Joke Goovaerts en Dimitri De Smet
Volgens Filip Raes (49) hoort piekeren onvermijdelijk bij het mens zijn. Als professor psychologie en expert in mentaal welzijn onderzoekt hij al jaren waarom we blijven hangen in negatieve gedachten en hoe we daar anders mee kunnen omgaan. Op zaterdag 25 april 2026 deelt hij die inzichten op Stoicon-X in het Geuzenhuis, waar hij de workshop Waarom we zo hard blijven piekeren geeft.
We spreken Filip Raes in zijn kantoor aan de Tiensestraat in Leuven. Hij pleit niet voor een onrealistische uitknop, maar voor mildheid, herkenning en kleine stappen vooruit. “Piekeren zegt iets over wat we belangrijk vinden,” zegt hij, “maar we hoeven er niet in vast te blijven zitten.” Raes noemt zichzelf een geboren piekeraar. Juist daardoor weet hij hoe vasthoudend zulke gedachten kunnen zijn. In plaats van ze te willen uitwissen, leerde hij ze sneller herkennen en er anders mee omgaan. Die persoonlijke én wetenschappelijke inzichten vormen de kern van zijn boodschap: piekeren hoort erbij, maar het hoeft je leven niet te beheersen.
Wat is piekeren precies?
Piekeren is nadenken over van alles en nog wat op een manier die je eigenlijk niet verder helpt. Het gaat om repetitief, negatief denken: je blijft hangen in vervelende gedachten die telkens terugkomen, zonder dat ze je dichter bij een oplossing brengen.
Is iedereen een piekeraar?
Niet iedereen is een piekeraar, maar bijna iedereen piekert wel eens. Negen op de tien mensen doen het af en toe. Ongeveer één op de drie, soms één op de vier, zou zichzelf een piekeraar noemen. Dat zijn mensen die merken dat ze te vaak en te veel piekeren, en dat ze er last van ondervinden.
Is het dan zo: eens piekeraar, altijd piekeraar? Is het aangeboren?
Voor een stuk wel. Er is een genetische component: sommige mensen hebben van nature meer de neiging om te piekeren dan anderen. Maar het is zeker niet alleen aangeboren. Wat je meemaakt in je leven speelt een grote rol. Als je veel kommer en kwel tegenkomt in het leven, dan ga je sowieso ook wat meer piekeren omdat er meer stof is om over te piekeren. Het is eigenlijk een mix. Deels van nature en deels door de dingen die je meemaakt in het leven.
Waarover piekeren mensen het meest? Is dat wetenschappelijk onderzocht?
Ja, daar is veel onderzoek naar gedaan. Wanneer ik lezingen geef, vraag ik het publiek ook altijd waarover ze piekeren. De topantwoorden zijn meestal: school of werk, geld, gezondheid, relaties en andere mensen, wat anderen van ons denken. We maken ons veel zorgen over hoe we in een groep liggen, over onze eigen gezondheid en die van de mensen die we graag zien, en over financiële of schoolse kwesties.

Wat zijn de gevolgen van piekeren? Kun je er depressief van worden of slapeloos?
Op zich is piekeren niet schadelijk, tenzij het te vaak en te veel gebeurt. Dan wordt het wél een probleem. Piekeren zorgt ervoor dat stress langer in je lichaam blijft hangen. Stress op zich is niet slecht, maar als het blijft hangen, keert het zich tegen je. Op mentaal vlak kan piekeren bijdragen aan depressie en angstklachten. Het kan ook samengaan met middelenmisbruik of eetstoornissen. En bij lichamelijke aandoeningen weten we dat veel piekeren het herstel niet bevordert. Lichaam en geest zijn één: langdurige stress werkt op beide niveaus door.
Je schreef twee boeken Weg van het piekeren en Morgen stop ik met piekeren. Bieden ze oplossingen?
Je gebruikt het woord oplossing, en dan denken mensen meestal dat het piekeren gaat ophouden en daar loopt het mis. Een oplossing in de zin van “het piekeren stopt voorgoed”. Die bestaat niet. Als die bestond, had ik de Nobelprijs voor Geneeskunde al lang gekregen.
Een uitknop of mute-knop voor je gedachten bestaat niet. Wat wél kan, is leren om minder lang mee te gaan in het gepieker zodra het opkomt. Je kunt niet voorkomen dat een vervelende gedachte zich aandient, dat overkomt iedereen. Maar je kunt wel oefenen in hoe lang je ermee bezig blijft.
Veel mensen piekeren over dingen uit het verleden die niet meer te veranderen zijn, of over toekomstige angstscenario’s die in negen van de tien gevallen nooit uitkomen. Wat als dat gebeurt? Wat als er mijn kinderen iets overkomt? Door er telkens opnieuw in mee te gaan, gooi je eigenlijk olie op het vuur.
De kunst is dus niet: stoppen met piekeren. De kunst is: sneller herkennen dat je aan het piekeren bent, en leren om er minder lang in te blijven hangen. Daar bestaan technieken en oefeningen voor, maar volledig piekervrij worden, dat is niet realistisch.
Welke tips en tricks kan je geven aan mensen die veel piekeren?
Ik ben altijd voorzichtig met tips en tricks, want mensen denken dan meteen: “Ah, hiermee ga ik stoppen met piekeren.” Maar zo werkt het niet. Wat wél belangrijk is, is om het piekeren eerst op te merken. Veel mensen piekeren een hele tijd door en beseffen pas op het einde van de dag of week dat ze weer vastzaten in hun hoofd. Hoe sneller je merkt: “Hier gaan we weer,” hoe sneller je kunt afstappen van die piekertrein.
Wat kunnen mensen doen zodra ze merken dat ze piekeren?
Dan volgt een heel belangrijke vraag: ben ik aan het piekeren over iets waar ik iets aan kan doen, of niet? Dat is een belangrijke filosofische levensles: waar hebben we vat op, en waar niet?
Wat als je piekert over iets waar je geen controle over hebt?
Dan is het goed om te beseffen dat je veel tijd en energie verspilt aan iets waar je niets aan kunt veranderen. Denk aan situaties zoals Iran of Gaza: de meesten van ons kunnen daar hier en nu niets aan doen. Maar het feit dat je erover piekert, zegt iets moois over jou als mens. Je maakt je zorgen over wat daar gebeurt, over de impact op die mensen, of over wat het zou betekenen voor jouw geliefden als het escaleert. Dat is menselijk.
En wat als je piekert over iets waar je wél iets aan kunt doen?
Dan kijken we of je stilaan een eerste stap kunt zetten. Veel mensen piekeren over iets waar ze eigenlijk wél invloed op hebben, maar dat ze uitstellen. Dan helpen we hen om ondanks het gepieker toch kleine stappen te zetten. Zo merken ze: “Het lukt, het valt mee, en er gebeuren niet de verschrikkelijke dingen die ik vreesde.”
Onder elk gepieker zit een menselijke wens: gezien worden, veilig zijn, geliefden beschermen, het goed doen.
Een klassiek voorbeeld is de student die maar niet begint aan zijn scriptie of op het werk, een project dat je op de lange baan schuift. Je piekert: “Wat als het mislukt? Wat als mensen zeggen dat het nergens op trekt?” Dat is heel menselijk, we willen allemaal graag gezien worden. Maar als je blijft piekeren en niets doet, komt die scriptie of het project er niet. Dus laten we eerst mild kijken naar die angst, en dan zoeken we naar een eerste stap. Ondanks het gepieker toch beginnen. Sommige mensen piekeren ook eindeloos over dingen uit het verleden. Soms met reden, er zijn dingen gebeurd die pijn doen. Maar als je daarin blijft hangen, keert het zich tegen je. Dan praten we erover, maar zonder in eindeloos gepieker te blijven. Ondertussen zetten we kleine stappen richting dingen die betekenis hebben. Piekeraars moeten hun gepieker horen, maar er niet te vaak of te lang naar luisteren. Vaak moet je net het tegenovergestelde doen van wat je gepieker je influistert
Het klinkt allemaal logisch, maar het lijkt moeilijk voor mensen om dat te realiseren?
Alles wat helpt om het piekeren een beetje op afstand te zetten, kan waardevol zijn. Een echte piekeraar zit vaak volledig vast in zijn gedachten én tegelijk in een verschrikkelijke strijd ermee: “Ik mag niet piekeren, ik wil hiervan af.” Het gaat er niet om het piekeren weg te duwen, want dan zit je opnieuw in dat gevecht, maar om het een klein beetje opzij te zetten, met wat luchtigheid en mildheid. Dat kan al helpen om te voorkomen dat het te lang blijft doorgaan in je hoofd, en het creëert ruimte en energie om iets anders te doen. Mildheid klinkt inderdaad wat wollig, maar het is heel concreet. Ik vraag mensen vaak: welke wens of welk verlangen zit er onder jouw gepieker? Negen van de tien keer, kom je dan uit bij een heel normale menselijke wens. Als je piekert dat je je scriptie niet op tijd af krijgt, zit daar vaak de angst onder dat mensen zullen denken dat je faalt. En ja, we willen allemaal graag gezien worden. Als je een presentatie moet geven en je piekert: “Wat zullen ze wel niet van me denken?” Wie heeft dat nooit gehad? Maar als je daarbovenop ook nog denkt: “Ik mag zo niet denken,” dan wordt het een dubbele strijd in je hoofd. Onder elk gepieker zit een menselijke wens: gezien worden, veilig zijn, geliefden beschermen, het goed doen. Als je dat kunt herkennen, komt er al wat rust. De spanning zakt een beetje.
Voor ons als mens is verbonden zijn met anderen essentieel.
Geldt dat ook voor mensen die ’s nachts liggen te piekeren?
Zeker. ’s Nachts piekeren mensen vaak over dingen die op dat moment in hun leven spelen. Ouders die wakker liggen omdat hun kind gepest wordt, doen dat omdat ze hun kind graag zien en willen dat het veilig is.
Als je dat kunt erkennen, word je minder boos op jezelf omdat je niet slaapt. Want voor je het weet, lig je wakker omdat je piekert over het feit dat je piekert en dan wordt het helemaal een vicieuze cirkel.

Een beetje verzachting helpt: beseffen dat piekeren deel is van wie we zijn als mens. Dat haalt al wat druk van de ketel. Wat je vooral níét moet proberen, is stoppen met piekeren. Dat maakt het alleen maar erger.
Je spreekt ook over verbondenheid zoeken met anderen. Waarom is dat belangrijk?
Verbondenheid klinkt ook wollig, maar er zit veel wetenschap achter. Voor ons als mens is verbonden zijn met anderen essentieel. En waarover piekeren mensen vaak? Over het risico om niet meer in de groep te zitten, om niet meer verbonden te zijn. Het jammere is dat piekeraars vaak denken dat ze de enigen zijn die zo denken. Dat duwt hen nog meer in isolatie. Wanneer ik lezingen geef, is het voor veel mensen al enorm helpend om te horen dat één op de twee zichzelf een piekeraar noemt. Of dat één op drie tot vier mensen psychische problemen ervaart. Mensen denken vaak: “Ik ben vast de enige.” Maar dat is niet zo.
Welke boodschap wil je dat de lezers van jouw boeken meenemen?
Voor mij is de belangrijkste boodschap dat mensen begrijpen dat piekeren voor een groot stuk bij het mens zijn hoort. Het zegt iets over wat we belangrijk vinden. Piekeren is vervelend, maar het zal nooit helemaal verdwijnen. Wat wél kan, is leren om er minder lang in te blijven hangen en ondertussen meer werk te maken van de dingen die echt belangrijk zijn in het leven.
Je geeft op zaterdag 25 april een lezing bij Stoicon-X Gent. Wat wilt u dat deelnemers meenemen naar huis?
Ik wil op een heel toegankelijke manier iets vertellen over piekeren. Geen wetenschappelijke uiteenzetting met statistieken, maar een menselijke en behapbare uitleg: wat piekeren is, waarom we het doen, en vooral: dat het normaal is. Dat normaliseren en valideren is al een belangrijke stap. Daarnaast gebruik ik veel humor en luchtigheid. Ik geef voorbeelden, doe gedachte-experimenten, zodat mensen meteen voelen: “Ah, zo werkt dat bij mij.” En hopelijk denken ze na afloop: “Vanaf nu ga ik er net iets anders mee om, zodat ik meer tijd kan maken voor wat er echt toe doet.”
Met welke vraag open je meestal een workshop?
Ik vraag altijd waarover mensen piekeren. En ik vertel ook waarover ík pieker. Ik geef goede voorbeelden, zodat mensen meteen zien: “Ah, die professor psychologie piekert dus ook maar wat, net zoals wij allemaal.” Metaforen, oefeningen, persoonlijke voorbeelden en veel humor, dat is hoe we piekeren ontmantelen. We laten het niet verdwijnen, maar we nemen er wel een stuk van zijn kracht af.
We zijn sociale dieren, dus we zijn veel bezig met wat anderen van ons denken.
Ben je zelf eigenlijk een piekeraar?
Ja, absoluut. Ik ben een geboren piekeraar. Maar ik heb stilaan geleerd wat ik ook in mijn boeken beschrijf: niet proberen om er voorgoed mee te stoppen, maar het sneller opmerken. Dan denk ik: “Laat dat gepieker maar doorlopen, ik focus ondertussen op wat er echt toe doet.”En ik heb geleerd dat ik niet de enige ben. In mijn werk ontmoet ik veel mensen die piekeren, maar soms kom je ook mensen tegen naar wie je al heel je leven opkijkt, en dan blijken die ook gewoon te piekeren. Dat zijn de beste eyeopeners.
Zelfs tijdens dit interview heb ik gepiekerd. Als u in mijn hoofd kon meeluisteren, hoorde u gedachten als: “Oei, gaat dit antwoord wel de goede richting uit? Denken ze niet: waarom zijn we helemaal naar Leuven gekomen?” Als ik dáárnaar begin te luisteren en ermee in dialoog ga, wordt het een slecht interview. Maar ik wist op voorhand dat die gedachten zouden komen. Dan denk ik: “Ah, daar zijn ze weer, oude bekenden. Andere mensen hebben dit ook. Ik wil het gewoon goed doen.” En dat helpt om sneller terug te focussen op uw vraag.
Waarover pieker je het meest?
Over dezelfde dingen als de meeste mensen: andere mensen, wat ze van me denken, de toekomst, mijn kinderen, gezondheid. Dat is iets wat veel mensen herkennen: de angst dat je het niet goed doet, dat je ooit ontmaskerd wordt. We zijn sociale dieren, dus we zijn veel bezig met wat anderen van ons denken. Sommigen doen dat net iets te vaak en te veel en die wil ik graag helpen, één-op-één, in groep, of via een boek.
Kom op zaterdag 25 april naar Stoicon-X in het Geuzenhuis, waar je kan deelnemen aan een inspirerende namiddag en/of avond vol Stoïcijnse inzichten, gesprekken en praktische oefeningen.
Je kan vier boeiende talks bijwonen én deelnemen aan twee hands‑on workshops. Voorkennis heb je helemaal niet nodig: iedereen kan proeven van de Stoïcijnse levenskunst. Info en tickets
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.