Vrije meningsuiting

“Zonder kritische houding ga je beetje bij beetje naar een dictatuur”

Bert Goossens en Dimitri De Smet

27 januari 2026

In de tentoonstelling Vrij om alles in vraag te stellen stelt politiek tekenaar Gerard Alsteens (85), beter bekend als GAL, een twintigtal tekeningen uit zijn indrukwekkende oeuvre tentoon. Daarin verbeeldt hij de vrije meningsuiting, en vooral ook iedereen en alles wat dat recht bedreigt. “Ik wil maatschappelijk relevant blijven zolang dat kan.”

We worden ontvangen in hartje Brussel, in een huis dat kunst ademt. Hier woont en werkt een icoon van de Belgische cartoonisten. Sinds 1960 is GAL actief als politiek tekenaar in Belgische media, waaronder De Nieuwe, De Zwijger en Knack. Op zijn vijfentachtigste blijft hij tekeningen en kunstwerken produceren, want de wereld blijft onverminderd kritische vragen oproepen:  “We leven in een moeilijk tijdsgewricht. Er is veel onzekerheid door de vele conflicten die er zijn. Met de wispelturigheid van Donald Trump stel ik me de vraag: hoe gaat dat evolueren? Het is een inspiratiebron voor mij om iets rond te maken, maar vrolijk word ik er niet van.”


Hoe heb je je roeping als politiek tekenaar gevonden?

“Toen ik jong was, heb ik lange tijd een gevoel van minderwaardigheid gehad. Ik kwam uit een eenvoudig milieu: zoon van een druiventeler, een soort amateurboer. Toen ik twaalf was, verscheen een kindertekening van mij in de krant. Misschien was dat het moment waarop ik later de keuze maakte om naar een kunstschool te gaan.

Het was in elk geval geen evidente beslissing, ook omdat we thuis geen auto hadden. Maar mijn ouders hebben dat wel toegelaten; ze hebben me nooit proberen tegen te houden.

De zeven jaar aan Sint-Lucas hoorden zonder twijfel bij van de plezantste jaren van mijn leven. Niet omdat ik uitging: ik was een nerd. Ik ging naar bibliotheken en musea. Ik had mezelf zelfs opgelegd om niet uit te gaan en geen lief te hebben, omdat ik voelde dat ik cultureel veel moest inhalen.

Die periode heeft me gevormd. Tot vandaag werkt dat door. Misschien klinkt het elitair, maar ik geloof dat cultuur mensen de ogen kan openen. Voor mij was dat toch zo.”

 

“Dat ik bekendsta als ‘scherp’, heb ik zelf nooit zo ervaren. Ik klaagde onrecht aan omdat ik het normaal vond dat ik dat moest doen.”

 

Speelde religie een rol in jouw opvoeding?

“Wij zijn absoluut katholiek opgevoed. Dat bepaalde alles. Wat me achteraf het meest is bijgebleven, is die vreemde combinatie van lichamelijke zorg en extreme preutsheid. Mijn moeder deed zonder schroom medische controles wanneer dat nodig was, maar tegelijk hing er een enorme schaamte rond seksualiteit.

Ik herinner me dat we bij het gasvuur een asbak hadden met Manneken Pis erop. Mijn moeder had rond het middel van het beeldje een tricolore draad gedraaid, zodat je zijn piemel niet zou zien. Godsdienst had toen een enorme vat op seksualiteit. Schaamte zat overal ingebakken, zelfs in de taal. Dat heb ik later ook verwerkt in mijn werk. Op een tentoonstelling in Mechelen schreef ik op de muur de woorden schaamstreek, schaamhaar en schaamlippen, die ik gedeeltelijk uitwiste en verving door ‘fierstreek’ enzovoort.

Daarnaast was er het religieuze schuldgevoel. We moesten niet alleen naar de mis, maar op zondagnamiddag ook naar het lof, waar schuld systematisch werd ingeprent. Je was altijd schuldig. Zelfs als je niets op je geweten had, werd je geacht toch iets te biechten. Zo ging je zonden uitvinden. Dat was geen uitzonderlijke opvoeding, maar typisch voor de rurale katholieke samenleving van toen.”

 

Heeft het geloof vandaag nog betekenis voor jou?

“Dat katholieke geloof is bij mij gaandeweg gekanteld. Ik zat met zoveel vragen waarop ik geen antwoorden kreeg. In die periode heb ik enorm veel gelezen, boeken verslonden, en dat heeft mijn denken doen evolueren.

Lange tijd noemde ik mezelf agnost, en dat klopt deels nog altijd. Je kunt blijven vragen stellen, zeker als je naar de natuur kijkt. Kristien Hemmerechts, een goede vriendin van mij, is opnieuw gelovig geworden. Daar heb ik ook een tekening over gemaakt, geïnspireerd op de gevouwen handen van Dürer. Het toont hoe overtuigingen soms onverwacht kunnen draaien.

Voor mezelf voelt dat anders. Er zijn zaken die ik niet begrijp, maar ik voel me meer verbonden met Knack-collega Dirk Draulans en een darwinistische visie op het leven.”

 

“Lachen met dramatische situaties of met slachtoffers gaat voor mij te ver”

Hoe kijk je naar de dood?

“Door mijn gezondheid denk ik noodgedwongen na over het levenseinde. Ik heb verschillende operaties gehad, een defibrillator en een pacemaker. Mijn cardioloog noemt me een hybride: half mens, half machine. Dat zet je aan het denken.

De voorbije jaren belandde ik meermaals in het ziekenhuis. Dan word je tegelijk behandeld om te blijven leven én gedwongen om over het einde na te denken. Het is misschien gek om het zo te zeggen, maar zolang je kinderen willen dat je blijft leven, blijf je doorgaan. Mijn oudste zoon heeft me al vaak gestimuleerd om nog dingen te ondernemen. Ik wil ook maatschappelijk relevant blijven zolang dat kan. Zolang het lukt, blijf ik werken.”

 

Even terug naar het thema van de tentoonstelling: vrije meningsuiting. Hoe belangrijk is die voor jou?

“Ik heb de vrije meningsuiting altijd gekoesterd. In de twintig jaar dat ik voor De Nieuwe werkte, was dat vanzelfsprekend: de redactie stond volledig achter een vrije mening. Dat ik bekendsta als ‘scherp’, heb ik zelf nooit zo ervaren. Ik klaagde onrecht aan omdat ik het normaal vond dat ik dat moest doen. Mijn vader deed dat trouwens ook, zonder veel poeha en vanuit een conservatievere invalshoek, maar het principe was hetzelfde.

Ik heb het geluk gehad om ooit met Caroline Pauwels in een jury te zitten. Zij stond niet alleen voor verwondering, maar ook voor vrije meningsuiting. Ooit liet ze Theo Francken spreken op de VUB, niet omdat ze zijn ideeën deelde, maar uit overtuiging dat uitwisseling van gedachten essentieel is. Ik zou die keuze zelf niet maken, maar als je verantwoordelijkheid draagt voor een groot en divers publiek, begrijp ik dat je die vrijheid soms ook moet garanderen voor stemmen die je zelf niet deelt.”

 

Zijn er grenzen aan de vrijheid van meningsuiting?

“Ik ben altijd sterk beïnvloed geweest door de Franse pers en cultuur. Ik ben opgegroeid met Hara-Kiri, de voorloper van Charlie Hebdo. Maar mijn verhouding tot die zwarte humor is veranderd. Charlie Hebdo is soms ver gegaan in humor om de humor, zoals recent nog met cartoons over de mensen die tijdens nieuwjaarsnacht omkwamen bij de brand in Zwitserland. Ik ga niet zeggen dat zoiets verboden moet worden, maar het is niet mijn humor. Lachen met dramatische situaties of met slachtoffers gaat voor mij te ver.”

 

Je schopt liever naar boven dan naar beneden?

“Ja, absoluut. Naar boven schoppen is noodzakelijk. Politici krijgen in de pers een forum om hun eigen producten aan te prijzen. Daar moet altijd een kritische houding tegenover staan. Dat is een absolute must in een democratie. Als dat verdwijnt, ga je beetje bij beetje naar een dictatuur. Dat zie je vandaag heel duidelijk bij Trump. In de Verenigde Staten is er veel te weinig weerstand vanuit de media en sociale media. Er is te weinig weerwerk tegen zo’n potentaat.”

 

“Met de wispelturigheid van Donald Trump stel ik me de vraag: hoe gaat dat evolueren?”

Hoe kijk je naar de hele woke-discussie?

“Als je vandaag kritisch bent, word je al snel ‘woke’ genoemd. Trump vindt het bijvoorbeeld ‘woke’ als je stelt dat de inheemse bevolking van de Verenigde Staten is uitgemoord en opgesloten in reservaten. Er zijn dingen die ‘woke’ zijn en die aangeklaagd moeten worden.

Tegelijk kan woke ook kinderachtige reacties teweegbrengen, waarbij je je afvraagt: is dat nu absoluut noodzakelijk? Maar ik heb meestal de neiging om te zeggen, bijvoorbeeld in de Zwarte Piet-discussie: ja, je moet daarover spreken. Waarom is zo’n figuur ooit ontstaan? Wat betekent dat vandaag?”

 

Brusselaars als jij wachten al een kleine eeuwigheid op een regering. Wat doet dat met jou?

“Brussel is de wereld, een kosmos op zich. Het is de enige echte grootstad die we in België hebben. Ik ben hier komen wonen uit wat ik mijn cultuurtekort noem. De stad, samen met boeken en enkele leerkrachten, heeft mij gevormd.

De politieke visies liggen zo ver uit elkaar dat een regering vormen haast onmogelijk lijkt. Brussel is bovendien altijd beschimpt geweest. Uitspraken zoals die van Bart De Wever die, verkleed als sinterklaas, Brussel ‘erg’ noemt omdat er mensen geen Nederlands spreken, heb ik al mijn hele leven gehoord. Brussel is vaak de pineut.

Hervormingen kunnen nodig zijn, maar voor mij staat de medemens voorop. Economisch denken is logisch, Brussel heeft grote schulden, maar daar leven mensen. Ik denk aan vluchtelingen die hier soms nog altijd in tenten of kartonnen dozen slapen. Daarom pleit ik voor een zachtere aanpak, ook al wordt dan gezegd dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken.

Nu, ik heb makkelijk spreken. Ik maak scherpe tekeningen, maar draag geen verantwoordelijkheid. Mijn werk kan wel inspireren en aanzetten tot actie. Zo heb ik gehoord dat mensen aan ontwikkelingssamenwerking zijn begonnen door mijn tekeningen.”

 

“Ik zal altijd voor jonge mensen opkomen, maar dat betekent niet dat ze altijd gelijk hebben”

Jongeren kwamen naar Brussel om te protesteren tegen het onderwijsbeleid. Hoe kijk je daarnaar?

“Ik vraag me af: zou ik vandaag mijn leerlingen aanmoedigen om te gaan staken?

Ik gaf al les in de periode van mei ’68. Toen trokken we met studenten de straat op om engagement aan te moedigen. De stakingen vandaag vind ik dubbelzinnig. Jonge mensen leven in een moeilijk tijdsgewricht. Sociale media, smartphones, fake news en zelfs fake beelden vormen een reële bedreiging. Dat zie je ook in de kunst: nagemaakte werken circuleren online, waardoor het onderscheid tussen echt en vals steeds moeilijker wordt.

Tegelijk zou ik zeggen: hoe meer sociaal contact, hoe beter. Maar als leraar zou ik misschien ook durven stellen dat het beter is om minder sociale media te hebben, en meer te zoeken naar authenticiteit, echtheid en juistheid. Dus ik begrijp wel dat men dit aan banden wil leggen.

Maar ik begrijp de stakers ook. Het tekort aan leerkrachten is groot, en die ‘vrije dag’ is voor hen nodig om zich bij te scholen. Daarom vind ik het terecht dat jongeren en leerkrachten hun stem laten horen. Ik zal altijd voor jonge mensen opkomen, maar dat betekent niet dat ze altijd gelijk hebben. Slecht geïnformeerd worden, door fake news op sociale media, kan leiden tot een heel ander gedachtegoed.”

 

Wat vind je van de jongere generatie cartoonisten?

“Er zijn vandaag tekenaars die bijzonder relevante dingen maken. Iemand als Lectrr vind ik erg sterk. Ik deel zijn gedachtegoed. Ook Marec maakt geweldige karikaturen. En er zijn uiteraard nog veel meer getalenteerde mensen.

Ik ben zelf een kind van de jaren zestig, de periode waarin ik begon te tekenen. Wij waren toen uitgesproken politiek geëngageerd en vonden dat de maatschappij kritisch bevraagd moest worden. Ik weet niet of politiek vandaag jonge mensen nog in dezelfde mate aanspreekt. Willen jonge mensen vandaag nog politiek tekenaar worden? Ik weet het niet.”

De tentoonstelling Vrij om alles in vraag te stellen is nog tot 13 februari te bezichtigen in het Vrijzinnig Punt Hasselt. Daarna kan je ze bezoeken in Sint-Niklaas, Aalst, Oudernaarde, Vilvoorde, Kortrijk en Antwerpen. Meer info over data en locaties.

 

De expo bezoeken met je klas? Maak een afspraak en ontdek het lespakket.

 

Zelf cartoons leren tekenen? Cartoonist Kwer neemt je tijdens Knetter op 28 februari mee in de wereld van cartoontekenen.