Conflict & verbinding
Anne-Flor Vanmeenen
21 januari 2026
Verbinding – al geruime tijd een enorm buzzwoord: verbindend communiceren, verbindend ouderschap, verbindend buurtwerk … Het werkt bijna averechts, zo te pas en te onpas gebruikt. En toch komt het trendwoord niet uit de lucht vallen. In een wereld die gonst van de meningen en waar verdeeldheid groeit, is de nood aan verbinding dringender dan ooit. Maar hoe vind je de juiste woorden om uiteenlopende waarden te overbruggen? Kan taal binnen die kakofonie toch voor begrip en luisterbereidheid zorgen?
Spelen met woorden
We zijn nogal geneigd om te focussen op ‘wat’ we zeggen. Maar eigenlijk doet dat er weinig toe als het niet correct begrepen wordt. ‘Hoe’ we iets zeggen, is minstens even belangrijk. De verpakking is dus even relevant als de inhoud. Taal kan namelijk ontzettend manipuleren, zowel ten goede als ten kwade. Een belangrijke vaststelling daarbij is de impact van ‘framing’. Woordkeuze en zelfs woordvolgorde kunnen sterk sturen, terwijl we het vaak niet in de gaten hebben.
Hoe ver die invloed reikt, blijkt duidelijk uit een onderzoek door Stanford Universiteit. Deelnemers kregen een tekst over misdaad, maar er waren twee versies van die tekst. In de ene versie werd misdaad gekaderd als een virus, in de andere als een beest. Gevraagd naar de beste aanpak om misdaad terug te dringen, droegen de lezers van het virusverhaal heel andere oplossingen aan dan die van de beestversie. Bij het virus sprak men over ‘bestrijden’ van misdaad en ‘preventiemaatregelen’, bij het beest had men het over ‘vangen’ en ‘opsluiten’ van criminelen. De bewoording stuurde dus zeer duidelijk het denken. Meer nog, ze woog zwaarder door dan de politieke oriëntatie van de proefpersonen.

De frame-truc is toepasbaar op ontelbaar veel terreinen en is een dagelijks onderdeel van politieke debatten, media en maatschappelijke discussies. Spreek je over een vrijheidsstrijder of een terrorist? Een belasting of een solidariteitsbijdrage? Een illegaal, een gelukszoeker, een vluchteling, een sans-papiers of een vreemdeling? Taal bepaalt zo hard de toon.
Zelfs in een huisvandeMens is de zoektocht naar gepaste woorden een courante uitdaging. Spreekt je in een afscheidsplechtigheid bijvoorbeeld over een ‘zelfmoord’ of een ‘zelfdoding’? Is euthanasie iets dat je ‘pleegt’ of ‘uitvoert’?
Dekt het woord de lading?
In het verlengde daarvan situeren zich veel strijdpunten van de woke-beweging. Taal kan vooroordelen en ongelijkheid bevestigen, kan discrimineren of reduceren. ‘Iemand met een autismespectrumstoornis’ is méér dan ‘een autist’. ‘Een rolstoelgebruiker’ klinkt heel anders dan ‘een gehandicapte’. Er is méér mens en minder dat éne aspect van een persoon. Hetzelfde geldt voor seksisme, racisme en allerlei andere vormen van superioriteitsdenken.
De twistappel in die discussie blijft in hoeverre dat effectief iets verandert dan wel een vorm van politieke correctheid is die problemen maskeert? Als ‘de rolstoelgebruiker’ geen aangepast toilet of geen oprijplaat heeft, is er dan iets verbeterd naast misschien zijn zelfwaarde? Wat is ‘die/hen’ waard als alle administratie in de wereld in twee genders blijft denken?
Is het aanpassen van taal een eerste stap of een glazuurlaagje? De geschiedenis wijst in elk geval wél uit dat het consequent negatief benoemen van bepaalde groepen, bijdraagt tot hun ontmenselijking. Misschien werkt het omgekeerde, het opwaarderen van groepen, dan toch ook via taal?

Formulering speelt in elk geval een rol, zoveel is zeker. Dat heeft ook te maken met waar je de aandacht op richt. Je krijgt een heel ander gedrag al naargelang welk deel van de informatie je (eerst) brengt. Zou jij dezelfde beslissing nemen als je operatie 75 procent slaagkans heeft, dan wel een mortaliteitsratio van 25 procent?
Psycholoog Daniel Kahneman ontdekte dat mensen een zeer sterke aversie voor verlies hebben. Manipulatie is kinderspel. Is het toevallig dat framing niet alleen ‘kaderen’ maar ook ‘erin luizen’ betekent? Een frame is machtig. Het kleeft en je wist het niet zomaar weer uit. Vandaar dat framing vaak een wedstrijd om ter snelst is.
Luisteren om te begrijpen
De kwetsbaarheid en beïnvloedbaarheid van ons denken kan ongemak geven. Toch ligt ook daar een middel tot verbinden. Het kan in heel eenvoudige dingen zitten: ‘Ik zie het anders’ lokt een andere respons uit dan ‘Ik ben het oneens’. ‘Je hebt recht op je mening’ betekent dat je geen strijd aangaat. Je zet perspectieven gewoon naast elkaar.
Eigenlijk niet meer dan gezond boerenverstand en toch tuimelen we zo vaak in de valkuil van polarisering. Dat komt omdat onze overtuigingen vasthangen aan ons zelfbeeld. Heel vaak raakt een discussie op een dieper niveau aan onze waarden en ideologie. Of gaat het over onderliggende machtsverhoudingen.
Filosoof en bioloog Ruben Mersch schreef een vlotte handleiding over constructief omgaan met meningsverschillen. Alert zijn voor de onderliggende symboollaag is een van zijn belangrijke tips. Omdat we ons heel snel persoonlijk aangesproken voelen, is het een goed plan éérst naar gemeenschappelijke grond te zoeken. De kracht van feiten in meningsverschillen is verbazend minimaal. Data zijn manipuleerbaar en zelfs onweerlegbare feiten zorgen er niet per se voor dat we een standpunt herzien. Een welwillende houding wél.
Dus, zoek éérst iets verbindends én wees nieuwsgierig. Verken het standpunt van je gesprekspartner en stel vragen – om te begrijpen, niet om op zoek te gaan naar munitie.
Jaren geleden schreef een collega op ons teambord: ‘Het grootste probleem in communicatie is dat we niet luisteren om te begrijpen, maar om te antwoorden.’ Inmiddels is ze met pensioen, maar dat vleugje levenswijsheid van Stephen Covey doet nog elke dag dienst.
De-escaleren
Internetsensatie Jefferson Fisher sluit bij die filosofie aan met hapklare tips. ‘Zie een meningsverschil als een knoop om te ontrafelen, niet als een strijd om te voeren’ – daar heb je de kracht van framing weer. Wil je je gelijk halen of wil je een conflict oplossen?
Als gemeenschappelijke grond moeilijk te vinden is, zoom dan uit. Je moet het standpunt van de ander helemaal niet delen om eenzelfde bezorgdheid te delen: ‘Ik ben het met je eens dat dit een belangrijk punt is’ of ‘Ik zie dat we allebei veel om dit onderwerp geven.’ Zo bewaar je je integriteit, maar bouw je tegelijk iets op.
Ook het valideren van iemands beleving kan op die manier: ‘Ik zie dat het je erg raakt.’ Niet dat je iets te bepalen hebt over hoe een ander een zaak ervaart, maar gevoelens valideren betekent níét dat je ze moet delen. Niet uitlachen, niet negeren, niet diskwalificeren, doodgewoon erkennen. Zo eenvoudig dat het bijna onbegrijpelijk is dat we er zoveel moeite mee hebben.
De-escaleren noemen ze dat in conflictbemiddeling. Of stoom van de ketel halen. Sarcasme, op de persoon spelen in plaats van op het gedrag, en woorden als altijd, nooit en overal staan aan het andere uiterste, ze zijn olie op het vuur. Ook formidabele ‘mic drops’ die iemand met de mond vol tanden achterlaten, lossen zelden iets op. Afgedwongen stilte betekent niet dat een conflict is opgelost, het kan onderhuids weelderig verder woekeren.

Je kan natuurlijk ook creatief zijn. Zoals de aanpak van een koppel dat een imaginaire bliksemafleider, Patrick genaamd, had uitgevonden. Patrick liet zijn kousen slingeren, vergat soms het huisvuil buiten te zetten of de wc-rol na het laatste blaadje te vervangen. Door met de nodige humor opmerkingen over Patricks onzaligheden te maken, maakte het koppel struikelblokken aan elkaar duidelijk.
Op de persoon spelen mag dus tóch, zolang die imaginair is. Even onorthodox: een gezongen verzoek komt anders binnen dan een gesproken. Het zou een tip zijn bij kinderen die heel snel in weerstand gaan als je ze iets vraagt. Er wordt niet bij vermeld of het zingen toonvast moet zijn, maar mogelijk voegt akoestisch lijden alleen maar motivatie toe om het verzoek snel in te willigen …
Maar wat doe je als iemand anders de grens overgaat of je uitlokt? Laat je niet verleiden. Interessante antwoorden zijn: ‘Ik stel voor dat we daarop in een rustiger gesprek terugkomen’, ‘Ik ben verrast dat je je comfortabel genoeg voelt om zoiets te zeggen’ of ‘Was het je bedoeling om grof te klinken?’ Een paar seconden stilte doen soms ook al wonderen.
Gouden tip als iemand écht over zijn toeren is: ‘Never put your but in the face of an angry person.’ Laat de persoon eerst afkoelen en vervang dan de ‘maar’ door ‘daarnaast’. Noem het framing of haarkloverij, het werkt.
Geweldloze communicatie
Het citaat is overigens ontleend aan Marshall Rosenberg, psycholoog en boegbeeld van geweldloze communicatie. Die filosofie, geënt op humanistische psychologie, gaat al decennialang mee en bewijst nog steeds dagelijks zijn waarde. Kort samengevat bestaat de visie uit vier stappen: waarnemen zonder oordeel, gevoelens benoemen, behoeften erkennen en een verzoek doen.
Anders gezegd: vertrek van feiten, blijf bij jezelf en doe een constructief voorstel. ‘Jij bent altijd te laat en houdt nooit rekening met mij, ik ben het beu’ wordt ‘Je kwam een kwartier later dan onze afspraak, ik word dan ongerust en heb behoefte aan duidelijkheid, kan je voortaan een seintje geven als je opgehouden wordt?’ Dat klinkt ontzettend gemaakt, maar oefening baart kunst.
Communicatie-expert Frederik Imbo spreekt liever van een ‘rondpunt met vier straten’ dan van een ‘vierstappenplan’. De pointe is: vervang interpretaties door feiten, de verwijtende vinger door ik-boodschappen en kritiek door een concreet voorstel.
Weliswaar ligt daar meteen ook de kwetsbaarheid van het model. Om dat te doen, heb je een basis van gelijke machtsverhoudingen en heel wat sociaal-emotionele vermogens bij beide partijen nodig – dat is niet altijd een gegeven. En hoewel het naar verbinding streeft, vertrekt het model vanuit een typisch westerse ik-gerichtheid. Maar goed, vele wegen leiden naar Rome …?
Met … en zonder woorden
Het ‘hoe’ staat dus op gelijke hoogte als het ‘wat’ bij communicatie. Ook al heb je geen controle over hoe je boodschap landt, je kan de impact ervan wel in grote mate beïnvloeden. En loopt het toch mis? De kwaliteit van een relatie, van eender welke aard, wordt niet bepaald door het voorkomen van conflict maar door de aan- of afwezigheid van herstel.
Herstelvaardigheden zijn dus even cruciaal als communicatievaardigheden – dáár liggen nog wel wat groeikansen in onze maatschappij.

Misschien kunnen we ons inspireren op culturen die een beter ontwikkeld arsenaal op dat vlak hebben. Denk bijvoorbeeld aan het ‘hohou rongo’-ritueel bij de Maori. Ruw geschetst gaat het als volgt. De betrokken partijen delen elk hun kant van het verhaal, waar zonder onderbreking of commentaar naar wordt geluisterd. Daarna neemt wie verantwoordelijkheid draagt, die expliciet op zich. Bij wijze van herstelbereidheid wordt een geschenk of symbolische daad aangeboden. Dus niet als compensatie of ‘aflaat’, maar als intentieverklaring. Tot slot volgt een ‘hongi’, waarbij men neus aan neus staat om de adem te delen.
Dat is een traditionele Maori-manier om verbinding te symboliseren. We ademen allemaal dezelfde lucht. Met en zonder woorden worden zo brokken gelijmd en banden hersteld. Lijnrecht tegenover elkaar staan kan dus toch verbinden, als je het maar op de juiste manier doet …
In een huisvandeMens bij jou in de buurt kan je terecht voor een plechtigheid. Of het nu om een geboorte, relatieviering, afscheid, herdenking of zelfs iets helemaal anders gaat, elk belangrijk moment verdient de aandacht van een van onze consulenten. Een plechtigheid aanvragen kan via deze link.
Of heb je behoefte aan een ondersteunend gesprek, dat kan je aanvragen via deze link.
Meer artikels over het thema ‘conflict & verbinding’ lezen? Dat kan hier.