Op 8 mei brengen we Simon Gronowski en Björn Rzoska samen. Zij delen hun verhaal met elkaar en met het publiek. Via hun persoonlijke geschiedenis krijgen we meer inzicht in ons eigen verleden. Hun verhalen en inzichten blijken vandaag – helaas – weer brandend actueel.
Simon Gronowski (1931) is bekend als het jongetje dat de holocaust overleefde. Hij was amper 11 jaar oud toen hij met hulp van zijn moeder van de trein sprong die hen naar Auschwitz-Birkenau bracht. Zijn moeder en later zijn zus, komen om in dat concentratiekamp. Kort na de oorlog sterft zijn vader van wanhoop. Simon blijft alleen achter. Björn Rzoska (1973) is de kleinzoon van een Vlaamse collaborateur en een “Polish Guard” (bewaker van militaire sites en gevangenen na de oorlog, een logistieke functie vaak ingevuld door ontheemden of ‘displaced persons’). Dat zorgt voor heel wat familieverhalen terwijl Rzoska opgroeit. Gronowski en Rzoska gaan elk op hun eigen manier om met dit verleden.
Simon Gronowski studeert rechten en wordt advocaat. Hij pleit al jaar en dag voor verdraagzaamheid en vrede. Hij getuigt wereldwijd over de shoah (holocaust), zowel voor een ouder als een jonger publiek en vergezelt ook regelmatig groepen naar Auschwitz. Zijn doelstelling is vooral de jongeren de barbarij van de nazi’s in België en heel Europa te leren kennen om democratie te blijven beschermen.
Björn Rzoska is historicus. Zijn licentiaatsverhandeling gaat over het interneringscentrum voor collaborateurs in Lokeren. Dat verwerkt hij later tot een boek. Hij is lang actief in de culturele en de erfgoedwereld en tot eind 2025 was hij politicus voor Groen. Rzoska gaat op zoek naar de waarheid achter de familieverhalen en de rol van zijn grootvaders tijdens de oorlog. Zijn zoektocht verwerkt hij in het boek ‘Gedeelde Grond’: zonder taboe gaat hij de gevoelige onderwerpen niet uit de weg en komt tot enkele verrassende inzichten. Sinds maart 2025 is Rzoska voorzitter van het Vlaams Vredesinstituut.
Gratis
Inschrijven via osb-vub
(c) Foto Simon Gronowski: deMens.nu
(c) Foto Björn Rzoska: An Clapdorp
