60 jaar deMens.nu
Niels De Nutte
3 april 2026
Vele rechten die we vandaag als vanzelfsprekend beschouwen, waren dat niet zestig jaar geleden. In die tijdsspanne heeft de vrijzinnig humanistische gemeenschap – de Unie Vrijzinnige Verenigingen en/of haar lidverenigingen – geageerd en gelobbyd voor een wereld waarin mensen vrij en gelijkwaardig kunnen zijn. Een duik in de geschiedenis.
Een wereld in verandering
Op 9 juni van dit jaar viert het georganiseerde vrijzinnig humanisme in Vlaanderen en Brussel zijn diamanten jubileum. Het is dan zomaar even zestig jaar geleden dat de feitelijke vereniging Unie Vrijzinnige Verenigingen het levenslicht zag – vijf jaar later werd UVV een vzw, die we nu al vijftien jaar als deMens.nu kennen. In het kleine Belgenland bestaat ondertussen nog steeds het unicum waarbij een groep niet-confessionelen erkend en gefinancierd wordt als levensbeschouwing. Maar de wereld waarin die groep zich beweegt, is niet de wereld van 1966. Sinds toen is er heel wat veranderd – denken we maar aan 1968 dat met mei ’68 wellicht nog een memorabeler jaar was.

In dit artikel focussen we op die veranderingen vanuit het perspectief van vrijzinnig humanisten, met daarbij twee kernideeën die voormalige voorzitters van UVV en het Humanistisch Verbond (HV) in de publicatie Humanisme in de samenleving uit 1994 onder de aandacht brengen. Sylvain Loccufier, oud-voorzitter HV, poneert terecht dat vrijzinnig humanisten de maatschappij niet alleen willen beleven, maar ook oriënteren en heroriënteren. Sonja Eggerickx, oud-voorzitter UVV, focust dan weer op de nood aan het maximaliseren van handelingsbekwaamheid. Gevoelsmatig weten we natuurlijk dat onze maatschappij de laatste zestig jaar sterk is geheroriënteerd en dat de handelingsbekwaamheid of -mogelijkheid van individuen is toegenomen. Het adagium van L.P. Hartley (hiervoor is geen AI gebruikt) zegt niet voor niets: “The past is a foreign country; they do things differently there.”
Niet zo vanzelfsprekend
Laten we eerst even stilstaan bij wat jongere generaties vandaag vanzelfsprekend vinden. Een vrije seksuele moraal met daarbij horende kennis en gebruik van voorbehoedsmiddelen. Welnu, niet in 1966. Een gesubsidieerde culturele sector waarbij ook vrijzinnige organisaties een deel krijgen. Welnee, niet in 1966. Het recht van vrouwen om een eigen bankrekening te openen en gelijke uitkeringen te krijgen in geval van werkloosheid. Niet in 1966. Een – naar internationale maatstaven beperkt – recht op abortus om een einde te maken aan een ongewenste zwangerschap. Je raadt het, niet in 1966. Aandacht voor het perspectief van kinderen in politieke en maatschappelijke debatten, ondersteund door een kinderrechtencommissariaat. Wederom, niet in 1966. De mogelijkheid voor kortgeschoolde volwassenen om zich in lezen en schrijven te bekwamen en zo volledig aan de maatschappij te kunnen participeren. Quod non. Juridisch gelijke rechten voor holebi’s. Toch niet. Een mogelijkheid voor wensouders om via geassisteerde voortplanting hun wens te vervullen. Dat had je gedacht. En natuurlijk, eigenaarschap over je rechten als patiënt en het recht – ook hier zeer beperkt – op een zelfgekozen levenseinde. Maar nee, in 1966 doet men dat niet.

Die opsomming is natuurlijk niet exhaustief. Ze is daarentegen wel symbolisch. Elk onderdeel van die lijst heeft één gemeenschappelijke eigenschap. In de 60 jaar die aan ons zijn voorbijgegaan, heeft de vrijzinnig humanistische sfeer – de Unie Vrijzinnige Verenigingen en/of haar lidverenigingen – geageerd en gelobbyd om de rechten die we vandaag genieten onderdeel van de maatschappij te laten worden en te doen gelden als een recht voor eenieder van ons. Zonder daarbij het eigenaarschap van de nieuwe rechten te kunnen claimen – dat zou de historische en gelaagde waarheid geweld aandoen – ageerde men vanuit een ‘menscentrisch’, kritisch, empathisch wereldbeeld met ondersteuning voor zowel wetenschappelijke vooruitgang als menselijke waardigheid en keuzevrijheid.
Zes decennia aan rechten
In dat opzicht is het interessant om eens door oudere edities van deMens.nu Magazine, van Antenne (het vroegere UVV-magazine), Het Vrije Woord (magazine van HV) of lokale vrijzinnige magazines te bladeren. Als een tijdscapsule, een blik op die ‘andere wereld’ waarin vele vrijwilligers en betaalde krachten zich inzetten voor het ideaal van een wereld waarin mensen vrij kunnen zijn.
Enkele voorbeelden ter illustratie. We beginnen met twee gebeurtenissen uit 1962, een handvol jaren voor 1966. Filosofen Jaap Kruithof en Jos Van Ussel – die laatste de onvolprezen eerste seksuoloog van Vlaanderen – publiceerden in navolging van de Amerikaanse Kinsey-rapporten het boek Jeugd voor de muur over de seksualiteit van studenten aan de Rijksuniversiteit Gent. De ontvangst door de katholieke goegemeente was verre van begripvol, met verkettering in nationale media tot gevolg. In datzelfde jaar had in Luik het Softenonproces plaats, waarbij de familie Coipel-Vandeput werd vrijgesproken voor het doden van haar pasgeboren misvormde dochter. In de media werd de zaak opgepikt als een euthanasieproces, waarbij vrijzinnige en katholieke meningen diametraal tegenover elkaar stonden.
Een vrije seksuele moraal is nog lang onderdrukt, met als voorbeeld de formele strafbaarheid van seksuele voorlichting in welke vorm dan ook, tot de wet daarrond in 1973 sneuvelde. Zelf nam ik ooit een interview af van een leraar niet-confessionele zedenleer op rust die voor 1973 lesgaf over het onderwerp en een condoom kwijtraakte. Het gevolg daarvan was een klassikale zoektocht, want officieel kwam seksuele voorlichting niet aan bod in de les. Een ‘petite histoire’, maar een mooie inkijk in de andere wereld die het verleden is.
Wat holebi’s betreft, is de Belgische geschiedenis misschien wat meer onderhevig aan een ‘flou artistique’. Formele vervolging gebeurde niet, maar toch. Tot het midden van de jaren 1980 kon men voor een homoseksuele relatie maar handelingsbekwaam zijn vanaf 18 jaar, terwijl dat voor heteroseksuele relaties kon vanaf 16 jaar. Ook is homoseksualiteit pas rond de jaren 1970 uit de ziekteclassificatie van psychiatrische diagnostiek verwijderd. Een lange weg is afgelegd tot aan de legalisering van het holebihuwelijk in 2003.
Nog in de jaren 1970 zien we de uitrol van het gesubsidieerde culturele veld, waarvan ook vrijzinnige organisaties deel uitmaken. Denk aan de financiering van de eerste vrijzinnige en laïciserende (ontmoetings)centra en de erkenning van organisaties in de socioculturele sfeer. Vergeten we daarbij natuurlijk ook niet de jaren 1980, 1993 en 2002. Die zorgden voor de financiering van het levensbeschouwelijke vrijzinnig humanisme dat we vandaag kennen met de Unie Vrijzinnige Verenigingen als Nederlandstalige koepel, onder de federaal georganiseerde Centrale Vrijzinnige Raad.
Een jaar dat in het rood is aangeduid, is 1990, het jaar van de abortuswetgeving. Tot nader order de enige wet die in België met een wisselmeerderheid is gestemd én dan nog eens heeft geleid tot een België dat even geen koning had. Internationaal gezien was België laat met de depenalisering van abortus. En de stemming zorgde ook voor een bevriezing van alle ethische dossiers op het politieke niveau tot het einde van de jaren 1990.

De laatste voorbeelden die we hier aanhalen, situeren zich allen in een decennium dat misschien wel voor de meeste ‘vrijheid’ heeft gezorgd in de afgelopen zes decennia. Onder de zeer uitzonderlijke regeringen zonder christendemocraten die rond de recente eeuwwisseling het heft in handen hadden, veranderde behoorlijk wat. Kinderrechten en het perspectief van het kind kregen een spreekbuis met de oprichting van het kinderrechtencommissariaat in 1997. Wettelijk samenwonen voor hetero- en holebikoppels werd in 1999 geregeld. Vanaf 2002 werd Nederlandse les voor inburgeraars verplicht, waarbij gastarbeiders veel te laat als volwaardige burgers werden gezien. In 2002 volgden de wetten op euthanasie, patiëntenrechten en palliatieve zorg. Vanaf 2003 kwam een antidiscriminatiewet tot stand en werd geassisteerde voortplanting eindelijk door de ziekenfondsen terugbetaald, nadat kwaliteitsnormen voor de fertiliteitscentra in 1999 werden afgesproken. En in 2006 werd adoptie voor koppels van hetzelfde geslacht een wettelijk geregelde mogelijkheid.
Rechten blijven verdedigen
Om af te sluiten, geven we graag nog volgende bedenking mee. Welke van de bovenstaande evoluties beschouw je als een verworven recht? Na het lezen van dit artikel kan je misschien besluiten dat we ‘erop vooruitgegaan zijn’ in de voorbije zestig jaar. Is dat zo, en kunnen we zeker zijn dat wetten blijven staan? Als vrijzinnig humanisten lijkt het me goed om dat niet vanzelfsprekend te vinden.
Wetten zijn immers, tot op zekere hoogte, een uitstraling van maatschappelijke consensus. En die consensus wordt gevormd door informatie, kennis en actie. Denk even aan de leraar die voor 1973 een school moest afzoeken naar een condoom, maar er toch voor koos die les te geven. Laat ons koesteren wat is, bouwen aan wat komen moet en verdedigen wat nodig is. Het verdedigen van rechten gebeurt niet in de grote verdragen. Het start bij ons allen, wanneer we ons als vrijzinnig humanist in de wereld begeven.
Affiches uit de collectie van CAVA.
CAVA, het Centrum voor Academische en Vrijzinnige Archieven, verzamelt, bewaart en beheert het erfgoed en het archief van de vrijzinnig humanistische gemeenschap in Vlaanderen en Brussel en van de Vrije Universiteit Brussel.
CAVA, een lidvereniging van deMens.nu, realiseert geregeld publicaties, ontwikkelt rondreizende tentoonstellingen en wandelroutes, organiseert activiteiten en lezingen, enzovoort. Meer info over CAVA vind je op de website en op Facebook.
Neem ook een kijkje bij Vurig Verbonden, de aanloop naar het Toekomstfeest van deMens.nu op 24 oktober 2026. Lees de column van Raymonda Verdyck: Vurig Verbonden: alleen samen maken we het verschil.
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.