Joke Goovaerts
16 juli 2026
In Frankrijk is een historische stap gezet in het levenseindedebat. Na ruim twee jaar van intens, soms chaotisch parlementair overleg heeft de Assemblée nationale op 15 juli 2026 definitief ingestemd met een wettelijk kader voor aide à mourir, medische hulp bij zelfdoding voor bepaalde ongeneeslijk zieke volwassenen. Met 291 stemmen voor en 241 tegen kiest Frankrijk voor een model waarin zelfbeschikking en menselijke waardigheid aan het levenseinde worden erkend, binnen een strikt afgebakend medisch en juridisch kader.
De weg naar deze beslissing was lang. De Senaat verwierp de tekst drie keer, waarna de Assemblée nationale het laatste woord kreeg. Dat laatste woord kwam er, en daarmee ook een duidelijke koerswijziging: Frankrijk erkent voortaan, onder strenge voorwaarden, het recht van bepaalde wilsbekwame volwassenen om hun levenseinde in eigen regie vorm te geven.
De nieuwe regeling biedt patiënten die ondraaglijk en niet te verzachten lichamelijk lijden ervaren de mogelijkheid om onder toezicht zelf een dodelijke substantie in te nemen. Daarmee kiest Frankrijk bewust voor medische hulp bij zelfdoding, niet voor euthanasie zoals die in België bestaat. Het woord ‘euthanasie’ wordt om religieuze en historische redenen vermeden, maar de onderliggende principes blijven herkenbaar: respect voor autonomie, waardigheid en zorgvuldigheid binnen een strikt medisch en juridisch kader.
In het Franse model dient de patiënt in principe zelf het middel toe, onder toezicht van een arts of verpleegkundige. Alleen wanneer iemand fysiek niet meer in staat is om dit zelf te doen, mag een zorgverlener assisteren. Dat markeert een duidelijk ethisch verschil met de Belgische praktijk.
Louter psychisch lijden volstaat niet en mensen met bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer of een zware psychiatrische aandoening komen niet in aanmerking
De voorwaarden zijn nauw omschreven. De patiënt moet minstens 18 jaar zijn, de Franse nationaliteit hebben of legaal in Frankrijk verblijven, en zich in een vergevorderd of terminaal stadium bevinden. Er moet sprake zijn van lichamelijk lijden dat niet op behandeling reageert of als ondraaglijk wordt ervaren. Het verzoek moet bovendien ‘vrij en weloverwogen’ zijn. Louter psychisch lijden volstaat niet en mensen met bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer of een zware psychiatrische aandoening komen niet in aanmerking. Een arts moet, samen met een team van zorgverleners, bevestigen dat het lijden niet te verlichten is. Na een mogelijke goedkeuring volgt een verplichte bedenktijd van minimaal twee dagen.
Een belangrijk onderdeel van de hervorming is ook de versterking van de palliatieve zorg. In mei 2026 werd al een afzonderlijke wet aangenomen die de gelijke toegang tot begeleiding en palliatieve zorg moet garanderen. De regionale ongelijkheid moet worden aangepakt en de toegang tot palliatieve zorg verbeterd.
De goedkeuring komt niet onverwacht: een meerderheid van de Fransen steunt het voorstel en president Emmanuel Macron pleit al sinds 2022 voor een wettelijke regeling. Toch blijft de weerstand groot, vooral vanuit rechtse hoek. Premier Sébastien Lecornu kondigde daarom aan dat hij de wet nog zal voorleggen aan de Grondwettelijke Raad, om te verzekeren dat ze volledig in overeenstemming is met de grondwet en “de menselijke waardigheid”.
Ondanks het brede maatschappelijke draagvlak, blijft ook de tegenstand vanuit religieuze hoek fel. Voor de humanistische gemeenschap betekent dit een belangrijke stap richting een waardig levenseinde in eigen regie. De eerste effectieve uitvoering van de wet wordt verwacht in de loop van 2027.
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.