Blasfemie
Thomas Detombe
30 januari 2026
Eind 2024 begin 2025 liep de tentoonstelling Nom de Dieu: kritiek, blasfemie, satire …? aan de Vrije Universiteit Brussel, in samenwerking met huisvandeMens Brussel en Pilar. Daarnaast verscheen er ook een gelijknamig boek. Eén vraag die expo en boek verkennen, is: mag kunst taboes doorbreken en aanstootgevend zijn of moet ze rekening houden met religieuze gevoeligheden?
Een relevante vraag
De kindervrienden, een schilderij van de Gentse Dees De Bruyne (1940-1998), is zo’n spraakmakend werk. Het schilderij portretteert enkele machtigen der aarde als kinderverkrachters, geweldenaars en sadisten. Ook de paus en een kardinaal ontbreken niet op de feestdis. Ze verlustigen zich aan het jonge, weerloze vlees en genieten van hun grensoverschrijdende macht.
Het blasfemische werk uit 1972 verbeeldt de hypocrisie, normvervaging en corruptie binnen gevestigde (religieuze) orde(s). Meer dan vijftig jaar verdween het van de radar, tot het op iemands zolder bleek te staan.
Net vóór het originele kunstwerk opdook, kreeg het al een plek in het boek Nom de Dieu: kritiek, blasfemie, satire …? In verschillende essays verkennen historici, juristen, filosofen en filmcritici daarin onder andere de vraag of kunstenaars rekening moeten houden met religieuze gevoeligheden.
In tijden van oplopende polarisatie is dat een relevante vraag, die echter onmiddellijk andere vragen oproept. Want wie stelt die vraag en met welk doel? Wat zijn ‘religieuze gevoeligheden’ precies? En beperken we ons tot een juridisch antwoord – wat zegt de wet? Of verbreden we de discussie vanuit vrijzinnig humanistische waarden en fundamentele westerse verworvenheden zoals de vrijheid van expressie?
Ongemakkelijke spiegel
Sinds de Verlichting zijn kritiek, satire en blasfemie onmisbare bouwstenen binnen de westerse cultuur. Zonder de vrijheid om kritisch te zijn, houdt de vrijheid finaal op te bestaan. Bovendien voedt blasfemie of godslastering het debat. Het plaatst vraagtekens bij de gevestigde orde, doorprikt onderdrukkende denkbeelden en zet antidogmatische ideeën in de schijnwerpers.
Ook De kindervrienden heeft die intentie. Daarmee plaatst De Bruyne zich in een lange traditie van blasfemie en satire als ongemakkelijke spiegels van de menselijke tekortkomingen.
Moderne kunst haalt de grammatica van taal en beeld overhoop. Ook blasfemie doet dat. In het ideale geval leidt ze tot loutering en maatschappelijke vooruitgang. De kindervrienden verbeeldt genadeloos de immoraliteit van een cultuur, een tijdperk en bepaalde machtsrelaties.
Een dergelijk werk verbieden, zou die immoraliteit verhullen zonder dat ze verdwijnt. Misschien spaar je de gevoelens van enkele gelovigen, maar die voorzichtigheid komt met een prijs: een onwenselijke status quo waartegen niemand zich openlijk verzet. Of durft te verzetten. Want als blasfemie niet meer mag kwetsen, is het einde ervan in zicht.
“Godslastering, aldus onze grondwet, valt onder het recht op vrije meningsuiting. De enige beperking is aanzetten tot haat en discriminatie”
Recht op vrije meningsuiting
In zijn grondwet hanteert België een zeer ruime persvrijheid en vrijheid van levensbeschouwing. Godslastering, aldus onze grondwet, valt onder het recht op vrije meningsuiting. De enige beperking is aanzetten tot haat en discriminatie.
Met andere woorden, je mag gelovigen beledigen, maar je mag anderen er niet toe verleiden om de gelovigen in kwestie schade toe te brengen.
Die ruime interpretatie is niet verworven, bewijzen andere Europese landen. In Oostenrijk is blasfemie strafbaar. Spanje straft het publiekelijk kwetsen van de gevoelens van een kerkgemeenschap; ook spotten met dogma’s is er verboden. Nederland schafte zijn wet tegen godslastering pas in 2014 af, Engeland en Wales in 2008 en Schotland in 2024. In Duitsland is blasfemie toegelaten, zolang ze de openbare orde niet verstoort.
Religieuze vrede
Interessant is ook de positie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Het EHRM stelt dat vrije meningsuiting en het strafbaar stellen van blasfemie elkaar niet per se uitsluiten, zolang de strafbaarheid dient om de levensbeschouwelijke vrede te bewaren.
Beledigen en provoceren is dus toegelaten, tenzij het aanzet tot religieuze intolerantie of als het om een aanval op een object van religieuze verering gaat. Dan spreekt het Hof over een kwaadwillige inbreuk op de religieuze vrede. Die EHRM-kijk lijkt op de Belgische interpretatie: wie aanzet tot religieuze intolerantie, overschrijdt de wettelijke grens.
Op die manier probeert het EHRM de bewegingsruimte van blasfemische kunstenaars duidelijk te omschrijven. Dat er desondanks grijze zones bestaan, is duidelijk. Of blasfemie een misdrijf is, hangt in westerse rechtssystemen bijvoorbeeld vaak samen met de vraag of de kunstenaar zijn publiek doelbewust beledigde. Maar hoe bewijs je goede of kwade intenties?
De enige die daarover kan oordelen, is de kunstenaar zelf. Daarom moet blasfemie zo vrij mogelijk blijven. Een juridisering opent de deur naar censuur. Tegelijk brengt vrijheid ook verantwoordelijkheid mee. Want hoe rijm je humanistische waarden als vriendelijkheid en empathie met wat filosoof en kunstkenner Willem Elias in het boek als ‘de koude emotionele lach’ omschrijft?
Mag je andersgelovigen kwetsen en vernederen als doel op zich, zonder de intentie van maatschappelijke vooruitgang? Wettelijk gezien misschien wel. Toch denk ik dat elke kunstenaar een zorgvuldige afweging dient te maken.
Als de vrijheid tot blasfemie vervelt tot het recht op gratuite beledigingen, schiet de kunstvorm zichzelf in de voet. Dan geef je extra munitie aan de tegenstanders van een ruime artistieke vrijheid. En bovendien, er is niets mis, wat mij betreft, met een beetje fatsoen.
De kindervrienden
De kindervrienden (1972) van Dees De Bruyne is niet meer geëxposeerd sinds 1974. Het was verdwenen en zat verborgen in een privécollectie.

Naar aanleiding van de VRT-documentairereeks Godvergeten organiseerde tekstschrijver Walter Ertvelt, als archivaris van het oeuvre van Dees De Bruyne, een zoekactie naar het iconische schilderij, in samenwerking met Mudel-conservator Wim Lammertijn.
De zoekactie begon met een artikel in Knack op 27 september 2023. Na een tentoonstelling van vijftig nooit geëxposeerde werken van De Bruyne in de Gentse galerie Zebrastraat kwam de huidige eigenaar van het schilderij zich in maart 2024 melden.
Door juridische problemen kon het schilderij pas op 14 mei 2025 in bruikleen worden gegeven en behoort het momenteel tot de collectie van Mudel, het Museum van Deinze en de Leiestreek. Er is een optie voor een bijzondere expositie rond De kindervrienden met Walter Ertvelt en Wim Lammertijn als curatoren.
deMens.nu biedt informatie en educatie aan over vrijzinnig humanistische thema’s. Ieder huisvandeMens is een laagdrempelig informatiepunt.
Je kan er terecht voor voordrachten, vormingen en workshops over diverse onderwerpen, het ontlenen van educatief materiaal, en gerichte doorverwijzing. Meer info vind je hier.
Voor allerhande activiteiten kan je terecht in de agenda.
Meer artikels over het thema ‘conflict & verbinding’ lezen? Dat kan hier.