TechWijs
Bert Goossens en Dimitri De Smet
14 september 2026
AI ontwikkelt zich razendsnel. Maar steeds meer kopstukken en medewerkers van vooraanstaande AI-bedrijven trekken aan de alarmbel: als mensheid dreigen we er de grip op te verliezen. Op zaterdag 17 oktober gaat filosoof Peter Algoet (67) tijdens het TechWijs Festival in Menen dieper in op die evolutie. “We moeten goed nadenken over wat we toelaten en waarvoor we zulke hulpmiddelen willen gebruiken.”
We ontmoeten Peter Algoet in het Gentse Geuzenhuis, waar hij als vrijdenker kind aan huis is. Hij studeerde filosofie, werkte vijftien jaar bij het Humanistisch Verbond en stond de laatste tien jaar van zijn loopbaan voor de klas. Vanuit zijn achtergrond als filosoof en leerkracht stelt hij kritische vragen bij de invloed van artificiële intelligentie op ons leven en onze keuzes.
Je geeft lezingen waarin je een kritische blik werpt op AI en nieuwe technologieën. Waar gaat het precies over?
Artificiële intelligentie heeft een enorme impact op onze manier van leven en dat zal enkel nog maar toenemen. Humanoïde robots zullen niet alleen taken van ons overnemen, maar ook steeds meer menselijke eigenschappen krijgen. Omgekeerd zullen mensen mogelijk technologische of synthetische elementen laten inbouwen om lichamelijke of mentale beperkingen te compenseren, of zelfs om hun capaciteiten te vergroten.
Zo ontstaat een dubbele beweging: mensen krijgen meer technologische eigenschappen, terwijl robots menselijker worden. Die robots kunnen niet alleen arbeid overnemen, maar mogelijk ook therapeutische of zelfs relationele functies vervullen.
De ontwikkelingen gaan razendsnel. Hoe moeten we daarmee omgaan?
In de eerste plaats moeten we kritisch nadenken over wat we toelaten en waarvoor we zulke hulpmiddelen willen gebruiken. We spreken niet langer alleen over een smartphone of computer, maar over een AI-systeem dat als het ware naast ons komt staan.
We stellen het vragen en krijgen antwoorden op basis van enorme hoeveelheden data die vaak zonder toestemming op het internet zijn verzameld. Zulke systemen kunnen ons in een bepaalde richting sturen. Als we daar niet bewust bij stilstaan, kunnen ze ons beïnvloeden om keuzes te maken die misschien niet gezond of wenselijk zijn.
Filosofie kan daarin helpen om kritisch te blijven door ons een metaperspectief te bieden: neem afstand, bekijk van bovenaf wat er in de wereld van AI gebeurt en informeer jezelf grondig. Pas die kennis vervolgens toe op je eigen situatie. Daarbij is ook zelfkennis belangrijk. Gnōthi seauton, zeiden de oude Grieken al: ken jezelf. Dat is voor mij de belangrijkste leidraad.
Je hebt lang voor de klas gestaan. Hoe kijk je naar AI en andere uitdagingen in het onderwijs?
In het middelbaar onderwijs is AI al nadrukkelijk aanwezig en in het hoger onderwijs en aan de universiteit nog meer. Daar moeten we absoluut een goed kader voor vinden. Ik zou vandaag niet graag in de schoenen van een leerkracht staan.
Tegelijk denk ik dat de slinger de voorbije jaren te ver is doorgeslagen in de richting van vaardigheden. Inhoudelijke kennis raakte daardoor wat op de achtergrond, net als discipline. We moeten opnieuw meer aandacht besteden aan kennis, inhoud en het eigenlijke lesgeven. Tegelijk moeten we de planlast voor leerkrachten beperken.

Mijn grote voorbeeld was mijn leraar Latijn. Hij was inhoudelijk sterk, methodisch goed en had een goede band met zijn leerlingen. Die drie elementen zijn volgens mij onmisbaar. Ik heb geprobeerd dat voorbeeld te volgen. Leerlingen mochten bij mij kritisch zijn over de leerstof, de leerkracht en elkaar, zolang dat respectvol gebeurde. Humanisme begint voor mij bij het besef dat je vrijheid eindigt waar die van een ander begint.
Je schreef een boek over het vrijzinnig humanisme: Vrank en vrij, maar mens! Wat betekent het voor jou?
Ik zou vrijzinnigheid omschrijven aan de hand van het eenvoudigere woord ‘vrijdenken’. Zorg ervoor dat je denken vrij is, in alle betekenissen van het woord, en handel daar vervolgens naar. Humanisme houdt dan weer in dat je in alle omstandigheden de mens, het menselijke en de ander op de eerste plaats probeert te zetten.
Het vrijzinnig humanisme verbindt die twee elementen: vrijdenken als methode en humanisme als inhoud. Het sterke aan die levensbeschouwing is dat ze ook zichzelf kritisch kan bevragen. Je moet dus eveneens vrij kunnen denken over je eigen humanisme. Zo kom ik tot de vaststelling dat het vrijzinnig humanisme los kan staan van religieuze, godsdienstige of atheïstische discussies. Volgens mij kan ieder mens vrijzinnig humanistisch denken, zelfs als die persoon gelovig is.
Hoe pas je die principes zelf toe?
Door met mensen in gesprek te gaan, bewust na te denken over mijn eigen handelen en mij als vrijwilliger te blijven inzetten. Nu ik met pensioen ben, zetel ik in enkele raden van bestuur en rijd ik in Gent als vrijwilliger met een fietsriksja van de Fietsambassade. Daarmee vervoeren we mensen die minder mobiel zijn. Vrijwilligerswerk is voor mij vrijzinnig humanisme in de praktijk.
Ook in mijn schrijfwerk probeer ik die principes toe te passen. Begin oktober verschijnt mijn eerste roman Gebroken zwart. Het boek gaat over jongeren die proberen te voldoen aan de hoge verwachtingen van hun familie en sociale omgeving, maar uiteindelijk vastlopen. Ook de verhouding tussen vriendschap en liefde speelt een belangrijke rol. De roman is deels gebaseerd op ervaringen uit mijn eigen leven. De relaties en gebeurtenissen die erin aan bod komen, hebben ook mijn levensfilosofie mee gevormd.
De vrijzinnig humanistische gemeenschap viert dit jaar haar zestigste verjaardag. Waarop moet ze volgens jou de komende jaren inzetten?
In de eerste plaats op het vrijwilligerswerk tout court, want dat vormt de basis van onze levensbeschouwing. Dat zie je aan de vele vrijwilligers en leden van de lidverenigingen van deMens.nu. Ten tweede moeten we ons ervoor hoeden dat de georganiseerde vrijzinnigheid een kerkelijke of zelfs pauselijke structuur krijgt. Brussel mag geen Rome worden. De beweging moet dicht bij haar basis blijven staan. Ten derde moet de inhoud altijd verbonden zijn met wat er in de wereld gebeurt, zowel internationaal als in ons eigen land. We moeten maatschappelijke ontwikkelingen en problemen ernstig nemen en ermee aan de slag gaan. Positieve ontwikkelingen kunnen we ondersteunen en uitdragen; problematische evoluties moeten we krachtig tegengaan. Dat zijn voor mij de belangrijkste krijtlijnen.
Vrank en vrij, maar mens! verscheen bij Acco Uitgeverij. De roman Gebroken zwart verschijnt op 2 oktober 2026 bij Uitgeverij Boekscout.
Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten functioneren en om inzicht te krijgen in het gebruik van de site. Door op "Accepteren" te klikken geef je toestemming voor het gebruik van alle cookies. Je kunt je voorkeuren op elk moment aanpassen.