de hel. Dat is een uitvergroting van wat hun leven vaak al was: eenzaam, ontmenselijkt. De hoop is niet dat we eeuwig leven, maar dat we niet alleen zijn. Dat er iemand bij ons is, ook op het einde.

Zonder verbinding met de ander raak je geïsoleerd. Dan denk je: “Ik heb gelijk,” en niemand zegt dat het niet waar is. We moeten onze gedachten toetsen aan de veelheid van meningen. Het leven is bochtig, er is geen absolute waarheid. Alleen door interactie kunnen we onze ideeën bijstellen. Samenhorigheid is de sleutel. En dat geldt ook voor het politieke debat, voor ethische kwesties, voor onze omgang met technologie.
Hoe kijkt u naar AI in de hulpverlening?
Ik heb onlangs met mijn eigen avatar gesproken. Het was fascinerend én verontrustend. Technologie evolueert razendsnel. We moeten kritisch blijven. AI kan een eerste stap zijn in de hulpverlening, maar het echte contact blijft essentieel. Zeker bij verdriet en verlies. Chatbots kunnen helpen, maar moeten doorverwijzen naar echte hulp. Het fysieke, tastbare contact is de gouden standaard.
Ik heb mijn eigen chatbot gevraagd om mensen door te verwijzen naar een therapeut. Dat is waar het echt om gaat. Technologie mag ondersteunen, maar niet vervangen wat wezenlijk menselijk is.
Wat met avatars van geliefden die gestorven zijn? Kan dat het rouwproces bevorderen?
Misschien. Maar het kan ook het afscheid bemoeilijken. Het leven krijgt zin door zijn eindigheid. Dat moeten we kunnen aanvaarden. Als we eeuwig zouden leven, zou het leven zijn betekenis verliezen. Technologie mag ons helpen, maar niet verhinderen dat we rouwen, dat we loslaten, dat we de eindigheid van het bestaan erkennen.
Bij de huizenvandeMens stijgen de vragen over zelfbeschikking en wilsverklaringen. Hoe interpreteert u die tendens?
Zelfbeschikking is belangrijk, maar altijd in context. Ik ben vaak betrokken bij euthanasievragen. Goede beslissingen worden samen genomen, met familie, met zorgverleners. Het zelf moet ingebed zijn in het andere. Het idee dat ik zelf kan beslissen over mijn levenseinde geeft rust, maar het moet gedragen worden door verbinding.
Ik ben blij dat de mogelijkheid bestaat, ook al maken we er misschien geen gebruik van. Maar ik zie ook hoe een goed afscheid vaak een gedeeld afscheid is. En ik zie hoe dat soms ontbreekt. Mensen sterven alleen, verlaten, zonder dat iemand hen herinnert. Dat is schrijnend.
U leeft zelf al vier jaar met uitgezaaide kankercellen. Hoe gaat u om met de eindigheid van uw leven?
Mijn vrouw is huisarts, dus zij is heel betrokken. We praten daar regelmatig over, niet elke dag, maar het is een thema dat leeft. Het idee dat ik zelf zal kunnen beslissen wanneer het genoeg is, geeft me rust. Dat mijn kinderen en geliefden rondom mij staan, dat ik zelf de kraan openzet, dat idee geeft me gemoedsrust. Tegelijkertijd weet ik dat het moment zelf anders kan aanvoelen. Misschien zeg ik dan: nog een beetje, nog een beetje. Maar het feit dat de mogelijkheid bestaat, is belangrijk. Ik ben blij dat er een euthanasiewet is, ook al maken we er misschien geen gebruik van. Het idee dat we waardig kunnen afronden, in verbondenheid met de mensen rondom ons, is voor mij essentieel. Ik geloof dat een goed afscheid een gedeeld afscheid is. En dat geldt ook voor mij persoonlijk.

Bent u voor uitbreiding van de euthanasiewet?
Voor comapatiënten zeg ik volmondig ja. Bij psychisch lijden voor bijvoorbeeld minderjarigen ben ik voorzichtiger. We moeten kritisch blijven. Het leven is niet volledig te regelen. Vertrouwen in artsen is essentieel. Ik was al arts voor de euthanasiewet. Toen namen we ook beslissingen, in overleg, met menselijkheid. Dat moeten we blijven doen. Maar we moeten ook waken voor misbruik, voor te snelle conclusies. Het is complex.
Dat geldt trouwens ook voor abortus. Er zijn stemmen die pleiten voor erkenning van het ongeboren kind. Dat kruist met een uitbreiding van de abortuswetgeving. We moeten luisteren naar alle stemmen en democratisch beslissen. Het gaat altijd over menselijkheid. Niet over principes alleen, maar over mensen. Over hun verhalen, hun context, hun verdriet.
Worden we gelukkiger door meer vrijheid?
Vrijheid is niet “mijn goesting doen”. Ware vrijheid is: hoe kan ik mijn medemens zoveel mogelijk ontplooiing geven? Dat is de juiste invulling. Vrijheid is relationeel. Het is verbonden. Het is zorg dragen voor elkaar.
Wat zegt u tegen mensen die zich machteloos voelen door de oorlog en ellende die ons vandaag omringen?
Hoop zit hem in de mens zelf. Voor elkaar zorgen, het verbonden zijn, is fundamenteel menselijk. Dat kan niet uitgeroeid worden. Als we kijken naar de geschiedenis, dan zien we hoe dat altijd al in golven is gegaan. Na de meest rampzalige episodes staat de mens toch altijd weer op in samenhorigheid, in medemenselijkheid, in solidariteit. Ik ben nogal overtuigd dat dat nu ook zo is. Dat we hoopvol kunnen zijn. Dat we on the long run altijd weer vooruitgang maken.
Ik besef dat de mensen die nu het slachtoffer zijn van verschrikkingen daar nu geen boodschap aan hebben. Die zeggen: “Ja, maar nu worden mijn familieleden wel doodgeschoten, hè?” Dus het hangt er altijd vanaf in welk perspectief je de zaken bekijkt. Maar ik ben en blijf hoopvol in de zin dat de mens daar niet aan ten onder gaat. Daar ben ik zeker van.