Mensenhandel

“Mensenhandel is veel meer dan seksuele uitbuiting”

Mila De Baere

6 november 2026

Bij mensenhandel denken we vaak aan prostitutie en buitenlandse criminele netwerken. Maar ook in België worden mensen uitgebuit, seksueel of economisch. Payoke begeleidt slachtoffers op weg naar herstel en zelfstandigheid. Directeur Wieke van der Kroef vertelt hoe mensenhandel vandaag evolueert, waarom vooral jongeren kwetsbaar zijn en waarom zelfbeschikking de basis vormt van hun werking. 

In het centrum van Antwerpen ligt Payoke. Momenteel verblijven ze nog in een oud klooster, maar ze verhuizen binnenkort weer naar hun standplaats vlak bij het Schipperskwartier. De organisatie vangt slachtoffers van mensenhandel op en begeleidt hen bij hun herstel. Dat gaat veel verder dan een veilige verblijfplaats aanbieden. Payoke ondersteunt slachtoffers ook op juridisch, administratief en psychosociaal vlak, met als uiteindelijke doel dat ze opnieuw zelfstandig hun leven kunnen uitbouwen. Waar mensenhandel vroeger vooral met seksuele uitbuiting werd geassocieerd, is het fenomeen vandaag veel breder. Economische uitbuiting, gedwongen criminaliteit en de toenemende rol van sociale media stellen nieuwe uitdagingen. We spreken met Wieke, directeur van Payoke, over een problematiek die vaak dichterbij is dan we denken. 

Wanneer we aan mensenhandel denken, associëren we dat vaak met buitenlandse slachtoffers en seksuele uitbuiting. Hoe ziet mensenhandel er vandaag in België uit? 

Mensenhandel bestaat al heel lang in België en is eigenlijk nooit verdwenen. Wat wel veranderd is, is de manier waarop we het fenomeen herkennen en erkennen. Vroeger ging de aandacht vooral naar seksuele uitbuiting, met voornamelijk vrouwelijke slachtoffers. Vandaag zien we dat ongeveer twee derde van de slachtoffers die wij begeleiden een vorm van economische uitbuiting heeft meegemaakt. Ook begeleiden we steeds meer mannen. Dat betekent niet dat seksuele uitbuiting is afgenomen. Het aantal slachtoffers dat om die reden bij ons terechtkomt, is over de jaren heen relatief stabiel gebleven. Er zijn dus niet noodzakelijk minder slachtoffers van seksuele uitbuiting, maar er komen meer andere vormen van mensenhandel aan het licht. 

Hoe komen slachtoffers bij Payoke terecht? 

Er zijn verschillende wegen. Een minderheid vindt zelf de weg naar ons. Vaker worden mensen doorverwezen door andere organisaties, zoals sociale diensten of advocaten. Het grootste deel van onze aanmeldingen komt echter via politiediensten, inspectiediensten en magistraten. 

Waarom vinden jullie het zo belangrijk dat slachtoffers zelf de keuze kunnen maken om op jullie beroep te doen? 

Een essentieel onderdeel van mensenhandel is dat de vrije keuze van een individu wordt afgenomen. Iemand anders neemt de controle over je leven en beslist wat je moet doen. Voor ons is het daarom cruciaal om die keuzevrijheid vanaf het eerste contact opnieuw aan slachtoffers terug te geven. We ondersteunen hen bij het maken van keuzes. Dat betekent dat we alle nodige informatie geven en samen met hen nadenken over de mogelijkheden. Maar uiteindelijk beslissen zij zelf hoe ze verder willen met hun leven en wat ze wel of niet willen doen. 

Jullie krijgen jaarlijks ongeveer 650 aanmeldingen. Wat zegt dat cijfer over de omvang van mensenhandel in België? 

Het aantal aanmeldingen is de laatste jaren aan het groeien. Tegelijkertijd kan je die groei ook vanuit een ander perspectief bekijken. Het betekent mogelijk dat meer mensen en organisaties de weg naar ons vinden en dat slachtoffers vaker worden herkend en doorverwezen. Daar zijn we uiteraard blij mee. 

Toch vermoeden we dat een heel groot deel van de mensenhandel nog altijd onzichtbaar blijft. Het blijft dus bijzonder zorgwekkend dat er zoveel situaties zijn waarin mensen daadwerkelijk worden uitgebuit, of waarin er voldoende signalen zijn om ons te contacteren. 

Seksuele uitbuiting blijft dus bestaan. Op welke manieren komen mensen daarin terecht? 

Dat verschilt sterk van persoon tot persoon. Sommige mensen kiezen er bewust voor om in België in het sekswerk te stappen, maar komen vervolgens terecht bij een pooier of tussenpersoon die hen begint uit te buiten. Die legt bijvoorbeeld bepaalde voorwaarden op, verplicht hen om meer klanten te ontvangen of laat hen dingen doen waar ze zelf niet voor kiezen en die hun grenzen overschrijden. 

Er zijn ook mensen die naar Europa komen zonder te weten dat ze hier sekswerk zullen moeten doen. Zij worden met valse beloftes naar hier gelokt. Daarnaast zien we de zogenaamde tienerpooiersmethode. Jongeren denken een relatie aan te gaan met iemand voor wie ze gevoelens hebben. Die persoon maakt vervolgens misbruik van die emotionele band om hen te dwingen sekswerk te verrichten. Daarom is een individuele benadering zo belangrijk. Iedereen heeft een eigen verhaal en ook de weg uit een uitbuitingssituatie ziet er voor iedereen anders uit. 

Tegelijkertijd vinden we het belangrijk om te benadrukken dat sekswerk op zich een keuze kan zijn. Niet elke sekswerker is slachtoffer van mensenhandel of uitbuiting. Er zijn zelfs slachtoffers van seksuele uitbuiting die er achteraf bewust voor kiezen om zelfstandig in het sekswerk actief te blijven. Ook die keuze respecteren we. We ondersteunen hen dan om dat op een zo veilig mogelijke manier te doen, met duidelijke grenzen en voldoende kennis over de risico’s. Ook daarin staat de eigen keuze centraal. 

Twee derde van jullie begeleidingen heeft betrekking op economische uitbuiting. Wat zegt dat over onze manier van consumeren en ondernemen? 

Het maakt me vooral bezorgd over de prioriteiten die we als samenleving stellen. Welke keuzes maken bedrijven wanneer ze onderaannemers inschakelen? Waar letten we op als consument wanneer we producten kopen? En welke beslissingen nemen overheden en grote multinationals? De grootste impact ligt bij die laatste groep. Wanneer de nadruk voortdurend ligt op alles zo goedkoop mogelijk produceren, weet je dat er ergens in de productieketen een risico op uitbuiting ontstaat. 

We zien ook Belgische ondernemers die oprecht willen ondernemen met respect voor mensenrechten. Maar als zij voortdurend moeten concurreren met bedrijven die hun prijzen drukken door gebruik te maken van uitbuitingssituaties, ontstaat er een ongelijke concurrentiestrijd. 

Een minder bekende vorm van mensenhandel is het gedwongen plegen van misdrijven. Jullie zien dat onder meer bij jongeren die in de drugshandel terechtkomen. Hoe werkt dat? 

Het gaat om mensen die door een uitbuiter worden gedwongen om bepaalde misdrijven te plegen. We zien dat fenomeen steeds vaker terugkomen in onze werking, onder meer bij jonge uithalers in de haven van Antwerpen. 

Sommige jongeren beginnen met een relatief klein misdrijf. Dat wordt vervolgens gebruikt om hen te chanteren of te bedreigen, zodat ze steeds nieuwe feiten blijven plegen binnen een criminele structuur. Andere jongeren worden eerst overtuigd om iets te doen waarmee ze snel geld kunnen verdienen, bijvoorbeeld omdat ze hun familie willen helpen. Zodra ze die eerste stap hebben gezet, worden ze steeds verder in het netwerk getrokken. 

De uitbuiters dreigen ermee naar de politie te stappen met de feiten die ze al gepleegd hebben. Soms wordt ook hun familie bedreigd. Er worden bijvoorbeeld foto’s gestuurd van personen die bij de ouders thuis staan of in de buurt van de school van jongere broers en zussen. Dat zijn duidelijke dreigementen: blijf doen wat we vragen, anders brengen we je familie in gevaar. De feiten worden vervolgens steeds zwaarder. Wat begon als een kleine opdracht, kan uiteindelijk uitmonden in ernstige criminaliteit. 

Worden die jongeren voldoende als slachtoffer herkend? 

Nee, dat is een grote uitdaging. Jongeren worden vaak opgepakt wanneer ze een crimineel feit plegen en vanaf dat moment vooral als dader beschouwd. Er wordt dan onvoldoende gekeken naar wat er achter dat gedrag zit en waarom ze die feiten hebben gepleegd. Om de uitbuitingsstructuur zichtbaar te maken, moet je de juiste vragen stellen. Dat gebeurt nog te weinig. We vrezen dat dit ook te maken heeft met de achtergrond van sommige jongeren. Het gaat soms om kwetsbare jongeren en vaak om jongens. We merken dat jongens sowieso moeilijker als slachtoffer worden erkend dan meisjes. Bij meisjes is het maatschappelijk soms gemakkelijker om het slachtofferbeeld te aanvaarden. 

Ook voor de jongens zelf is het moeilijk om toe te geven dat ze slachtoffer zijn. Ze zien zichzelf eerder als dader en vinden het lastig om te erkennen dat iemand anders hen heeft gedwongen. Dat heeft ook te maken met de omgeving en de cultuur waarin ze opgroeien. De opkomende manosfeer versterkt die uitdaging mogelijk nog. Daar leeft sterk het idee dat je als man alles zelf in handen moet hebben en zeker niet mag toegeven dat je slachtoffer bent. We moeten dus niet alleen met de jongeren zelf werken aan het besef van hun slachtofferschap. Ook de organisaties en mensen die met jonge verdachten in contact komen, moeten leren om verder te kijken dan het gepleegde misdrijf. 

Wat moet er veranderen om die jongeren beter te kunnen beschermen? 

We hebben sowieso meer mensen en middelen nodig om signalen van uitbuiting bij jongeren op te vangen en hen vervolgens langdurig te begeleiden. Daarnaast beschikken wij niet over opvang voor minderjarigen. Zij komen terecht in het reguliere jeugdzorgnetwerk. Daar zijn de plaatsen echter schaars en zijn er bijzonder weinig voorzieningen die gespecialiseerd zijn in de begeleiding van slachtoffers van mensenhandel. Daardoor gebeurt het soms dat jongeren op een plek terechtkomen waar ze eigenlijk niet thuishoren. Een jeugdrechter wil hen bijvoorbeeld op een veilige locatie onderbrengen, maar in dezelfde instelling kunnen ook minderjarige daders verblijven. Dat is natuurlijk geen aanvaardbare situatie voor slachtoffers van mensenhandel. 

Welke rol spelen sociale media vandaag in mensenhandel? 

Sociale media hebben al langer een impact op mensenhandel en spelen een rol in verschillende fases van het uitbuitingsproces. Het begint vaak al bij het eerste contact tussen de uitbuiter en het slachtoffer. Bij jongeren zien we dat sociale media worden gebruikt om hen te ronselen. Via TikTok of andere platformen krijgen ze bijvoorbeeld de vraag om een klein pakketje over een gevangenismuur te gooien. Zodra ze daarop ingaan, kunnen ze verder onder druk worden gezet. Bij seksuele uitbuiting zien we dan weer dat beelden van een eerste verkrachting of seksuele handeling worden gebruikt als chantagemateriaal. De uitbuiter dreigt ermee die beelden naar familieleden of naar de school van de jongere te sturen. Dat is bijzonder bedreigend en houdt slachtoffers gevangen in de uitbuitingssituatie. 

Sociale media worden dus niet alleen gebruikt om slachtoffers te vinden, maar ook om hen geïsoleerd en onder controle te houden. 

Zelfbeschikking is een belangrijk principe binnen het vrijzinnig humanisme. Welke betekenis heeft dat voor jullie werking? 

Zelfbeschikking is voor ons essentieel. Zelf mogen beslissen over je eigen leven en toekomst is een van de hoekstenen van onze werking. Dat geldt zowel voor de manier waarop we slachtoffers begeleiden als voor de manier waarop we binnen onze organisatie met elkaar omgaan. We proberen rekening te houden met ieders grenzen en vinden het belangrijk dat mensen hun eigen grenzen leren herkennen en aangeven. Tegelijkertijd moeten ze ook de grenzen van anderen leren respecteren. 

Mensenrechten vormen de basis van jullie werking. Hoe vertalen jullie dat naar de praktijk? 

Er bestaan wereldwijd verschillende organisaties die slachtoffers van mensenhandel ondersteunen. Sommige vertrekken vanuit een religieuze achtergrond, andere werken vanuit een uitgesproken mensenrechtenkader. Wij identificeren ons met die laatste benadering. Mensenrechten gelden voor iedereen, ongeacht afkomst, overtuiging of achtergrond. Dat is de basis van hoe we met slachtoffers werken, maar ook van hoe we binnen onze eigen organisatie met elkaar omgaan. 

We proberen op alle niveaus bewust met die principes rekening te houden. Respect voor de menselijke waardigheid en de rechten van ieder individu staan centraal. 

Ben je of ken je iemand die mogelijks slachtoffer is van mensenhandel? Neem contact op met Payoke.