“Moet iedereen de beste versie van zichzelf worden? Nee, bedankt.”

Thomas Detombe

12 oktober 2026

Wie zichzelf niet continu ontplooit, mist kansen en vergooit zijn leven. Of is het net andersom? Op 19 november fileren kunstenares Hilde Braet, ouderschapsauteur Lynn Geerinck en vrijzinnig humanistisch consulent Thomas Detombe onze moderne, prestatiegerichte invulling van zelfontplooiing. “Laat mensen vrij experimenteren. Niet alles moet efficiënt, productief of geniaal zijn.” 

Soms knaagt het gevoel dat ik ‘verder’ had kunnen staan. Leeftijdgenoten leiden een team of bedrijf. Ze rijden met een Tesla (uiteraard gekocht vóór Elon gek werd), werken in het buitenland of publiceren bestsellers over maatschappelijk urgente thema’s. Nochtans vind ik mijn leven best betekenisvol. Waarom dan dat latente gevoel van tekortschieten?

Ik vind mijn leven best zinvol. Waarom dan dat latente gevoel van tekortschieten?

Zelfontplooiing groeide uit tot een bijna universeel streven. De vraag hoe we uitgroeien tot de beste versie van onszelf lijkt logisch, maar ze maakt ook ziek. Onderzoekers als Trudy Dehue, Svend Brinckman en Bert van den Bergh verbinden moderne zelfontplooiing onder meer met depressie. “Wie depressief is, bezwijkt onder de druk om zichzelf waar te maken”, schreef van den Bergh in ‘De gestolen stoornis’; zijn doctoraatsschrift. Brinckman spreekt over een zelfontplooiingsimperatief. We leven, aldus Brinckman, in een ‘manische ontwikkelingscultuur’. Of je nu wil of niet, jezelf ontplooien zàl je! Heeft het neoliberale groeiverhaal onze hoogste menselijke behoefte gekaapt?

Een plicht, geen recht
Brinckman vindt alvast van wel: “Alles is mogelijk, predikt het neoliberale kapitalisme. Succes is een kwestie van de juiste keuzes maken en kansen grijpen. Omgekeerd is falen je eigen verantwoordelijkheid. Om in die logica overeind te blijven, richten we ons massaal naar binnen. We zoeken een coach, therapeut of levensbegeleider die onze professionele, emotionele en intellectuele vaardigheden helpt opkrikken. Continue zelfontplooiing lijkt de enige manier om nog mee te kunnen.”
Die persoonlijke groeifilosofie sijpelt volgens Brinckman door in werk, relaties én vrije tijd. “Alleen een job, partner of hobby die je helpt uitgroeien tot de beste versie van jezelf, lonen nog de moeite.” Nederlands wetenschapsfilosofe Trudy Dehue spreekt in dat verband over ‘verplichte vrijheid’. (…) “Je moet gezond leven, je regelmatig bijscholen, hobby’s en een partner kiezen die je vooruithelpen, enzovoort. Zo vervelt zelfontplooiing tot een plicht, in plaats van een recht: je leeft volgens regels die anderen – de prestatiemaatschappij- opstellen. Dat komt beleidsmakers overigens goed uit. Zelfontplooiing als een project van persoonlijk succes -vanuit individuele verantwoordelijkheid -legt de bal volledig bij de burger.”

Continue zelfontplooiing lijkt de enige manier om nog mee te kunnen

Verengen we zelfontplooiing tot een ratrace met jezelf en anderen? Check een platform als LinkedIn en je krijgt alvast die indruk. Mijn tijdslijn bulkt van de drukbezette mensen met een onverwoestbare ‘groeimindset’. Een onophoudelijke woord- en beeldenstroom rond ‘bijgewoonde symposia’, ‘leerrijke wederzijdse uitwisselingen’, promoties, en nauwelijks verholen professionele zelfverheerlijking. En altijd weer dat afmattende leidmotief van individuele – voornamelijk professionele – vooruitgang. In theorie zijn we vrijer dan ooit, de praktijk dwingt ons in een keurslijf van zelfoptimalisatie – niet vanuit of voor jezelf (laat staan anderen) maar ten dienste van een bepaald economisch model.

In haar vlijmscherpe Zelfverwoestingsboek (2019) fileert Nederlands journalist Marian Donner die zelfverbeteringscultuur. “De zelfhulpindustrie is groter dan ooit, en tegelijk boomt het aantal mensen met burn-out en psychische problemen.” In De grote Weigering (2022) legt ze vervolgens uit: “De mens ging zichzelf als een product zien (…) dat je moet optimaliseren om het zo goed mogelijk te kunnen verhandelen, bijvoorbeeld op Tinder of LinkedIn.”
“Zo verliezen we de vrijheid om af te wijken en écht anders te zijn”, concludeert Donner. “Wat overblijft is de vrijheid om te werken en te consumeren.” Een zeer eendimensionale invulling van ons mens-zijn, vindt ze. Volgens haar mogen (moeten!) we meer stinken, drinken, bloeden, branden en dansen. Als daad van verzet. Want ook onvolmaakt zijn we goed genoeg. En bovendien: de mens is meer dan een productie-eenheid. Of een wezen dat uitsluitend streeft naar materiële vooruitgang.”

Sterke village
Lynn Geerinck, gastspreker op 19 november, beaamt. “Zelfontplooiing die alleen maar geld kost, of steeds meer geld kost om nog bevredigend te kunnen zijn, is een straatje zonder einde. Bovendien overstijgt ‘zelf’-ontplooiing het individu. Je kan niet zonder meer zeggen: ik heb dit allemaal bereikt, louter en alleen dankzij mezelf. Waar je wieg staat, is cruciaal. Genieten van een voedend sociaal netwerk is dat evenzeer. Je ontplooit jezelf dankzij, samen met en soms ook in functie van anderen.”
“Zelfontplooiing voor iedereen veronderstelt een positief vrijheidsbegrip en een besef van wederzijdse afhankelijkheid. Niet iedereen komt met dezelfde talenten en kansen aan de start. “Ouders die geen sterke ‘village’ hebben bijvoorbeeld, missen ruimte om aan brede zelfontplooiing te doen. Zonder opvoedingshulp van familie, buren, grootouders,… raak je sneller uitgeput en wordt het moeilijk om veerkrachtig en liefdevol aanwezig zijn voor je kinderen.”

Je kan niet zonder meer zeggen: ik heb dit allemaal bereikt louter en alleen dankzij mezelf.

“Als we iedereen de kans willen geven om te leven in plaats van overleven, moeten we iedereen ook voldoende steunen: zowel beleidsmatig als informeel. Denk bijvoorbeeld aan de waarde van een goed burencontact. Daarnaast denk ik dat we de invulling van zelfontplooiing kunnen verbreden. Waarom zouden hechte familie- of vriendschapsrelaties geen waardevol doel op zich kunnen zijn? Zelfontplooiing kan ook over anderen gaan. Daarom spreken collectivistische culturen me aan. Het besef dat je iemand bent dankzij -en samen met- anderen is er veel sterker aanwezig.”

“Als jonge mama streef ik andere doelen na dan als vrouw van 25”, vervolgt Geerinck. “Het ouderschap vervult me met een onvergelijkbaar gevoel van geluk en betekenis. Een mens op deze wereld mogen zetten en die mens kunnen begeleiden op zijn eigen pad: bestaat er iets grootser? Tegelijk confronteert het ouderschap me voortdurend met grenzen. Wie kan ik nóg zijn, behalve moeder? Hoeveel ruimte krijg ik voor die andere rollen? Jezelf, je plek en je noden leren kennen in relatie tot wat het leven je vraagt; ook dat is zelfontplooiing.

Egocentrisme
Hilde Braet, kunstenares en fotografe, is de tweede gastspreker op 19 november. Net zoals Geerinck wil ze de relationele en maatschappelijke dimensies van zelfontplooiing niet vergeten. “Voor mij betekent zelfontplooiing je voelsprieten uitsteken, nieuwe inzichten verwerven en grenzen verleggen. De vrijheid om dat te doen is meer dan een persoonlijke verdienste, het is ook iets wat je meekrijgt, al van kinds af. Je netwerk en achtergrond bepalen in hoge mate je maatschappelijke kansen en dus je ruimte voor zelfontplooiing.”
Braet: “Creatieve expressie die maatschappelijk schuurt en tot denken aanzet, geeft mijn leven zin. Wat ik artistiek doe, vloeit voort uit idealisme, een soort roeping zelfs. Tegelijk heb ik ook de ogen van anderen nodig; toeschouwers die mijn werk aandachtig bekijken en er iets mee doen. Die wisselwerking tussen persoonlijke drive en een zekere mate van erkenning vind ik cruciaal. Als kunstenaar creëer ik op een eilandje, maar ik heb ook verbinding met de wereld nodig.”

Als kunstenaar creëer ik op een eilandje, vanuit idealisme. Maar ik heb ook toeschouwers nodig.

Een brede invulling van zelfontplooiing start volgens Braet vanuit een minstens even breed mensbeeld. “We hebben de neiging om mensen te reduceren tot één facet van hun persoonlijkheid. Of erger: tot hun meetbare economische waarde. Als je een beperking hebt, ouder bent of een ander kenmerk waardoor je zichtbaar afwijkt van de norm geldt dat nog meer. Nochtans is onze identiteit per definitie meerlagig. Je kan én een fysieke handicap hebben, én kunstenaar én vogelliefhebber zijn én muziekliefhebber én vrijzinnig of gelovig. Bovendien sluit het ene het andere niet uit. Een vriendin van me wilde piano leren spelen. Omdat ze wat ouder is en last heeft van artrose, reageerde haar omgeving verbaasd tot zelfs afwijzend. Waarom toch? Ze zal de Koningin Elisabethwedstrijd niet winnen, maar is dat dan het doel?”

Het neoliberale groei-discours beperkt de wijze waarop we onszelf kunnen en willen ontplooien

“Ik erger me aan het neoliberale groei-discours. Ook omdat het de wijze waarop we onszelf kunnen en willen ontplooien beperkt. Soms lijkt het alsof alleen je job nog telt. Dat professionele is vaak het eerste waarnaar mensen vragen. Wat vertel je dan als je werkloos bent? Of gepensioneerd? Of als werken niet lukt omdat je zorgdraagt voor iemand? Niet alles hoeft economisch productief of artistiek geniaal te zijn. Laat mensen gewoon vrij experimenteren op verschillende domeinen.”
Geerinck sluit zich daarbij aan: “Ik pas voor het model waarin iedereen voortdurend de beste versie van zichzelf moet worden. Er zijn talloze manieren om waardevol te zijn. Je kan je op talloze manieren ontplooien. In kunst, vriendschappen, natuur, zorg, spel, enzovoort. Dat zijn vaak geen kwantificeerbare zaken, maar ze zijn net zo wezenlijk als de vraag hoe het staat met je carrière of bankrekening.”

Grenzen opzoeken
Als laatste verwijst Braet naar de kracht van grenzen op te zoeken. “Dat doe ik in m’n werk voortdurend: balanceren op wat kan en mag getoond worden en de manier waarop. Nochtans heb ik mezelf ook gecensureerd, wellicht vanuit een conservatieve opvoeding. In 2011 gooide ik die last van me af met het fotoboek “Ontbloot”. Daarna volgden nog foto-exposities over seksualiteit bij vrouwen met een beperking, oudere vrouwen en BDSM. Taboes doorbreken is spannend, het dwingt je uit je comfortzone. Maar net daar begint vernieuwing. Spanning leidt finaal tot een diep gevoel van bevrijding. Wie de confrontatie volledig uit zijn leven bant, verliest ook zijn toegang tot ware zelfontplooiing.”

Dit is een ingekorte, sterk bewerkte en aangevulde versie van een bijdrage die eerder in EOS Psyche&Brein verscheen