Rimpelrevolutie

“We hebben ouderen nodig als tegenstem”

Geert Dewaele en Dimitri De Smet

Wat gebeurt er met een mens wanneer hij ouder wordt, niet zozeer lichamelijk, maar maatschappelijk? Waarom worden ouderen zo vaak bekeken door een lens van tekorten en kosten, terwijl ze een van de rijkste bronnen van levenservaring vormen? In ‘De Rimpelrevolutie’, de nieuwe theatermonoloog van Edgard Eeckman, staat die spanning centraal. Eeckman, jarenlang pleitbezorger van patiëntenrechten en zelf 69, gebruikt theater om een fundamentele vraag te stellen: hoe garanderen we dat mensen, ook op hoge leeftijd, hun zelfbeschikking en menswaardigheid behouden?

Edgard Eeckman is een creatieve duivel-doet-al en noemt zichzelf (over)actief gepensioneerd. Dat is geen understatement voor iemand die boeken schrijft, muziek maakt, acteert, workshops geeft en regisseert, om maar enkele van zijn hobby’s te noemen. Speciaal voor het interview heeft hij een toneelzaal in Merelbeke gereserveerd om al wat in de sfeer te komen. Want theater pompt door de aderen van deze verhalenverteller. En de inspiratie voor zijn nieuwste stuk ‘De Rimpelrevolutie’ moest hij deze keer niet ver zoeken: “De voorstelling draait rond een man van 69 die zijn medebewoners toespreekt en hen probeert te overtuigen dat er een revolutie nodig is, niet met vlaggen en barricades, maar een innerlijke, waardige vorm van verzet. Het gaat over het recht om zelf te bepalen wie je bent, hoe je wil leven en hoe je als oudere gezien wil worden. Ik heb het woord ‘revolutie’ bewust gekozen: niet om te choqueren, maar omdat een fundamentele houding tegenover ouderen moet kantelen. Niet lichtjes bijgestuurd worden, maar echt kantelen.”

Je haalt je eigen ervaringen aan. Hoe bepaalt ouder worden jouw blik op de samenleving?
Mijn persoonlijke ervaringen waren de katalysator. Ik ben nog actief, nieuwsgierig, leergierig, toch merk ik dat organisaties en mensen mij anders benaderen. Niet expliciet, maar subtiel voelbaar: ‘Hij is 69, hoeveel toekomst zit daar nog in?’ Ik heb dat gezien in theaterwereld, in opleidingen, in professionele contacten. Dat sluipt in de mentaliteit: ouderen worden vooral bekeken vanuit hun eindigheid, niet vanuit hun potentieel. Dat is pijnlijk, want het betekent dat je niet wordt beoordeeld op wie je bent, maar op wat men dénkt dat jouw leeftijd betekent. De voorstelling wil net dat mechanisme blootleggen.

Welke vooroordelen spelen daarbij een rol?
Eén van de hardnekkigste vooroordelen is dat ouderen per definitie ‘lastig’, ‘traag’, ‘duur’ of ‘afhankelijk’ zouden zijn. Dat narratief werkt door in politiek, in media, in zorg, zelfs in families. Veel ouderen nemen die beelden over en beginnen er zelf in te geloven: ‘Wij kosten te veel’, ‘we lopen in de weg’, ‘we zijn een blok aan het been voor de sociale zekerheid’. Maar ouder worden is geen collectieve fout. Het is een succesverhaal van onze gezondheidszorg en van maatschappelijke vooruitgang. We zouden trots mogen zijn op een samenleving waar mensen 80, 90 of 100 worden en ons afvragen hoe we die laatste levensfase menswaardig kunnen maken.

Edgard Eeckman: “Ik vind dat de samenleving anders moet kijken naar ouderen, maar ik vind ook dat ouderen niet te snel mogen besluiten dat het leven ‘niet meer voor hen’ is.”

Je benadrukt sterk het belang van wijsheid. Wat maakt wijsheid zo cruciaal?
Wijsheid is misschien wel de meest onderschatte vorm van menselijke rijkdom. We leven in een samenleving die snelheid en efficiëntie beloont, niet traagheid en reflectie. Maar ouderen hebben decennia ervaring in relaties, conflicten, verlies, vreugde, keuzes maken, omgaan met verandering. Dat leer je niet op school en niet via technologie. Het is een vorm van dieptekennis. Het tragische is dat we als samenleving precies dat verwaarlozen. We investeren enorm in data en technologie, maar veel minder in moreel kompas, empathie en levenservaring. Terwijl ouderen net daar kunnen schitteren.

‘De Rimpelrevolutie’ gaat over macht en afhankelijkheid…
Afhankelijkheid creëert macht, niet als dwang, maar als asymmetrie. Zodra je zorg nodig hebt, komt jouw autonomie onder druk. Je moet vertrouwen op anderen, en dat maakt kwetsbaar. Ouderen voelen dat soms heel scherp: de angst om te ‘lastig’ te zijn, om niet gehoord te worden, om sneller afgestopt te worden dan nodig. In de voorstelling gebruik ik anekdotes en situaties uit woonzorgcentra, niet om de sector te stigmatiseren, wel om te tonen hoe dichtbij die machtsmechanismen zitten. Een onverschillige blik, een denigrerende toon, een kleine beslissing over iemands leven die zonder overleg wordt genomen: dat zijn allemaal vormen van macht.

Is jouw pleidooi ook een oproep aan ouderen zelf?
Ja, en dat is misschien het meest delicate deel. Ik vind dat de samenleving anders moet kijken naar ouderen, maar ik vind ook dat ouderen niet te snel mogen besluiten dat het leven ‘niet meer voor hen’ is. Wie zich terugtrekt, verzwakt de hele groep. We hebben ouderen nodig als tegenstem, als geweten, als deelnemers aan het publieke leven. Maar ik begrijp ook hoe ontmoedigend het kan zijn om telkens weer te moeten bewijzen dat je er nog toe doet. Daarom pleit ik voor een dubbele revolutie: één in de samenleving, één in de ouderen zelf.

Hoe kijk je naar de toekomst van wonen en zorg als het over ouderen gaat?
We hebben lang gedacht dat woonzorgcentra de logische eindbestemming waren, maar dat model is aan herziening toe. Mensen willen thuis sterven, in hun eigen omgeving, tussen hun eigen spullen en herinneringen. Dat is geen detail, dat gaat over identiteit. Verhuizen naar een instelling is niet zomaar een praktische stap, het is een ontworteling. We moeten zorg veel dichter bij huis organiseren, buurten herdenken, mantelzorg ondersteunen, kleinschalig en relationeel werken. En vooral: ouderen als burgers blijven zien, niet als logistieke puzzel.

Wat wil je dat het publiek meeneemt uit jouw voorstelling?
Theater moet entertainen, maar het mag ook knagen. Ik wil dat mensen lachen, humor opent harten. Maar ik wil ook dat ze met vragen naar huis gaan: ‘Hoe kijk ik zelf naar ouder worden?’, ‘Hoe ga ik om met ouderen in mijn omgeving?’, ‘Wat betekent waardigheid voor mij?’ De voorstelling is geen pamflet, maar een uitnodiging tot gesprek. Ik droom ervan dat er nadien in de foyer wordt nagepraat, dat mensen hun eigen ervaringen delen. Dát is de echte rimpelrevolutie: bewustzijn dat zich verspreidt.

Is deze monoloog een vrijzinnig humanistische voorstelling?
Zonder twijfel. Omdat vrijzinnig humanisme draait rond zelfbeschikking, menselijke waardigheid, respect en verantwoordelijkheid. Mijn werk vertrekt altijd vanuit dat kompas: wie ben jij als mens, en hoe kan jij trouw blijven aan jezelf in omstandigheden die jou soms onvrij maken? Dat is de vraag die elke oudere en eigenlijk elke mens zich vroeg of laat stelt. En het is exact die vraag die ik op scène wil leggen.

Het theaterstuk De Rimpelrevolutie gaat in juli in première. Voor alle toekomstige data en locaties kan je hier terecht.