Kurt Van Eeghem is presentator, acteur en schrijver. In zijn column omarmt hij het leven en kiest hij ervoor om bewust te genieten van elk moment.
Ik sta er elke dag van versteld dat ik niet in een put ben gevallen, over een losliggende steen getuimeld of tegen een deur aangestrompeld. Het leven van een onhandige is best gevaarlijk. En onhandig ben ik absoluut. Door een of ander gelukkig toeval, noem het voorspoed bij miserie, beschik ik over een bijzonder instinct dat mij voor al te grote calamiteiten behoedt.
Het aantal accidenten dat ik mij herinner, kan ik op de vingers van één hand tellen. Zo was ik tot in mijn diepste vezels beschaamd omdat ik in mijn kinderbroek had gekakt, en wellicht is dat het meest schabouwelijke feit uit mijn prille jeugd. Zo zie je maar, getormenteerd kan je mij niet noemen. De andere kinderverhalen zijn zelfs onnozel, zoals likkend aan een ijsje tegen een paal aanlopen op de drukke zeedijk van mijn geboortedorp en iedereen die zich een bult lacht. Nee, de volle broek blijft een zeldzaam gênant hoogtepunt.
Mijn goede vriend E, geveld door een ongeneeslijke ziekte, herinnerde mij vanop zijn ziekbed aan het echte toppunt van onnozelheid – een herinnering die we overigens samen delen. We waren jonge acteurs, net van theaterschool af, energiek en we werkten aan een, wat had je gedacht, grensverleggende productie. Verlangend keken we uit naar de première, we waren niet te stuiten. Toch moest de pees eraf, we waren moe, kapotgewerkt. We telden onze centen, kochten tickets voor een weekje Alicante, verlangend naar zon en rust.
E bleef overnachten, want het vliegtuig zou al heel vroeg opstijgen. Helaas vonden we de tickets niet. Waar had ik die verdomde vouchers gelegd? Ik was er zeker van dat ze op het bureau klaarlagen, maar die ochtend was er niets meer. Het hele huis keerden we binnenstebuiten, geen plek lieten we onaangeroerd. Twee furies draafden door de kamers. Waar, oh waar? Ik gooide het raam open en riep naar de taxichauffeur: “We komen eraan.” Twintig minuten later werd dat: “Hoeveel moet ik u?” We zouden het niet meer halen, de tickets bleven spoorloos.
Daar zaten we dan, geen kant konden we op en al zeker niet naar Alicante. Muisstil staarden we voor ons uit. “We gaan naar zee,” zei ik plots, “ik bel mijn moeder, we hebben rust nodig.” Ik nam de telefoon van de haak, verzette daarbij met een kwade mep de adressenbak en uit de bodem van dat kistje viel een mapje … het mapje met de vouchers. We keken elkaar aan en barstten uit in een hysterisch gelach. En we bleven lachen, we lachten een week lang, het werd de mooiste vakantie die we ons konden indenken. De koffers waren niet voor niets gepakt.
En we lachen nog steeds. Zelfs nu E letterlijk aan bed is gekluisterd, leunen we naar elkaar toe om te lachen en te gieren. We herkauwen het hele verhaal nog maar eens en blijven lachen. Alicante, geen van beiden is er ooit geraakt. Vijfenveertig jaar geleden niet, nu niet, nooit niet. “Er is blijkbaar ook niets te zien in Alicante”, zeg ik, en zo lachen we verder.
Ik geniet van het moment, van E die ondanks de uitgemergelde botten de volledige ziekenhuiskamer vult met geluk. Ik lach om zijn pientere ogen waaruit het plezier gutst. Een verpleegster komt langs en onder haar handelingen trilt de lach na. Bijna een halve eeuw lang hebben we het verhaal tientallen keren herbeleefd. Telkens waren we de twee jonge goden die Vlaanderen lieten zien hoe goed theater wordt gemaakt, maar een trip naar Spanje kregen we niet voor elkaar. Soms liet de taxichauffeur de deurbel vier keer klingelen, in een volgende versie werd dat wel zeven keer. En telkens gooiden we het vensterraam open en brulden we dat we eraan kwamen. Niet dus.
Er bestaat geen betere manier om jezelf tegen pretentie te beschermen dan te lachen om je eigen stupiditeit. Je onvolmaaktheid te koesteren, je gebreken in de verf te zetten. Het allermooiste is uitgebreid gieren wanneer je per ongeluk in een put dondert, over een losse kei struikelt of tegen een deur aanloopt. Of wanneer je de vliegtickets niet vindt. Blijven lachen, E, mijn lieve vriend.
Lees hier meer columns van Kurt Van Eeghem.
Of bekijk ‘Het pleidooi‘ en ‘De inzichten‘ met Kurt Van Eeghem.
Lees hier andere artikels over zelfzorg.
Heb je zelf nood aan een gesprek, dan kan je altijd terecht bij een huisvandeMens in je buurt.
Foto bovenaan © Isabelle Pateer