Ooit stond een hiv infectie quasi gelijk met een doodsvonnis, maar dankzij de spectaculaire medische evolutie is daar geen sprake meer van. Met de juiste behandeling heeft iemand met hiv een normale levensverwachting en kan hij/zij het virus aan anderen niet meer doorgeven. Toch blijft het stigma zeer hardnekkig stand houden.
Nathalie, een jonge vrouw met Afrikaanse roots, stierf vrij recent in het ziekenhuis aan aids. Ze slaagde er niet in haar medicatie in te nemen. Die medicatie zou haar leven gered hebben, op voorwaarde dat ze elke dag één pil nam. Ondanks talrijke pogingen om haar hiertoe te motiveren was dit voor haar niet haalbaar. Medicatie nemen confronteerde haar telkens opnieuw met het virus en het boezemde haar angst in dat hiv hierdoor zou aan het licht komen. We merken dat mensen met hiv zeer bang zijn voor afwijzing, of in het geval van mensen met Afrikaanse achtergrond soms zelfs verstoting. Eenmaal uitgestoten ben je immers niets of niemand meer, en raak je zo geïsoleerd dat het onmenselijk en ondraaglijk wordt.

De kans op stigmatisering blijft groot. We zien nog steeds mensen die uit schaamte geen hiv-test test durven te vragen bij hun huisarts. Of ook omgekeerd, huisartsen die de test niet durven voor te stellen. Mensen lopen hierdoor het risico op een laattijdige diagnose. Schaamte kan ook in de weg staan om zorg te ontvangen. Het komt voor dat mensen met een hiv-diagnose zich niet verder medisch laten opvolgen, wat een onnodig risico inhoudt op zeer ernstige ziektes en zelfs overlijden. Ook ligt het zelfmoordcijfer hoger bij mensen met hiv in vergelijking met de algemene populatie. Afwijzing, negatieve uitspraken en discriminatie liggen hier mee aan de basis. De overgrote meerderheid van mensen met hiv gaan hierdoor nog steeds gebukt onder een levenslang geheim, dat ze soms zelfs niet durven delen met de mensen die hun het nauwst aan het hart liggen.
