Onderwijs
Bert Goossens
26 augustus 2026
Na een rijkgevulde carrière in de bedrijfswereld koos Frank Vanmeenen voor een job in het onderwijs. Als leerkracht niet-confessionele zedenleer wil hij jongeren kritisch leren denken en boven zichzelf laten uitstijgen. “Ik ben iemand die heel erg gelooft in de mens.”
We ontmoeten Vanmeenen op een warme zomerdag – zijn er nog andere? – in het huisvandeMens Sint-Niklaas. Voor ons zit iemand die een opmerkelijke weg heeft afgelegd: van een introverte jongen die zijn zelfvertrouwen vond achter de microfoon van een lokale radio tot manager in het bedrijfsleven en uiteindelijk leerkracht bij PTI West-Vlaanderen in Kortrijk. Vanmeenen groeide op in Avelgem. Gebeten door mens en samenleving trok hij als jongeling naar de Vrije Universiteit Brussel, waar hij zijn licentiaat hedendaagse geschiedenis behaalde. “Ik heb eerst voor de VUB gekozen en eigenlijk pas daarna voor geschiedenis. De universiteit sprak mij aan vanwege de centrale vrijzinnig humanistische visie.”
Kreeg je de vrijzinnige waarden van thuis mee?
Mijn pa was een geboren socialist, mijn ma kwam uit een liberaal gezin. Beiden waren niet strenggelovig. Ze hadden een sterk besef van hun eigen waarden, zonder daarin te overdrijven. Mijn pa was bijvoorbeeld arbeider bij Bekaert in Zwevegem en wilde bewust geen promotie, omdat hij dan niet meer vrijuit zijn mening zou kunnen geven. Dat zit voor een stuk ook in mij. Het zal een van de redenen zijn waarom ik af en toe van job veranderd ben.
Wat mijn twee zussen en ik zeker ook hebben meegekregen, is respect voor anderen. Tijdens de oorlog in Kosovo hebben mijn ouders vluchtelingen bij ons in de buurt geholpen. Dat krijg je mee: respect voor de mens, mensen helpen, een afkeer van racisme. Die dingen zitten ingebakken en dat probeer ik ook door te geven.
Ik zeg bij het begin van het jaar altijd: “Zedenleer? Dat is niet voor de examens, dat is voor het leven.”
Hoe maakte je dan de stap van een opleiding tot historicus naar het bedrijfsleven?
Al toen ik in het zesde leerjaar zat, vertelde ik het CLB dat ik geschiedenis wilde studeren. Wist ik toen veel. Ik ben iemand die altijd heel erg geïnteresseerd is geweest in de actualiteit, zeker internationaal. Maar ik was ook zéér introvert. In het derde middelbaar ben ik blijven zitten en voor mij was dat een bevrijding. Ik was plots een jaar ouder, moest nieuwe vrienden maken en dat gaf me toch meer zelfvertrouwen.
Ik had het grote geluk dat net op dat moment de – toen nog ‘illegale’ – lokale radio’s ingang begonnen te vinden. Daar kon ik mijn creativiteit in kwijt zonder dat ik de mensen onder ogen moest komen. Dat gaf mijn zelfvertrouwen echt een boost en zorgde er mee voor dat ik naar de universiteit durfde te gaan. Daarna heb ik mijn burgerdienst gedaan als PR-medewerker in een nieuw rusthuis bovenop de Kwaremont, om nadien met die ervaring een eerste job als communicatiemedewerker te vinden.
Je parcours is veelzijdig: je werkte in uiteenlopende sectoren.
Elke job die ik ooit gedaan heb, had met communicatie te maken. Ik heb gewerkt in pure communicatie, marketing en salesmanagement, tot uiteindelijk algemeen management. Ik heb me eigenlijk altijd geamuseerd. Ik ben een keer of vijftien van job veranderd, deels ook omdat ik de laatste jaren vooral interim-management heb gedaan, om bedrijven gedurende korte tijd met specifieke expertise bij te staan. Waarom? Omdat ik de ervaring die ik opdeed ook ergens anders wilde inzetten. Je leert zo ook ongelooflijk veel nieuwe mensen kennen, van wie je zelf weer leert.
Toen in 2023 ons eerste kleinkind werd geboren, zette ik de stap naar het onderwijs, als leerkracht niet-confessionele zedenleer en ondertussen geef ik ook het vak professionele communicatie.
Je groeide van een introverte jongen uit tot succesvol manager. Gebruik je die persoonlijke ervaring ook in de klas?
Ja, ik probeer mijn leerlingen altijd mee te geven dat je zo’n klik kunt maken. Met introvert zijn is op zich niks mis. Sommige van de meest intelligente mensen zijn introvert. Wanneer het je echter hindert in het realiseren van je dromen, of komt door een gebrek aan zelfvertrouwen of angst voor wat er fout kan gaan, kan je daar écht iets aan doen. Wat mij enorm heeft geholpen, is mezelf een eenvoudige vraag stellen: als ik dat nu doe, wat is dan het ergste dat kan gebeuren? Dan besef je vaak: eigenlijk is dat niet zo erg. En dan durf je het toch te doen.
Je merkt dat als je daar in de klas mee werkt, het leerlingen veel vertrouwen geeft. Ik heb dat dit jaar ook gezien. Leerlingen komen in het vijfde of zesde middelbaar toe, zijn soms rebels en ontbinden weleens hun duivels in de klas. Tot op het moment dat ze voor de klas moeten staan om een presentatie te geven, dan is die durf plots weg. Wanneer je daar vooraf in de loop van het jaar aandacht aan besteedt, tips geeft en vooral vertrouwen schenkt, dan zie je vele leerlingen boven zichzelf uitstijgen… Je houdt het bijna niet voor mogelijk.
Algemeen hebben we té weinig vertrouwen in onze jongeren. Ik hoor van jonge, waardevolle mensen uit de arbeidsfinaliteit nog te vaak: “Maar meneer, we zijn maar beroeps.” Daar wil ik tegen strijden. De levensles die ik aan elke leerling wil meegeven is: “Niemand kan alles, iedereen kan iets. Zoek naar datgene waar je goed in bent.” Ik sta er ook op om minstens één keer per jaar een positieve nota naar elke leerling te sturen, mét de ouders in kopie. Ik benoem de positieve zaken én enkele werkpunten. Leerlingen én ouders reageren hier zeer positief op. Dat geeft je ook krediet bij de ouders, voor het geval er dan toch eens iets mocht foutlopen.
Wat uit je bedrijfscarrière neem je mee naar de schoolcontext?
Toen ik bij het PTI begon, heb ik er bewust voor gekozen om mijn aandacht niet alleen op zedenleer te richten, maar ook op de school in het algemeen. Uiteraard zonder uit het oog te verliezen dat de meeste tijd naar je leerlingen moet gaan. Concreet heb ik me onder meer geëngageerd om mee de proclamatie te organiseren, dat is bij ons elk jaar een groot gebeuren, dat plaatsvindt in de evenementenhal Kortrijk Xpo. Ik heb het geluk gehad dat ik bij het toenmalige Belgacom drie jaar verantwoordelijk was voor alle niet-commerciële evenementen, zo’n 150 per jaar. Met die ervaring kon ik me meteen inzetten voor de school. Zo creëer je goodwill en vertrouwen, waardoor er misschien ook iets meer naar je mening geluisterd wordt dan naar die van ‘de leerkracht zedenleer’. Ik ben PTI West-Vlaanderen ook dankbaar voor dat vertrouwen.
Je zegt dat de meeste tijd naar je leerlingen moet gaan. Wat vind je daarin belangrijk?
Iets heel concreets wat ik belangrijk vind, is om tijdens klassenraden een leerling te verdedigen als er negatief over hem of haar wordt gesproken. Als leerkracht niet-confessionele zedenleer zie je een leerling soms in een heel andere context. Dat geeft je ook een ander perspectief. Het is belangrijk om dan je stem te gebruiken.
Je bent opgeleid als historicus. Waarom koos je ervoor om zedenleer te geven en niet geschiedenis?
Omdat ik zeer graag met jonge mensen werk en je door een vak als zedenleer veel dichter bij je leerlingen staat. Geschiedenis wil ik ooit nog wel geven, want dat is ook een vak waarin je sterk met storytelling kunt werken. Ik denk bovendien dat je leerlingen met een vak als zedenleer nog meer kunt doen groeien dan met geschiedenis. Zelf ben ik ook geïnspireerd door een aantal zeer goede leerkrachten zedenleer, zoals Etienne Vervacke. Ik kan niet zeggen dat hij voor zijn leerlingen God was, want dat zou niet passen binnen de geest van ons vak, maar je hing gewoon aan zijn lippen en aan die van sommige van zijn collega’s.
Wat maakt volgens jou een goede leerkracht zedenleer?
Je moet zeer begaan zijn met wat er in de wereld leeft en daar kritisch naar kunnen kijken. Daarnaast moet je als leerkracht zedenleer de tijd nemen om jonge mensen echt te leren kennen én te respecteren. Je moet weten wat er in hun leefwereld gebeurt en daar voldoende vragen bij stellen. Ook interesse tonen in de dingen waar ze buiten de schooltijd mee bezig zijn.
Het voorbije schooljaar was er veel onzekerheid over de toekomst van de levensbeschouwelijke vakken. Begreep je waar de aanhoudende kritiek vandaan kwam?
Onbegrijpelijk. Maar achteraf bekeken? Zeer begrijpelijk. Als je kijkt naar zedenleer, maar eigenlijk ook naar de andere levensbeschouwelijke vakken, dan hebben we misschien twintig jaar of langer in een soort wereldje geleefd waarin we wel interessante en belangrijke dingen deden, maar te weinig naar buiten zijn gaan vertellen wat de inhoud van ons vak nu precies was, en is.
Daardoor ontstond bij ouders, andere leerkrachten en in de politiek het idee: dat is gewoon een leuk babbeluurtje. En dan word je natuurlijk een gemakkelijk slachtoffer. Vanuit die redenering zegt men: oké, dan vervangen we dat door een vak burgerschap of interlevensbeschouwelijke dialoog. Maar zo eenvoudig is het niet. De thema’s in de verschillende levensbeschouwelijke vakken zijn vaak dezelfde: relaties, identiteit, rechtvaardigheid, dood. Niet vergeten: ook actualiteit. Het verschil zit in de manier waarop je ze benadert. Je kunt de actualiteit bespreken en zeggen: kijk, dit is de actualiteit, dit is de kaart. Maar het zijn net de godsdiensten en zedenleer die vanuit hun eigen denkwereld een kompas bieden om op die kaart je weg te zoeken. En net dat kompas is belangrijk.
Een levensbeschouwelijk vak kan je helpen ontdekken wie je bent en wie je later als mens wil worden. Dat mag een kost hebben, niet?
Kan je daarbij een concreet voorbeeld geven?
Neem een meisje dat opgroeit in een zeer streng islamitisch gezin. Met haar gevoelens en twijfels kan zij soms enkel terecht bij een islamleerkracht die haar leefwereld van binnenuit kent. Wij hebben bij ons op school bijvoorbeeld een jonge moslima als leerkracht, een top-lerares. Ze draagt een hoofddoek, maar loopt ook op All Stars en is een moderne jonge vrouw. Zo’n leerling zal zich bij haar gemakkelijker gesteund en begrepen voelen dan bij een vrijzinnige als mezelf.
Ik geef bewust een voorbeeld uit een ander levensbeschouwelijk vak, want dat toont dat die veilige omgeving niet alleen de kracht is van zedenleer: het geldt voor alle levensbeschouwelijke vakken. Hetzelfde zie je bijvoorbeeld bij een jonge Vlaamse jongen die opgroeit in een gezin waar nogal wat racisme is. Als hij het daar moeilijk mee heeft, zal hij zich misschien minder gemakkelijk uiten in een grote, gemengde groep dan in een kleinere groep zedenleer, waar hij de levensbeschouwing deelt met de leerkracht en de andere leerlingen.
Er is ook kritiek op de soms kleine klasgroepen. Men zegt: het kost teveel.
Ik geef vandaag soms les aan groepen waarin acht verschillende klassen samen zitten. Daar durf je je als individu veel minder te uiten dan in een groepje van tien, vijftien leerlingen. Men ziet ons door die kleinere groepen soms als een verliespost. Maar moet je daarop worden afgerekend omdat je iets meer kost? Ik denk dat we vooral moeten kunnen aantonen dat we die meerkost waard zijn. We moeten naar ouders en andere leerkrachten toe dat vak écht weer op de kaart zetten. Een ‘studeer-vak’ bepaalt de punten op je rapport en misschien wat je later zal doen als job. Een levensbeschouwelijk vak kan je helpen ontdekken wie je bent en wie je later als mens wil worden. Dat mag een kost hebben, niet?
Hoe merk je zelf dat zedenleer daadwerkelijk iets teweegbrengt bij leerlingen?
Een van de leukste momenten van zo’n schooljaar is wanneer je na de proclamatie met ouders praat. Ouders die bijvoorbeeld zeggen: “Meneer Vanmeenen, wat heb jij met onze zoon gedaan? Er interesseerde hem niets van wat er in de wereld gebeurde en nu komt hij thuis en begint hij over Donald Trump.” Ik besteed elke les een kwartier aan actualiteit: wat is er deze week gebeurd? Ook waarom iets net nu is gebeurd. Onlangs liep ik nog in de Aldi in Zwevegem. “Hé, meneer!” Ik draai me om en een oud-leerling komt gewoon zeggen: “Ik mis nog altijd de lessen die je gaf, én zeker de discussies rond de actualiteit.”
Er zijn zoveel mooie getuigenissen. Een leerlinge uit de arbeidsfinaliteit die zei dat ze altijd naar mijn lessen uitkeek en dat ik haar veel had bijgebracht over hoe de echte wereld in elkaar zit. Een andere leerling die stelde dat zedenleer “de enige lessen waren waar hij zichzelf kon zijn”. Dat zijn de dingen die me echt motiveren. Ze tonen waarom persoonlijke aandacht voor elke individuele leerling telt en waarom net zedenleer zo belangrijk is. Ik zeg bij het begin van het jaar altijd: “Zedenleer? Dat is niet voor de examens, dat is voor het leven.” En zo is het.
Meer info over het vak niet-confessionele zedenleer via nczedenleer.be
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.