"We spelen geen voorstelling over de dood, maar over waardigheid"

Geert Dewaele en Dimitri De Smet

1 oktober 2026

Danni Heylen (75) en Hans Van Cauwenberghe (62) staan samen op de planken in de nieuwe theatervoorstelling Doodgraag. Het stuk, gebaseerd op het boek van Patrick Van Gompel, vertrekt vanuit het thema euthanasie. Het vertelt het verhaal van een moeder en een zoon die tijdens hun leven nooit alles hebben uitgesproken en die daar op het einde van het leven alsnog een manier voor proberen te vinden. “Theater mag ook een standpunt innemen en een maatschappelijk debat voeden.”

We spreken met Danni Heylen en Hans Van Cauwenberghe tijdens de laatste repetities voor de première van Doodgraag in de Warande in Turnhout. De twee zijn niet alleen collega’s, maar ook echte vrienden. Danni noemt Hans zelfs liefkozend haar kleine broertje, al speelt ze hier zijn moeder.

Danni Heylen: Het verhaal draait rond een moeder en haar zoon. Die moeder wil euthanasie kunnen krijgen wanneer dementie haar volledig overneemt. Haar zoon, een oorlogsjournalist, heeft het daar moeilijk mee. Hij wil voor haar zorgen en vindt dat hij haar niet zomaar kan loslaten. Dat conflict is het vertrekpunt van het stuk.

Maar eigenlijk gaat het over meer dan dat. Tijdens hun leven hebben moeder en zoon nooit echt genoeg met elkaar gesproken. Daardoor worden ze geconfronteerd met alles wat nog niet gezegd is.

Hans Van Cauwenberghe: Het gaat zeker niet alleen over euthanasie. Het gaat over hoe mensen met elkaar omgaan, over afscheid nemen en over de dingen die blijven liggen omdat we denken dat er later nog tijd genoeg zal zijn.

Het onderwerp euthanasie is complex en emotioneel. Is het dan ook een zware voorstelling geworden?

Danni: Het thema is zwaar, maar daarom hoeft een voorstelling dat niet voortdurend te zijn. Er zit humor in, ironie, soms zelfs wat sarcasme. Dat maakt het net menselijk.

Hans: Het stuk maakt ook een duidelijk punt. Het is niet vrijblijvend. Patrick Van Gompel heeft een uitgesproken visie op de huidige euthanasiewetgeving en die visie zit in de voorstelling verweven. Dat vond ik net interessant. Het theater mag af en toe ook een standpunt innemen en een maatschappelijk debat voeden.

Staan jullie zelf achter die boodschap dat euthanasie ook bij wilsonbekwaamheid moet kunnen?

Danni: Voor mezelf wel. Mijn moeder is twintig jaar geleden overleden na een lang proces van dementie. Zij heeft nog ongeveer tien jaar geleefd in die toestand. Daardoor weet ik hoe ingrijpend zoiets kan zijn.

Of ik zelf voor euthanasie zou kiezen in zo’n situatie, weet ik eerlijk gezegd niet. Dat kan ik vandaag niet zeggen. Ik leef graag. Misschien denk ik daar anders over wanneer ik ooit met een ernstige diagnose geconfronteerd word, maar nu weet ik dat niet. Wat ik wel belangrijk vind, is dat de mogelijkheid bestaat.

Hans: Ik denk daar gelijkaardig over. Ik weet ook niet hoe ik zelf zou reageren. We houden allebei enorm van het leven. Misschien zouden we ons eraan vastklampen zolang het kan.

Maar ik heb wel van dichtbij meegemaakt hoe euthanasie ook iets heel moois kan zijn. Mijn schoonmoeder was ernstig ziek maar volledig bij bewustzijn. Kort voor haar euthanasie heeft ze nog afscheid genomen van haar kinderen en kleinkinderen. Toen de arts vroeg of ze zeker was, antwoordde ze vol overtuiging ja. Ze is vertrokken met een glimlach. Dat was verdrietig, maar tegelijk ook bijzonder waardig. Dat vergeet ik nooit meer.

Doodgraag gaat niet alleen over euthanasie maar ook over communicatie. Waarom?

Hans Van Cauwenberghe: “Dit stuk gaat zeker niet alleen over euthanasie. Het gaat over hoe mensen met elkaar omgaan.”

Hans: Omdat we te weinig praten. Dat meen ik echt. Als er conflicten zijn, thuis of op het werk, dan moeten mensen spreken met elkaar. Niet mailen, niet berichten sturen, niet via Teams vergaderen. Gewoon samen rond de tafel zitten. We hebben tegenwoordig overal technologie voor, maar daardoor spreken we soms minder dan vroeger. Nochtans is dat het enige wat echt helpt.

Danni: Ik denk ook dat veel mensen belangrijke gesprekken uitstellen. Zeker mensen die volop in het leven staan, met een job, kinderen en duizend andere bezigheden. Wanneer maak je dan tijd om echt met elkaar te praten? Vaak gebeurt dat pas wanneer er iets ernstigs gebeurt. Dat merk je ook in het stuk. Het gaat uiteindelijk niet alleen over sterven. Het gaat over wat er gebeurt wanneer mensen jarenlang dingen niet hebben uitgesproken.

Jullie eigen ervaringen spelen duidelijk mee in dit verhaal.

Danni: Zeker. Toen mijn moeder dement was, kon ze ondanks alles toch van kleine dingen kon blijven genieten. Ze glimlachte veel. Ze genoot van uitstapjes, van lekker eten, van gezelschap. Ze was niet meer de vrouw die ik vroeger kende, niet meer die intelligente en krachtige moeder. Maar er was wel iemand anders in de plaats gekomen. Daardoor is mijn kijk op dementie misschien complexer geworden. Niet iedereen beleeft dat op dezelfde manier.

Hans: Mijn vader kreeg een hersenbloeding. Dat is niet hetzelfde als dementie, maar ook hij was plots een andere man geworden. Toch heb ik die laatste jaren als waardevol ervaren. Ik ging vaak bij hem langs en zorgde voor hem waar ik kon. In het stuk zit een zin die mij bijzonder raakt:“We hadden zo graag voor u gezorgd.” Wanneer ik die uitspreek, denk ik vaak aan mijn vader.

Hopen jullie met deze voorstelling iets in beweging te zetten?

Hans: Absoluut. Daar dient theater voor. Het houdt de samenleving een spiegel voor. Natuurlijk gaan we de wereld niet alleen veranderen met een voorstelling. Maar als iemand na afloop naar huis rijdt en denkt: het is al maanden geleden dat ik mijn ouders heb gezien, misschien moet ik hen eens bellen, dan hebben we al iets bereikt.

Danni: En misschien zorgt het er ook voor dat mensen met elkaar praten over hun wensen voor later. Dat zijn geen gemakkelijke gesprekken, maar wel belangrijke gesprekken.

Heeft het werken aan deze voorstelling jullie zelf veranderd?

Danni: Het heeft me in elk geval opnieuw aan het denken gezet. Bijvoorbeeld over een wilsverklaring. Ik heb die nog niet ingevuld, maar ik besef wel dat ik dat moet doen.

Hans: Ik ben niet zo’n planner. Ik vertrek zelfs onvoorbereid op reis. Maar over deze dingen nadenken is wel belangrijk. Het stuk verplicht je om stil te staan bij vragen die je anders gemakkelijk voor je uitschuift.

Danni: En toch hebben we deze voorstelling niet vanuit zwaarte gemaakt. Integendeel. Het repetitieproces was heel aangenaam. We hebben veel gelachen. Dat is misschien ook de kracht van dit verhaal: het gaat over de dood, maar uiteindelijk vooral over het leven.

Wil je naar Doodgraag komen kijken? Het huisvandeMens, Vermeylenfonds, Willemsfonds, Humanistisch Verbond en LEIF nodigen je uit om dit indringende stuk te komen beleven en samen stil te staan bij autonomie, waardigheid en afscheid. Ontdek de speellijst en bestel je tickets.