Filosofie
Mila De Baere
3 november 2026
Hoe vind je betekenis in het leven zonder te geloven in een leven na de dood? En hoe blijf je kritisch nadenken wanneer sociale media en overtuigingen je voortdurend antwoorden aanreiken? In zijn debuutroman Heil laat Victor De Roo (29) zijn hoofdpersonage zoeken naar houvast in een complexe wereld. Als leerkracht Nederlands en filosofie probeert hij zijn leerlingen diezelfde zoektocht te laten aangaan: niet door hen te vertellen wat ze moeten denken, maar door hen te leren zelf vragen te stellen.
Victor De Roo geeft voltijds les aan het atheneum in Anderlecht en doceert daarnaast aan IHECS hogeschool. Nederlands en filosofie zijn niet alleen zijn vakken, maar ook de onderwerpen die hem persoonlijk bezighouden. In Heil komen die interesses samen in een verhaal over levensvragen, verschillende levensbeschouwingen en de zoektocht naar betekenis.
Je debuutroman Heil draait rond Lazaar Vanderschrick, een personage dat worstelt met levensvragen en op zoek gaat naar zijn eigen weg. Hoe is dat verhaal ontstaan?
Het is begonnen vanuit een soort non-fictiereportage. Ik ben op een dag zelf naar Charleroi getrokken en heb daar in een soort Airbnb overnacht. Ik wilde er nadenken over het boek dat ik al heel lang wilde schrijven. In plaats daarvan keerde ik terug met het idee om de ervaringen die ik daar had opgedaan als basis voor dat boek te gebruiken. Ik heb er allerlei figuren ontmoet en ben me steeds meer gaan verdiepen in hoe andere mensen en culturen naar de wereld en zichzelf kijken. Niet uit een oppervlakkige interesse, maar omdat ik wilde onderzoeken of ik daar zelf iets uit kon leren en of die andere perspectieven ook iets voor mijn eigen leven konden betekenen.
Uiteindelijk is het fictie geworden. De personages hebben elk een bepaalde filosofische achtergrond die voortkomt uit mijn eigen zoektocht en de mensen en ideeën waarmee ik in contact ben gekomen.
Je geeft les aan jongeren met verschillende levensbeschouwingen. Wat maakt hen volgens jou vatbaar voor dogma’s?
Ik denk dat jongeren in eerste instantie veel meekrijgen van thuis. In de context waarin ik werk, hebben veel leerlingen een islamitische of christelijke achtergrond, naast andere levensbeschouwingen en jongeren die niet geloven. Die laatste groep is relatief klein. Jongeren beïnvloeden elkaar ook. Als je in een klas zit waarin de meeste mensen in een god geloven, is het niet vanzelfsprekend om naar voren te komen en te zeggen dat je zelf niet gelooft. Het vraagt iets om een andere kijk op de wereld te verdedigen wanneer je omgeving een bepaalde overtuiging deelt.
Als leerkracht probeer ik mijn leerlingen daarnaast te tonen dat er ook buiten die dogma’s zinvolle wegen bestaan. Mensen met een bepaalde overtuiging zijn vaak overtuigd dat hun weg de juiste is. Via filosofie en literatuur wil ik laten zien dat ook andere manieren van leven mooi kunnen zijn en iets voor hen kunnen betekenen. Zonder hun ooit iets op te leggen.
Hoe ver moet de dialoog tussen verschillende levensbeschouwingen volgens jou gaan?
Ik denk dat de eerste stap erin bestaat naar onszelf te kijken en onze eigen cultuur beter te begrijpen. Hoe is die historisch ontstaan? Hoe zijn bepaalde overtuigingen gevormd? Dat inzicht kan al veel verduidelijken.
Vanuit die zelfkennis is dialoog heel belangrijk. Het alternatief is proberen de ander te overtuigen en een soort hegemonie te bereiken over andere manieren om naar de wereld te kijken.
Ik noem die manieren graag interpretatiekaders: iedere stroming heeft haar eigen manier om de werkelijkheid te begrijpen. Hoe beter we ons bewust zijn van ons eigen interpretatiekader én dat van anderen, hoe meer ruimte er ontstaat voor dialoog. Op school zien we dat jongeren daar redelijk open voor staan. In levensbeschouwelijke vakken zijn er momenten waarop leerlingen met elkaar in gesprek gaan over hun eigen overtuigingen en die van anderen. Dat blijkt mogelijk. Door globalisering en migratie bevindt de ander zich bovendien steeds vaker vlak naast ons, in plaats van op een ander continent.
Je boek verschijnt in een wereld waarin veel onrecht bestaat. Kan geloof mensen helpen om daarmee om te gaan, of schuilt daarin ook een gevaar?
In het boek ziet Lazaar al het onrecht en onheil in de wereld en vraagt hij zich af hoe hij daar betekenis aan kan geven zonder zijn geloof in de mensheid te verliezen. We worden geconfronteerd met sociaaleconomisch en koloniaal onrecht, zowel vandaag als in het verleden. Hij vraagt zich af wat dat allemaal betekent als er na de dood geen gerechtigheid komt. Wat als mensen die duizenden levens op hun geweten hebben uiteindelijk in alle rust kunnen sterven? Wat blijft er dan over van het idee dat er rechtvaardigheid bestaat?
Ik denk dat die vragen mensen ertoe kunnen aanzetten om antwoorden te zoeken in een leven na de dood. Hoop kan belangrijk zijn. Als die hoop wegvalt, dreigen sommige mensen in een allesomvattend pessimisme terecht te komen.
Maar er is ook een keerzijde. Wanneer we te veel investeren in een wereld na de dood, dreigen we het leven hier op aarde minder te waarderen en er minder in te investeren. Nietzsche laat Zarathustra daarom oproepen om trouw te zijn aan de aarde en aan het leven hier. Niemand heeft de garantie dat er na de dood nog iets komt. Dat maakt het leven dat we nu hebben des te belangrijker.
Kun je betekenis geven aan je leven zonder god?
Zeker. Dat is ook een vraag die ik vaak van mijn leerlingen krijg. Ze vragen me dan: als je niet in god gelooft, wat geeft je leven dan zin? Een mogelijk antwoord zit voor mij in het idee dat we deel uitmaken van een groter geheel. In het boek komt dat onder meer terug bij Mustafa, een personage dat geïnspireerd is door zowel religieuze verhalen als Nietzsche.
In plaats van alleen bezig te zijn met ons eigen, individuele bestaan, kunnen we nadenken over wat we op langere termijn bijdragen. We kunnen het individu overstijgen en beseffen dat we deel uitmaken van iets dat na onze eigen dood verder zal leven en evolueren. Daarvoor hebben we niet noodzakelijk een leven na de dood nodig, maar wel een soort leven na het leven: iets wat we achterlaten en wat verdergaat nadat wij er niet meer zijn.
Dat kan via onze eigen kinderen, als we die hebben, maar evengoed via mijn leerlingen, de mensen die mijn boek lezen of anderen met wie we in contact komen. Ik hoop dat ik iets kan meegeven dat na mij een nieuw leven gaat leiden. Die gedachte vind ik persoonlijk veel hoopvoller dan het eventuele leven na de dood.
Welke invloed hebben sociale media volgens jou op de zoektocht van jongeren naar zichzelf?
Ik denk dat sociale media voor veel verwarring en afleiding kunnen zorgen. Jongeren krijgen voortdurend pasklare, behapbare antwoorden voorgeschoteld. Dat kan hen in de weg staan bij hun zoektocht naar zichzelf, omdat het zoveel tijd en energie inneemt dat er minder ruimte overblijft om stil te staan bij wie ze zijn en wat ze zelf waar of onwaar vinden. Ik sta sceptisch tegenover de plaats die sociale media bij veel mensen innemen. We moeten ons afvragen hoe we afstand kunnen nemen van de waan van de dag en ons kunnen focussen op wat echt belangrijk is. De tijd die we als mens op aarde hebben, is beperkt. Hoeveel daarvan willen we besteden aan zaken die er eigenlijk niet toe doen?
Ook ouders spelen daarin een rol. Ik ben zelf opgegroeid met ouders die mijn broer, zus en mij aanspoorden om te lezen, ook wanneer we daar geen zin in hadden. Als ik mijn leerlingen vraag wie tijdens de vakantie heeft gelezen, zijn dat er vaak maar enkelen.
Als een ouder zelf niets anders doet dan media consumeren, kunnen we moeilijk verwachten dat een kind vanzelf afstand neemt van die smartphone. Als leerkracht probeer ik mijn leerlingen op een inspirerende manier aan te moedigen om kennis op te doen en zichzelf beter te leren kennen. Dat is niet gemakkelijk, want zodra ze ’s avonds hun smartphone weer oppakken, klinken mijn woorden waarschijnlijk al heel ver weg.
Toch blijf ik die uitdaging aangaan. Onderwijs is voor mij bijzonder belangrijk. We kunnen jongeren zaken meegeven die ze de rest van hun leven meenemen. Samen met nieuwe generaties kunnen we onze koers bijsturen en nadenken over de toekomst.
Welke rol speelt filosofie in het ontwikkelen van dat kritische denkvermogen?
Ik denk dat jongeren op school moeten leren om kritisch te denken. In mijn lessen besteed ik bijvoorbeeld aandacht aan mediawijsheid. Ik heb zelf journalistiek gestudeerd aan de VUB en daar geleerd om kritisch naar media te kijken: hoe werkt framing en wat gebeurt er met informatie voordat die ons bereikt?
Artificiële intelligentie wordt steeds slimmer. Via algoritmes kunnen jongeren bovendien gemakkelijk in een tunnelvisie terechtkomen. Mensen zijn beïnvloedbaar en niemand is immuun voor externe invloeden. Daarom is het belangrijk dat we leren omgaan met onze eigen ideeën en onszelf zo organiseren dat we minder gemakkelijk worden meegesleept. Filosofie kan daarbij inspiratie bieden. Ze leert ons om afstand te nemen, vragen te stellen en onze eigen overtuigingen te onderzoeken.
Stel dat een jongere naar je toe komt en vraagt hoe die een goed leven moet leiden. Wat zou je vooral niet antwoorden?
Ik zou vooral geen pasklaar antwoord geven. Ik kan verschillende ingangen aanreiken en mogelijke pistes tonen, maar ik ga jongeren niet zomaar vertellen wat mag en niet mag. Ik vind dat ze daar zelf hun weg in moeten vinden. Ik merk dat die vragen sterk leven bij jongeren: wat mag van god en wat niet? Binnen de muren van het filosofielokaal wil ik hen net helpen om daarvan los te komen en zelf te onderzoeken waarom ze iets wel of niet zouden doen. Je kunt jongeren niet zomaar vertellen wat ze moeten doen en verwachten dat ze je volgen.
Ik wil hen boeken aanraden, hen nieuwe ideeën aanreiken en hen uitnodigen om na te denken. Maar een kant-en-klaar antwoord geef ik liever niet, omdat ik het zelf ook niet zou willen krijgen. Zeker niet op die leeftijd, wanneer je nog zo vatbaar bent voor invloeden van buitenaf. Je zou iemand een weg kunnen tonen die helemaal niet bij diens persoonlijkheid past.
Uiteindelijk moet iedereen zelf verantwoordelijkheid nemen voor de eigen keuzes. Filosofie geeft je geen definitieve antwoorden, maar helpt je wel om betere vragen te stellen en bewuster je eigen weg te zoeken.
Heil is verkrijgbaar bij alle zelfstandige boekenwinkels.
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.